BOEKEN

BOEK

Achter de schermen

Achter de schermen

Bert Koopman

Theo Berkhout

Met Achter de schermen geeft Bert Koopman ons een zeldzame blik in een halve eeuw Concertgebouw en zijn orkest. Wie dit boek heeft gelezen, luistert voortaan met andere oren naar de betoveringen van het Koninklijk Concertgebouworkest en kijkt met andere ogen naar zijn activiteiten.

In 2008 werd het Koninklijk Concertgebouworkest door het gezaghebbende Britse blad Gramophone uitgeroepen tot het beste orkest ter wereld. Maar de geschiedenis van het Concertgebouworkest kent bijna elk decennium wel een crisis, meestal als gevolg van de botsing tussen de artistieke leiding en de zakelijke bedrijfsvoering. Dat de muziek toch altijd triomfeert, is, verbazingwekkend genoeg, vaak te danken aan een wapenstilstand, een compromis, een autoritaire beslissing of een opstand.

Met een voorwoord van Bernard Haitink en een bijdrage van scheidend chef-dirigent van het Concertgebouworkest Mariss Jansons.

Het Koninklijk Concertgebouworkest geldt als een van de beste orkesten ter wereld. Maar de concertganger heeft geen idee welke gevechten, discussies en complexe operaties achter de schermen nodig zijn om het artistieke niveau te handhaven. Bestuur, financiën, programmering en publieksbereik zijn sleutelfactoren die permanent om voorrang strijden.

Toezichthouders, directieleden, dirigenten, musici, subsidiegevers, sponsors en schenkers: afgezien van volle zalen en lovende kritieken, willen ze zelden allemaal hetzelfde. Artistieke en zakelijke belangen in evenwicht houden is een permanent gevecht. Uit alle hoeken en gaten moet geld komen. Dirigenten en solisten zijn duur, goede instrumenten kostbaar, nieuwe muziek is onrendabel. Livestreams en videomagazines concurreren met de magie van het echte concert.

Theo Berkhout was tussen 1965 en 2006 als orkestbode, bibliothecaris en orkestinspecteur het geweten van het orkest. Hij liep vijfentwintig jaar mee met Bernard Haitink, zestien jaar met Riccardo Chailly en twee jaar met Mariss Jansons. Berkhout bemoeide zich met alles: van de juiste partij op de juiste muziekstandaard tot het repetitieschema van dirigenten en van het proefspel tot internationale tournees.

Zijn herinneringen aan omwentelingen en vernieuwingsdriften, aan intriges en ruzies verrijken Bert Koopmans analyse en tonen een indringend beeld van een negentiende-eeuwse instelling die haar weg zoekt in de eenentwintigste eeuw. Na lezing horen wij de muziek in de geweldige klankkast die Het Concertgebouw is met andere oren.

Ook leverbaar als eboek

   

Woord vooraf
Mariss Jansons
‘Ik weet eigenlijk niets mooiers’

Amsterdam was elf seizoenen lang als een thuis voor mij. Ik zal de prettige relaties met de orkestgemeenschap – inclusief de directie – missen, en ik wil vooral het Concertgebouworkest danken. De kwaliteit van het orkest is nu op een zeer hoog peil, het orkest is in topconditie. Dat is voor een scheidend chef-dirigent het belangrijkste. Je hebt een orkest dat alles aan kan. En met de beste resultaten.

Ik ben de orkestleden dankbaar voor hun kwaliteit. Het zijn heel serieuze mensen en ze streven werkelijk naar het hoogst haalbare. Ook hun steun en collegialiteit waren voor mij ongelooflijk belangrijk. Want als goede verhoudingen ontbreken, dan is er iets mis. Zeker bij zoiets als symfonische muziek – waar je niets uit kunt richten met negatieve of neutrale emoties.

Natuurlijk ben ik ook een beetje bedroefd. Iets wat heel belangrijk was in je leven stopt. Ik zal nog weleens terugkeren als gastdirigent, maar dat is toch heel anders. De chef-dirigent werkt voor het orkest, de gastdirigent voor zichzelf. De chef-dirigent moet steeds bedenken dat hij samenwerkt met collega’s. Hij wil ze helpen, energie geven en inspireren. Het heilige vuur doorgeven. Dat schept een hechte band.

Op mijn zevende wist ik alles van muziek, orkesten, concertzalen en operahuizen. En ik realiseerde me wat zich allemaal op en achter het podium afspeelde. Ik kende niet alleen het dirigentenleven, maar ook dat van zangers en orkestleden – inclusief de orkestbodes, de muziekbibliothecaris en de orkestinspecteur.

Orkestinspecteur is een van de lastigste professies en tegelijkertijd een ongelooflijk belangrijke job. Als ervaren chef-dirigent was ik mij steeds bewust van het belang van de orkestinspecteur. Hetzelfde geldt overigens voor de muziekbibliothecaris. Zij zijn de belangrijkste figuren achter de schermen. Als chef-dirigent ben ik dagelijks met ze verbonden en zij met mij.

Het is heel complex. De orkestinspecteur heeft te maken met meer dan honderd orkestmusici, allemaal individuen met eigen opvattingen en wensen. Dagelijks zijn er kleine problemen. De een is zijn strik vergeten, een ander vindt dat hij te weinig bewegingsruimte heeft op het podium. Musici klagen soms en dat komt allemaal op het bordje van de orkestinspecteur.

Hij is onder meer verantwoordelijk voor de planning van repetities en concerten en de personele bezetting van het orkest. Enerzijds is hij lid van het orkest en anderzijds staat hij op afstand. Hij moet weten wat in het belang is van het orkest als geheel. Maar een orkestinspecteur is ook mens en collega. Orkestmusici komen naar hem toe met hun zorgen. De een heeft een zieke ouder, de ander een kind dat naar het ziekenhuis moet.

Theo Berkhout is een van die zeldzame professionals die beide kanten in zich verenigde. Hij was vakkundig en had altijd het belang van het orkest voor ogen. Tegelijkertijd was hij geliefd bij orkestleden omdat hij steeds voor hen openstond en probeerde om hen te begrijpen. Een kwestie van een goed evenwicht bewaren tussen zaken die van algemeen belang zijn en dingen waarbij je als persoon behulpzaam kan zijn.

Net als een chef-dirigent moet een orkestinspecteur zijn menselijke kant laten zien en begrip tonen voor de orkestmusici. Zij zijn tenslotte geen machines. Maar uiteindelijk is de beslissing die een chef-dirigent of een orkestinspecteur neemt altijd in het belang van het orkest als geheel. Als je je oren te veel laat hangen naar een individueel orkestlid, gaat dat ten koste van het orkest als geheel. Andere musici gaan dan klagen of worden jaloers.

Het is zaak om zo te werken dat het orkest vooruit kan. Denk aan een bepaalde opstelling op het podium waarvoor bewust is gekozen. Sommige orkestleden zullen protesteren, maar zo is het leven. Ik heb bij Theo Berkhout vaak gezien dat hij uitlegde waarom iets ging zoals het ging waarna hij steevast op begrip kon rekenen. Een dergelijke houding is psychologisch heel belangrijk. Uiteindelijk toonden alle orkestmusici respect voor hem. En ik kon vanaf het begin op hem bouwen. Hij werkte in het hart van het orkest en beheerste alle aspecten van het vak – van het voorbereiden van tournees, het transport van instrumenten tot het zorgen voor vervanging van orkestmusici die uitvielen. Dat vereist stalen zenuwen maar ook een oprechte houding. Met andere woorden: zijn zoals je bent en geen gekunsteld gedrag vertonen. Vanwege die houding vroeg ik hem na zijn pensionering herhaaldelijk om naar mijn orkest in München te komen.

Theo Berkhout probeerde een probleem steeds op de best mogelijke manier op te lossen en verwierf daarmee gezag bij orkestmusici. Als orkestinspecteur getuigde hij van een neutrale, onbevangen houding. Dat is nodig, want orkestmusici voelen haarscherp aan wanneer iemand vooringenomen handelt. Daarnaast verstond Berkhout de kunst om aan duizend dingen tegelijk te denken. Met zijn ervaring en vakkennis wist hij verrassingen vaak voor te zijn.

Vergis je niet: ook een dirigent die ontevreden is over het orkest beklaagt zich het eerst bij de orkestinspecteur. Iedere stap die een orkestinspecteur vervolgens zet, kan het vuurtje opstoken. Daarom moet hij goed begrijpen wat hij wel en niet tegen een orkestmusicus kan zeggen. Soms is het beter om niets te zeggen. Het komt aan op strategisch manoeuvreren. Een orkestinspecteur moet beschikken over diplomatieke gaven.

Voor dit vak bestaat helaas geen opleiding. Er zijn tegenwoordig talloze managementopleidingen, maar er is er niet een waar je het vak van orkestinspecteur kunt leren. Het is ook de vraag of je deze professie uit een boek kunt leren. Je leert het in de praktijk – eerst als assistent en vervolgens als inspecteur. Het komt aan op veel observeren en ervaring opdoen. Al doende leert men. Pasklare oplossingen zijn er vaak niet. Inventiviteit en oplossingsgerichtheid zijn dan heel belangrijk.

Aangezien het aantal goede orkestinspecteurs slinkt, is er steeds minder gelegenheid om het vak in de praktijk te leren. Ik kan zeggen dat het nu al heel moeilijk is om aan goede orkestinspecteurs te komen. Voor muziekbibliothecarissen geldt hetzelfde.

Werkzaam zijn bij een podiumstaf blijft mensenwerk. Machines en robots kunnen dit werk niet overnemen. Op en achter het podium bij orkesten is voortdurend persoonlijk contact nodig. Er moet van alles besproken en afgestemd worden. Dat zal altijd zo blijven. De vernieuwing zit vooral in de beschikbaarheid van moderne communicatiemiddelen zoals e-mail, internet en mobiele telefoons. Deze kanalen of middelen komen bij uitstek van pas tijdens buitenlandse reizen.

Het culturele klimaat in Nederland is niet best. Veel orkesten zijn gekort. Van de ooit twintig beroepsorkesten waren er in 2014 nog tien over. Het Groot Omroepkoor blijft vooralsnog bestaan, maar moest flink bezuinigen. Het Concertgebouworkest heeft gelukkig een sterke naam. Veel politici beseffen dat dit orkest – net als het Rijksmuseum en het Van Gogh Museum – een culturele schat is met een internationale uitstraling.

Ik wens alle orkestleden veel succes en bevrediging toe Рook in hun priv̩leven. Dat ze veel plezier mogen beleven aan hun prachtige professie. Muziek is een van de mooiste dingen die er in deze wereld bestaan. Ik weet eigenlijk niets mooiers. Muziek raakt je zo diep en geeft zoveel positieve energie. Als je er intensief mee te maken hebt, realiseer je je dat muziek een bijzondere gave is.


Download het fragment als PDF

'Het boek geeft een uitstekende indruk van wat er allemaal komt kijken bij het orkestbedrijf. Koopman legt haarfijn uit waar de spanning zit tussen de artistieke en de zakelijke leiding van het orkest. Voor de fans van het Concertgebouworkest zijn de anekdotes natuurlijk het leukste. Heerlijk om te lezen' - Het Financieele Dagblad

‘Je hoort, wat je weet.’ – Claudio Abbado

‘Je voelde daar de geest van de grote componisten rondwaren.’ – Orkestinspecteur Theo Berkhout

Bespreking op Opusklassiek.nl

Achter de schermen is een uitgave die een adequate impressie achterlaat van de levende praktijk van alledag bij een topensemble als het Koninklijk Concertgebouworkest, waarbij bovendien de zakelijke aspecten, zoals de relatie tussen het Concertgebouw NV en het orkest in kwestie, niet onbelicht zijn gebleven, maar men ook een gedegen indruk krijgt hoe het toegaat gedurende de proefspelsessies.

Bron: OpusKlassiek.nl

Theo Berkhout te gast bij Opium Radio

Een gesprek met Theo Berkhout. Deze week neemt chef-dirigent Mariss Jansons afscheid van het Koninklijk Concertgebouworkest. Na 13 jaar. Dat is relatief kort voor de chefdirigent als je ziet hoeveel jaren Mengelberg, Van Beinum, Haitink en Chailly voor het orkest stonden. De tijden veranderen; Jansons zijn zwakke gezondheid heeft ook meegespeeld. Zijn laatste concerten zijn donderdag en vrijdag. Morgen krijgt Mariss Jansons al een boek aangeboden. Achter de schermen heet het, en het is geschreven door muziekjournalist Bert Koopman en oud orkestinspecteur Theo Berkhout.

Bron: NPO.nl

Item in Nieuwsuur over afscheid Mariss Jansons

De benoeming van deze nieuwe chef-dirigent is goed gevallen bij de orkestleden. "Wij verheugen ons erop, het is een geniale man", zegt concertmeester Vesko Eschkenazy. "Gatti kan tot in de kleinste details alles uitwerken en ook uit zijn hoofd dirigeren, hij is een muzikaal brein. Ook al ken ik de derde symphonie van Mahler goed, ik heb tijdens deze repetities allemaal nieuwe dingen gehoord."

Bron: Nieuwsuur.nl