BOEKEN

BOEK

De laatste ontsnapping

De laatste ontsnapping

Jan van Mersbergen

‘Jij bent mijn vader,’ zegt de jongen aan de telefoon. Hij heet Deedee en is tien jaar. Wat betekenen familiebanden als je elkaar nog nooit gezien hebt?

De vader vluchtte ooit voor de dienstplicht uit voormalig Joegoslavië en treedt al jaren op in het nachtleven van Amsterdam met een ontsnappingsact, waarbij hij zich aan een stoel laat vastbinden en vrij moet zien te komen. Na het eerste telefoontje van de tienjarige jongen dringt het nieuws nog niet tot hem door. Neemt iemand hem in de maling? Na het tweede telefoontje ontmoeten ze elkaar. Nu hij de jongen voor het eerst ziet, weet hij het zeker: Deedee lijkt sprekend op zijn jongere broer, die in Joegoslavië achterbleef en wel ging vechten.

Tijdens een verblijf aan de Zuid-Franse kust, waar de ontsnappingskunstenaar is uitgenodigd om op te treden, wordt duidelijk dat er meer speelt dan alleen de band met zijn zoon.

Welke waarde heeft vrijheid als je volledig ongebonden bent? Op welke manier hebben je kinderen jou nodig en op welke manier heb jij je kinderen nodig?

Ook verkrijgbaar als eboek

   

Je hebt pas gevlogen als je geland bent

Gordels om, knippert het lampje.
Volgens mij is het de eerste keer dat hij zichzelf aan een stoel ketent en ook de eerste keer dat hij dat doet omdat een ander hem dat vraagt, eerst dat lampje en nu een blonde stewardess met een groene rok en dunne benen. Zijn zoon Deedee zit links naast hem aan het raampje. Hij klikt ook zijn gordel vast. De motoren zoemen al. We gaan opstijgen, we gaan naar de zon, naar het strand, naar het feest. Ik heb er zin in.
In de auto naar het vliegveld deed hij zijn riem niet om. Ik zei er niks van. Toen we vlak bij het vliegveld waren vroeg ik hem hoe hij zich voelde nu ze samen op reis gingen, hij en zijn zoon. Hij dacht lang na. Toen zei hij: Ik ben nog nooit zo bang geweest.
Hij was heel stil. Nog stiller dan anders. Ik liet hem een tijdje zo naast me in de auto zitten. De jongens zaten op de achterbank, mijn zoon Ruben en Deedee, beste vrienden. Ze keken uit het raam en telden vrachtwagens, ze volgden het gesprek niet. Ze waren al over de vierhonderd. Nog nooit zo bang geweest.
Vlak voor we vertrokken zocht ik hem thuis op. We zaten op zijn balkon. Ik vroeg hem of hij nog mee wilde. Ik had hem een tijd niet gezien en hoopte van wel. Ik hoopte het want die jongens keken ernaar uit en zonder zijn act zou het gewoon een normale vakantie zijn. Ook toen op dat balkon zei hij lang niets en legde een hand op mijn arm en zei: Toen ik alles kwijtraakte verloor ik ook de angst om alles kwijt te raken.
Heel lang was hij nergens bang voor, echt nergens voor. Hij vergeleek zichzelf met een vogel die zomaar ergens heen kan vliegen, niet omdat hij voedsel moet zoeken of omdat hij dorst heeft, omdat hij moet schuilen voor de regen, gewoon omdat hij op deze wereld is en zijn plek niet alleen hier is maar ook daar, aan de andere kant van die schutting, hoog in een boom, over de schoorstenen, op een oude antenne op een of ander dak.
En nu heeft hij die jongen en gaat hij met hem op reis en is hij zo bang als een jonge wezel.
Naast hem in het gangpad staat een vrouw in een beige broek, de laatste die het vliegtuig binnenkwam. Ze heeft opvallende oorbellen, van die grote glimmende ronde, en in haar opgestoken haar steekt een zonnebril. Stoelnummer 16c, de stoel naast mijn vriend, die zegt: Neemt u plaats mevrouw.
Ze glimlacht, kijkt naar Deedee en naar hem en zegt: Jullie moeten vader en zoon zijn. Hij zegt: Sinds kort wel ja.
De vrouw gaat zitten, vraagt verder niks. Het is waar, een maand of vier geleden kenden ze elkaar nog niet, vader en zoon. En ik kende hem ook nog niet. En ik had mijn baan nog.
Ik kende alleen Deedee. Hij en mijn Ruben zijn al zeker zes jaar vrienden. Ruben zit naast me op zijn vliegtuigstoel, in het midden van deze rij, zijn handen op zijn bovenbenen, net als ik. Naast hem een donkere man die onafgebroken uit het raampje kijkt. Toen Ruben naar school ging kwam Deedee ook net in groep 1 en vanaf de eerste dag zaten ze naast elkaar en waren ze vrienden, zoals dat bij jongens gaat. Zonder er verder iets over te zeggen speelden ze iedere dag samen en nu zijn ze allebei tien.
We wonen niet ver van elkaar. Deedee met zijn moeder op een etage driehoog achter de markt. Ik met mijn vrouw en Ruben en zijn kleine zusje aan het park. Als de ramen aan de voorkant openstaan kun je de fontein horen. Rubens kamer is bijna net zo groot als die hele etage van Deedee maar dat maakt die jongens niks uit.
Het begon van de winter toen Deedee zijn vader belde, vanuit het niets. Heel simpel, gewoon met de telefoon van zijn moeder.
Een week of wat daarvoor speelden die jongens bij ons en ik zat aan de keukentafel vacatures te zoeken en Deedee vroeg me wat voor telefoon ik had. Ik liet hem mijn toestel zien met het onbeperkte abonnement waar ik toen vanaf wilde, veel te duur, maar dat ik nog steeds heb. Het maakt me niks meer uit.
Deedee zei: Die heeft mijn mama ook, maar hij doet het niet.
Ik zei dat haar telefoon het prima doet. Ik bel haar soms op en zij mij, als we iets moeten afspreken over spelen of wegbrengen of ophalen of logeren.
Hij zei: Als ik op de knop druk krijg ik een scherm met negen stipjes. Verder niks.
Dat is een beveiliging, zei ik en ik liet Deedee het beginscherm zien. Je moet een lijn trekken tussen de stipjes.
Iedereen heeft een eigen patroon.
Maar ik weet nu die van jou.
Heb je hem onthouden dan?
Dat had hij. Ik zette de telefoon uit, toverde het beginscherm weer tevoorschijn, gaf hem het toestel en met zijn vinger tekende hij in één keer mijn patroon, de slimmerik.
Hij vroeg nog: Staat mijn mama erin?
Iedereen staat erin.
Ik liet hem zien hoe je in de namenlijst kunt kijken, met de letters rechts aan de zijkant. Hij scrolde door de namen en kwam bij Simone. Hij drukte op de naam van zijn moeder en er kwam een ander schermpje en hij vroeg: En dan? Die groene knop.
Bel ik haar dan?
Probeer maar, zei ik en hij zei: Hoeft niet, en hij gaf mijn toestel terug. Niet veel later belde hij dus zijn vader op, met de telefoon van Simone. Ik denk dat hij de code gewoon van haar afgekeken heeft onder het eten of toen ze naast elkaar op de bank zaten en Deedee tv keek en zij chatte met een vriendin of met mijn vrouw, dat doen ze soms, die twee.
De naam die hij moest hebben in de adressenlijst van haar telefoon was Ivan. Zo staat hij nu ook in mijn bestand. Deedee zocht hem op en belde.
Op het schermpje van zijn toestel verscheen de naam voetje. Ik ken Deedees moeder alleen als Simone, maar in zijn telefoon stond ze als voetje, nog steeds, hij liet het me een keer zien op een zachte voorjaarsavond toen we van de ene kroeg naar de andere liepen, op de Delta. Ik vroeg hem die avond hoe hij Simone eigenlijk had ontmoet. Hij vertelt niet graag over zijn begintijd hier in de stad, ik heb het uit hem moeten trekken als een splinter die diep onder een eeltlaag zit. Zes glazen jenever kostte het me, en die avond zei hij nog bijna niks.
Hij vertelde dat hij bij een van de kroegen in die smalle straatjes tussen de grachten optrad, buiten. Bijna elf jaar geleden moet dat geweest zijn.
Er lag ijs op de gracht en hij deed zijn act met het vuur op het bevroren water en het vuur kroop tot in zijn nek en zijn adem dampte en het ijs kraakte en sidderde onder de mensen die toekeken. Er gilde iemand, en dat was zij, een vrouw met rode krullen en sproeten in haar gezicht. Ze had een wollen muts op.
Tijdens het optreden bleef ze op afstand, zoals iedereen op afstand bleef van het vuur, maar later in het café stond ze aan de bar en wenkte ze hem en hij gebaarde dat zij naar zijn hoek van de bar kon komen. Dat is een van zijn stelregels, legde hij uit: zij komen naar jou.
Ze kwam bij hem staan en de mouwen van zijn overhemd waren opgestroopt en ze bekeek zijn onderarmen en streek met een vinger over de dikke blauwe aderen en zei: Mooi mooi mooi.
Ze dronken bier uit hoge glazen en hadden een gesprek.
Ivan kon uren praten over het wentelen van de aarde of over de tijd die soms de ene en soms de andere kant op draait of over bomen die vast lijken te staan in de grond, zo verstild dat het is alsof de tijd geen grip op ze heeft. Over bomen die ongezien oud worden, over takken die je uit kunnen zwaaien of juist verwelkomen, over wortels die houvast geven maar ook als benen zijn, want bomen kunnen lopen, leerde ik van hem.
Ik vroeg hem wat hij daarna deed, nadat zij had gezegd dat ze zijn arm met die aderen zo mooi vond.
Hij zei: Dat weet je best.
Dat weet ik wel ja.
Als hij met een vrouw praat, aan een bar of achter in een kroeg, dan raakt hij haar aan, bijna ongemerkt. Haar hand, haar arm, haar schouder. Dan wisselen ze een paar korte woorden en verschuift zijn hand naar haar heup, dat is zijn manier, aanraken en haar even aankijken met die donkere ogen van hem en weer iets zeggen en dan glijdt zijn hand naar haar kont, onder de rand van haar spijkerbroek of het elastiek van haar rok of wat ze ook draagt.
Simone heeft goeie heupen en een goeie kont. Die kale vader van Eefje staarde haar op een ochtend na toen ze van school wegfietste en ik liep langs hem en zei: Boe. Hij schrok ervan, de suffe badmuts.
Dus Ivan praatte eerst en ging daarna met Simone mee naar huis en wat hij alleen nog vertelde was dat ze hem voor hij weer vertrok haar telefoonnummer gaf en omdat hij haar naam al weer was vergeten sloeg hij het nummer op onder voetje, want in het café nipte ze van haar bier uit een hoog glas met een voet en ze tilde haar glas niet op, ze liet het kantelen en zette haar lippen aan de rand, het voetje raakte steeds de bar, het viltje.
Wat was ik er graag bij geweest toen Deedee hem belde.


Download het fragment als PDF

'Het vakmanschap van Van Mersbergen staat niet ter discussie. Geen ingewikkelde zinnen, geen vergezochte metaforen. Aan een paar woorden heeft hij genoeg om een complexe gemoedstoestand te beschrijven. Zijn vorige, ‘Naar de overkant van de nacht’, stond een paar jaar geleden op de longlist van de Gouden Boekenuil. ‘De laatste ontsnapping’ mag daar gerust naast liggen, en zou dus ook tot de twintig beste Nederlandstalige boeken van dit jaar kunnen behoren.' - Humo

'Weergaloze nieuwe roman. De laatste ontsnapping is in alle lagen die de roman telt uitstekend. Beelden in woorden vervat, beelden die taal worden - wat is dit mooi gedaan. Een roman die vrijwel alles wat de laatste tijd aan Nederlandse literatuur is verschenen in de schaduw stelt.' - Tubantia

'Voor veel schrijvers geldt dat ze zichzelf definiëren met iedere roman die ze schrijven. Voor Jan van Mersbergen lijkt dit dubbel en dwars op te gaan. Zijn personages ontwikkelen zich in het spoor van hun voorgangers, uit vorige romans. Op deze manier ontstaat er een steeds krachtiger beeld van een bepaalde figuur met almaar scherper wordende karaktertrekken. Zou je kort willen zijn, dan zou je Van Mersbergens schrijverschap een vervolstudie van een karakter kunnen noemen. Natuurlijk is er meer: die zachtmoedige verteltrant, die lichtheid in stijl en paradoxaal genoeg de inhoudelijke gerichtheid op communicatie, maar in de allereerste plaats is Van Mersbergen, op haast Anton Corbijn-achtige manier, de auteur van het mannenlijke portret. Hard en loeischerp waardoor je alles ziet.' - de Volkskrant ****

'Het slot van De laatste ontsnapping is verrassend en ontroerend. Van Mersbergen schrijft in dit boek over het algemeen erg fraai. Deze roman is met zorg en liefde geschreven. Dat merk je aan alles.' - Het Parool ****

'Met zijn grote vechtersbazen-knuisten schreef Jan van Mersbergen een intiem onthutsende vaders-en-zonen roman die aan het denken zet.' - Kenneth van Zijl, Lezen &cetera

'In de levensechte weergave van de hitsige dronkemanstochten grijpt Van Mersbergen terug op wat hij in Naar de overkant van de nacht al bewees te kunnen: zijn lezers meevoeren in de roes van de hoofdpersoon. Van Mersbergen grossiert in dat soort scènes, waarin kleine gebaren en onuitgesproken gedachten je zomaar de adem benemen. Hoe een mens een brok in zijn keel kan krijgen door een doodeenvoudige zin.' - NRC Handelsblad ****

'Ik schrijf over zwijgzame vaders en zonen en las De laatste ontsnapping van Jan v Mersbergen: mooie roman. Over zwijgzame vaders en zonen.' - @edwardvdvendel

'De laatste ontsnapping is een typische Van Mersbergen. Een roman gesteld in koele, klare taal over mannelijke bondgenootschappen tussen knoestige zwijgers en verholen zwelgers. Met zichtbaar genoegen en merkbare ervaring vangt Van Mersbergen opnieuw de door talloze ijskoude jenevers en biertjes gesmeerde vriendschap tussen gewonde dieren. Mooie, precieze formuleringen, daar is Van Mersbergen goed in. Tegelijkertijd is het knap hoe Van Mersbergen laveert tussen gewoonheid en drama, melodrama zelfs.' - De Groene Amsterdammer

'Van Mersbergen voert de lezer mee in de vlucht van een man voor verwanten en verantwoordelijkheden. Het is Van Mersbergens lyrische, rondcirkelende vertelstijl die je meetrekt in het dronkenmansverdriet. De laatste ontsnapping is een smartlap, maar wel een op niveau: goed geschreven en authentiek.' - Trouw

'Zwijgzame, stugge mannen met een verrassend rijk gevoelsleven zijn Van Mersbergens voornaamste personages. Prachtig verhaal over vader en zonen en de angst van ouders dat hun kind iets overkomt.' - Elsevier

'De laatste ontsnapping is een echte 'Van Mersbergen'; een verhaal over zwijgzame mannen met hoekige karakters die moeilijk hun gevoelens kunnen uiten en voor wie verbinding geen vanzelfsprekendheid is. Jan van Mersbergen doet waar hij zo meesterlijk in is: hij houdt het klein en tekent met weinig woorden eenzaten van vlees en bloed, die ontroeren in al hun onbeholpenheid. Mooi, heel mooi.' - Boek Magazine

'Er is geen excuus meer. Leest Jan.' - Athenaeum Boekhandel

'Voor wie het nog niet wist: van Mersbergen is een rasverteller. Van Mersbergen vond een stijl die naadloos past bij het traject dat beide mannen afleggen om vat te krijgen op de relatie tot hun zoon. Zijn stilistische kunde komt bovenal tot uiting in enkele terloopse beschrijvingen die ergens het midden houden tussen laconiek en gortdroog. Een begenadigde observator is van Mersbergen. Hij weet wanneer hij moet afdrukken en voelt feilloos de juiste verhouding tussen sluitertijd, diafragma en lichtintensiteit aan. Hij schrijft zelden een zin die je om de poëzie ervan wil herlezen en enkele woorden volstaan om de plot te schetsen, maar als het aankomt op het vertellen van een verhaal dat je na iedere passage meer en meer de adem afsnijdt, brengt hij veel schrijvers van zijn generatie in verlegenheid.' - CuttingEdge.be ****

'Jan van Mersbergen beschrijft op heel invoelende wijze de verhouding van vaders met kinderen. Hij speelt droogjes op het sentiment, weet door het klein te houden de weg te vinden recht naar het ouderhart. Van Mersbergen heeft de capaciteit om lyrisch te zijn en tegelijk het detail niet uit het oog te verliezen. Het kleine geluid dat ver draagt. Hij is een mozaïeklegger pur sang. Een schrijver die complexe verhoudingen met ogenschijnlijk simpele taal weet te duiden. Als we het leven als een prop papier zien, weet Van Mersbergen het te ontwarren en ons op de kreukels te wijzen. De laatste ontsnapping is zijn beste roman tot nu toe.' - Tzum.info

'Jan van Mersbergen is een interessante talentvolle auteur. De laatste ontsnapping is een heel intiem portret van twee vaders en hun zonen. Heel goed geschreven. Het is zó ontroerend! Er gebeurt van alles, dat ga ik voor de rest niet vertellen. Ik vind vooral zo goed aan De laatste ontsnapping dat het een vlijmscherm portret van een man is met een geheim, en een verteller die zich spiegelt aan die man. Het is op een heel zachtmoedige verteltoon geschreven. Heel goed!' - Tros Nieuwsshow

'Jan van Mersbergen is een van de interessantste Nederlandse schrijvers van de 21ste eeuw. Toch is de zevende roman van deze schrijver een subliem boek met zinderende momenten. ‘De laatste ontsnapping’ heeft zeer veel te bieden, op uiteenlopende niveaus.' - Leeuwarder Courant

'Wederom maakt Van Mersbergen grote indruk met zijn ingehouden, maar uiterst vitale, zinderende proza.' - Noordhollands Dagblad ****

'Er wordt niet veel gezegd, op de manier waarop mannen heikele punten bespreken door ze ongenoemd te laten. In zijn observaties is Van Mersbergen precies en ontroerend. Als lezer hou je af en toe je adem in. Het komt allemaal grandioos bij elkaar.' - Brabants Dagblad

'Het knapste is dat hij erin slaagt om met die karige stijl heel ontroerend te zijn. Door te spelen met de taal, door te geven en bepaalde dingen te verhullen, en door steeds weer beelden op te roepen. Een heel bijzonder boek.'- L1

‘Jan van Mersbergen schrijft prachtige boeken en ook dit is weer een mooi, teder en ingetogen geschreven verhaal. De auteur schrijft geen letter te veel, maar suggereert wel het nodige, wat de lezer zelf moet invullen, zoals de persoonlijkheid van Deedee’s moeder, het huwelijk van de hoofdpersoon en diens vreemdgaan. Een meeslepend, verbazingwekkend en intrigerend boek.’ – Leeskost.nl

‘De verteltrant is ook bijzonder omdat het verhaal verteld wordt vanuit een nieuwe vriend van Ivan. Een man die zijn baan is kwijt geraakt en zelf ook zoekende is. Hij gaat met hem mee avond na avond en komt zo achter Ivan's verleden maar komt hij er zelf verder mee?’ – Boekhandel Krings, Sittard ****

Videorecensie van Vlogboek

Vlogboek bespreekt in elke video heel kort drie Nederlandse romans die je op je literatuurlijst kunt zetten. Binnen enkele minuten heb je een goed beeld van deze boeken en weet je of ze je wel of niet aanspreken.

Bron: Youtu.be

Schrijvers en hun geboortegrond: Jan van Mersbergen

We hebben allemaal herinneringen aan onze geboortegrond en we zijn allemaal beïnvloed door de plek van onze jeugd. Maar wat doen schrijvers daarmee? Hoe komt het terug in hun schrijfwerk?

Bron: NPOWetenschap.nl

Recensie van Boekhandel Krings

De laaste ontsnapping zou die dan rust geven aan Ivan om met het verleden in het reine te komen en verder te gaan met zijn leven. De verteltrant is ook bijzonder omdat het verhaal verteld wordt vanuit een nieuwe vriend van Ivan. Een man die zijn baan is kwijt geraakt en zelf ook zoekende is. Hij gaat met hem mee avond na avond en komt zo achter Ivan's verleden maar komt hij er zelf verder mee?

Bron: BoekhandelKrings.nl

Blogbespreking op Leeskost.nl

Ontroerend verhaal over een zoon en een vader die elkaar ontdekken.

Bron: Leeskost.nl

Recensie in Humo

Het vakmanschap van Van Mersbergen staat niet ter discussie. Geen ingewikkelde zinnen, geen vergezochte metaforen. Aan een paar woorden heeft hij genoeg om een complexe gemoedstoestand te beschrijven. Zijn vorige, ‘Naar de overkant van de nacht’, stond een paar jaar geleden op de longlist van de Gouden Boekenuil. ‘De laatste ontsnapping’ mag daar gerust naast liggen, en zou dus ook tot de twintig beste Nederlandstalige boeken van dit jaar kunnen behoren.

Bron: Humo.be

Bespreking door Bibliotheek Venlo

Meesterlijk zet Van Mersbergen een slotakkoord neer, waarbij hij als auteur de touwtjes stevig in handen heeft en de lezer achter laat in begrijpende verwarring. Een sterke leeservaring die uitnodigt het boek opnieuw ter hand te nemen.

Bron: IkLeesLiteratuur.nl

Bespreking door Literair Nederland

Twee vaders en twee zonen. Een naamloze ik-verteller met zijn zoontje Ruben, diens vriendje Deedee en zijn uit Joegoslavië gevluchte vader Ivan, die nu als een soort Houdini werkzaam is in het Amsterdamse nachtleven.

Bron: LiterairNederland.nl

Blogrecensie van De laatste ontsnapping

Nadat ik Jan van Mersbergen bij toeval in begin 2012 ontdekte, heb ik met terugwerkende kracht en met heel veel plezier, al zijn eerder verschenen boeken gelezen. In januari 2013 was ik aan zijn meesterwerk toe: Naar de overkant van de nacht.

Bron: MijnBoekenkast.blogspot.nl

Bespreking op CuttingEdge.be

Een verhaal heeft aan weinig elementen genoeg om je van je sokken te blazen. Dat bewijst Jan van Mersbergen in 'De laatste ontsnapping'. Twee mannen inspireren elkaar onbewust om hun vaderschap te modelleren. Voor wie het nog niet wist: van Mersbergen is een rasverteller.

Bron: CuttingEdge.be

Blogrecensie van De laatste ontsnapping

De laatste ontsnapping is een mooie, afgeronde vertelling. Ik las niet eerder iets van Mersbergen, terwijl hij toch al zes andere boeken heeft gepubliceerd. Vooral de romans Naar de overkant van de nacht (2011) en Morgen zijn we in Pamplona (2007) worden geroemd. In 2011 ontving hij voor zijn gehele oeuvre de BNG Nieuwe Literatuurprijs, de prijs voor auteurs jonger dan veertig jaar.

Bron: Boekvoorboek.blogspot.nl

Jan van Mersbergen te gast bij Nooit meer slapen

In 'De laatste ontsnapping', de nieuwe roman van Jan van Mersbergen, komt een ontsnappingskunstenaar erachter dat hij een zoon heeft. Jan van Mersbergen debuteerde in 2001 met 'De grasbijter', waarmee hij genomineerd werd voor de Debutantenprijs. 'De laatste ontsnapping' is zijn zevende roman. Tjitske Mussche ontmoette de schrijver in een goochelcafe op de Zeedijk in Amsterdam.

Bron: VPRO.nl

Bespreking van De laatste ontsnapping bij L1

Literair criticus Guus Benders besprak het in het L1 Cultuurcafé. ‘Een heel bijzonder boek’, aldus de recensent. Van Mersbergen schreef in 2011 'Naar de overkant van de nacht', een verhaal dat zich afspeelt tijdens de Venlose vastelaovend. Dat boek werd genomineerd voor de Librisliteratuurprijs, er verschenen vertalingen in het Spaans en het Turks, en het wordt volgend jaar verfilmd door regisseur Pieter Kuijpers.

Bron: L1.nl

Bespreking op Tzum.nl

Van Mersbergen heeft de capaciteit om lyrisch te zijn en tegelijk het detail niet uit het oog te verliezen. Het kleine geluid dat ver draagt. Hij is een mozaïeklegger pur sang. Een schrijver die complexe verhoudingen met ogenschijnlijk simpele taal weet te duiden. Als we het leven als een prop papier zien, weet Van Mersbergen het te ontwarren en ons op de kreukels te wijzen. De laatste ontsnapping is zijn beste roman tot nu toe.

Bron: Tzum.info

Recensie op Volkskrant.nl

Voor veel schrijvers geldt dat ze zichzelf definiëren met iedere roman die ze schrijven. Voor Jan van Mersbergen lijkt dit dubbel en dwars op te gaan. Zijn personages ontwikkelen zich in het spoor van hun voorgangers, uit vorige romans. Op deze manier ontstaat er een steeds krachtiger beeld van een bepaalde figuur met almaar scherper wordende karaktertrekken. Zou je kort willen zijn, dan zou je Van Mersbergens schrijverschap een vervolgstudie van een karakter kunnen noemen. Natuurlijk is er meer; die zachtmoedige verteltrant, die lichtheid in stijl, en paradoxaal genoeg de inhoudelijke gerichtheid op communicatie, maar in de allereerste plaats is Van Mersbergen, op haast Anton Corbijn-achtige manier, de auteur van het mannenportret. Hard en loeischerp waardoor je alles ziet.

Bron: Volkskrant.nl

Recensie door de Groene Amsterdammer

Tegelijkertijd is het knap hoe Van Mersbergen laveert tussen gewoonheid en drama, melodrama zelfs. Dat laatste aspect wordt door de schrijver onderstreept door steeds een zinsnede uit een hoofdstuk uit te vergroten tot hoofdstuktitel. Zet je die titels onder elkaar, ‘Ik wist wel dat je zou komen’, ‘Als je overal voor wegloopt ben je vrij’, ‘En nu hoor ik erbij’, ‘Ik mis hem, de schat’, dan heb je bijna een lied van André Hazes. Wat ook weer geheel in stijl is. De personages die De laatste ontsnapping bevolken, barsten in snikken uit als in hun stamkroeg De vlieger wordt gedraaid. Na de nodige jenevertjes natuurlijk.

Bron: Groene.nl

Jan van Mersbergen bij Opium Radio

Opium op 4 is een dagelijks radioprogramma boordevol klassieke muziek en doordrenkt van Kunst & Cultuur. Dagelijks ontvangt de presentator een hoofdgast en is er live muziek!

Bron: Opiumop4.radio4.nl

Recensie in NRC Handelsblad

Als Jan van Mersbergen een roman De laatste ontsnapping noemt, zou je kunnen denken dat het ook meteen zijn laatste roman zal zijn. Want de ontsnapping is al zeven boeken lang het hoofdthema in Van Mersbergens werk. Van zijn zich in de polder afspelende eerste romans tot zijn twee beste boeken: de magistrale boksersroman Morgen zijn we in Pamplona (2007) en het unieke carnavalsverhaal Naar de overkant van de nacht (2011), dat de nu 42-jarige auteur terecht de BNG Nieuwe Literatuurprijs opleverde. Altijd volgen we mannen op de vlucht.

Bron: NRC.nl

Voorpublicatie op Athenaeum.nl

23 februari verschijnt de nieuwe roman van Jan van Mersbergen, De laatste ontsnapping. Wij publiceren voor. ‘Vlak voor we vertrokken zocht ik hem thuis op. We zaten op zijn balkon. Ik vroeg hem of hij nog mee wilde. Ik had hem een tijd niet gezien en hoopte van wel. Ik hoopte het want die jongens keken ernaar uit en zonder zijn act zou het gewoon een normale vakantie zijn. Ook toen op dat balkon zei hij lang niets en legde een hand op mijn arm en zei: Toen ik alles kwijtraakte verloor ik ook de angst om alles kwijt te raken.’

Bron: Athenaeum.nl

geselecteerd voor de Tiplijst (longlist) van de AKO Literatuurprijs 2014