BOEKEN

BOEK

Wat nu, kleine man

Wat nu, kleine man

Hans Fallada

In weerwil van de grote economische crisis van de jaren twintig geloven verkoper Johannes Pinneberg en zijn vrouw Engeltje in het geluk. Maar dat geluk wil – kort voor de opkomst van de nationaalsocialisten – maar niet komen. Pinneberg is amper met zijn Engeltje getrouwd en de eerste problemen doen zich al voor. De strijd om het overleven begint en het kleine jongetje heeft melk en schone luiers nodig.

Als verkoper op de afdeling herenkleding in het warenhuis leert Pinneberg: de kleine man moet werken als een paard – of hij vliegt eruit. En Pinneberg vliegt eruit omdat hij te weinig omzet haalt. Hij, die zich superieur voelt aan de ‘kleine luiden’, moet zich aansluiten bij het leger van miljoenen werklozen. Maar Engeltje, zijn lieve en dappere vrouw, geeft niet op en neemt het heft van het leven van haar vertwijfelde man in handen.

Wat nu, kleine man? is naast Alleen in Berlijn Fallada’s beroemdste werk en neemt ons mee naar de roerige jaren twintig van de vorige eeuw. De tijd van de beurskrach en massawerkloosheid, maar ook van versnelling en vooruitgang met neonreclame, film, jazz, protestmarsen van werklozen – en knokploegen van de nazi’s.

De lezer wordt opnieuw geboeid door de schijnbaar simpele verteltrant, die vaak een bijna filmisch effect heeft. Van deze roman over de liefde en de angst voor sociale neergang zijn miljoenen exemplaren verkocht. De schrijver is er wereldberoemd door geworden en het boek is tot nu toe viermaal verfilmd. Net als Alleen in Berlijn is ook Wat nu, kleine man? wereldwijd herontdekt. Het boek is actueler dan ooit.

Ook verkrijgbaar als eboek

   

Het is vijf minuten over vier. Pinneberg heeft het juist geconstateerd. Hij is een knappe, blonde jongeman en staat voor nr. 24 in de Rothenbaumstrasse te wachten.

Het is dus vijf minuten over vier en om kwart voor vier heeft Pinneberg met Engeltje afgesproken. Pinneberg heeft zijn horloge weer in zijn zak gestopt en kijkt ernstig naar een schild, dat naast de deur van nr. 24 in de Rothenbaumstrasse is aangebracht. Hij leest:

Dr. SESAM, Vrouwenarts
Spreekuren van 9 –12 en van 4 – 6 uur

‘Nou! En nou is het al weer vijf minuten over vier. Als ik nu nog een sigaret opsteek, komt Engeltje natuurlijk net om de hoek. Kan ik dus beter laten. Het wordt vandaag toch al weer zo’n dure dag.’

Hij kijkt een andere kant op. De Rothenbaumstrasse heeft maar aan één kant huizen, en aan de andere kant loopt eerst een zijweg, dan een strook groen, dan een kade en dan de Strela, die hier al flink breed is, vlak vóór ze in de Oostzee uitloopt. Er komt een frisse wind van de waterkant, de groene takken bewegen heen en weer en de bomen ruisen even.

‘Zó moest je kunnen wonen,’ denkt Pinneberg. ‘Die Sezam heeft vast wel zeven kamers. Zo’n vent moet toch heel wat verdienen. Die betaalt toch zeker wel.’ tweehonderd mark huur. Misschien wel driehonderd.’ Maar wat kan mij dat eigenlijk schelen. Tien minuten over vier!’

Pinneberg grijpt in zijn zak, neemt een sigaret uit zijn koker en steekt die op.
Om de hoek komt Engeltje aanvliegen, in een geplisseerd wit rokje en een shantoeng blouse, zonder hoed, met verwaaide haren.
‘Dag jongen. Ik kón heus niet eerder. Ben je kwaad?’

‘Welnee, helemaal niet. We zullen alleen beestachtig lang moeten wachten. Er zijn zeker dertig mensen binnengegaan, zolang ik hier sta.’
‘Die moesten misschien niet allemaal bij de dokter zijn. En wij hebben toch afgesproken.’

‘Zie je wel, dat het toch goed was, dat we vooruit afgesproken hebben?’
‘Natuurlijk was dat goed. Je hebt immers altijd gelijk, jongen!’ En op de trap neemt ze zijn hoofd tussen haar handen en zoent hem onstuimig. ‘God, wat ben ik blij, dat ik je weer zie, jongen. Verbeeld je, bijna veertien dagen!’
‘Ja Engeltje, ik ben ook ineens helemaal opgekikkerd.’

De deur gaat open en in de halfdonkere vestibule staat een witte gedaante voor hen, die snauwt: ‘Ziekenbriefjes!’
‘U kon ons eerst wel eens binnenlaten,’ zegt Pinneberg, en duwt Engeltje voor zich uit. ‘Bovendien komen we hier niet van het fonds. Ik heb met de dokter afgesproken. De dokter weet ervan. Pinneberg is mijn naam.’

Als de gedaante ‘niet van het fonds’ hoort, gaat haar hand omhoog en het licht in de vestibule aan. ‘Dokter komt dadelijk. Een ogenblikje alstublieft. Wilt u hier zolang even wachten?’
Ze gaan naar een deur en passeren een andere, die halfopen staat. Dat is zeker de gewone wachtkamer en daar zitten waarschijnlijk de dertig mensen die Pinneberg naar binnen heeft zien gaan. Ze kijken allemaal naar hen en er gaan allerlei stemmen op:

‘Heb je ooit zoiets beleefd!’
‘Wij zitten hier al veel langer!’
‘Betalen we daarvoor ons ziekenfonds?!’
‘Die rijke stinkerds zijn toch zeker niks meer of minder dan wij!’

De zuster gaat naar de deur. ‘Ik verzoek u beleefd, u kalm te houden, u hindert de dokter met dat lawaai! Het is bovendien helemaal niet zoals u denkt. Dit is de schoonzoon van de dokter met zijn vrouw. Is het niet zo?’

Pinneberg glimlacht gevleid, Engeltje maakt gauw dat ze bij de andere deur komt. Een ogenblik is het stil.
‘Gauw nu maar!’ fluistert de zuster en duwt Pinneberg naar binnen. ‘Die fondspatiënten denken, dat ze maar alles kunnen zeggen voor dat beetje geld, dat er voor hen betaald wordt.’

De deur gaat dicht en de ‘jongen’ en Engeltje staan in een roodpluche kamer.
‘Dat is zeker zijn eigen salon,’ zegt Pinneberg. ‘Hoe vind jij dat nou? Verschrikkelijk ouderwets, vind ik.’

‘Ik vond het zó akelig,’ zegt Engeltje. ‘We zijn toch anders ook fondspatiënten. Nou hoor je eens, hoe ze daar bij de dokter over praten.’
‘Wind je toch niet op,’ zegt hij. ‘Dat is nu eenmaal zo. Met ons burgermensen doen ze wat ze willen.’

‘Maar zoiets ergert me zo.’


Download het fragment als PDF

'Er zit veel vaart in Wat nu, kleine man? De toon van Fallada is subtiel, aangenaam en schurend tegelijk. De donkere wolken van de jaren die gaan komen pakken zich op de achtergrond al samen. Fallada’s epos heeft nog niets aan kracht ingeboet. Een uitstekende integrale vertaling van Anne Folkertsma.' - Nu.nl *****

'Fallada's stijl blijft zelfs na vertaling overeind: journalistiek, filmisch en vooral meeslepend. Fallada is een van de weinige schrijvers die op een meeslepende manier universele thema's kan behandelen zonder dat het geforceerd aandoet. En ook Wat nu, kleine man? bewijst dat Fallada tot de groten in de wereldliteratuur behoort.' - De Standaard *****

'Deze roman is ook een ode aan de liefde en aan de vrouw. Engeltje is de sterkere.' - de Volkskrant *****

'Hoewel omgeven door mensen die met list en verraad hun hoofd boven water weten te houden, bewaren Hans en zijn Lammetje hun fatsoen. Dat helpt hun niet. Ze worden vermalen in de molens van de crisis. Hun lot is armoede, vernedering en sociale neergang. Met grote precisie schildert Fallada de mechanismen van dat onomkeerbare proces.' - Trouw

'Zelden hebben echtelieden in de literatuur zo’n grote genegenheid voor elkaar gevoeld en uitgesproken als hier bij Fallada. In deze lofzang op onvoorwaardelijke liefde en trouw is Fallada’s roman uniek en waardevol.' - Reformatorisch Dagblad

'Pijnlijk realistisch en waar. Ik heb lang niet meer zo'n meeslepend boek gelezen als Wat nu, kleine man?' - Thomas Mann

'Waar ‘Alleen in Berlijn’ snoeihard en genadeloos bitter over de mensheid was, is ‘Wat nu, kleine man’ eerder aandoenlijk. Toch hebben beide boeken één ding gemeen: geloof in menselijk fatsoen, ook te midden van opportunisme en verraad.' - Noordhollands Dagblad ****

'Fallada schreef zijn roman in een fijne, lichtvoetige taal, vol humoristische kwinkslagen. Fallada’s ‘kleine man’ is in al zijn onzekerheid en fragiliteit toch weerbaar en robuust.' - Literair Nederland

'Een authentieke roman met actualiteitswaarde over de worsteling van de kleine man.' - NBD|Biblion

'Wat nu, kleine man? gaat over verpletterd worden door een gemeenschap met onaangepaste eisen, die vervreemd is van de menselijke psyche, met als resultaat: de mens die zichzelf verliest. Iets dergelijks beschrijft Fallada helder, eenvoudig en in die mate fascinerend dat je het boek in één ruk wil uitlezen. Een meesterwerk dus.' - Goddeau.com

Weblog over vertaler Nico Rost

De schrijver Hans Fallada (1893-1947) wordt weer gelezen. Ook in Nederland. Uitgeverij Cossee heeft zijn twee belangrijkste boeken opnieuw in Nederlandse vertaling uitbracht. Mooi uitgegeven. Ik las eerst Wat nu, kleine man? Die roman is in 1932 verschenen en al van dat jaar dateert de Nederlandse vertaling van de hand van Nico Rost (1896-1967).

Bron: Crecas.nl

Bespreking op Goddeau.com

Wat nu, kleine man? gaat over verpletterd worden door een gemeenschap met onaangepaste eisen, die vervreemd is van de menselijke psyche, met als resultaat: de mens die zichzelf verliest. Iets dergelijks beschrijft Fallada helder, eenvoudig en in die mate fascinerend dat je het boek in één ruk wil uitlezen. Een meesterwerk dus.

Bron: Goddeau.com

Recensie in Reformatorisch Dagblad

Tegen alle negatieve sociale ontwikkelingen en financiële benauwdheden in behouden de Pinnebergs hun diepste gevoel van liefde voor elkaar. Zelden hebben echtelieden in de literatuur zo’n grote genegenheid voor elkaar gevoeld en uitgesproken als hier bij Fallada. In deze lofzang op onvoorwaardelijke liefde en trouw is Fallada’s roman uniek en waardevol.

Bron: Refdag.nl

Bespreking in NRC Handelsblad

De Duitser Hans Fallada ving bijvoorbeeld de taal van sanering in zijn roman Kleiner Mann, was nun (1932), onlangs in vertaling heruitgegeven.

Bron: NRC.nl

Bespreking in Trouw

Hoewel omgeven door mensen die met list en verraad hun hoofd boven water weten te houden, bewaren Hans en zijn Lammetje hun fatsoen. Dat helpt hun niet. Ze worden vermalen in de molens van de crisis. Hun lot is armoede, vernedering en sociale neergang. Met grote precisie schildert Fallada de mechanismen van dat onomkeerbare proces.

Bron: Trouw.nl

Recensie op Volkskrant.nl

Deze roman is ook een ode aan de liefde en aan de vrouw. Engeltje is de sterkere.

Bron: Kunst.Volkskrant.nl

Bespreking door Boekhandel van der Velde

Prachtig hoe de problemen van de gewone mensen beschreven worden, tegen een duistere achtergrond van opkomend fascisme en economisch verval. De nonchalante, zuivere stijl van Fallada geeft het verhaal een intense lading. Een verslavende vertelling, die geen moment verveelt.

Bron: Libris.nl

Recensie op DeStandaard.be

Fallada's stijl blijft zelfs na vertaling overeind: journalistiek, filmisch en vooral meeslepend. Door die stijl werden zijn romans lange tijd meer als lectuur dan als literatuur gezien. Gelukkig is dat veranderd. Fallada is een van de weinige schrijvers die op een meeslepende manier universele thema's kan behandelen zonder dat het geforceerd aandoet. En ook Wat nu, kleine man? bewijst dat Fallada tot de groten in de wereldliteratuur behoort.

Bron: Standaard.be

Bespreking op LiterairNederland.nl

Fallada schreef zijn roman in een fijne, lichtvoetige taal, vol humoristische kwinkslagen. Fallada’s ‘kleine man’ is in al zijn onzekerheid en fragiliteit toch weerbaar en robuust.

Bron: LiterairNederland.nl

Bespreking door deReactor.org

Fallada behoort tot de waarlijk groten in de wereldliteratuur. En dat had eerdergenoemde Thomas Mann ook al begrepen: ‘Pijnlijk realistisch en waar… Ik heb lang niet meer zo’n meeslepend boek gelezen als Wat nu, kleine man?

Bron: deReactor.org

Bespreking op 8weekly.nl

Soms kan één boek een uitgeverij van de financiële afgrond redden. Hans Fallada's Wat nu, kleine man? kwam voor Ernst Rowohlt precies op het goede moment. Fallada raakte met zijn realistische weergaven van sociale misstanden bij Duitsers de juiste snaar.

Bron: 8weekly.nl

Hans Fallada besproken in De Avonden

Vorig jaar werd in een kelder van de uitgever van Hans Fallada (1893-1947) het manuscript gevonden van de roman Alleen in Berlijn. Dat boek is in Amerika een enorme bestseller geworden, en ook hier opnieuw uitgegeven. Maar die uitgave is niet volledig, blijkt nu.

Bron: Avonden.Radio6.nl

Recensie op Nu.nl

Er zit veel vaart in Wat nu, kleine man? De toon van Fallada is subtiel, aangenaam en schurend tegelijk.

Bron: Nu.nl