BOEKEN

BOEK

We gaan als het donker wordt

We gaan als het donker wordt

Sherko Fatah

De schoonheid en de gruwel van het moment liggen dicht bij elkaar in We gaan als het donker wordt. Kerim wil kok worden en later het eetcafé in de stille bergen aan de Irakese grens van zijn vader overnemen. Wanneer zijn vader (een Koerd) door de geheime dienst wordt vermoord, nemen jihadstrijders ‘de zorg’ voor de jongen over. Na een paar maanden trainingskamp slaagt hij erin te vluchten.

Wanneer hij na een adembenemende odyssee eindelijk aankomt bij een verre oom in Berlijn, verandert de avonturenroman in een eigentijds en grootstedelijk verhaal. Kerim leert snel, maar toch blijft de westerse wereld hem vreemd. Zijn ideeën over de liefde sluiten niet aan bij de opvattingen van een zelfbewuste Berlijnse studente. Hij ondervindt de eenzaamheid en ervaart – bijna tegen zijn zin – zijn religie als een ‘gevoel van thuis zijn’. Dat heeft onvoorziene gevolgen. Het verleden laat hem niet los.

We gaan als het donker wordt is een adembenemend verhaal, beklemmend om te lezen. Je gelooft, ziet, hoort en ruikt het allemaal. De walm van schapenvet in de herberg. De verbrande bergen, de rotsspelonken, de gammele afstandsbediening van een stuk speelgoed, waarmee de jihadstrijders een menselijke bom tot ontploffing brengen. De enorme overvloed en de verwarrende snelheid van Berlijn. En de aantrekkingskracht van een religie die je verlost van alle overvloed en alle verlokkingen.

   

Het was op een zomerdag, heet, maar omdat het zo winderig was, merkte je dat nauwelijks. De schaduwen van wolken ijlden donker over de vlaktes en heuvels, alsof er luchtschepen langs de diepblauwe hemel dreven. Misschien was het de mooiste dag van zijn leven, niet vanwege het montere licht en de zachte wind, nee, op deze late, traag verstrijkende dag voelde hij voor het eerst de diepe rust die wordt opgewekt door schoonheid, en tegelijkertijd ervoer hij haar vergeefsheid.

In deze tijd van het jaar trokken de oude vrouwen eropuit om geneeskrachtige kruiden te zoeken. Ze wisten wanneer ze voor welk gewas naar welke plek moesten gaan. Ver hoefden ze niet te klimmen, alleen de heuvels op. Daar zag hij ze, een kleine colonne, die zoals al zo vaak de nooit helemaal overwoekerde paden volgde. Ze praatten en lachten luid, hier buiten waren ze eindelijk helemaal onder elkaar, voor een paar uur ver weg van ruimtes en regels. Als ze om zich heen hadden gekeken, was ook hun de ongereptheid opgevallen van de wilde grassen, de bloemschermen en de warme stenen. Maar ze zwierden met hun manden, en hun kleurrijke gewaden wapperden in de wind, ze waren te druk met elkaar.

Bijna benijdde hij ze erom dat ze zo opgingen in de dag, die als een enorm open raamwerk om hen heen stond. Hij liep achter ze aan toen ze achter de heuvels verdwenen, alleen maar om ze nog langer te kunnen zien, klein, maar niet verloren, en bleef op de heuvel staan. Hier buiten had hij niet meer het gevoel van afgescheidenheid, van een rauwe woestenij, hij zag het landschap als een geopende hand. Hij ademde zwaar. Ik ben nog een kind, dacht hij even, mijn longen zijn niet ruim genoeg voor deze dag. En zelfs al zouden ze dat zijn, dan nog kan ik, zo voelde hij, nooit ver genoeg in hem binnengaan.

De vrouwen hadden zich in de verte verspreid en waren begonnen met kruiden verzamelen. Als een zwakke echo, door de rotsen meer opgeslokt dan teruggekaatst, dook het geluid op. Het was een helikopter, zo beschenen door het late licht dat zelfs zijn schutkleur vrolijk leek. Met zijn hand schermde hij zijn ogen af en keek omhoog. Hij zag de hoofd- en de staartrotor en nam het aanzwellende dreunen waar. Maar niets, ook deze machine niet, was in staat de diepe vrede boven de heuvels te verstoren.

De helikopter vloog voorbij, kwam terug en maakte een grote cirkel boven hem. Voor het open zijluik hurkten twee soldaten, eentje zwaaide er naar hem. Alles kon gebeuren op deze dag en dus zwaaide hij zonder angst terug. De helikopter legde zijn baan af en daalde onwerkelijk langzaam op de aarde neer. Heimelijk had hij de kinderwens voelen opkomen en nu werd die werkelijkheid: hij landde, ver weg weliswaar, maar hij landde. Misschien nemen ze mij mee, was zijn volgende gedachte, misschien mag ik met hen mee vliegen.

Hij begon te lopen, al wenkend en roepend, stootte tegen scherpe stenen en stekelige distelbosjes, maar niets deed hem struikelen en niets stak hem. Ver voor hem werd de helikopter in opwervelend zand gehuld, dorre halmen zeilden door de lucht. Het is te ver, ik red het niet, dacht hij toen hij de beide soldaten eruit zag springen en gebukt naar de vrouwen toe zag lopen. Die hadden hun manden neergezet, de handen op de heupen geplaatst of tegen het voorhoofd gelegd, en keken naar de naderende mannen. Hij zag hoe de soldaten hen naar de helikopter dreven, hij zag het onduidelijk door het stof, en toen bleef hij staan.

Ik red het niet, dacht hij nog een keer met spijt, maar het was alleen al een troost dat het was gebeurd, het volkomen uitzonderlijke. Hij stond daar en zag ze opstijgen, schoksgewijs eerst, dan gestaag, alsof ze de lucht in werden getrokken, tot ze de stofwolken onder zich lieten. Heel soepel kantelde de helikopter en maakte opnieuw een wijde boog, schroefde zich geleidelijk hoger en hoger, tot hij bevrijd in de lucht wegdreef. Hij keek hen na en wenkte nog een keer. En warempel, de machine kwam weer terug, het dreunen werd luider en luider tot hij zijn oren dichthield. Met het hoofd in de nek zag hij de vrouwen. Daar vielen ze, de een na de ander stortte uit het luik, met gespreide armen glansden ze op in het licht, en als om ze tegen te houden trok aan hun gewaden de wind.

‘Wie van mening is dat er een direct verband bestaat tussen de islam en geweld, zal dit bevestigd vinden in We gaan als het donker wordt. Wie meent dat deze relatie niet dwingend is, kan na lezen van deze boeiende, deels beklemmende roman eveneens zeggen dat hij gelijk heeft.’ – de Volkskrant ****

'Fatah weet vooral de ontheemding van ballingschap op indringende manier van binnenuit voelbaar te maken. Na een overdonderende proloog, waarin hij in een onvergetelijke scène de terreur tegen de Koerden verbeeldt, vertelt Fatah het verhaal van Kerims jeugd.' - **** Het Parool

'Dat Fatah een meesterverteller is, hoeft na de eerste tweeëneenhalve bladzijde verder geen betoog. Het mooie is dat hij dat meesterschap de volle lengte van de roman weet vol te houden.' - Mo.be

Sherko Fatah in VPRO Nieuwkomers

'We gaan als het donker wordt' van Sherko Fatah, die in 1964 in Berlijn werd geboren. Hij groeide op in de voormalige DDR als zoon van een Koerdische immigrant en verhuisde in 1975 naar West-Duitsland. In Berlijn studeerde hij filosofie en kunstgeschiedenis. We gaan als het donker wordt was zijn doorbraak. Het boek gaat over een Koerdische jongen die in Berlijn ten prooi valt aan de verlokkingen van het fundamentalisme. Simpelweg omdat het een mogelijkheid is om te ontsnappen aan de eenzaamheid die zijn leven in de grote stand kenmerkt. Hoe gevaarlijk kan de grote stad zijn voor een immigrant?

Bron: boeken.vpro.nl

Bespreking door boekhandel Quist

Absoluut een aanrader!

Bron: Quistboeken.nl

Interview op Lezen.tv

Hij is opgegroeid in de toenmalige DDR en later de Bondsrepubliek en kind van een Koerdische vader en een Duitse moeder: Sherko Fatah schreef een huiveringwekkende roman over het lot van een jonge Koerd uit het noorden van Irak, op de vlucht naar het Westen voor religieus fanatisme: een gesprek over parallellen in het fanatisme van de Bushes en de islamisten.

Bron: Lezen.tv

Bespreking op CuttingEdge.be

Met 'We gaan als het donker wordt' schreef Sherko Fatah één van de beste boeken van de Literaire Lente 2010.

Bron: CuttingEdge.be

Bespreking op Dizzie.nl

De schoonheid en de gruwel van het moment liggen dicht bij elkaar.

Bron: Dizzie.nl

Recensie op NRCBoeken.nl

Wie zich aangetrokken voelt door islamitisch extremisme, hoeft geen schurk te zijn. Kerim, de held uit de nieuwe roman van Sherko Fatah, heeft sympathieke trekken. Hij is oplettend, serieus en gevoelig. Schoonheid raakt hem evenzeer als het leed van dieren. Toch gaat hij in de fout. Hoe kan dat?

Bron: NRCBoeken.nl

Recensie op Parool.nl

Het mooie van maatschappelijk geëngageerde romans is niet zozeer hun engagement als wel dat ze - mits goed geschreven - het surplus van de literatuur laten zien.

Bron: Parool.nl

Interview op Mo.be

De Duits-Koerdische schrijver Sherko Fatah was vorige week te gast in Passa Porta om te vertellen over zijn jongste roman, die in het Nederlands vertaald werd als “We gaan als het donker wordt”.

Bron: Mo.be

Bespreking op Athenaeum.nl

Ontbindende lijken liggen midden op straat en vallen ten prooi aan dieren. Een straathond kromt zijn lichaam en kotst een hand van een mens uit, of wat daarvan over is.

Bron: Athenaeum.nl

Bespreking op AVRO Opium.nl

Het boek opent met een gruwelijke scene maar later lees je dat de vader tegen Kerim zei: "Praat er nooit meer over en denk er nooit meer aan, dan zal het een droom lijken." Ja dat mocht je willen, zo lopen de hazen niet.

Bron: Cultuurgids.avro.nl

geselecteerd voor de longlist van De Groene Waterman Prijs 2010