BOEKEN

BOEK

In de tuin

In de tuin

Vita Sackville-West

Na het succes van De literaire tuinkalender 2015 is In de tuin een must read voor alle tuinliefhebbers – praktische tips en heldere taal, van acacia tot zwanenbloem!

Wat Vita Sackville-West, de geliefde van Virginia Woolf, over tuinen en tuinieren heeft geschreven, hoort internationaal gezien bij het aantrekkelijkste en beste dat ooit over dat onderwerp is verschenen.

In 1930 begon de schrijfster en dichteres een tuin op een verwaarloosd terrein vol puin en onkruid bij Sissinghurst Castle. In dertig jaar maakte ze daar een prachtig tuincomplex van dat tot de meest bezochte tuinen ter wereld behoort.

Ook leverbaar als eboek

   

VOORWOORD

De naam Vita Sackville-West is niet alleen bij tuinliefhebbers bekend. Haar turbulente leven spreekt minstens zo sterk tot de verbeelding als haar tuin te Sissinghurst. En haar connecties met Virginia Woolf en Bloomsbury komen nog altijd tot vervelens toe in de media ter sprake. Haar vlucht naar Frankrijk met haar geliefde Violet Trefusis, achternagezeten door twee getergde echtgenoten in een gehuurd vliegtuigje, lijkt mijlenver verwijderd van de gezapige wereld van pioenrozen en winterakonieten. Van de biografieën die er van haar werden geschreven, wordt nog steeds gesmuld, terwijl de meeste van haar tuinboeken alleen nog antiquarisch verkrijgbaar zijn.

Victoria Mary Sackville-West werd in 1892 op het kasteel Knole in het Engelse graafschap Kent geboren. Haar grootmoeder was de beroemde Pepita, een Spaanse danseres wier ‘geheime’ huwelijk met Lionel Sackville-West, de tweede lord Sackville, flink wat stof deed opwaaien. Lionel en Pepita kregen drie kinderen, met Victoria als de jongste. Zij trouwde met een neef die ook Lionel heette, en Vita Sackville- West was hun enig kind. Het was een grote klap voor Vita toen het familiebezit Knole door vererving in de mannelijke lijn voor haar verloren ging. Haar leven lang is zij om het verlies van Knole blijven treuren. Nu is Knole – net als Sissinghurst – in het bezit van de National Trust en voor het publiek geopend.

In 1913 trouwde Vita Sackville-West met Harold Nicolson, een diplomaat die net van zijn standplaats Constantinopel, het huidige Istanbul, was teruggekeerd. Met hem deelde zij een grote liefde voor literatuur en een passie voor reizen. Hun eerste zoon Ben werd een jaar later op Knole geboren. In 1915 kochten Vita en Harold een cottage, Long Barn. Het woord ‘cottage’ is nauwelijks te vertalen; ‘stulpje’ is een van de vertalingen die mijn woordenboek geeft, maar Long Barn lijkt meer op een villa dan op een arbeiderswoning. Ook Long Barn is nu in het bezit van de National Trust en voor belangstellenden te bezichtigen. De tuin van Long Barn werd ontworpen door Harold Nicolson in samenwerking met de architect sir Edwin Lutyens en kan nu – terugkijkend – worden gezien als een generale repetitie voor de later aangelegde tuin te Sissinghurst.

De meest spraakmakende fase in Vita’s leven begon in 1918, na de geboorte van haar tweede zoon Nigel, die de bestseller Portret van een huwelijk schreef over de onorthodoxe verbintenis tussen zijn ouders en nog altijd op Sissinghurst woont. Na de operette-achtige vlucht met Violet Trefusis naar Frankrijk begon Vita de ene spraakmakende verhoudingna de andere. Bekend is nog steeds de liefdesaffaire met Virginia Woolf die in Orlando een portret van Vita Sackville-West schilderde. Het klinkt misschien paradoxaal, maar toen ook Harold Nicolson zich van zijn homoseksualiteit bewust werd, leek het huwelijk va nVita en Harold gered. Ze spraken af om elkaar vrij te laten en om als dierbare vrienden samen te blijven. In 1930 kwamen zij in rustiger vaarwater, toen zij de ruïne van Sissinghurst Castle kochten en hier vol energie een tuin begonnen aan te leggen. Er moest een wildernis ontgonnen worden en dat liet weinig tijd over voor liefdesavonturen.

Vita nam de beplanting voor haar rekening en Harold ontwierp de grote lijnen. Tegen de romantische achtergrond van de weer gerestaureerde kasteelmuren legden zij een serie tuinkamers aan die door middel van poortjes, openingen in taxushagen, trappen en doorkijkjes met elkaar in verbinding staan. Vita en Harold bezaten veel grond en afbrokkelende gebouwen, maar weinig geld, en het was dan ook voornamelijk om planten voor haar tuin te kunnen kopen dat Vita in 1938 artikelen over haar tuin begon te schrijven voor The New Statesman en andere tijdschriften. Haar grote doorbraak volgde na de Tweede Wereldoorlog, toen zij wekelijkse columns in The Observer kon publiceren. In 1951 werden haar tuincolumns voor het eerst gebundeld onder de titel In Your Garden. Het boek werd een reusachtig succes, en in snel tempo volgden In Your Garden Again, More For Your Garden en Even More For Your Garden. Uit deze vier bundels zijn de in dit boek verzamelde stukken afkomstig.

Vita Sackville-West schreef niet alleen maar tuinboeken in haar schrijfkamer, hoog in de toren van Sissinghurst die jaarlijks door tienduizenden pelgrims wordt bezocht. Zij was veelzijdig en productief, en schreef romans, korte verhalen, gedichten, historische boeken en biografieën, onder meer van Jeanne d’Arc, en van haar grootmoeder Pepita. Daarnaast vertaalde zij gedichten van Rainer Maria Rilke, stelde ze een bundel kinderrijmpjes samen, en boekstaafde ze de geschiedenis van Knole en de Sackvilles.

Vita wilde zelf graag gezien worden als een dichter, en het feit dat iedereen haar krantencolumns las en niemand haar gedichten, kon ze maar moeilijk verdragen. Met The Land, verwierf ze ten slotte toch het prestige waarnaar ze hunkerde. Het lange epische gedicht wordt nu niet meer gelezen, maar de eerste regel ‘I sing the cycle of my country’s year’ wordt in Engeland nog steeds geciteerd. Na het succes van The Land begon Vita onmiddellijk aan een tweede verhalend gedicht,The Garden, waarmee zij deHeinemann-prijs won. Het prijzengeld, honderd pond, besteedde zij aan azalea’s voor de tuin van Sissinghurst.

Veel van haar boeken zijn nu alleen nog tweedehands te krijgen en de boeken die nog herdrukt worden, doen gedateerd aan. Het is ironisch dat alleen die tuincolumns waarvoor zij zich lichtelijk schaamde nog steeds te lezen zijn als waren zij gisteren geschreven. (Dit is niet helemaal waar, want ook haar reisboeken Twelve Days en Passenger to Teheran zijn prachtig geschreven en ook nu uiterst leesbaar. Het lijkt erop dat hoe minder Vita literatuur wilde maken, hoe mooier ze schreef.)

Wie In de tuin leest, hoort Vita met zichzelf praten en voelt heel dichtbij de aanwezigheid van de schrijfster-tuinierster: het is alsof zij even de kamer uit is gelopen en zo meteen weer terug zal komen. Uit haar romans en haar gedichten is zij verdwenen, maar in haar tuincolumns is zij nu, meer dan veertig jaar na haar dood in 1962, nog bijna lijfelijk aanwezig. Van haar ooit spraakmakende manier van leven kijken wij nu allang niet meer op; Bloomsbury kennen we alleen nog als een romantische achtergrond van langdradige Britse films en televisieseries; de wereldberoemde tuinen van Sissinghurst zijn na Vita’s dood onherkenbaar veranderd: nog geen kwart van de planten die er nu in groeien, is door Vita aangeplant.

Alleen haar tuinboeken zijn nog hetzelfde, en het is verbazend hoe een vrouw die bekendstond als stug en gesloten in haar columns op voet van gelijkheid en amicaal met haar lezers omgaat: ze denkt mee, ze ontmoet dezelfde problemen in de tuin als u en ik, en ze maakt zich zorgen over de hoge prijzen van hyacintenbollen: net als wij weet ze dat duizend geplante bollen meer effect opleveren dan tien, maar wie zal dat betalen?

Vita Sackville-West geeft ronduit haar mening: ‘Mijn voorliefde voor onbekrompen tuinen is onverbrekelijk verbonden met mijn tuinfilosofie. Ik houd van gulheid waar ik die vind, in tuinen of ergens anders. Ik heb een hekel aan dingen die schriel en armelijk zijn. Zelfs de kleinste tuin kan overvloed hebben binnen zijn eigen beperkingen en ik wilde u nu voorstellen om eens te proberen uw rozen niet tot haast aan de grond toe af te slachten, tenminste dit jaar niet, en om te kijken wat er dan gebeurt.’

Dit voorstel is nu nog even revolutionair als in de tijd toen het door Vita gedaan werd. Ze moedigt ons aan om na te denken, om op een intelligente manier te tuinieren en om te experimenteren, omdat zij zelf heeft ondervonden dat op die manier de meest verrassende tuinen ontstaan. Aan de hand van haar eigen triomfen en mislukkingen laat Vita Sackville-West zien dat het geheim van de tuinkunst verbluffend eenvoudig is: ‘Tuinieren is vooral een kwestie van de ene soort plant naast de andere te zetten en dan te kijken hoe goed ze het samen doen, en als u ziet dat ze het niet goed met elkaar kunnen vinden, moet u een van de twee uittrekken, heel meedogenloos.’ En ze heeft gelijk, want zo simpel is het: tuinieren is de kunst van planten en toevoegen, maar misschien nog meer van uittrekken en weghalen.

Wat Vita vooral zo leesbaar maakt is haar droge gevoel voor humor: ‘Het viel me plotseling in dat ik nooit over pergola’s heb geschreven, maar ik ben er ook niet helemaal zeker van of pergola’s wel geschikt zijn voor ons land. Ze druppen.’ Wie zo schrijft, is onsterfelijk.

Romke van de Kaa


Download het fragment als PDF

‘Wie zo kan schrijven, is onsterfelijk. Wat Vita vooral zo leesbaar maakt, is haar droge gevoel voor humor.’ – Romke van de Kaa

'Sackville-West werkte dertig jaar lang aan haar tuinen in Sissinghurst, een bedevaartsoord voor iedere tuinliefhebber.  Jarenlang schreef ze erover. Haar grondregels kent iedereen: wees meedogenloos, maar niet te netjes, en bedenk een plan. Een klassieker die op geen enkele tuinboekenplank mag ontbreken.' - VPRO Gids

'In de tuin is een selectie van tuincolumns die de Engelse Vita Sackville-West vanaf 1938 schreef voor The New Statesman en andere tijdschriften en die later in vier bundels werden samengevoegd. Wie de columns leest, krijgt niet de indruk dat ze gedateerd zijn. Tuiniers zullen veel herkennen: blijdschap over een laat bloeiende plant, frustratie over een struik die elders weelderig groeit maar in eigen tuin armetierig oogt.' - Reformatorisch Dagblad

Top-5 tuinliteratuur op de boekenpagina van de VPRO

Ook Katja de Bruin, literair redacteur voor de VPRO gids, en tevens in het bezit van een prachtige tuin, selecteerde haar tuinlees favorieten. 'De groene overmacht van Maarten ’t Hart is als tuinboek natuurlijk moeilijk te overtreffen, maar voor wie houdt van tuinliteratuur, is er zeker meer te vinden.'

Bron: Boeken.VPRO.nl