BOEKEN

BOEK

De tweede moeder

De tweede moeder

Rita Verschuur

'Ten slotte was mijn stiefmoeder dé vrouw voor wie ik daadwerkelijk een dochter was'

Het is 1943. Kort nadat de moeder het gezin heeft verlaten, komt een nieuwe vrouw in huize Verschuur wonen: tante Ank. Als zij trouwt met de vader van de achtjarige Rita wordt zij ’de tweede moeder’. Ze krijgt met hem drie kinderen. Moeder is een eigenzinnige protestantse vrouw die het niet-kerkelijke gezin streng maar liefdevol bestiert. Als gepassioneerd kunsthistorica omringt ze zich met reproducties uit de Italiaanse Renaissance. Eén ervan, de roze engel, is voor Rita. Hoewel die weinig op heeft met moeders kunst blijft ze dit plaatje koesteren.

In de loop der jaren neemt de heerszucht van moeder toe. Rita vraagt zich af waarom haar vader steeds partij kiest voor zijn vrouw. Tijdens haar studie verhuist Rita naar Zweden. Als ze na jaren terugkeert met man en kinderen voorkomt ze door een merkwaardige ontlading een breuk met haar ouders.

Na moeders dood beseft Rita dat deze vrouw ondanks haar verstikkende liefde voor haar wel ’de moeder’ is geweest. Ze gaat alleen naar Florence, waar haar moeder haar zo graag had rondgeleid. Wat zal ze daar vinden?

Rita Verschuur schetst in De tweede moeder nauwgezet en nietsontziend, maar vol humor, een portret van een dubbelzinnige relatie, die bijna een heel leven omspant.
Dit boek is een kleurrijke tegenhanger van het succesvolle Het geheim van mijn moeder, waarin Rita geprobeerd heeft het raadsel achter haar biologische moeder te achterhalen.

   

Naast me op een groene sofa zat een vrouw met rossig haar. Het sprong in krullen om haar hoofd. We raakten in gesprek, zoals dat gaat bij verjaardagen waar wildvreemden aan elkaar worden uitgeleverd. Ze vertelde me dat ze veel en graag in dit dorp komt.
‘Ik ben er zelfs gaan wonen,’ zei ik. ‘De zee heeft me hierheen gelokt. Ik ben dicht bij de kust opgegroeid.’
Ze knikte. Zij ook.
‘Waar woonde jij als kind?’
‘In Overveen,’ zei ze.
‘Ik ook.’
‘In welke straat?’

Die van haar was maar een paar honderd stappen bij de mijne vandaan.
We bleken allebei op het Kennemer Lyceum te hebben gezeten, maar wel op verschillende afdelingen. Zij op die voor meisjes.
‘Dat was in mijn jeugd nog een aparte school,’ zei ik, ‘Het Kopje’. Bijna flapte ik eruit dat wij daar vroeger een andere naam voor hadden: Het grietenaquarium.
‘Hoe had je het daar?’ vroeg ik dan ook met enige scepsis. Maar zij had over haar school alleen goeds te vertellen. Het was een veelzijdige opleiding geweest, met vooral aandacht voor cultuur. Heel wat meer dan op het gymnasium. Een van haar leraressen was zo bevlogen dat ze haar vak was gaan studeren.
Er ging een vreemde tinteling door me heen. Haar vak, haar vak, wie zijn vak?
‘Welk vak was dat?’ vroeg ik, inmiddels verhuisd naar het puntje van die harde groene sofa.
‘Kunstgeschiedenis’ , zei ze.

Ik schoof een eindje van haar af om haar beter aan te kunnen kijken. Kunstgeschiedenis, dat was voor mij een woord dat alleen maar met een hoofdletter geschreven kon worden, terwijl het niet in me op zou komen hetzelfde te doen met aardrijkskunde of biologie. Ik keek naar de springerige krullen van de vrouw, die haar studie en vak aan haar lerares in Overveen te danken had.
‘Wie was die lerares?’ vroeg ik zo neutraal mogelijk.
Haar antwoord stond al met hoofdletters in de lucht geschreven voordat ze het uitsprak.
‘Dat was mijn stiefmoeder,’ zei ik.
Ze keek me aan met ongeloof in haar blik.
‘Mijn stiefmoeder heeft op latere leeftijd haar doctoraalexamen gedaan en is toen les gaan geven aan de afdeling MMS van het Kennemer Lyceum, vlak na de fusie,’ zei ik om haar te overtuigen. ’Ik was het huis al uit.’
Toen pas besefte ik dat we ons niet eens aan elkaar hadden voorgesteld en ik noemde mijn naam. Zij de hare. Leonie.
‘Leeft ze nog?’ vroeg Leonie.

‘Ze is al meer dan vijftien jaar dood, maar voor mij was ze ook belangrijk,’ zei ik. ‘Nadat mijn eigen moeder bij ons was weggegaan kwam ze als jonge weduwe voor mij en mijn vader zorgen. Na een halfjaar trouwde ze met hem. Ik was acht. Tijdens de hongerwinter kreeg ik mijn eerste broertje. Daarna kwamen er nog twee kinderen. Met moeders kunst hadden wij geen van vieren veel op.’
Leonie had tijdens haar hele studie geen betere docent gehad. Niemand anders die zich zo betrokken voelde bij haar leerlingen als mevrouw Verschuur. Ze kwam zelfs weleens bij haar over de vloer, om een boek te lenen of zo. Er was daar een jongen van haar leeftijd en er liep ook een klein meisje rond. En dan had je nog een oudere broer die studeerde en een nog oudere zus die in Zweden woonde.
‘Die zus was ik,’ zei ik, opgelucht omdat zij nu zelf het bewijs van mijn dochterschap had aangedragen. Nou ja, stiefdochterschap dan. Ineens begon ik me iets te herinneren. Leonie was een van de meisjes waarover moeder zich een tijdje had ontfermd. Ze schreef weleens over haar in haar brieven naar Zweden. Ik vroeg me zelfs af of ik Leonie niet een keer bij ons thuis gezien had, tijdens een kerstvakantie. Dat meisje met die rossige krullen, een leerlinge van moeder, die even een boek terug kwam brengen. Een vluchtige ontmoeting aan de voordeur. Ik suggereerde iets in die richting, maar van zo’n samentreffen wist Leonie zich niets te herinneren.

‘Wat gaf bij jou de doorslag om mijn moeders vak te gaan studeren?’
‘Eén uitspraak van mevrouw Verschuur is bij mij als een bom ingeslagen: “De kunst blijft bestaan, door alles heen, vanaf de oudheid.” Die woorden hebben me houvast gegeven en doen dat nog steeds.’
Dit kwam me bekend voor, zei ik. Zoiets had moeder ook vaak gezegd in verband met de boeken van haar eerste man. Ze had een keer met een weids gebaar naar haar boekenkast gewezen, waar haar geliefde kunstenaars elk met een prachtwerk vol schitterende reproducties vertegenwoordigd waren en erbij gezegd: ‘Als alle mensen me in de steek laten, dan blijven zij mij trouw.’
‘Ze had zo’n zuiver gevoel voor schoonheid,’ zei Leonie. ‘En voor lelijkheid. Als iemand straf verdiende, dan moest die een opstel schrijven over de lelijkheid van het nieuwe Bloemendaalse gemeentehuis.’
Ook dat klopte met mijn herinnering. Elke keer dat we erlangs reden spuwde moeder haar gal uit over die afschuwelijke kolos met de grove witte pilaren, dat zogenaamd classicistische monster.

‘Moeder heeft me na mijn eindexamen mee naar Rome genomen,’ zei ik. ‘Daar hebben we heel wat gelachen. Ze was gek op die theatrale Italianen.’
‘Mij heeft ze zelfs nog een keer aan een baantje geholpen als gids op rondvaartboten in Amsterdam,’ zei Leonie.
Ik zag moeder weer voor me toen ze die opleiding voor gidsen ging geven. Ze trok een zwarte baret scheef over haar hoofd, sloeg een cape om en mengde zich onder groepjes langharigen en dikke-sokken-in-sandalen-lopers op een rondvaartboot en maakte met haar vakkennis een einde aan de onzin die zo vaak tijdens die boottochtjes verkondigd werd. Ze kon het in haar brieven kostelijk beschrijven en liet doorschemeren dat ze door haar cursisten op handen werd gedragen. De vraagtekens die ik daar weleens bij had geplaatst konden na dit gesprek met haar dankbare leerlinge worden uitgewist.

'In deze roman schrijft Rita Verschuur heel persoonlijk over het verraad van haar biologische moeder. Opvallend is Verschuurs heldere, rustige vertelstijl.' - Nederlands Dagblad

'Na Het geheim van mijn moeder opnieuw een fascinerend boek over de moederfiguren in Rita Verschuurs leven.' - Noordhollands Dagblad

'Een goed geschreven, boeiend, toegankelijk verhaal - ontroerend, soms schrijnend, maar ook geestig - over een ingewikkelde moeder-dochterrelatie.' - NBD|Biblion

Mini-interview op Margriet.nl

Als de vader van de achtjarige Rita in 1943 hertrouwt, is zij een stiefmoeder rijker. Deze ‘tante Ank’ is streng, liefdevol en extreem bemoeizuchtig. Als Rita volwassen is, komt het tot een breuk. De dood van haar stiefmoeder zet hun band in een ander licht.

Bron: Margriet.nl

Interview op Kunststof Radio 1

Ze vertaalde vele werken van de beroemde Zweedse auteur Astrid Lindgren. Vanaf 1977 ging Rita Verschuur ook zelf kinderboeken schrijven en in 2009 verscheen haar succesvolle autobiografische roman Het geheim van mijn moeder. In haar nieuwe boek De tweede moeder portretteert de schrijfster de dubbelzinnige relatie die zij had met de nieuwe vrouw van haar vader.

Bron: Radio1.nl