BOEKEN

BOEK

De warmte van het zelfbedrog

De warmte van het zelfbedrog

Mark Boog

De warmte van het zelfbedrog is een eigentijdse schelmenroman, hilarisch, met de hoofdpersoon als koning van een luchtkasteel.

Ja! Mij in het volle leven te storten, al is het dan dorpsleven! Mij te mengen! Ongeacht de gevolgen te handelen! Zelfs spontaan te handelen! Dat was de bedoeling! Wat ervan komt, dat komt ervan. Voor herstelwerkzaamheden was de gehele tweede helft van mijn leven beschikbaar. De twijfel is nooit ver weg, maar zou geen weerklank vinden. Ik was sterker dan de twijfel nu. De twijfel was een ongekookt ei, en ik een plavuizenvloer.

'In verwarde toestand,' zoals dat heet, verlaat de hoofdpersoon van De warmte van het zelfbedrog zijn woning en gaat op reis. Hij belandt min of meer toevallig in een dorpje waar hij vrijwel meteen als een zonderling wordt beschouwd en behandeld, om niet te zeggen als een halvegare. Maar het is een hoogbegaafde halvegare, in elk geval in eigen ogen: in welluidende zinnen en theorieën levert hij op alles en iedereen commentaar. In het plaatselijke café, op het dorpsplein, in het bordeel, op het gemeentehuis, overal roert hij zijn mondje. Misschien oreert hij trouwens vooral om de chaos in zichzelf en in de wereld op afstand te houden.

De warmte van het zelfbedrog is een eigentijdse schelmenroman, hilarisch, met de hoofdpersoon als koning van een luchtkasteel.

   

Ik verliet het huis in verwarde toestand. Zo heet dat. Ik trok de deur met mijn linkerhand achter mij dicht en keek gejaagd rond. Niemand wist dat ik om andere redenen dan een simpele boodschap mijn woning verliet, maar misschien was het me aan te zien. Men weet al niet wat men van zichzelf moet denken, hoe dat met anderen zit is principieel onkenbaar. Voeg daarbij de natuurlijke drang tot verraad van de mens en het wordt duidelijk dat het zaak was mij zo onopvallend mogelijk te gedragen - wat overigens altijd geldt, zodat speciale aanpassing van mijn gedrag aan de omstandigheden niet noodzakelijk was. Een goed begin.


De zeewind zocht ingewikkelde wegen door de straten van de stad, en vond ze. De wereld huiverde. Zelfs de zon, de onaanraakbare, onmenselijke, rechtvaardige, leek onrustig. De lichtvlekken op de stoep en tegen de huizen rilden af en toe, wanneer er een flard bewolking langs de zon werd gejaagd - die dus niet zelf onrustig was, maar gehinderd werd in de uitoefening van haar strenge bewind. Het was desondanks warm, want ze liet zich niet kennen. Verward weer.

Ik liep met afgemeten passen de straat uit en stapte in een bus die net aan kwam rijden. Alsof het niets was. 'Het is beschikt,' zei ik hardop, 'of anders toeval.' De bus beloofde naar het station te rijden, dat enkele kilometers buiten de stad lag, en vanaf het station vertrekken treinen. De verschillende dienstregelingen - althans de plaatselijke - kenden voor mij geen geheimen, hoewel ik zelden, en dan met tegenzin, gebruikmaakte van het openbaar vervoer. Het was het openbare dat me tegenstond, al had ook het verschijnsel vervoer niet mijn directe sympathie. Ik had er echter ook weinig tegen.

Dienstregelingen en werkelijkheid hebben weliswaar in de meeste gevallen even weinig met elkaar te maken als zon en wereld, maar zelfs benadering is al een succes te noemen. Men moet zich in het algemeen zo goed mogelijk informeren. Verrassingen zijn misschien niet uit te sluiten, maar men kan ze onwaarschijnlijk maken en beperken. Het is bijvoorbeeld ook het beste om zo veel mogelijk thuis te blijven. Houd de gedachten bij elkaar en de benen stil, bid ik u. Geef geen aanstoot en blijf uit elkanders buurt.

Aan de andere kant is de verrassing groter als er een dienstregeling is waarvan afgeweken wordt. Verwacht niets, en verrassingen blijven u bespaard. Zo is het ook wel weer.

Tijdens het instappen benam de storm, die de geopende deuren van de bus aangreep voor een hoogstandje, mij één moment de adem. Ik greep met beide handen de stang beet die in de deuropening van de bus de mensenstroom in banen moest leiden en trok mijzelf naar binnen. 'Jawel,' zei ik. 'Langs de geijkte paden. Ondanks tegenwerking.' De tranen stonden me in de ogen.

'De trein sluit aan op de bus,' zei de chauffeur op vertrouwelijke toon, hoewel ik hem niets had gevraagd, en hij knikte me bemoedigend toe. Ik was op de goede weg. Weer leek het me dat, als hier al toeval in het spel was, het onderschat werd en tenminste met een hoofdletter diende te worden geschreven.

Ik volgde die dag het Toeval, dat spreekt in ingevingen en voorvallen, als een aangehaalde zwerfhond. Het bracht me waar ik ben. Het heeft me nooit aan mijn lot overgelaten.

Toch is het beter om zelf de teugels in handen te houden. Het is jammer dat het onmogelijk is om altijd op te blijven letten. Men wordt afgeleid, men valt op klaarlichte dag in slaap, men verdwaalt in gedachten: het paard bokt en de teugels ontglippen de slappe handen. Krijg ze dan maar weer eens te pakken.

Het leek dus alsof ik vertrok om nooit meer terug te komen - en zo was het ook. Men moet altijd vertrekken met de bedoeling nooit meer terug te komen, anders vertrekt men maar half. Maar ik was verward, dus tegelijkertijd was mijn vertrek het begin van een queeste: ik zocht de Andere Vrouw. Ik zou haar mee naar huis nemen en Opnieuw Beginnen. Het huis zou ervan veranderen, ik zou ervan veranderen, het hele léven zou ervan veranderen. En alles ten goede. Zij zou mijn zon zijn en ik haar wereld.

Ik vertrok dus tegelijk om wel terug te komen. Ik dacht: ik zie wel. Wat komt dat komt, en als ik het niet weet te ontwijken, dan zal ik ermee moeten leven. Ik wist niet wat ik deed.

De wind getroostte zich intussen grootse moeite om de bus van de slingerende, smalle weg te dwingen, maar het rechthoekige, plompverloren voertuig bleef onaangedaan, zoals de chauffeur en de meeste passagiers. Weliswaar ben ik geneigd het meerderheidsstandpunt per definitie en zonder verder nadenken te verwerpen, wegens bewezen stupiditeit, maar er zijn meer manieren om zich gerust te stellen. Het ontbreken van enige poging tot schoonheid in zowel uiterlijk als interieur van de bus - zonder dat nu direct ieder detail als functioneel kon worden aangemerkt - deed uiteindelijk ook mij in de afloop geloven. Het lompe gevaarte had zo weinig met het landschap of de mensen te maken dat niets het zou kunnen raken. Zelfs het routineuze optimisme van de passagiers zou geen onheil kunnen brengen.

Wij bereikten dan ook ongeschonden, misschien enigszins opgewonden, het station.

Bespreking op Iedereenleest.be

Dit is een eenvoudige, merkwaardige maar mooie roman. Af en toe met wat moedwillige humor, waarin ook tragiek of ontreddering kunnen meespelen.

Bron: IedereenLeest.be

Bespreking op DeRecensent.nl

Na het modernisme en het post-modernisme is er in de literatuur niet veel meer gebeurd. Net als in de beeldende kunst lijken de grenzen bereikt en veelvuldig overschreden. Dus worden nu de oude paden opnieuw betreden. Goede vertellers, zonder al teveel dubbele bodems, beheersen nu weer het landschap.

Bron: DeRecensent.nl

Vermelding op NRCBoeken.nl

En naar beide boeken werd met spanning uitgekeken. Vorig jaar won Boog de C. Buddingh`-prijs voor zijn debuutbundel Alsof er iets gebeurt en werd hij veelvuldig geprezen voor zijn korte roman De vuistslag, een monoloog van een man die zomaar op straat zegt te zijn neergeslagen en waarin geleidelijk duidelijk wordt dat die klap niet helemaal uit de lucht kwam vallen.

Bron: NRCBoeken.nl

Bespreking op Hotel-Boekenlust.nl

Mark Boog, die voor deze roman voornamelijk poëziebundels heeft gepubliceerd, schetst hiermee een mooi stukje reisproza voor de eenzame zielen die vermakelijk zullen constateren dat de grens tussen normaal en verward zijn helemaal niet zo rechtlijnig is.

Bron: Hotel-Boekenlust.nl