BOEKEN

BOEK

Het relaas van Solle

Het relaas van Solle

Andreas Oosthoek

In 1974 schreef Andreas Oosthoek een indrukwekkend relaas van een opbloeiende liefde in het Zeeuwse polderlandschap. Veertig jaar werd het manuscript verloren gewaand, tot het op zolder werd teruggevonden. Met dit prachtige portret van Zeeland en zijn bewoners is ‘een literaire schat wakker gekust’ (Provinciale Zeeuwse Courant).

De jonge Solle groeit op in de Zeeuwse polder van de jaren vijftig, waar hij later het familiebedrijf zal overnemen. Als boerenzoon op het gymnasium is hij een buitenbeentje, maar dan ontmoet hij de excentrieke Jacques – een buutendieker, net als hij. De jongens worden onafscheidelijk.

Terwijl Solle zich sterk verbonden voelt met zijn geschiedenis en familie, wil de jonge baron Jacques Christophe d’Ulm de wijde wereld in. Hij wil een nomadisch bestaan leiden, de vrijheid opzoeken, flaneren langs de boulevards van Parijs. Behalve aan Solle heeft hij zich nooit kunnen binden. Ondanks hun zielsverwantschap, vertrekt Jacques naar Frankrijk.

Het contact tussen de jongens blijft intensief, ook op grote afstand. Al bewegen hun levens in andere richtingen, ze blijven dromen van een toekomst met elkaar. Maar dan wordt Jacques getroffen door een onbekende ziekte, en verdwijnt alle hoop op een lang leven. Plotseling is hun tijd samen beperkt, en blijft Solle met niets dan herinneringen achter.

Het relaas van Solle is het relaas van een liefde die vriendschap heet, een aangrijpende geschiedenis over hetoverwinnen van een groot verlies. Andreas Oosthoek is een bewonderenswaardig stilist en roept intense beelden op in een tijdloos romandebuut. Een literaire herontdekking van formaat voor de lezers van Jeroen Brouwers en Oek de Jong.

Ook verkrijgbaar als eboek

   

Drukkende dagen. Het moet nog zomer worden, maar de middaghitte hangt al klam en zwaar over de stad. Het Noorderstation, glas en gietijzer, zure damp, de kakofonie van geluiden, staal op staal, de ding-dong van de omroepdames, aangekondigd-uitgesteld-vertraagd. Samenkomst, vertrek en aankomst van de Grote Lijnen.

Op het perron staat Jacques in zijn rode jas, alle gewicht op de hielen, de punten van zijn rode lakschoenen lichtjes opgericht. Het duidt op spanning, beseft hij tot zijn ergernis.

Er wordt, rijen dik, gerekend op de knersende binnenkomst van de Pijl van het Noorden. Het wachtende station, le château tremblant, op de grens van de stampende stad. Twaalf minuten over twee, zonder vertraging. Jacques blaast een zuchtje warme lucht over zijn robijnen ring en keurt de glans op de facetten. Ook dat, beseft hij, duidt op spanning.

‘Deze keer eens geen groene anjer,’ heeft hij laten weten.
‘Dat staat zo gedateerd, zo tout à fait Oscar Wilde... Ik ben in de meute te herkennen aan een chic rood jasje. Taf. Scharlaken, als de hoeren van Lissabon.’
De trein loopt uit en stopt, geduw, geschreeuw en dan zet Danker-Jan, die Solle heet en soms Aimé wordt genoemd, een klein koffertje op de tegels. Het rode en het blauwe jasje schuiven in elkaar. Paars, twee in één. Jacques slaat zijn handen in de blonde haren.

‘Zeeuwse storm! Móói ben je, Viking, helse barse Viking, als je huilt!’
Bij de uitgang van het station staan de negertjes van Belleville te balanceren, een lichte knik in het ene been, het andere gestrekt. De minzame uitdaging. Onder de witzijden linten van hun pseudo-borsalino’s schatten ze – selon arrivage – de valuta van de vloedgolf: blond, hoogblond, rossig, rood – kronen, guldens, marken, franken, de verrukkingen van het Noorden.

‘Ivoire,’ sist Jacques. ‘Ivoire, Sénégal, Mali, zwarte tule, spijkerhard, glanzend, glimmend maar putgemeen. Kijke kijke, nie kope. Tengels thuis.’
‘Ze flitsen van station naar station,’ onderwijst de bovenmeester.
‘Tramlijn Begeerte. Paris Métro.’
‘En nu wij, the Queen and I. Uren onderweg ben je, van de polder naar de stad, de verschrikkingen van de stationsbuurten, miljoenen Belze bielzen en knagende honger. Gauw! We eten, niet al te zuinig, aan de overkant. De overkant, klinkt dat Zeeuws genoeg?’

Ze steken het plein van de Derde Keizer over en gaan de brasserie binnen. ‘Le Terminus,’ leest Solle. Jacques doceert verder, met punten, strepen en uitroeptekens: ‘Brasserie anno dazumal, mengeling van art nouveau en art deco. Men lette op de tingeltangel, plafonds, vloeren, spiegels én de kaart. De klassiekers en de nouveautés!

Grofstoffelijk begonnen, als alle Elzassers, maar de beschaving schrijdt lichtjes voort. Minder zuurkool, minder varken, méér fruits de mer, foie gras met gedroogde appeltjes, lamsvlees en een complete wijnhandel. En wat eet, bien aimé, mijn vriend?’

De vriend kan haast niet wachten op een nauwelijks te overzien dessert.
‘Zeg eens, Aimé, heer van Solle, wat heb ik allemaal gemist of niet gemist op de eilanden?’
‘De eilanden hebben u zeer gemist, monsieur le comte. En ze doen dat heden nog.’

De kleine en de grote jongen, ze eten en ze praten, klemvast naast elkaar op de salonbank uit het jubeljaar 1925. De omgeving vergeten, het besef van tijd en plaats verloren. Eens, ja eens zullen ze de boulevard de Magenta oversteken en zal Jacques de winkel wijzen waar hij het rode jasje heeft gekocht. Nu is er de nog betrekkelijke kalmte van Le Terminus, een eindstation als beginpunt van stijgende onrust. De hoge verwachting. Op het plein van Robeke, dat hier Roubaix heet, houdt hij uren later een taxi aan. ‘Op bedevaart! Rue Monsieur-le-Prince. Côté jardin.’


Download het fragment als PDF

'De Nederlandse literatuur knapt zienderogen op van deze roman. De taal is zo mooi. Aan de stukken over Solle kleeft de klei, die over Jacques hebben een luchtiger toon. Het boek zindert ervan. Prachtig.' – Tubantia

‘Het is moeilijk iets te schrijven over Het relaas van Solle dat werkelijk recht doet aan het werk. Het heeft een exuberante, bijna wellustige woordenschat en tientallen opsommingen. Maar sla het boek niet te snel dicht, want het is prachtig. Het relaas van Solle verdient het om een tijdje te laten rijpen, net als bij een diepgelaagd gedicht. Velen zullen wellicht moeten wennen aan de hier en daar wat gekunstelde woordenacrobatiek van Oosthoek. Niet elke zin kan een winnaar zijn. Toch zijn veel zinnen geschreven in eenzelfde soort trant. Bij rustige lezing ontstaat een aangename, muzikale cadans. Daarom kunt u dit boek het best lezen alsof u een Zeeuw bent; meedeinend op de door u geliefde golven, die tegelijkertijd meedogenloos uw land dreigen te overspoelen. Wees vooral geduldig, lees sommige zinnen twee-, driemaal, en u leest een prachtig, waarachtig Nederlands boek, van kaft tot kaft.’ – 8weekly.nl ****

'Een roman met een on-Nederlandse allure. Alsof je een Frans boek in het Nederlands leest, zonder dat het is vertaald. Een woordenrijkdom die aandachtig lezen vereist, terwijl het familie-epos je juist gulzig maakt en voortdrijft. Hopelijk blijft het niet bij deze eersteling.' - Elsevier ****

‘De poëzie van Andreas Oosthoek is helder en herkenbaar. Het lijkt alsof hij naast zijn beelden is gaan staan om ze met een voorzichtig gebaar te presenteren.’ – Thomas Verbogt

'Het relaas van Solle laat zich qua thematiek nog het best vergelijken met Maarten 't Hart, Theun de Vries en (niet in de laatste plaats) Gerard Reve. Qua schrijfstijl heeft Oosthoek echter een geheel eigen toon.' - Boekenkrant

‘Zijn poëzie heeft bij uitstek het vermogen om te ontwapenen, geschreven in een taal die tegelijk eenvoudig en elegant is. Het zijn precies die dingen waar ieder waarachtig dichter naar streeft.’ – Hans Warren

Recensie op 8weekly.nl

Het manuscript van Andreas Oosthoek (1942), oud-hoofdredacteur van de Provinciaal Zeeuwse Courant, legde een lange route af in de tijd. Oosthoek schreef het al in 1974, het was niet voor publicatie bedoeld. Hij borg het op en in 1986 kwam hij het uiteindelijk weer tegen. Hij voegde stukken toe, schaafde het bij, en weer borg hij het op, een schat gelijk. Er kwamen in 2012 en 2014 nog twee momenten van aanpassing voordat het huidige werk ontstond. Een verhaal uit Zeeland, voor de lezer in de niche, en recht uit het hart.

Bron: 8weekly.nl

Blogrecensie van Het relaas van Solle

Al met al is dit een heel bijzonder boek geworden, zowel door het verhaal als de manier van vertellen. Maar ook door het thema. Waar is je thuis? Op een geliefde plek of bij een geliefd persoon? Wanneer ben je echt vrij? Als je op de vlucht bent voor je verplichtingen of lotsbestemming? Of als je je er naar richt? Als je naar eer en geweten je eigen keuzes maakt? Kan dat wel? Dank Cossee, voor alweer zo'n puur Nederlands pareltje!

Bron: MijnBoekenkast.blogspot.nl

Andreas Oosthoek te gast bij VPRO Boeken

Te gast is dichter, essayist, journalist en voormalig hoofdredacteur van de Provinciale Zeeuwse Courant Andreas Oosthoek over zijn langverwachte roman 'Het relaas van Solle'.

Bron: Boeken.VPRO.nl

Leesfragment op Athenaeum.nl

De jonge Solle groeit op in de Zeeuwse polder van de jaren vijftig, waar hij later het familiebedrijf zal overnemen. Als boerenzoon op het gymnasium is hij een buitenbeentje, maar dan ontmoet hij de excentrieke Jacques - een buutendieker, net als hij. De jongens worden onafscheidelijk. Terwijl Solle zich sterk verbonden voelt met zijn geschiedenis en familie, wil de jonge baron Jacques Christophe d'Ulm de wijde wereld in. Hij wil een nomadisch bestaan leiden, de vrijheid opzoeken, flaneren langs de boulevards van Parijs. Behalve aan Solle heeft hij zich nooit kunnen binden. Ondanks hun zielsverwantschap, vertrekt Jacques naar Frankrijk.

Bron: Athenaeum.nl

Artikel over de verschijning van Het relaas van Solle

“Het relaas van Solle” krijgt volgend jaar waarschijnlijk een Zeeuwse lancering, vergelijkbaar met “Een dag om aan de balk te spijkeren” van de eveneens bij Cossee publicerende, nota bene uit hetzelfde Bevelandse dorp als Oosthoek afkomstige schrijver Rinus Spruit (Nieuwdorp 1946). Het Zeeuws onderonsje voorafgaand aan de landelijke introductie is een knipoog van de Amsterdamse uitgeverij naar de praktijk met de Zuid-Afrikaanse auteur J.M. Coetzee. Het nieuwste werk van deze wereldschrijver verschijnt – in vertaling – steeds allereerst in Nederland, dankzij respect en waardering voor Cossee en echtgenoot Christoph Buchwald.

Bron: LantvanBelogte.nl

genomineerd voor de Bronzen Uil 2015