BOEKEN

BOEK

Weg uit de USSR

Weg uit de USSR

Dato Turashvili

Acht jonge vrienden kaapten in 1983 een vliegtuig om uit Georgië te ontsnappen uit haat tegen de Russische bezetter en liefde voor de Georgische cultuur. De Russische veiligheidsdienst slaat genadeloos terug. Op een dag zegt iemand uit de vriendengroep Wat de anderen allang denken: ‘Wij moeten hier weg! Dit land is een Sovjetgevangenis geworden!’ Naïef en overmoedig bedenken zij het plan om op de bruiloft van Gega een vliegtuig met vakantiegangers te kapen en hen naar Turkije te ontvoeren. Wapen: een speelgoedpistool.

Hun plan is te amateuristisch. Ze hebben de Russische veiligheidspolitie en de KGB-agenten zwaar onderschat. Een speciaal commando weigert te onderhandelen en bestormt de vlucht Aeroflot 6833. Ze schieten de magazijnen van hun Kalasjnikovs leeg.

Verzet: geen. Doden: acht. De meeste kapers worden levend gearresteerd. Vonnis na een kort showproces: executie. Gega wordt als eerste omgebracht. De lichamen worden op een onbekende plek begraven. Nadat Georgië onafhankelijk is geworden, wijst de toenmalige grafdelver de nabestaanden de plek aan waar Gega en zijn vrienden zijn begraven. Bij het opgraven van de doden blijkt dat hun spijkerbroeken geen enkel teken van verval vertonen.

Ten tijde van de gebeurtenissen waren de reacties van de Georgiërs verdeeld. Deels zagen ze in de jonge kunstenaars, die allemaal uit de betere kringen kwamen, gewoon terroristen, deels vonden ze het leven onder het Sovjetregime zo ondragelijk dat ze begrip voor de ‘moedige actie’ hadden. In zijn pakkende roman geeft Turashvili dat vraagstuk weer aan de lezer en opent hij een venster naar een vergeten en (voor ons) onbekend land aan de rand van Europa.

Ook verkrijgbaar als ebook

   

Introductie

Toen ik dit boek publiceerde, hield ik geen rekening met de eventuele relevantie ervan voor het politieke klimaat na de val van het communisme. Ik geloofde, vrij naïef, dat het Sovjetverleden van Georgië sinds het uiteenvallen van de USSR niets dan een bittere herinnering zou zijn. Ik had het fout. Het verleden blijkt je te kunnen achtervolgen, zeker wanneer je er zelf geen afstand van kunt nemen.

We hebben weliswaar afstand genomen van een land en van een tijd, maar we zijn er niet in geslaagd om onze mentaliteit mee te laten veranderen. Die is blijven hangen in de tijd van de Sovjet-Unie, ‘het imperium van het kwaad’, de superstaat die als eerste de kosmos veroverde maar er niet in slaagde een degelijke spijkerbroek te produceren – vandaar dat de staat zo ver ging om de productie ervan te verbieden.

De verboden spijkerbroeken oefenden grote aantrekkingskracht uit op de jongeren. Ze moesten en zouden jeans in hun bezit krijgen, hoe dan ook, en de smokkelhandel bloeide. Zo nu en dan dook er een echt Amerikaans exemplaar op in de stapels die vanuit de hele wereld verzameld werden, maar in die dagen werd elke spijkerbroek als Amerikaans beschouwd. Doordat de Sovjetpropaganda vooral gericht was tegen Amerikaanse waarden, ging de Sovjetmens geloven dat men gelukkig werd als spijkerbroeken volop beschikbaar waren.

Het omgekeerde leek waar te zijn: de Sovjetstaat ontzegde zijn burgers het recht op persoonlijk bezit. Geen spijkerbroeken, geen geluk. Je was eigenlijk pas vrij als je in je graf lag; pas dan werd je niet meer in je vrijheden beperkt door de autoriteiten. Omdat zelfs zij uiteindelijk een graf nodig zouden hebben, werd het recht daarop niemand ontzegd.

Tegen deze politieke achtergrond begon de Georgische mentaliteit te veranderen, te verslechteren vooral. Terwijl Georgische graven eeuwenlang eenvoudig en bescheiden waren geweest, begonnen mensen ze nu uitbundig te decoreren met marmeren banken en tafels, motorfietsen en zelfs auto’s. De Georgiërs verzorgden en beschermden hun pronkstukken met overdreven ijver, alsof het woonhuizen betrof. De Sovjetautoriteiten lieten deze excentriciteiten oogluikend toe: de principes van het regime reikten niet tot de uithoek van Georgische begraafplaatsen.

Er werd meer respect betuigd aan de doden dan aan de levenden, zo bleek pijnlijk genoeg uit deze graven. Om er zeker van te zijn dat je een graf zou krijgen moest je wel een natuurlijke dood sterven. Als je werd geëxecuteerd voor een begane misdaad werd je wel begraven, maar niet in een graf. Sinds de jaren twintig hebben duizenden terdoodveroordeelden hun eeuwige rustplaats gevonden in ongemarkeerde vlaktes, overal in het land. Vaak wisten zelfs de grafdelvers die opdracht kregen een diep gat te graven – geen graf, maar een gat – later niet meer waar ze dat hadden gedaan. Er waren nauwelijks herkenbare oriëntatiepunten, en het werk werd veelal ’s nachts verricht.

Des te mysterieuzer was het dat een van die grafdelvers, vijftien jaar na het graven, een dorre vlakte aanwees als de plek waar Gega Kobachidze begraven lag. Al die tijd had hij dat geheimgehouden, maar nu deelde hij zijn kennis met Gega’s moeder. God weet hoeveel mensen er in de tussenliggende jaren bij haar hebben aangeklopt, fluisterend dat ze wisten waar Gega was, maar nu voelde ze dat ze niet werd voorgelogen.

Dat was onmogelijk, want over het gezicht van deze man hing een schaduw van pijn en herinneringen aan alles waarvan hij getuige was geweest. Natela Matsjavariani besefte dat hij zelf in zekere zin al dood was en dus op de hoogte moest zijn van het lot van de andere doden. De moeder van Gega had al die jaren mensen geloofd die beweerden haar kind te kunnen opsporen. Ook diegenen van wie ze vermoedde dat ze in opdracht van de KGB bij haar langskwamen. Ook diegenen die in ruil voor informatie een beloning vroegen en later niet kwamen opdagen op de afgesproken plaats in het station van Moskou of Leningrad. Dan zette ze de tocht naar Siberië of de noordelijke kampen in haar eentje voort.

De dood als waarheid aanvaarden is bijzonder moeilijk, zeker als het de dood van een kind betreft. De dood van een kind is onwerkelijk, en al helemaal wanneer een officiële doodverklaring uitblijft. Maar hoop kan niemand je ontzeggen en die kun je je hele leven koesteren. Hoop geeft je de kracht om te blijven zoeken naar je ter dood veroordeelde kind, dat mogelijk toch niet is doodgeschoten maar ergens in Siberië verblijft, in een verafgelegen kamp, weliswaar veroordeeld tot levenslang, maar levend en wel.

In de loop der jaren doken er altijd weer mensen op die beweerden dat ze Gega (of een van de anderen) in een gevangenenkamp gezien hadden, en keer op keer trokken de ouders er naartoe. Niet omdat ze geloofden dat je in die vreselijke, oneindige Sovjet-Unie doodgeschoten kinderen kon terugvinden, maar om te voorkomen dat de hoop verloren zou gaan.

En toen de hoop uiteindelijk toch verloren was gegaan, dook de grafdelver op.
De ouders besloten dat ze liever de waarheid kenden, ook al was het de meest gevreesde waarheid, en dat ze wilden weten waar hun kinderen precies waren, ook al waren ze vermoord. Natela zag meteen dat deze man iets wist, in elk geval meer dan alle anderen die bij haar over de vloer waren geweest bij elkaar. Natela begreep ook meteen dat deze man hun hoop zou begraven.

Ze begonnen aan de tocht, een kleine groep. In het geheim, want de man die toentertijd secretaris van het Centraal Comité was, was nu de president (tijdens zijn doop door de patriarch naar de patroonheilige van het land Giorgi genoemd, in plaats van Edoeard). Uitgerekend hij zou kunnen vertellen waar, wie en hoe er precies was terechtgesteld, maar uitgerekend hij zweeg.

Het was koud, maar de vrouwen lieten zich nergens door afschrikken, niet door de kou en ook niet door de natte aarde waarin ze samen met de mannen aan het graven waren. Het regende. Af en toe klaarde het wat op, maar de aarde bleef modderig. Het gehijg van de zwoegende ouders verspreidde zich al snel zich over de onmetelijke vlakte.

Natela verbaasde zich over de precisie van de grafdelver. Ze probeerde zijn gezicht in haar geheugen op te slaan, maar dat was onmogelijk; de grafdelver had geen gezicht. De open vlakte was een onmetelijke, reusachtige begraafplaats, waar vroeger elke nacht lijken uit de stad werden begraven, lijken van mensen die gedurende tientallen jaren waren geëxecuteerd zonder dat de Sovjet-Unie hun identiteit bekendmaakte of voor een kist zorgde.

De verbazing was dan ook groot, ook bij de grafdelver, toen het kille metaal van zijn spade tegen een kist stootte. Pas op dat ogenblik herinnerde hij zich dat ze heel soms, bij wijze van uitzondering, terdoodveroordeelden in een kist in de grond lieten zakken. Nu herhaalde hij met hernieuwde moed de zin die het groepje hierheen geleid had: hij wist precies waar Gega Kobachidze begraven lag. De kist was van metaal en niet, zoals gebruikelijk was, van hout. Het geluid maakte Gega’s vader Misja Kobachidze misselijk, zo misselijk dat de vrouwen hem water wilden geven, maar er was geen water.

Er was zelfs geen dorp in de buurt. Sterker nog: plotseling wist niemand meer uit welke richting ze waren gekomen en waar de weg langs de vlakte naartoe liep. Toen ze uit Tbilisi kwamen, probeerde ieder voor zich de weg te onthouden, maar zodra ze het metalen geluid van de doodskist hoorden verdween die weg in het niets en kwamen ze terecht in een onbekende stad, een stad die hier al sinds 1921 lag, helemaal niet zo ver weg van Tbilisi. Dit was een ondergrondse stad die overdekt was met veldbloemen en aan de onderkant de recente twintigste-eeuwse geschiedenis van Tbilisi en van Georgië verborg. Vele dissidenten belandden rechtstreeks in deze ondergrondse wereld. Hier werden de mensen begraven die zelfs toen ze nog leefden geen water kregen van de overheid.

Niemand begreep dan ook waar de grafdelver water vandaan haalde voor Misja Kobachidze. Nog een paar minuten en de kist zou worden geopend. Hoe vaak hadden de ouders van Gega Kobachidze in gedachten dat moment al niet beleefd?

Het waren uiteindelijk anderen die de kist openmaakten. Natia Megrelisjvili herkende de overledene meteen. Maar het was niet Gega Kobachidze.

Voordat op die regenachtige dag in 1999 het groepje mensen met uiterst gespannen en bange gezichten in die open vlakte naar het graf van Gega Kobachidze ging zoeken, was er in de wijde omgeving niets wat erop wees dat daar iemand begraven lag. Op het stilzwijgen van Natela antwoordde de man met het zonderlinge gezicht met luide stem: ‘Dit moet de goede plek zijn. Ik weet het zeker.’

‘Er is vijftien jaar voorbijgegaan,’ sprak iemand.
‘Hier moet Gega’s graf zijn. Ik weet het heel zeker.’

Ze gingen zonder een woord te spreken verder met graven en hun gehijg hield aan totdat iemand met zijn spade tegen een kist stootte. Het geluid deed iedereen verstijven. Even maar. Ze gingen door met graven en tilden de kist uiteindelijk uit de grond.

Toen de mannen het deksel van de kist oplichtten, draaide een van de vrouwen zich om in afwachting van de reactie van de mannen. De mannen keken stomverbaasd naar het lijk dat na al die jaren moeilijk te herkennen was. Maar Natia Megrelisjvili zei vastberaden: ‘Dit is niet Gega.’

Verrast door haar stelligheid keken de anderen opnieuw in de kist, en ze zagen nu pas dat de overledene een spijkerbroek droeg die de tand des tijds had doorstaan. Boven de rechterknie was een stralende zon getekend.

Eka Tsjichladze had niet durven dromen dat ze Soso Tsereteli ooit zou terugzien. Hij droeg dezelfde spijkerbroek als vijftien jaar daarvoor, toen ze hem voor het laatst had gezien, een paar dagen voor de vliegtuigkaping.


Download het fragment als PDF

'Dato Turashvili, een van de leiders van het bloedig onderdrukte Georgische studentenprotest van 1989, heeft nu een zeer geslaagde roman over die kaping geschreven. Ronduit indrukwekkend is het personage van de 33-jarige monnik Tevdore, die als zelfverkozen ‘biechtvader’ van de kapers de schuld op zich neemt en hoopt dat zij daardoor de doodstraf kunnen ontlopen.' - NRC Handelsblad ****

'Een tragisch, fascinerend stuk Sovjetgeschiedenis dat nauwelijks bekend is.' - De Standaard ***

'Een verbijsterend boek. Turashvili onderzocht de geruchtmakende en uiterst gewelddadig beëindigde vliegtuigkaping in 1983 door acht jonge Georgiërs en schrijft erover in romanvorm. Ondanks alles wat we al wisten van het Sovjetregime, toch schokkende lectuur.' - Noordhollands Dagblad ***

'Dato Turashvili is een bekendheid in Georgië en Weg uit de USSR is een van de meest gelezen romans. Het is bewerkt tot theatervoorstelling en wordt dit jaar verfilmd. Lees het en je begrijpt waarom. Al weet je vanaf de eerste bladzijde dat het desastreus zal aflopen, het doet aan de spanning niets af. Turashvili gebruikt een lichte toon en het verhaal is doorweven met romantiek, poëtische beelden en humor. Er is veel ruimte voor dialoog en dat geeft lucht aan het dramatische verhaal. Het geeft de schrijver ook de vrijheid om de jongeren een eigen persoonlijkheid te geven en een mogelijk antwoord op hun wilde daad, die veel wegheeft van een gezamenlijke zelfmoordactie. Het boek is geen heiligverklaring. Turashvili beschrijft, kleurt in en romantiseert, maar nergens veroordeelt of verheerlijkt hij zijn personages. Weg uit de USSR is een prachtige roman en verdient ook bij ons een groot lezerspubliek.' - 8weekly.nl ****1/2

'Het is een schokkend verhaal. Vooral omdat de mensen in Weg uit de USSR zo leuk en jong en vol dromen zijn. Lees dit indrukwekkend verhaal over jonge mensen die een vuist maken. Over ouders die met de handen voor de ogen luisteren naar wat de rechter beslist. Dapper en tragisch. Ik was er zeer door geraakt. Vooral als je bedenkt dat slechts zes jaar na de kaping de Muur viel. Ik geef een 9.' - Marleen Janssen

‘Back in the USSR: een verbod op spijkerbroeken, popmuziek in het geheim en een hopeloos mislukte vliegtuigkaping. Turashvili maakt er een tragikomisch meesterwerk van.’ – Chris Keulemans

'Dato Turashvili heeft een belangwekkend, knap geconstrueerd tijdsdocument geschreven. Hij schrijft het allemaal laconiek en met veel vaart op. De wreedheid komt daardoor dubbel en dwars aan. Dit boek leest bijzonder goed weg.' - Literatuurplein.nl

Boek van de Week door Marleen Janssen voor Libelle

Georgië is voor mij een ver-van-mijn-bedshow. Na het lezen van Weg uit de USSR denk ik daar anders over. Dat verre, vreemde land, ergens onderaan Rusland, heeft een menselijk gezicht gekregen.

Bron: Marleensboekvandeweek.nl

Recensie op LiterairNederland.nl

Aansprekend is hij zeker en de vertelstijl van Turashvili is sober en direct. De lezer blijft niet onberoerd door zijn verhaal.

Bron: LiterairNederland.nl

Bespreking op 8weekly.nl

Het boek is geen heiligverklaring. Turashvili beschrijft, kleurt in en romantiseert, maar nergens veroordeelt of verheerlijkt hij zijn personages. Weg uit de USSR is een prachtige roman en verdient ook bij ons een groot lezerspubliek.

Bron: 8weekly.nl

Bespreking op Literatuurplein.nl

De Georgische schrijver Dato Turashvili (1966) heeft met zijn boek Weg uit de USSR een belangwekkend, knap geconstrueerd tijdsdocument geschreven over de achtergronden van de poging tot het kapen van een vliegtuig op 18 november 1983 door zeven jonge Georgische intellectuelen die de knoet van Moskou beu waren.

Bron: BibliotheekEindhoven.nl

Blogbespreking over Weg uit de USSR

Ik ben blij dat hij dat gedaan heeft en, bovendien, dat een Nederlandse uitgever het heeft laten vertalen. Zo kunnen wij vrije Nederlanders het verhaal lezen van deze wanhopige jongeren, idealistisch maar naïef, die iets voor ogen hadden dat ook in 1983 al voor het grijpen leek. Een korte, aangrijpende episode uit de nadagen van de USSR.

Bron: JacobdeZoet.nl

Bespreking door Herm Pol in De Avonden

Herm Pol bespreekt Weg uit de USSR van de Georgische schrijver Dato Turashvili, een roman over een mislukte vliegtuigkaping in Georgië.

Bron: VPRO.nl

Bespreking op Literatuurplein.nl

De Georgische schrijver Dato Turashvili (1966) heeft met zijn boek Weg uit de USSR een belangwekkend, knap geconstrueerd tijdsdocument geschreven over de achtergronden van de poging tot het kapen van een vliegtuig op 18 november 1983 door zeven jonge Georgische intellectuelen die de knoet van Moskou beu waren.

Bron: Literatuurplein.nl

Vermelding van de verfilming op IMDB

Het boek wordt op dit moment verfilmd met o.a. Jason Flemyng (X-Men, The Curious Case of Benjamin Button, The League of Extraordinairy Gentlemen, Snatch, Lock, Stock and Two Smoking Barrels, Clueless), Armand Assante (American Gangster, NCIS, ER), Steven Berkoff (The Borgias, The Girl With the Dragon Tattoo, The Tourist, A Clockwork Orange) en Michiel Huisman (De co-assistent, Zwartboek, Phileine zegt sorry, Costa).

Bron: IMDB.com
)