BOEKEN

BOEK

Mijn bericht aan de wereld

Mijn bericht aan de wereld

Jan Karski

Jan Karski, geheimkoerier van de Poolse verzetsbeweging,was de eerste die Eden, de Britse minister van Buitenlandse Zaken, en de Amerikaanse president Roosevelt in 1942 en 1943 informeerde over het getto van Warschau en de vernietigingskampen. Ze hoorden hem vriendelijk aan,bleven sceptisch en deden ... niets. Eden stond Karski geen gesprek met Churchill toe en Roosevelt zei: ‘Zegt u maar tegen de Polen dat wij de oorlog zullen winnen.’

Mijn bericht aan de wereld, al in 1944 geschreven, is een tijdsdocument van de allereerste orde en het leest als een spannende spionageroman. Wanneer Hitler Polen binnenvalt, vlucht de vijfentwintigjarige Karski met zijn eenheid naar het oosten en loopt recht in de armen van de Russen, die hem in een werkkamp stoppen en daarna aan de Duitsers uitleveren. Hij springt uit een veewagon en weet de Poolse verzetsbeweging te bereiken. Op grond van zijn talenkennis en zijn fenomenale geheugen wordt hij ingezet als koerier voor de Poolse regering in ballingschap in Frankrijk. Tijdens zijn zogenaamde wandeltochten wordt hij door de Gestapo opgepakt, gemarteld, en hij snijdt zijn pols door om te voorkomen dat hij anderen verraadt. Katholieke nonnen redden hemen helpen hem ontvluchten. Op verzoek van Joodse partizanen laat hij zich binnensmokkelen in het getto van Warschau en – in kapo-uniform– in een concentratiekamp waar hij ooggetuige is van de Jodenvernietiging. In 1942 reist hij dwars door nazi-Duitsland naar Engeland en Amerika waar hij Eden en Roosevelt persoonlijk vertelt hoe ongekend de Duitsers tekeergaan in Polen.

De suggestiviteit van de beelden en het levendige karakter van de dialogen in Karski’s Mijn bericht aan de wereld zijn dikwijls geprezen. Zijn boek is ‘een indrukwekkende getuigenis van moed, loyaliteit en menselijkheid’ (Frankfurter Allgemeine Zeitung).

   

De nederlaag

Op de avond van 23 augustus 1939 was ik op een buitengewoon vrolijk feest. Het werd gegeven door de zoon van de Portugese ambassadeur in Warschau, de heer Susa de Mendes. Hij was van mijn leeftijd, ongeveer vijfentwintig, en hij en ik waren goede vrienden. Hij was de gelukkige broer van vijf bekoorlijke zussen. Een van hen ontmoette ik regelmatig en ik hoopte van harte dat ze er deze avond ook zou zijn.

Ik was nog niet zo lang terug in Polen. Nadat ik was afgestudeerd aan de Jan Kazimierz Universiteit in Lwów in 1935 en traditiegetrouw een jaar had doorgebracht op de cadettenschool van de rijdende artillerie, was ik naar het buitenland gegaan: naar Zwitserland, Duitsland en vervolgens naar Engeland, om onderzoek te doen op het zeer interessante en uitdagende vakgebied van de demografie. Drie jaar lang werkte ik in de grote bibliotheken van Europa aan mijn proefschrift, vergrootte mijn kennis van de Franse, Duitse en Engelse taal en raakte vertrouwd met de plaatselijke zeden en gebruiken. Toen werd ik naar Warschau teruggeroepen, omdat mijn vader was overleden.

Hoewel de demografie – de wetenschap die zich bezighoudt met het onderzoek naar en de statistische beschrijving van de bevolking – mijn favoriete vakgebied was en bleef, werd me na verloop van tijd steeds duidelijker dat ik weinig of geen aanleg had voor het opstellen van wetenschappelijke verhandelingen. Het wilde maar niet vlotten met mijn dissertatie. Ik treuzelde en talmde en uiteindelijk werd het grootste deel van mijn proefschrift afgewezen. Deze mislukking was de enige donkere wolk – waarover ik me overigens geen al te grote zorgen maakte – aan de verder heldere en wolkenloze horizon van mijn toekomst.

Op het feest heerste een zorgeloze, vrolijke, ja bijna overdreven uitgelaten stemming. De enorme ontvangstruimte van de ambassade was misschien een beetje al te romantisch maar verder stijlvol aangekleed. Het koele blauw van het behang contrasteerde met de donkere tonen van de zware Italiaanse meubels. Het licht was gedempt en overal stonden rijk versierde vazen met bloemen op lange stelen, waarvan de geur zich mengde met de parfums van de feestelijk geklede dames. Het gezelschap was goed op elkaar afgestemd en al snel was de ruimte gevuld met geanimeerde gesprekken. Ik herinner me nog enkele gespreksonderwerpen: een vurig pleidooi voor de botanische tuin van Warschau die bepaald niet onderdeed voor doorgaans hoger gewaardeerde tuinen elders in Europa; uiteenlopende meningen over de heropvoering van het beroemde toneelstuk Madame Sans-G̻ne; een beetje geroddel en steken onder water toen iemand ontdekte dat onze goede vrienden Stefan Leczewski en mademoiselle Marcelle Galopin uit de zaal verdwenen waren Рzoals gewoonlijk. Over politiek werd amper gesproken.

We dronken wijn en dansten zonder ophouden, vooral de snelle Europese dansen. Eerst waren er een paar walsen, toen een tango, daarna weer een wals. Later op de avond deden Helene Susa de Mendes en haar broer ons de ingewikkelde danspassen van de Portugese tango voor.

In de loop van de avond maakte ik een paar afspraken voor de komende week. Uiteindelijk slaagde ik er zelfs in juffrouw de Mendes ervan te overtuigen dat ze geen betere gids voor Warschau zou kunnen vinden dan ik. Ik maakte een lunch- en een dinerafspraak met twee vrienden, de heren Leczewski en Mazur. Ik beloofde juffrouw Obromska dat ik haar de zondag daarop zou komen bezoeken, maar moest daar later op terugkomen toen me te binnen schoot dat mijn tante dan jarig was. Ik moest mademoiselle Galopin bellen en een nieuwe afspraak maken voor ons volgende paardrijtochtje.

Het feest duurde tot diep in de nacht. Het afscheidnemen duurde lang, buiten voor de deur bleven verschillende groepjes nog wat napraten en afspraken maken voor later die week. Ik was moe toen ik thuiskwam, maar zat nog zo vol opwindende plannen dat ik de slaap nauwelijks kon vatten.

Ik had het idee dat ik nog maar nauwelijks mijn ogen had gesloten toen er luid op de voordeur werd gebonsd. Ik kwam moeizaam mijn bed uit en liep de trap af, rende het laatste stukje zelfs toen het gebons steeds harder werd. Geërgerd rukte ik de deur open. Voor me stond een ongeduldige, nurkse politieagent, die me een rood briefje toestak, iets onverstaanbaars mompelde en toen weer in de nacht verdween.

Het was een geheim mobilisatiebevel. Ik moest Warschau verlaten en me binnen vier uur bij mijn regiment melden. Ik was tweede luitenant bij de artillerie, en mijn eenheid lag in Oświęcim), vlak bij de Duitse grens. Iets aan de manier waarop het bevel bij me bezorgd werd, misschien het ongewone tijdstip of het feit dat het zoveel plannen in de war stuurde, baarde me ernstig zorgen.

Ik maakte mijn broer en mijn schoonzus wakker. Ze waren niet in het minst onder de indruk of geschrokken en ik voelde me met mijn doodserieuze gezicht een beetje opgelaten.

Terwijl ik me aankleedde en mijn spullen pakte, bespraken we de situatie. We kwamen tot de conclusie dat het waarschijnlijk maar om een beperkte mobilisatie ging. Een handvol onderofficieren werd onder de wapenen geroepen om de bevolking te doordringen van de noodzaak waakzaam te blijven. Mijn broer en mijn schoonzus raadden me aan niet te veel mee te nemen en mijn schoonzus protesteerde toen ik verschillende stelletjes winterondergoed wilde inpakken.
‘Je gaat toch niet naar Siberië,’ zei ze en keek me daarbij aan alsof ik een romantische schoolknaap was. ‘Binnen een maand zien we je weer terug.’

Daar vrolijkte ik een beetje van op. Wie weet werd het nog een leuk uitje. Ik herinnerde me dat OÅ›wiÄ™cim in een uitgestrekt, open landschap lag. Ik was een verwoed ruiter en verheugde me op het vooruitzicht daar op zo’n schitterend legerpaard doorheen te kunnen galopperen. Zorgvuldig pakte ik mijn mooiste rijlaarzen in. Steeds meer kreeg ik het gevoel dat ik me gereed maakte voor een luisterrijke militaire parade. Bijna overmoedig trof ik de laatste voorbereidingen. Tegen mijn broer merkte ik op dat het jammer was dat ze op dat moment geen oude mannen konden gebruiken. Hij protesteerde luidkeels en dreigde met handtastelijkheden als ik mijn brutale mond niet hield. Zijn vrouw riep ons toe niet zo kinderachtig te doen, en ik moest me uiteindelijk vreselijk haasten omdat we zoveel tijd hadden verspild.

Op het station leek het wel of alle mannelijke inwoners van Warschau zich daar hadden verzameld. Ik begreep al snel dat de mobilisatie slechts in zoverre ‘geheim’ was dat ze niet in het openbaar door middel van aanplakbiljetten was bekendgemaakt. Kennelijk waren er honderdduizenden mannen opgeroepen. Ik herinnerde me dat ik twee of drie dagen eerder het gerucht had opgevangen dat de regering overwoog vanwege de Duitse dreiging een algemene mobilisatie af te kondigen, maar dat ze daar na waarschuwingen van de vertegenwoordigers van Frankrijk en Engeland op was teruggekomen. Hitler mocht niet ‘geprovoceerd’ worden. Op dat moment vertrouwde Europa nog op concessies en verzoening. Maar aangezien de Duitsers onverholen doorgingen met hun aanvalsvoorbereidingen had de Poolse regering uiteindelijk toestemming gekregen voor een ‘geheime’ mobilisatie.

Dat alles kreeg ik pas later te horen. Op dat moment deed de herinnering aan het gerucht me even weinig als toen ik het voor het eerst hoorde. Om me heen stroomden duizenden mannen in burgerkledij de perrons op, en allemaal sleepten ze een gemakkelijk herkenbare ransel met zich mee. Ik zag honderden keurig geklede en goed geluimde reserveofficieren, van wie sommigen elkaar toewenkten of iets toeriepen terwijl ze zich naar de wagons haastten. Ik speurde om me heen naar een bekend gezicht en stapte, toen ik niemand zag die ik kende, maar alleen in.


Download het fragment als PDF

'We must tell our children about how this evil was allowed to happen—because so many people succumbed to their darkest instincts; because so many others stood silent.  But let us also tell our children about the Righteous Among the Nations.  Among them was Jan Karski—a young Polish Catholic—who witnessed Jews being put on cattle cars, who saw the killings, and who told the truth, all the way to President Roosevelt himself.  Jan Karski passed away more than a decade ago.  But today, I’m proud to announce that today I will honor him with America’s highest civilian honor—the Presidential Medal of Freedom.' - president Barack Obama bij de uitreiking van de Presidential Medal of Freedom aan Jan Karski

'Karski’s boek is een aangrijpend en belangrijk werk, dat met zijn sobere bewoordingen ook nu nog de lezer in de ziel kerft.' - Trouw

'Mijn bericht aan de wereld is adembenemende en meeslepende, autobiografische non-fictie. Met recht een klassieker.' - De Groene Amsterdammer

'Dit verhaal van dramatiek en heroïek wordt door Karski verteld in een serene en voorname stijl. Die ingehouden toon maakt zijn relaas des te indringender. Ook bijna 70 jaar nadat hij zijn boek schreef, sleept het de lezer mee door gebeurtenissen die even enerverend als ontstellend zijn. Deze uitgave van een belangrijk historisch document is meer dan welkom.' - NRC Handelsblad

'Een spannend, bijzonder verhaal. Met voortreffelijk nawoord van de Franse historica Céline Gervais-Francelle. Een ontroerend oorlogsverslag.' - de Volkskrant

'De ingetogen manier waarop Karski de toestand in het getto en die in het kamp beschrijft komt aan als een nekschot. De beschrijving van de chaos voor een treintransport in het doorgangskamp is bijna te realistisch om te verdragen. Mijn bericht aan de wereld is een belangwekkend tijdsdocument dat kan helpen om de cliché-opvattingen over Polen en het lot van de verschillende bevolkingsgroepen tijdens de Tweede Wereldoorlog te doorbreken.' - Nu.nl *****

‘Karski heeft de machthebbers van deze wereld onthuld wat de wereld niet wilde weten.’ – Jorge Semprún

‘Jan Karski was dapper en vastberaden. Hij vraagt van ons wat hij ook van zichzelf vroeg: dat we alle onrecht ter wereld onder ogen zien en onverschrokken optreden om het te bestrijden. De vrijheidmoet verdedigd worden, is zijn boodschap voor alle mensen die naar vrijheid streven.’ – Bill Clinton

‘Noch Eden noch Roosevelt heeft iets ondernomen. Vonden ze alles best wat Hitler deed?Waarom hebben ze niet op z’n minst de treinrails naar de concentratiekampen gebombardeerd?’ – Süddeutsche Zeitung

‘Mijn film Shoah bracht Jan Karski voor ons allen weer tot leven en gaf hem zijn plek in de geschiedenis terug.’ – Claude Lanzmann

'Het tijdsdocument is nog even actueel als in 1944 en leest als een spannende spionageroman. In een prima vertaling van Olaf Brenninkmeijer neemt de lezer kennis van het leven van de auteur tijdens de Duitse inval, zijn contacten met de Russen die hem uitleveren aan de Duitsers, zijn ontsnapping, zijn activiteiten als koerier voor de Poolse verzetsbeweging en zijn avontuurlijke reis door Europa op weg naar Engeland.' -NBD|Biblion

'Dit boek, dat in 1944 in de Verenigde Staten verscheen, en nu pas voor het eerst in een Nederlandse vertaling beschikbaar, is ronduit indrukwekkend. Karski heeft iets ongrijpbaars. Zijn cv als Poolse verzetsheld is ronduit indrukwekkend, zijn levensloop onnavolgbaar en zijn boek leest als een detective. Een onmisbare schakel in de Tweede Wereldoorlog literatuur.' - Ronnie Terpstra - Boekhandel van der Velde

‘Dit boek geeft zeer indrukwekkende antwoorden op enkele moeilijke morele kwesties – het zou nooit van de markt mogen verdwijnen. Bijzonder aan te bevelen!’ – Frankfurter Rundschau

‘Leest als een boeiend spionageverhaal van John Le Carré.’ – Die Tageszeitung

‘Een uitzonderlijk biografisch verslag dat niets aan kracht heeft ingeboet.’ – Le Figaro Littéraire

‘Het mislukken van zijn poging om de ogen van de wereld te openen voor de grootste misdaad van de vorige eeuw is onbegrijpelijk. Zijn boek is een eersteklas tijdsdocument. Je kunt het nooit genoeg lezers toewensen.’ – Frankfurter Allgemeine Zeitung

Barack Obama over Jan Karski

Samen met 13 anderen ontving Jan Karski postuum de hoogste onderscheiding in de VS: de Presidential Freedom Medal.

Bron: PenguinBlogAmsterdam.com

Artikel op Telegram.com

For many years the story of Jan Karski — a World War II Polish underground hero and one of the first people to provide eyewitness accounts of the Holocaust and warn the governments of the United States and United Kingdom — was ignored or simply forgotten.

Bron: Telegram.com

Persbericht Presidential Medal of Freedom voor Jan Karski

WASHINGTON, DC – Earlier today at the United States Holocaust Memorial Museum, President Barack Obama announced he will award a posthumous Presidential Medal of Freedom to Jan Karski, a former officer in the Polish Underground during World War II who was among the first to provide eye-witness accounts of the Holocaust to the world. The Medal of Freedom is the Nation’s highest civilian honor, presented to individuals who have made especially meritorious contributions to the security or national interests of the United States, to world peace, or to cultural or other significant public or private endeavors.

Bron: Whitehouse.gov

Weblogrecensie van Mijn bericht aan de wereld

It is an extremely well-written, captivating, thrilling and unsettling account of the Second World War.

Bron: Kinga-thebooksnob.blogspot.co.uk

Artikel in de Daily Mail

Eyewitness to genocide: He was first to warn of the Holocaust but no one believed him. How many lives could have been saved?

Bron: DailyMail.co.uk

Bespreking door Boekhandel van der Velde

Dit boek, dat in 1944 in de Verenigde Staten verscheen, en nu pas voor het eerst in een Nederlandse vertaling beschikbaar, is ronduit indrukwekkend. Karski heeft iets ongrijpbaars. Zijn cv als Poolse verzetsheld is ronduit indrukwekkend, zijn levensloop onnavolgbaar en zijn boek leest als een detective. Een onmisbare schakel in de Tweede Wereldoorlog literatuur.

Bron: Libris.nl

Item over Jan Karski bij OVT Radio

Onlangs verscheen de Nederlandse vertaling van het in 1944 door Jan Karski geschreven boek ‘Mijn bericht aan de wereld’. Geheime koerier, verzetsstrijder en eerste ooggetuige van de Holocaust’. Historicus Wim Berkelaar over Jan Karski, de geheimkoerier van de Poolse verzetsbeweging en de eerste die Eden, de Britse minister van Buitenlandse Zaken, en de Amerikaanse president Roosevelt in 1942 en 1943 informeerde over het getto van Warschau en de vernietigingskampen.

Bron: Geschiedenis24.nl

Bespreking in De Pers

Wat het boek uniek maakt is dat Karski de eerste buitenstaander is die getuige is van de Holocaust. Op verzoek van twee Joodse leiders, die de massamoord op hun volk bekend willen maken aan de wereld, gaat Karski in 1942 kijken in het getto van Warschau.

Bron: DePers.nl

Recensie op Nu.nl

Mijn bericht aan de wereld is een belangwekkend tijdsdocument dat kan helpen om de cliché-opvattingen over Polen en het lot van de verschillende bevolkingsgroepen tijdens de Tweede Wereldoorlog te doorbreken.

Bron: Nu.nl

Fragment op Athenaeum.nl

Op 18 oktober verschijnt de Nederlandse vertaling van Jan Karski's Mijn bericht aan de wereld. Vanavond kunt u al een uitgebreid fragment lezen, en uw exemplaar reserveren.

Bron: Athenaeum.nl

Recensie op NRCBoeken.nl

In 1999 kwam een Poolse vertaling uit van zijn inmiddels meer dan vijftig jaar oude memoires. Franse en Duitse edities volgden en nu is dus ook een Nederlandse vertaling van het Engelstalige origineel verschenen (annotatie en nawoord zijn uit de Duitse editie overgenomen). Deze uitgave van een belangrijk historisch document is meer dan welkom.

Bron: NRCLux.nl

Recensie op Nu.nl

Karski geeft een verbijsterend beeld van het werken van de geheime Poolse staat. Het is een stuk geschiedenis dat lang verborgen is gebleven. Misschien wel omdat het ook de nieuwe westerse machthebbers niet zo welgevallig was.

Bron: Nu.nl