BOEKEN

BOEK

Vrouwenvlees

Vrouwenvlees

Dorinde van Oort

Elize, een bijziende bibliothecaresse, neemt lenzen en slaat een aantrekkelijke patholoog aan de haak.

Elize, een bijziende bibliothecaresse, neemt lenzen en slaat een aantrekkelijke patholoog aan de haak. Ferdinand staat op het punt om als ontwikkelingsarts naar Afrika te vertrekken, en in een onbezonnen moment besluit zij hem na te reizen.
In het postkoloniale Mozambique probeert de nieuwe regering na de ravage die door de Portugezen is aangericht, een rechtvaardige staat op te bouwen.

Het leven daar is spannend en vol beloftes. Hulpverleners stromen toe uit alle hoeken van de wereld.Maar er gebeuren ook vreemde dingen. Op Ferdinands laboratorium wordt het lijk van een vrouw bezorgd. Elize raakt ongewild en zonder dat ze het weet bij de zaak betrokken.Vele deuren gaan voor haar open. Eén blijft hermetisch voor haar op slot.

Ook in deze eerste roman van Dorinde van Oort blijkt al haar speurzin die haar laatste roman Vrouw in de Schaduw zo spannend maakt. Met Vrouwenvlees heeft zij een hoogst moderne en bijzondere hervertelling geschreven van het klassieke sprookje van Blauwbaard.

   

De maan hangt groot en roze in het duister, als een laaggedraaide zon. Cicaden krijsen, de bamboestruiken langs het paadje naar het Laboratório de Patología Anatómica rammelen en kraken in de warme wind. Links van het lab is het ronde gebouwtje: het mortuarium waar Marinha lag. Vlak daarnaast is het lab van Karl.
Een auto zoeft langs over de Avenida Salvador Allende. Het zwaailicht bliksemt de takken van de jacaranda blauw. Een ziekenwagen. Ze hoort hem de Avenida Agostinho Neto opdraaien, gas minderen bij de achteringang en stoppen bij de Eerste Hulp.
De airco zoemt zachtjes. Alles ademt zwaar in de zaal, zwaar en warm, sommige vrouwen kreunen. Het norse meisje roept in haar slaap, de ene onafscheidelijke fluistert iets tegen de andere, vooruitlopend op hun ochtend: een nieuwe dag van kijken en mompelen, hoofdgeschud en roddel op de buitentrap.

Rosemary’s stem: ‘Relaties kunnen dodelijk zijn.’ Maar ze is hier niet, Rosemary. Er is geen bekende in de zaal, geen zuster zelfs. Ze is de enige blanke hier.

De hand die aan haar arm kwam, de arm met het infuus. Een meisjeshand met een smalle zilveren ring. De zuster met het gele gezicht, die haar heeft weggestuurd...
Wat was nachtmerrie, wat werkelijkheid, is dat nog na te gaan?

Als het leven een schaakspel is (en dat is het), dan is Rosemary de zwarte dame, zij de witte. Ze is geslagen, buiten spel gezet. Maar dat geeft wel een betere kijk op het bord.

'De auteur hanteert een soepele stijl en weet vooral in de dialogen haar figuren sterk uit te tekenen. Vooral de existentiele wanhoop van Elize wordt bijzonder indringen geevoceerd. De thrillerstructuur prikkelt de nieuwsgierigheid van de lezer.' - NBD|Biblion