BOEKEN

BOEK

Tot ziens, tot morgen

Tot ziens, tot morgen

William Maxwell

Met Tot ziens, tot morgen, die ‘tragedie van emoties’ uit het Illinois van de jaren twintig, heeft William Maxwell, die als grote voorbeeld wordt geroemd door schrijvers als Richard Ford, John Cheever, John Updike en Michael Ondaatje, een klein, maar groots meesterwerk geschreven.

Op het platteland diep in Illinois delen twee naburige boeren, die onafscheidelijk zijn, veel en op zeker moment te veel. Een van de twee kan de jaloezie niet meer aan en op een koude winterochtend valt er een schot. Op die dag komt er ook een eind aan de vriendschap tussen de verteller en zijn beste vriend Cletus Smith, de zoon van de moordenaar. Ze wisselen geen woord meer, en als ze elkaar na lange tijd weer ontmoeten, lopen ze elkaar straal voorbij.

Vijftig jaar later probeert de verteller de gebeurtenissen die tot de moord hebben geleid te reconstrueren. Hij wordt nog steeds achtervolgd door schuldgevoelens. Hij denkt dat hij op het beslissende moment iets belangrijks over het hoofd heeft gezien of achterwege heeft gelaten. Maar wat?

William Maxwell beschrijft op onnavolgbare wijze twee families, twee ongelukkige huwelijken en een aandoenlijke vriendschap. Hij schrijft over teloorgegane en nieuwe liefde, jaloezie en verraad. Maxwell is een meester van de emotie. Hij heeft, zoals John Updike schreef, een ‘onschatbare bijdrage geleverd aan de grote Amerikaanse encyclopedie van de sentimenten’. Er zijn weinig auteurs die zo nauwkeurig vertellen over niet gestelde vragen en pijnlijke tekortkomingen in een jeugd en tegelijkertijd heeft ook amper iemand het leven op het platteland zo liefdevol en onsentimenteel beschreven als Maxwell. Zijn gevoel voor het veelzeggend detail is verbluffend.

Met Tot ziens, tot morgen, die ‘tragedie van emoties’ uit het Illinois van de jaren twintig, heeft William Maxwell, die als grote voorbeeld wordt geroemd door schrijvers als Richard Ford, John Cheever, John Updike en Michael Ondaatje, een klein, maar groots meesterwerk geschreven.

   

De grindkuil lag ongeveer anderhalve kilometer ten oosten van het stadje en vormde een klein meer, zo diep dat ouders hun jongens onder de zestien verboden om er te gaan zwemmen. Ik kende het alleen van horen zeggen. Er werd gezegd dat het geen bodemhad, wat ik opvatte als de letterlijke waarheid, gefascineerd als ik werd door het idee dat je ergens een gat kon graven en als je daar dan lang genoeg meedoorging, vanzelf in China uitkwam.

Drie mannen die daar grind stonden te scheppen, hoorden op een winterse ochtend kort voor zonsopgang iets wat klonk als een pistoolschot. Of, zeiden ze tegen elkaar, het kon ook een terugslaandemotor zijn geweest. Van het ene op het andere moment werd het licht. Niemand kwam door het aangrenzende veld naar de kuil toe gelopen en ook de weg bleef leeg. Het geluid was niet van een terugslaande motor; er was een pachtboer genaamd Lloyd Wilson doodgeschoten, en wat ze gehoord hadden, was het vuurwapen waarmee hij vermoord werd.

Er volgde een gerechtelijk onderzoek en Wilsons oom, die al een aantal jaren bij hem inwoonde en achter in de zestig was,verklaarde dat hij de paarden aan het voeren was en de lantaarn van zijn neef voorbij had zien komen,op weg naar de koeienstal. De paardenstal en de koeienstal stonden ongeveer driehonderd meter uit elkaar. Het schot had hij niet gehoord en hij had die ochtend ook niemand op de boerderij gezien die er niet thuishoorde. Het huishouden bestond op dat moment uit Lloyd Wilson, zijn twee kleine jongens van zes en negen jaar oud, zijn oude huishoudster en de oom,Fred Wilson.

Vervolgens werd de huishoudster verhoord, en zij verklaarde dat Lloyd Wilson op de laatsteochtend van zijn leven zoals gewoonlijk om halfzes was opgestaan, zich had aangekleed en twee vuurtjes had gestookt. Terwijl hij wachtte tot het hout in het keukenfornuis vlam vatte, had hij met haar staan praten en grapjes gemaakt. Hij maakte een ogewekte indruk en verliet het huis fluitend.

Tegen de tijd dat het ontbijt klaarstond, was hij normaalgesproken klaar met melken en terug in de keuken. Ze wist dat hij de stad inmoest omdaar eenman op te halen die hij had ingehuurd om nog wat maïs voor hem te pellen en dus vroeg ze de jongste van de twee kinderen omte gaan kijken waar zijn vader bleef.

De jongen vroeg om een zaklantaarn, maar zij tuurde in het duister en zei dat hij die niet nodig had, want hij kon de lantaarn boven de openstaande staldeur zien branden. Al heel snel hoorde ze hem terugkomen. Hij huilde. Toen ze de tochtdeur open deed en hem riep, zei hij: ‘Papa is dood! Hij zit daar met zijn ogen open, maar hij is dood...’

Wie gelooft er nu een kind. Ze negeerde hem, duwde hem opzij en rende naar de schuur. Wilson zat op een melkkruk in de middelste stal en zijn lichaam hingonderuitgezakt tegen de scheidingswand. Ze pakte zijn hand en riep: ‘Lloyd, ingodsnaam, wat is er met je?’


Download het fragment als PDF

‘Dit is een van de grote boeken van onze tijd. Het is buitengewoon subtiele miniatuur over onze diepste zorgen, waarheden en liefde – alles gevat in een heldere, simpele stijl.’ – Michael Ondaatje

‘William Maxwell heeft een onschatbare bijdrage geleverd aan de grote Amerikaanse encyclopedie van de gevoelen.’ – John Updike

'Maxwell is zo’n auteur die de grote gevolgen van een kleine gebeurtenis overziet en daar een hele roman mee kan boeien. Hij doet dat in een elegante stijl, op melancholieke toon. De kwetsbaarheid, later weemoed, van de verteller doordrenkt de hele tekst, het zit in alle gedachten en alle gesprekken. En het zit bovenal in het onvermijdelijk, onomkeerbaar voortschrijden van de tijd, een onderwerp dat in de hele roman terug blijft keren. In het voorwoord bij Tot ziens, tot morgen schrijft Richard Kämmerlings: „Maxwells romans en verhalen zijn archieven die mensen en dingen van een lang vervlogen tijd bewaren”. Treffender valt zijn werk wellicht niet te karakteriseren.' - Trouw

Recensie op 8weekly.nl

De roman Tot ziens, tot morgen van de Amerikaanse schrijver en redacteur William Maxwell (1908–2000) is voor het eerst in een Nederlandse vertaling verschenen. In Tot ziens, tot morgen vertelt William Maxwell het verhaal van een moord in het slaperige Lincoln van de jaren twintig. De inmiddels oude verteller van het verhaal herinnert zich een vriendschap uit zijn jeugd die abrupt eindigde na de moord.

Bron: 8weekly.nl

Recensie op NRCBoeken.nl

‘Een van de zeer groten van de twintigste eeuw’ wordt William Maxwell genoemd in het nawoord van Tot ziens, tot morgen, de eerste roman van zijn hand die in het Nederlands vertaald is. De claim wordt op de binnenflap ondersteund door loftuitingen van onder meer Richard Ford en wijlen John Updike – schrijvers die Maxwell kenden van zijn werk als redacteur bij het tijdschrift The New Yorker, of van zijn veelgeprezen autobiografische roman They Came Like Swallows, waarin hij vertelt hoe de Spaanse griep van 1918 zijn jeugd verwoestte.

Bron: NRCBoeken.nl

Recensie op CuttingEdge.be

De sterkte van ‘Tot ziens, tot morgen’ ligt erin dat deze menslievende roman geen letter te veel bevat en toch alles vertelt. William Maxwell heeft weinig woorden nodig om veel te zeggen.

Bron: CuttingEdge.be

Recensie op Humo.be

'Ons leven kent zoveel tegenstrijdige emotionele belangen dat het nooit in zijn totaliteit te verdragen is, en het is misschien wel de taak van de verhalenverteller om alles zodanig op een rijtje te zetten dat het wel het geval is.' Opdracht volbracht, zeggen wij dan.

Bron: Humo.be

Boekentip bij AVRO Opium

Het is Uitgeverij Cossee gelukt een van de grootheden van de Amerikaanse literatuur te ontdekken en voor het eerst in het Nederlands te vertalen. William Maxwell (1908 - 2000) was vanaf 1937 veertig jaar lang de literaire redacteur van het beroemde tijdschrift The New Yorker.

Bron: Cultuurgids.Avro.nl

bekroond met de William Dean Howells Medal