Bretagne. Een auto stopt, het raampje gaat naar beneden en de vrouw achter het stuur praat tegen de verteller alsof ze elkaar kennen. Hij verstaat geen Bretons, maar de energieke manier waarop de vrouw praat maakt hem op een melancholieke manier blij. Als ze vrolijk groetend vertrekt heeft de ver... Meer
Bretagne. Een auto stopt, het raampje gaat naar beneden en de vrouw achter het stuur praat tegen de verteller alsof ze elkaar kennen. Hij verstaat geen Bretons, maar de energieke manier waarop de vrouw praat maakt hem op een melancholieke manier blij. Als ze vrolijk groetend vertrekt heeft de verteller even het idee dat het Mrs. Williams was, de Welshe boerin uit zijn kindertijd, die langskwam om afscheid te nemen voordat ze op haar grote reis zou gaan.
Jaren later, schrijft de verteller aan Mrs. Williams, ‘wil ik u proberen te zeggen hoe lief ik alles heb gehad wat u zei, wat u deed, waar u woonde, wat u omringde, wat u me gunde en gaf en leerde, toen wij bij u in Wales op vakantie waren.’ Schrijven aan Mrs. Williams is schrijven over de herinnering aan liefde en geluk. Dat blijkt plezierig, maar ook gevoelig, want de weg naar de bron van alle liefde voert niet alleen naar de boerderij van Mrs. Williams, maar uiteindelijk naar zijn moeder.