BOEKEN

BOEK

Bouwen doe je zo!

Bouwen doe je zo!

Gerard van Hagen

Bouwen doe je zo! is het tragi-komische verhaal van een verbouwing. Een verhaal dat niemand onberoerd zal laten die zelf ooit zijn huis heeft laten verbouwen of dat van plan is.

Welgemoed begint de Firma Freud, gespecialiseerd in de restauratie van monumentale en historische panden, aan wat een lucratieve klus lijkt: een eeuwenoud grachtenhuis zal in appartementen worden opgesplitst met behoud van authentieke details. Het pand, een achttiende-eeuws koopmanshuis, wordt sinds 1976 bewoond door een kleurrijke woongroep die in de loop van haar roerige bestaan zoveel over de onderlinge relaties heeft moeten praten, dat er weinig tijd is overgebleven voor het noodzakelijke onderhoud.

Lekkages in het dak zijn met plastic tassen dichtgestopt en buitenschilderwerk is zelden en dan alleen op de voorgevel verricht. Veel dreigende ellende is in de loop der jaren weggetimmerd achter hardboard. In zo’n situatie is het opstellen van een bouwofferte een hachelijke zaak.

Naarmate de renovatie vordert komen er steeds meer gebreken aan het licht. Een aantal balkkoppen is verrot. Vanachter de hardboard voorzetwandjes stijgt de zoete geur van paddestoelen op. De ‘posten onvoorzien’ rijzen de pan uit en de opdrachtgevers worden steeds onwilliger de begroting bij te stellen. De relatie tussen de Firma Freud en het wooncollectief dreigt explosief te worden.

En dan begint een van de opdrachtgevers een gepassioneerde verhouding met de vrouw van de aannemer en blijkt de uitvoerder aan het begin van de klus een fatale inmeetfout gemaakt te hebben…

Bouwen doe je zo! is het tragi-komische verhaal van een verbouwing. Een verhaal dat niemand onberoerd zal laten die zelf ooit zijn huis heeft laten verbouwen of dat van plan is.

   

Dinsdag 20 februari 2007

‘Als jullie over tien minuten hier zijn, kunnen jullie mee de steiger van de Wester op!’

Dat was een mogelijkheid waar Daniel Freud en Ko de Groot al sinds het begin van de restauratie op vlasten. Al bijna twintig jaar woonde Daniel schuin tegenover de Westertoren, voor hem het dierbaarste bouwwerk op aarde. Ook Ko beschouwde de toren als een hoogtepunt in het Amsterdamse stadsschoon. Nu werd hun plotseling deze kans geboden door een bij de werkzaamheden betrokken architect voor wie ze weleens iets hadden gedaan.

Daniel aarzelde even. Er was de laatste tijd nogal wat wrijving tussen hem en Ko. Maar hij wist ook wat deze expeditie voor zijn collega zou betekenen en besloot om over zijn wrevel heen te stappen. Hij liet zijn werk uit zijn handen vallen, belde Ko en sprong op zijn fiets om als een dampend paard te arriveren, een helm opgezet te krijgen en met de bouwlift mee omhoog te schommelen. Ko had er ook geen gras over laten groeien en stond al op het bovenste platform naar de keizerskroon te staren, een eeuw lang goudgeel maar nu kobaltblauw.

Ze konden de geschilderde loden kappen aanraken, ze konden de glazen parels met twee handen omvatten, ze konden met hun pink langs de onderkant van de geschubde leien voelen hoe hemelwaterdruppels worden afgevoerd. De toren werd vakkundig en met zorg gerestaureerd, stelden ze vast toen ze samen alle trapjes weer af liepen. Halverwege, bij de balustrade onder aan de natuurstenen geleding, bleef Daniel staan en realiseerde zich dat toeristen nooit hoger mochten komen dan tot hier. Hij keek even in de diepte. Een mooie hoogte om van het uitzicht over de stad te genieten... Veertig meter toch nog...

In de weken die volgden verdween de steiger, slag na slag, een grandioze striptease, de ene onthulling na de andere: de magnifieke kroon, de in woestijnkleur geschilderde composietkapitelen, de blauwe vazen op de hoeken van de een na bovenste geleding, de scharlaken wijzerplaten, de veelkleurige stadswapens, maar ook het vertrouwde grijs van het lood en het gedurende eeuwen verschoten grauw van het zandsteen, godzijdank niet in een slagroomkleur geschilderd zoals op de rest van de kerk was gebeurd.

'De ware held van dit verhaal is ‘K98’, het eerbiedwaardige Amsterdamse grachtenpand waarmee in dit boek maar wat rondgejonast wordt. Eerst breken krakers de boel vakkundig af, dan komen er bedrijfjes, dan kamers voor de kinderen, dan moeten alle nieuwe geliefden erbij en de oude mogen ook nog blijven, vooruit, je timmert hier een wandje bij en slaat daar een trap weg. Dan treedt de nieuwe zakelijkheid in, in de gedaante van tandarts Willem, en moeten de verdiepingen worden gesplitst. Aannemer Daniël moet het pand renoveren. De nieuwbakken bewonersvereniging stelt hoge eisen. Net als de koopzieke vrouw van Daniël en de werklieden, tegenwoordig allemaal eenmansbedrijfjes. Te midden van al dit geweld moet de zachtaardige uitvoerder Ko de touwtjes in handen houden. Dat lukt hem natuurlijk niet en na een kapitale fout gaat het hele project roemloos ten onder. Van Hagen schreef een vermakelijk boek dat zich laat lezen als een moderne zedenschets. Hij laat zien hoe de realiteit korte metten maakt met grote idealen en goede bedoelingen. Operazangeres of loodgieter, iedereen laat zich uiteindelijk leiden door eigenbelang en gemakzucht. En met wie dat niet doet (de arme Ko) loopt het slecht af.
De enige die het pand de juiste eer bewijst is de schrijver zelf. Minstens de helft van het boek bestaat uit details over de renovatie, en hij voegt ook nog eens twee bijlagen toe over restauratiefilosofie en het splitsen van monumenten. Zo ontstaat een mooie mix van aandacht voor een respectabel ambacht en menselijke onmacht.' - BOEK Magazine

Verstuur het omslag als e-card

Bron: Covercards.nl