BOEKEN

BOEK

De wolkenbibliotheek

De wolkenbibliotheek

Stéphane Audeguy

Maar meer en meer heeft zij tegelijkertijd het gevoel, dat de oude heer Kumo met iets heel anders bezig is...

Monsieur Akira Kumo, een internationaal gevierd couturier in Parijs trekt zich terug uit het beroepsleven om zijn droom in vervulling te laten gaan: zijn gedurende vele jaren opgebouwde bibliotheek met boeken en naslagwerken over wolken moet geordend worden. Hij neemt daarvoor de jonge bibliothecaresse Virginie Latour in dienst. Ze luistert verbaasd en gefascineerd als Kumo dagelijks boek na boek met haar doorneemt en de verhalen eruit voor Virginie samenvat. Het verhaal van de quaker Luke Howard bijvoorbeeld, die als eerste de verschillende soorten wolken een naam gaf en daarover met niemand minder dan Goethe correspondeerde. Of dat van de levensloop van de melancholieke schilder Carmichael, die niets anders dan wolken schilderde. Of het levensverhaal van de geleerde Richard Abercrombie, die op zijn wereldreizen de wolken kwijtraakte maar onverwachte en erotische zijpaden insloeg.

Met verve en door middel van de meest verbazingwekkende anekdotes vertelt Kumo over de ontdekking van de wolken door kunst en wetenschap en over de uitvinding van de meteorologie, die alles verandert: de economie, de machtsverhoudingen, het geloof. Wolken, stelt Virginie Latour bij de ordening van de bibliotheek vast, hebben zowel dichters en schilders als ontdekkingsreizigers,wetenschappers en krijgsheren gefascineerd en beïnvloed.

Maar meer en meer heeft zij tegelijkertijd het gevoel, dat de oude heer Kumo met iets heel anders bezig is...

'Voor ons,' schreef Le Nouvel Observateur, 'is De wolkenbibliotheek ook bij een bewolkte hemel het eerste echte meesterwerk van deze nieuwe eeuw: een poëtische avonturenroman, die even verrijkend als betoverend is.'

   

Tegen vijf uur ’s avonds zijn alle kinderen treurig: ze beginnen te begrijpen wat dat is, de tijd. De dag loopt langzamerhand ten einde. Nu moeten ze toch naar huis, braaf zijn en liegen. Op een zondag in juni 2005, rond vijf uur ’s avonds, praat een Japanse modeontwerper, Akira Kumo genaamd, met de bibliothecaresse die hij zojuist heeft aangenomen. Hij zit op de derde verdieping van zijn herenhuis in de Rue Lamarck, in zijn privébibliotheek met uitzicht op de hemel: een enorm raam van dertig vierkante meter met dubbele beglazing dempt het stadslawaai volledig. Boven de grijze lijn van de daken spreiden de wolken zich uit, altijd dezelfde en altijd wisselende, onverschillig tegenover de landschappen die ze overheersen.
De nieuwe bibliothecaresse kijkt naar de boekenrekken.

Ze heet Virginie Latour. Akira Kumo vertelt haar over Londen in het begin van de negentiende eeuw. Eerst begrijpt Virginie Latour er niet veel van. Dan is er sprake van wolken. Er is sprake van wolken en Virginie Latour begint iets te begrijpen. Ze begrijpt dat in het begin van de negentiende eeuw een paar anonieme en zwijgende mannen, verspreid over heel Europa, hun ogen hebben opgeslagen naar de hemel. Ze hebben met aandacht naar de wolken gekeken, met respect zelfs, en met een soort kalme eerbied hebben ze ervan gehouden. De Engelsman Luke Howard was een van hen.

Luke Howard is een jonge onderdaan van het Britse Rijk. En het is in het hart van dat Rijk, in Londen, dat hij woont en zijn beroep van apotheker uitoefent. Hij is lid van het Genootschap der Vrienden, hij is wat men een quaker noemt. Het is moeilijk om niet van die man te houden, die met de kalme volharding van de onschuldigen zijn leven aan slechts een paar dingen lijkt te hebben gewijd: aan de wolken, aan de mensen en aan zijn enige God. Ten minste één keer per week neemt Luke Howard deel aan een van de religieuze bijeenkomsten die bij de quakers de functie van een mis hebben.

Wat zou een Genootschap van Vrienden moeten beginnen met een priester? De quakers lezen onophoudelijk de Bijbel en in de Bijbel is nergens sprake van een geestelijke, noch van een paus. Op 25 november 1802 komen Luke Howard en zijn geloofsgenoten bijeen in een klein zaaltje boven het farmaceutisch laboratorium waar hij werkt. De leden van het gezelschap gaan in een kring zitten en bewaren het stilzwijgen. Toch heeft iedereen het recht te spreken, maar op voorwaarde dat hij iets te zeggen heeft. Dat is waarom, heel vaak, de meesten zwijgen. Zo verloopt een quakervergadering. Natuurlijk kan het voorkomen dat de gelovigen een gesprek voeren, maar ze discussiëren nooit. Als er ongelukkigerwijs toch een discussie ontstaat of zelfs een ruzie, dan verzoekt de voorzitter van de vergadering om stilte. En het wordt stil. Wat Luke Howard betreft, hij kan zwijgen, dat is wat hij het beste kan, het is zijn enige talent maar hij bezit het in hoge mate. Hij zwijgt op een bewonderenswaardige manier, om zijn hart open te stellen voor de wolken en de mensen en bovenal voor de schepper van alle dingen.

De vergadering van 25 november 1802 is in stilzwijgen verlopen en, daar is iedereen het over eens, heel gunstig. Er zijn allerlei gradaties van stilzwijgen en de quakers blinken uit in het beoordelen ervan. Dat van 25 november 1802 kan de algemene goedkeuring wegdragen. Luke Howard gaat op de drempel van het laboratorium staan om afscheid te nemen van de deelnemers, zijn beste vrienden vertrekken als laatste. Er wordt over van alles en nog wat gepraat. Een van hen vraagt hem of hij al een onderwerp heeft voor de lezing die hij volgende maand voor hen moet houden, in de vertrouwde en vriendschappelijke kring van de kleine wetenschappelijke sociëteit die ze hebben opgericht. Hij antwoordt dat hij nog aarzelt tussen een paar onderwerpen. Omdat hij niet kan liegen ziet iedereen dat hij liegt en wordt hij goedmoedig uitgelachen, maar niemand dringt aan. Het gezelschap gaat uiteen. Luke Howard loopt weer naar boven en gaat staande achter een gammele, eerbiedwaardige lessenaar aan het werk.

Eigenlijk weet Luke Howard al vanaf het moment dat hij werd aangewezen voor de volgende lezing waar die over zal gaan. Hij wil over wolken spreken. En hij zal erover spreken zoals nooit iemand tevoren deed. Vóór hem bestonden de wolken als zodanig niet. Het waren alleen maar tekenen. Tekenen van de toorn of de gelukzaligheid van de goden. Tekenen van de grillen van het Weer. Gewoon voortekenen, goede of slechte. Maar niet meer dan tekenen, zonder bestaan op zich. Zo kun je de wolken echter niet begrijpen. Om ze te begrijpen, beweert Luke Howard, moet je ze op een bepaald moment op zichzelf beschouwen, omwille van zichzelf. Kortom, je moet van ze houden en hij is in feite sinds de Oudheid de eerste die dat doet. Hij is de eerste die er actief naar kijkt en hij meent te kunnen vaststellen dat de wolken zijn gevormd uit een unieke stof die zich onophoudelijk transformeert, dat kortom elke wolk de metamorfose van een andere is. Ook besluit hij de regels van de vorming van de wolken op te stellen, en de typische vormen die hij ontdekt een naam te geven. En in tegenstelling tot zijn enige voorganger, een Fransman, geeft Howard zijn categorieën Latijnse namen, zodat alle Europese geleerden ze kunnen overnemen.

En nu is het makkelijk voor ons, voor iedereen. Alles lijkt makkelijk na een uitvinding. Elke domoor kan de motor begrijpen die door Rudolf Diesel is uitgevonden, of het principe van het vastleggen van stilstaande beelden van de heren Niépce en Daguerre. Maar het bedenken van zoiets, dat is ontzettend moeilijk. Het idee moet eindeloos bijgesteld worden. In het geval van de wolken is de taal het doorslaggevende punt. De naamgeving is een zeer netelige fase bij wetenschappelijke uitvindingen. Er is een bijzonder talent voor nodig dat men onbeduidend kan vinden maar dat van essentieel belang blijkt. Want de doopnamen van de dingen functioneren niet zoals die van mensen. Mensen krijgen bij hun geboorte een voornaam en een achternaam, vervolgens handelen ze naar die naam of verloochenen hem, ze verzwijgen hem of veranderen hem. Soms halen ze hun familienaam door het slijk, soms voeren ze hem naar de toppen van de maatschappij, en soms doen ze beide tegelijkertijd.

Maar de dingen bestaan buiten hun naam om, ze kunnen eeuwenlang stom en onbenoemd bestaan. Toch is er een naam die hen opwacht in de stilte, een naam die moet worden bedacht of gevonden door een geleerde, een dichter. Het vinden van de naam die het begrip van het ding bevat, het vinden van de naam van de wolken, dat is precies waarin Luke Howard als eerste mens is geslaagd. En nu zien we de wolken met hem, dankzij hem: de cumulus en de stratus, de cirrus en de nimbus, voortaan is het er allemaal en is alles zo eenvoudig.

'Audeguy ontwikkelt in de loop van de roman, die uit drie delen bestaat, een unieke sobere stijl; een aangename eigen toon.' - Literatuurweb.nl

'Audeguy is niet alleen een goed verteller, hij heeft ook nog wat te vertellen, met een listige dosering van inzicht en verhalen. Als een schrijver daar een hele roman voor nodig heeft, vertel je dat niet in een paar woorden na. Ik verwijs daarom maar naar een ander, zojuist vertaald boek over 'wolken in de geschiedenis, wetenschap en cultuur': De wolkengids van Gavin Pretor-Pinney.' - De Groene Amsterdammer

'Een wonderlijke, veelzijdige roman over de oude couturier Akira Kumo, verzamelaar van alles wat met wolken te maken heeft.' - VPRO Gids

'Na lezing van dit boek zijn wij er geheel van overtuigd dat 'er niets ter wereld fascinerender is dan de wolken, of het moet de oceaan zijn' Stéphane Audeguy's 'De wolkenbibliotheek' is geschiedenisles en roman in één. Met zijn debuutroman De wolkenbibliotheek maakte Stéphane Audeguy zich in één klap 'incontournable' in de Franse letteren. Deze curieuze vertelling over een passie voor het wolkendek laat de lezer langzaam van de ene verbazing in de andere vallen. Tegelijk is het boek een uiterst leesbare bespiegeling over wetenschap, verzameldrift én kunst.' - De Morgen

Bespreking op Iedereenleest.be

Verder is het gewoon een fijn boek om te lezen, vanuit het standpunt van een man die terugkijkt op zijn leven. Absolute aanrader!

Bron: IedereenLeest.be

Recensie op 8weekly.nl

In De wolkenbibliotheek laat Stéphane Audeguy zijn invloeden spreken en de hoofdpersoon van de roman het woord voeren. Het lijkt alsof hij zelf weinig te vertellen heeft. Lijkt, want als een volleerd schrijver met een heel eigen stem heeft hij de compositie van zijn eerste werk strak in handen.

Bron: 8weekly.nl