BOEKEN

BOEK

Gezichtsverlies

Gezichtsverlies

Pieter Toussaint

Viktor Rijshout, hoogleraar in de statistiek aan de universiteit van Trondheim, krijgt op een dag bezoek van een hoge ambtenaar van het ministerie van Justitie. De keurige heer biedt hem een goedbetaalde opdracht aan waarvoor Rijshout de hand moet lichten met de waarden en normen van de wetenschap. Hij weet waarom de opdracht zo goed betaald is, en hij maakt een kansberekening over de waarschijnlijkheid dat een verpleegkundige betrokken is geweest bij de dood van meerdere kinderen. Maar valt met statistiek in een moordzaak iets te bewijzen?

De kritiek die losbarst voert hem terug naar de andere gebeurtenissen in zijn leven: verbroken vriendschappen, een stukgelopen huwelijk en de dood van zijn zoon. Opgejaagd door zijn scherprechters en de pers vlucht hij naar zijn hut in de bergen. Maar rust vindt hij niet, en meer dan ooit is weer de dag aanwezig waar Rijshouts zoon verdronk in een nabijgelegen meer. In een pijnlijk gedetailleerde reconstructie daalt Rijshout af in het ijskoude water in de hoop een wetenschappelijk antwoord op de dood van zijn zoon te vinden en daardoor misschien ook rust en verlossing van een knagend schuldgevoel dat hij niet kan plaatsen.

   

Ik vergeet zelden een gezicht. Het is een volstrekt nutteloos talent. Vaak weet ik niet eens waar zo'n gezicht vandaan komt. Ik ben ermee gestopt te proberen het spoor terug te volgen. Het is vermoeiend en levert eigenlijk nooit iets op.

Maar dit gezicht is gemakkelijk. Het voert me zonder omweg terug naar de boekhandel in de binnenstad, vier of vijf maanden geleden. De vrouw met het korte, rode haar en de smalle bril werkt daar. Ik was er binnengelopen om wat rond te kijken. Ze stond bij de tafel midden in de winkel en bukte om een stapel boeken van de grond te pakken. Toen ze zich had opgericht, keek ze me heel even aan zonder veel interesse, haar glimlach was een gewoonte.

Dat heb ik graag, dat de verwarring uitblijft. Terwijl ik verder loop, langs de marktkraampjes waar biologische voedingswaar wordt verkocht, blijf ik het gezicht voor me zien. In gedachten laat ik de bril verdwijnen en de ogen iets groter worden. De neus wordt wat platter en de mond krijgt vollere lippen. Niet van die smalle, rode streepjes. Het resultaat is een gezicht dat ik goed ken: dat van Vibeke, mijn ex-vrouw.

De vrouw uit de boekhandel had een zus van haar kunnen zijn. Een tweede dochter van de grote, roodharige man waarmee ik het nooit goed heb kunnen vinden. De man die mij altijd aansprak met ‘professor’ en wiens brede grijns onderstreepte dat dit bedoeld was als een belediging. We moesten regelmatig bij hem op bezoek omdat Vibeke boodschappen voor hem deed en zijn huis schoonhield. Vaak had ik geen zin om mee te gaan, maar ik kwam er niet onderuit.

‘Je hebt de plicht om voor je familie te zorgen,’ zei Vibeke dan in haar langzame en uitgesponnen Noors. Mijn protest was iets onaardigs in het Nederlands. Daarna zwegen we. Als ik Nederlands tegen haar sprak, was het gesprek afgelopen. Dan trok ik me terug in mijn eigen stilte. In het begin van onze relatie probeerde ik ruzie te maken in het Noors of soms in het Engels. Het had geen zin. Het ging immers niet om wat je zei, het ging erom dát je wat zei. En in ieder geval konden woorden die niet werden verstaan geen pijn doen.

Ik sta stil voor een kraam waar schapenkaas wordt verkocht uit een streek ten noordoosten van de stad. Vlak bij de Zweedse grens, zoals te zien is op een kaart die achter in de tent is opgehangen. Ik proef de witte, korrelige kaas die de man in de kraam mij toesteekt. Het smaakt niet slecht, maar ik twijfel. Produceren schapen van verafgelegen bergweiden betere, gezondere kaas dan schapen die dichter bij de stad hun gras kauwen? Het lijkt me sterk. Denk alleen al aan de energie die die beesten verspillen met het beklimmen van die bergen. Die kan allemaal niet gaan zitten in de melk die ze geven. De man achter de kraam is ook niet bepaald een reclame voor een gezonde leefwijze. Zijn lichaam vult de tent en zijn volle, paarse gezicht dekt de halve landkaart af die tegen het achterdoek van de kraam schommelt.

Ik heb een diepgewortelde afkeer tegen de melancholische hang naar het simpele, lege leven van vroeger. Ontbering en onthouding veredelen niet, ze verslijten je vroegtijdig.

Toch koop ik een pond van de witte smurrie. De man verpakt het onhandig in wit, vetvrij papier. Bij zijn eerste poging valt de helft van de homp kaas die hij heeft afgesneden op de grond. Hij schopt de kaas weg en lacht alsof het hem niet uitmaakt. Toch wordt zijn gezicht dieper paars en snijdt hij driftiger. Nog drie jaar, wellicht vier, meer niet, denk ik terwijl ik naar de marktman kijk. Dan valt hij dood neer of draait zich voor de laatste keer om in zijn bed. De verkoper van gezonde schapenkaas, vol van de zuivere berglucht die zo het groene wuivende gras is ingezogen. Het gras dat tegen de bergflanken opgroeit en nooit in aanraking is geweest met vuiligheid van welke soort dan ook.

Ik doe de verpakte homp kaas in de linnen tas. Nu nog naar de kraam waar ze brood met ongebroken graankorrels verkopen.

Bij de broodkraam staat een jong, zeer blond meisje. Ze lacht verlegen naar de klant die kritisch naar de uitgestalde waar kijkt. Hompen steen, daar doen ze me aan denken. Je kan er een hoofd mee klieven. Zo, snap, doormidden, terwijl de hersenen er slijmerig uitdruipen. Maar dat meisje, dat maakt alles goed. Die gelooft in de zaak, en daar gaat het tenslotte om. Alle vooruitgang is op hoop gestoeld en op verlangen. Haar lach is heerlijk en ze lijkt op mijn dochter Erna, die in Denver woont met haar moeder. Alleen daarom al kijk ik langer naar de broden, die allemaal hetzelfde zijn. Als ik er een aanwijs in de rij is dat een daad van domme willekeur. Toch kijkt ze goedkeurend. Ik heb goed gekozen, denk ik en ik ben tevreden. Het meisje rolt het brood in een wit, dik papier. Ik betaal en stop het brood in de linnen tas.

Half tien. Om elf uur heb ik een afspraak. Het kost ongeveer een halfuur om van hier naar de universiteit te lopen. Ik besef dat ik ruim de tijd heb om op mijn kamer een stuk van dat steenbrood af te beitelen en in te smeren met de gezonde schapenkaas. Soms zit het mee in het leven. Onaangekondigd geluk is meer waard dan geluk waar je op zit te wachten.


Download het fragment als PDF

'De charme van deze korte roman, die wel wat weg heeft van een Krimi, zit voor een deel in de wat knoestige stijl en de droge manier van vertellen.' - NRC Handelsblad ****

'Gezichtsverlies is een uiterst scherpe en compacte roman over de onvermijdelijke menselijke kant van de wetenschap, over toeval, schuld en keuzevrijheid. Het is knap hoe Toussaint erin slaagt om met een afstandelijke stijl de tragiek van zijn hoofdpersonage over te brengen op de lezer. Rijshouts keuzes zijn verwerpelijk, maar diens getraumatiseerde leven vraagt tegelijkertijd om begrip voor die keuzes. Die pijnlijke spanning goot Toussaint in een simpele maar doeltreffende compositie, waarin niets aan het toeval overgelaten is.' - Recensieweb.nl *****

'Toussaint weet alvast hoe je een goed verhaal kan vertellen door de kracht van de suggestie. Elke zin krijgt een lading, en soms kan je de onbehaaglijkheid van het hoofdpersonage bijna voelen. Hoewel je dit relatief dunne verhaal vrij snel achter de kiezen hebt, merk je gewoon dat deze schrijver nog meer in zijn mars heeft. Het enige verwijt dat we Toussaint dus zouden kunnen maken, is dat hij zich gauw eens moet wagen aan een lijvigere roman waarin zijn verteltalent nog meer aan bod komt.' - CuttingEdge.nl ****

'Deze korte roman van Pieter Toussaint geeft een mooi beeld van de dilemma’s van een wetenschapper en is daarmee hoogst actueel. Hoe de hoofdpersoon het verlies van zijn zoon verwerkt, lijkt in eerste instantie vooral een rationeel verhaal, maar gaandeweg de roman komen de emoties van de vader meer naar boven.' - Literair Nederland

'Puntig en helder geschreven. Schoon als een Noorse bries die door het fjord jaagt. Maar dat is gezichtsbedrog, want Toussaint sleept je het duister in, zonder dat je het in de gaten hebt. Ik geef een 8,5.' - Libelle.nl

'Toussaint heeft de gave om gedetailleerd te schrijven zonder breedvoerig te zijn. Integendeel, zijn weinige woorden zijn bijzonder doeltreffend. Een tikje weemoed, Noorse fjorden, een ongekunstelde stijl.' - Literatuurplein.nl

Bespreking op Literatuurplein.nl

Toussaint, zelf hoogleraar aan de universiteit van Trondheim, heeft de gave om gedetailleerd te schrijven zonder breedvoerig te zijn. Integendeel, zijn weinige woorden zijn bijzonder doeltreffend. Een tikje weemoed, Noorse fjorden, een ongekunstelde stijl.

Bron: Literatuurplein.nl

Recensie op LiterairNederland.nl

Deze korte roman van Pieter Toussaint geeft een mooi beeld van de dilemma’s van een wetenschapper en is daarmee hoogst actueel. Hoe de hoofdpersoon het verlies van zijn zoon verwerkt, lijkt in eerste instantie vooral een rationeel verhaal, maar gaandeweg de roman komen de emoties van de vader meer naar boven.

Bron: LiterairNederland.nl

Bespreking op Recensieweb.nl

Gezichtsverlies is een uiterst scherpe en compacte roman over de onvermijdelijke menselijke kant van de wetenschap, over toeval, schuld en keuzevrijheid. Het is knap hoe Toussaint erin slaagt om met een afstandelijke stijl de tragiek van zijn hoofdpersonage over te brengen op de lezer. Rijshouts keuzes zijn verwerpelijk, maar diens getraumatiseerde leven vraagt tegelijkertijd om begrip voor die keuzes. Die pijnlijke spanning goot Toussaint in een simpele maar doeltreffende compositie, waarin niets aan het toeval overgelaten is.

Bron: Recensieweb.nl

Recensie op NRCBoeken.nl

De charme van deze korte roman, die wel wat weg heeft van een Krimi, zit voor een deel in de wat knoestige stijl en de droge manier van vertellen.

Bron: NRCLux.nl

Libelle.nl geeft het boek een 8,5

Wat zo goed is aan deze roman is dat je voelt hoe wetenschapper Viktor (specialist in kansberekening en beslist licht autistisch) steeds meer in de draaikolk van zijn denken wordt gezogen. Na de dood van zijn zoontje is hij gescheiden van zijn vrouw. En zij is, met hun dochter, geëmigreerd naar Denver. Viktor is blijven wonen in het kleine Noorse dorp.

Bron: Libelle.nl

Bespreking door CuttingEdge.nl

Toussaint weet alvast hoe je een goed verhaal kan vertellen door de kracht van de suggestie. Elke zin krijgt een lading, en soms kan je de onbehaaglijkheid van het hoofdpersonage bijna voelen. Hoewel je dit relatief dunne verhaal vrij snel achter de kiezen hebt, merk je gewoon dat deze schrijver nog meer in zijn mars heeft. Het enige verwijt dat we Toussaint dus zouden kunnen maken, is dat hij zich gauw eens moet wagen aan een lijvigere roman waarin zijn verteltalent nog meer aan bod komt.

Bron: CuttingEdge.nl