Johannes Bosboom (1817) weet van kinds af aan dat hij kunstschilder wil worden. Maar hij is, ondanks zijn groeiende succes, zijn eigen grootste criticus en moet regelmatig het penseel neerleggen om zijn inzinkingen met behulp van opium te boven te komen. Als hij Truide ontmoet, wil hij niets liever dan haar gelukkig maken. Maar eenmaal getrouwd blijven de kunstenaars zich enkel met hun eigen werk en passie bezighouden. En Truide strijdt voor de waardering van – niet vrouwenlectuur, maar literatuur van vrouwen.