BOEKEN

BOEK

Er zijn te veel Japanners in Japan

Er zijn te veel Japanners in Japan

Cri Stellweg

Dit boek is een kennismaking met een andere Stellweg, een Stellweg ver van huis, die de lezer niettemin vertrouwd is door haar geïnteresseerde kijk op de medemens, haar heldere observaties en haar altijd puntige en uitnodigende stijl. In den vreemde wordt haar blik op het vertrouwde scherper.

De afgelopen jaren maakte Cri Stellweg een aantal lange reizen over de wereld. In Fort Cochin aan de kust van Malabar in India is ze Nederlandse kolonisten op het spoor en komt de naam van Dorothea Sweetman tegen, die daar samen met vele anderen uit Edam, Hoorn en Amsterdam een Nederlandse stad stichtte; ze wandelt er door de Breestraat en de Gasthuyssteeg, en bezoekt het Nederlandse kerkhof waar Dorothea 250 jaar geleden begraven is.

Ze bezoekt Ellis Island, het kleine eilandje in de Hudson-baai voor Manhattan onder de rook van het vrijheidsbeeld, waar miljoenen mensen, onder wie veel Nederlanders, voet aan wal zetten in het beloofde land en Amerika maakten tot wat het is: een natie van immigranten. In Canada wordt ze geconfronteerd met de spannende geschiedenis van de eerste Europese settlers. Pas in Japan voelt zij zich echt in een andere wereld.

Dit boek is een kennismaking met een andere Stellweg, een Stellweg ver van huis, die de lezer niettemin vertrouwd is door haar geïnteresseerde kijk op de medemens, haar heldere observaties en haar altijd puntige en uitnodigende stijl. In den vreemde wordt haar blik op het vertrouwde scherper.

   

Daar ligt het dan weer. Na jaren zie ik het terug: Ellis Island. Nu ben ik dan eindelijk op weg ernaartoe. Een kleine dienstboot van de National Park Service vaart me erheen.

Ellis Island: het is de naam van een klein eiland in de Hudsonbaai tegenover de punt van Manhattan met zijn overweldigend silhouet van de hemelen bestormend steen, bazalt, beton.

Ellis Island: de naam werd een begrip voor zestien miljoen berooiden die door het oude Europa werden uitgespuugd. Hun leven daar was op de een of andere manier niet meer te dragen, Amerika was het land waarop ze al hun hoop hadden gevestigd voor betere overlevingskansen. Land waar misschien een toekomst lag, voor henzelf, voor hun kinderen. Heel hun Europese verleden, al wat hun bekend en vertrouwd was, lieten ze achter. In overladen boten, als vee opeengepakt in benauwde scheepsruimen, voeren ze het onbekende Amerika, de ongewisse toekomst, tegemoet.

Tussen die onbekende toekomst en het verlaten verleden lag Ellis Island. Voor zestien miljoen Europeanen betekende Ellis Island ooit de eerste stap op de aarde van een nieuw, vreemd vaderland, eerste stap in een ongekende toekomst.

In 1971 waren we een week in New York City. We maakten toen zoals het behoort de sightseeing boottour rond Manhattan Island, een verplicht nummer voor iedere toerist en vergelijkbaar met een rondvaart door de Amsterdamse grachten. Vanaf Westside vaar je de Hudson op en zet langzaam koers naar de punt van Manhattan.
Aan boord strooit een gids met gulle hand inlichtingen rond. Over New Jersey dat aan de andere zijde de rivier belijnt, over de Westside zelf, en algauw doemt dan ter rechterzij Liberty Island op met het Vrijheidsbeeld. The Old Lady. De kolossale dame met haar toorts. Een log wijf van doodsbleke steen op geweldige voeten in lompe stenen sandalen. Uiterst opzichtig staat ze de horizon te blokkeren, die toorts het zwerk induwend of dat kapot moet.

Maar wat is dat andere eiland dat ernaast ligt en eerst gepasseerd wordt? Een platte groene pannenkoek van land ligt uitgespreid op het water. Enkele lage, langgerekte gebouwen van rode baksteen staan in het groen. Met gele zandsteen zijn de vele ramen helder omlijnd. Het grootste gebouw draagt op de vier hoeken torens, bevallig als minaretten. Groen zijn de koepels waarmee ze zijn afgedekt, groen van geoxideerd koper. Het heeft iets byzantijns, dromerigs, liefs, iets volstrekt on-Amerikaans, absoluut niet-New Yorks. Wat is het? De gids laat het met zijn zichzelf door de vele luidsprekers repeterende stem weten: 'Nu eerst aan uw rechterzijde Ellis Island. De gebouwen die u ziet zijn voor miljoenen immigranten jarenlang de poort geweest waar ze doorheen moesten alvorens ze de Nieuwe Wereld mochten betreden. Zestien miljoen immigranten zijn in veertig jaar tijds door Ellis Island Immigration Station getrokken op hun weg naar een nieuw leven, een nieuw bestaan als nieuwe burgers van dit Amerika, land van belofte voor zovelen die het oude Europa niet meer voeden kon, geen ruimte meer bood...'

Ondertussen waren we langsgevaren. Alleen de koepels van de minaretten bleven zichtbaar boven het al verdwijnende, platter wordende groen. Mijn ogen bleven ze vasthouden, mijn hoofd bleef de zojuist ontvangen informatie vermalen. Zestien miljoen immigranten, Europeanen toen, zoals ik nu en nog. Mijn voorvaderen, buren, de uwe, de zijne. In dit Amerika zochten ze een plek om er het hunne op te zetten. Zestien miljoen van onze eigen Europese mensen hebben in veertig jaar dat Europa van ons verlaten en zijn over dit Amerika uitgezwermd, hebben het bevolkt en geholpen het te maken tot wat het is, zij en de kinderen die ze kregen, de bevolkingspotentie die ze in zich meedroegen.

Hoe kwamen de zestien miljoen daar? Wie waren ze? Hoe ging het allemaal in z'n werk? Wat gebeurde er op dat Ellis Island? Daar en toen op die boot wist ik het heel zeker: ik wilde meer weten en ik wilde er zelf naartoe.