BOEKEN

BOEK

Opvoeden!

Opvoeden!

Aleid Truijens

'Aleid Truijens schrijft spannend en geestig, ze pakt je meteen in.' - Trouw

Bestaat het gewone kind nog wel? Durven ouders nog grenzen te stellen?

Opvoeden - alle generaties voor ons deden het, met vallen en opstaan. Geef een kind te eten, stuur het naar school en verwarm het vooral met een heleboel liefde, en het wordt vanzelf groot. Bijna vanzelf. Het helpt ook als je zelf het goede voorbeeld geeft, en je torenhoge verwachtingen een beetje tempert. Aleid Truijens kijkt met een verfrissende blik naar een eeuwenoud onbetaald beroep.

'Lees Opvoeden! van Aleid Truijens. Scherp waar het moet, mild waar het kan.' - Manon Uphoff

'Aleid Truijens vertelt op een aanstekelijke, humoristische wijze.Verfrissend om te lezen dat de meeste ouders het helemaal niet zo slecht doen met hun kinderen.' - Noordhollands Dagblad ****

'Opvoeden! is een zeer troostrijk boek.' - HP/De Tijd

Aleid Truijens (Amsterdam, 1955) is literair criticus, columnist voor de Volkskrant en schrijver. Geen nacht zonder (Cossee 2004) is haar literaire debuut, haar tweede roman Vriendendienst verscheen in 2007. In 2011 publiceerde zij Geluk kun je alleen schilderen, een biografie over de schrijver F.B. Hotz.

   

Inleiding

Het is zover, na vijfentwintig jaar: mijn nest is leeg. Dat van mijn man trouwens ook. De tweede en jongste vogel is uitgevlogen; de student vond met vrienden een huis, zoals de oudste vijf jaar geleden dat geluk had. Daar zitten we dan, een niet meer zo jong echtpaar in een erg leeg en stil huis. Al heeft het natuurlijk ook voordelen, de kinderloze staat. Een oceaan van vrijheid strekt zich uit. We kunnen nu helemaal doen waar we zin in hebben! Waar hadden we ook alweer zin in? Het is flink wennen.

Vijfentwintig jaar lang draait het gezinsleven om hen, de kinderen, de teerbeminden. Hun komst vergde enige aanpassing – nooit meer uitslapen, zelden uitgaan, iedereen vóór achten gewassen en gevoed de deur uit werken – maar de routine kwam er snel in. Het schipperen tussen werk, crèche en school werd normaal. Er waren kleine en grote zorgen, er dreigde zelfs gevaar, maar alles keerde zich ten goede. Ook de stormen van de puberteit zijn weer gaan liggen. En dan sta je op een dag te zwaaien naar een volwassen kind in een verhuisbusje. Het baby’tje van weleer gaat op zichzelf wonen. Je bent als ouder niet langer nodig. Nou ja, in noodgevallen misschien. Dat is even slikken.

We konden al een paar weken per jaar oefenen in kinderloosheid, want sinds een paar jaar gingen onze dochter en zoon al niet meer mee op vakantie. Heel anders inderdaad, zonder die twee. Ononderbroken gesprekken voeren, net als vroeger. Nooit meer naar pretparken. Onbelemmerd bezoek aan musea, lange wandelingen zonder gezeur, eten in restaurants zonder pizza’s of patat. Heerlijk. Maar het hoogtepunt van onze eerste kinderloze reis was toch wel het moment dat wij op een Italiaans stationnetje zeven jongens met stinkende rugzakken begroetten, onder wie onze zoon. Het was niet de bedoeling, maar hun trein kwam langs, ze hadden honger en ze zochten een slaapplaats, dus waarom niet. Mijn moederhart sprong op, na twee weken krampachtig níet bellen en nachtelijke bezorgdheid – drank, drugs, messentrekkers, geniepige bacteriën – , maar we slaagden erin om te doen of het zomaar een gezellige avond in Lucca was. Dat was het ook trouwens.

De volgende ochtend namen we afscheid. Ik slikte mijn bemoeizuchtige raad in en klemde mijn kind aan de borst alsof ik hem voor het laatst zag. Sullig zwaaiden we ze na. We voelden ons oud, een echtpaar in een keurig pension. Maar een paar uur later zagen we ze, in de verte, in het stadje lopen. Een van hen liep met een opengeklapte reisgids en las iets voor.

Een ander – verdomd, het was mijn zoon - wees naar de gevel van een renaissancekerk; de rest keek leergierig omhoog. Ik schoot in de lach. Het leek wel of ze een toneelstukje opvoerden. Jarenlang had mijn zoon zich onder luid protest naar ‘stomme ouwe stadjes’ laten meeslepen, met hun gruwelijk saaie musea. Zijn zus toonde nog enige belangstelling, maar hij onderging de ellenlange rondleidingen in cultuurtempels honend. En nu stond hij, zich onbespied wanend, wijsneuzig iets te debiteren over renaissancegevels.

Ontzettend schattig eigenlijk, die zeventien-, achttienjarigen met hun gidsje. Die avond zouden ze gewoon weer zuipen en feesten, maar nu deden ze aan cultuur: voor eeuwenoude kerken toon je ontzag. Dat hadden ze kennelijk van huis uit meegekregen. Opvoeden is voordoen, en verder bijna niks, stelde ik toen vast. Niet dat ik een opvoeding pas geslaagd vind als mijn kinderen gotische dakgewelven van renaissancekoepels kunnen onderscheiden, gedichten schrijven of Proust lezen. En daarbij, zo geweldig was mijn opvoeding niet. Eerder was het op goed geluk een beetje aanrommelen; een aaneenschakeling van nerveuze goede bedoelingen, vergissingen, inconsequenties en soms ferm ingrijpen. En een hoop liefde. Maar: alles waarvan je wilt dat je kinderen het niet doen – comazuipen, kettingroken, mensen treiteren, gierig zijn, dwangmatig shoppen, lamlendig rondhangen, bedriegen, oplichten – zul je zelf moeten nalaten. Dat is vrij moeilijk.

De afgelopen zes jaar heb ik vaak nagedacht over ouderschap en opvoeding en erover geschreven, onder andere in mijn wekelijkse column in de Volkskrant. Dilemma’s genoeg. Overladen we onze kinderen met aandacht en bezorgdheid, of kan het nooit genoeg zijn? Stellen we kinderen bloot aan te veel prikkels, eisen we te veel, leggen we de lat te hoog of onderschatten we hun vermogens en talenten juist? Durven we nog wel op te voeden? En hoe is het gekomen dat de jongen, de aloude gezonde Hollandsche jongen, trots van zijn ouders, in toenemende mate een probleemgeval is?

Waarom doen jongens het op school tegenwoordig minder goed dan de meisjes? Ook vroeg ik me herhaaldelijk af waardoor het komt dat er tegenwoordig zo weinig kinderen normaal zijn. Velen hebben een label, opgeplakt door een deskundige: het kind is dyslectisch, heeft dyscalculie, faalangst, adhd of een kwaal in het autistisch spectrum. Het is hoogbegaafd, hypersensitief, of een nieuwetijdskind. In al die gevallen vereist het kind heel bijzondere aandacht van leerkrachten, ouders en psychologen. Of niet?

Zijn kinderen hetzelfde gebleven maar zijn we steeds fijnmaziger gaan benoemen, zodat prominente karaktereigenschappen voortaan afwijkingen zijn? Zouden we het spectrum van ‘normaal’ niet eens wat moeten oprekken? Ja, laten we weer eens gaan opvoeden… Zonder ons gek te laten maken door deskundigen die, op zoek naar klantjes, telkens nieuwe gevaren en gebreken ontdekken. Het Nederlandse kind is het gelukkigste ter wereld, dus wij ouders moeten toch íets heel goed doen, al maken we fouten. Gewoon, opvoeden. Met vallen en opstaan. Goed genoeg is echt wel goed genoeg.


Download het fragment als PDF

'Lees Aleid Truijens vandaag. Lees haar trouwens altijd!' - Sylvia Witteman

'Lees Opvoeden! Een nieuwe blik op een eeuwenoud beroep, van Aleid Truijens. Scherp waar het moet, mild waar het kan.' - Manon Uphoff

'Haar frisse kijk op de recente ontwikkelingen in onze samenleving is ontegenzeggelijk de moeite waard.' - Nederlands Dagblad

‘Haar prettige toon maakt dit boek het lezen waard.’ – Trouw

'Aleid Truijens vertelt op een aanstekelijke, humoristische wijze. Truijens schreef geen handleiding voor goed opvoeden. Eerder filosofeert zij over de hedendaagse opvoedpraktijk en geeft daar haar commentaar op, met een verfrissend relativeringsvermogen en humor. Verfrissend om te lezen dat de meeste ouders het helemaal niet zo slecht doen met hun kinderen.' - Noordhollands Dagblad ****

'Het sympathieke van haar betogen is dat Truijens peurt uit eigen ervaringen, en niet schroomt haar eigen eigenaardigheidjes als ouder te benoemen. Opvoeden! is een zeer troostrijk boek.' - HP/De Tijd

'In Opvoeden! legt Aleid Truijens keer op keer de vinger op pijnlijke plekjes.' - VPRO Gids

‘Aleid Truijens schrijft spannend en geestig, ze pakt je meteen in.’ – Trouw

'
Wat vooral opvalt in het boek van Aleid Truijens is dat ze niet over één nacht ijs gaat. Zij heeft zich verdiept in de problematiek van de labelkinderen en geeft dikwijls de resultaten weer van de onderzoeken van diverse wetenschappers, psychologen, psychiaters en historici. Aleid Truijens verdient de dank van veel ouders. Zij zullen de situaties herkennen, maar nu horen ze het eens van een ander.' - Literair Nederland

Recensie in HP/De Tijd

Het sympathieke van haar betogen is dat Truijens peurt uit eigen ervaringen, en niet schroomt haar eigen eigenaardigheidjes als ouder te benoemen. Opvoeden! is een zeer troostrijk boek.

Bron: HP/DeTijd.nl

Recensie op LiterairNederland.nl

Aleid Truijens verdient de dank van veel ouders. Zij zullen de situaties herkennen, maar nu horen ze het eens van een ander.

Bron: LiterairNederland.nl

Interview bij Spijkers met Koppen

Aleid Truijens bij Spijkers met Koppen over haar boek Opvoeden! Beluister het interview op 1 uur 3 minuten.

Bron: SpijkersmetKoppen.vara.nl

Aleid Truijens te gast bij Twee dingen op Radio 1

Een kind fatsoenlijk grootbrengen, het lijkt tegenwoordig wel alsof je ervoor moet hebben doorgestudeerd. Er zijn stapels boeken, talrijke websites en tv-programma’s met goedbedoelde adviezen over opvoeden. Ondertussen maakt de overbezorgde hyperouder zich zorgen om alles: een schram op een beentje, die allesbepalende Cito Eindtoets, ADHD, want ja, hij is toch wel heel druk. Aleid Truijens, schrijfster en columniste bij de Volkskrant, werpt in haar nieuwe boek Opvoeden een verfrissende blik op dit eeuwenoude beroep.

Bron: OmroepMax.nl