BOEKEN

BOEK

De oogst en het gisten

De oogst en het gisten

Jeremy Chambers

Als Smithy ’s morgens langs de spoorbaan naar de wijnberg loopt en ’s avonds volledig nuchter terug sjokt naar zijn stille huis, wordt hij steeds vaker door de meest pijnlijke herinneringen overvallen. Hij weet dat hij van zijn leven een zooitje heeft gemaakt.

Smithy is een oude man, die met zijn hond praat en tot zijn verbazing nu zoekt naar een doel in het leven. En hij heeft aan zijn lichaam gemerkt dat een barmhartige roes geen redding meer biedt. Als hij op vrijdagnacht in de lawaaiige kroeg staat en onverstoorbaar zijn limonade drinkt,worden zijn maten, die wel stevig doordrinken, agressief.

Op een avond staat Charlotte voor zijn deur, op de vlucht voor haar man, een alcoholist die verdacht wordt van doodslag. Of hij haar voor een paar dagen onderdak kan bieden? Smithy voelt onmiddellijk dat dit zijn laatste kans is om nog iets van zijn leven te maken. Maar al snel ontvangt hij signalen dat hij, als Charlotte bij hem blijft wonen, een hoge prijs moet betalen.

Chambers schrijft in een opvallend muzikale stijl, en hij is net als Gerbrand Bakker een meester in natuurbeschrijvingen en in dialogen, die bijna zonder woorden een heel universum kunnen oproepen. Een wereld als in de films van Ken Loach.

   

Op maandag rijden we naar de wijngaard van Butler, waar we vorige week ook al waren.
We zijn nog bij Butler, toch? vraagt Roy.
We gaan via de stad en nemen de highway, de ochtendzon tegemoet. We komen langs de wijngaarden van Beaumont, Tyler en Crew, St Margaret’s Cellars en de kersenboomgaard van Pulham. Wallace z’n pick-up staat aan het eind van de wijngaard. Roy zet de auto ernaast en kijkt op zijn horloge. Hij zet de autoradio aan en rolt een sjekkie.
Ik stap uit en loop naar Wallace z’n pick-up. Wallace zit achter op de laadklep een schop te slijpen. Ik pak een andere schop uit de laadbak. Ik ga naast Wallace zitten en hij geeft me de oliespuit aan.
Nog wat gewonnen met de koersen? vraagt Wallace.
Nee, zeg ik.
Ik ga met mijn vinger langs de rand van de schop. Het blad is voor meer dan de helft afgesleten en de rand is niet recht meer. Verre van recht. Hij is hartstikke hobbelig.
Nog wat gewonnen met de loterij? vraagt Wallace.
Nah, zeg ik.
Ik tik de modder van de schop en olie het blad.
Jij wat gewonnen? vraag ik.
Ik? zegt Wallace. Nah.
Ik laat hem het blad zien.
Weet ik, zegt Wallace.
Wallace maakt zijn schop af en steekt hem in de grond. Hij pakt een andere uit de laadbak en tikt de modder ervan af.
Heb je ’t gehoord van George Alister? vraagt Wallace.
Nee, zeg ik.
Tsjesis, zegt hij. Hij heeft ’t nog niet gehoord van George Alister.
Ik rochel, spuug over de zijkant van de laadbak, grijp achter me naar de waterfles, neem een paar slokken en spuug nog eens. Wallace geeft me een slijpsteen aan uit de gereedschapskist en ik begin het hobbelige blad te slijpen.
Wallace pulkt aan een splinter.
Godsamme, zegt hij. Hij heeft ’t nog niet gehoord van George Alister. Ik dacht dat iemand ’t je wel had verteld.
Niemand heeft me wat verteld, zeg ik.
Wallace graaft in de zakken van zijn korte broek en mompelt wat in zichzelf. Hij vindt zijn zakmes en klikt het open door het lemmet vast te houden en tegen het handvat te duwen. Hij snijdt de splinter van de steel en klikt het mes met één hand dicht. Ik maak mijn schop af en pak een nieuwe uit de laadbak. Ik kijk naar het blad. Al even hobbelig en afgesleten als de eerste. Ze zijn allemaal hobbelig en afgesleten. Al die wijngaardschoppen.
Wallace geeft me de oliespuit aan.
Zo doodgevallen, zegt hij. Midden op Main Street. Hartaanval.
Wat, zeg ik. George Alister?
Ja, zegt Wallace. Zo midden op Main Street. Dood voor hij de grond raakte, denken ze.
Tsjesis, zeg ik. George Alister.


Download het fragment als PDF

'Chambers toont zich in dit bijzondere debuut een talentvol verteller, die met weinig woorden toe kan. Het is echt genieten van zijn summiere, maar trefzekere taal. Die fraaie dialogen in het begin zetten al meteen de toon en maken dat je helemaal in de ban van dit verhaal komt.' - Leeuwarder Courant

'Een verzengende hitte, zware lichamelijke arbeid en louter kerels om je heen. Waar praten ze over? Waar dromen ze van? Deze roman is een mooi kijkje in de mannenwereld.' - Libelle.nl

'Chambers beschrijft op pakkende manier de onbarmhartigheid van de Australische outback. Een altijd stralende zon in een kaal landschap, een regio waarin kroegen en drank de enige ontsnapping bieden, gezinnen waarin doelloosheid en slonzigheid regeren. Ook in zijn dialogen toont hij de leegheid van dit leven door de korte zinnen die eindeloos herhaald worden.' - NBD|Biblion

‘Jeremy Chambers schrijft krachtig, gedurfd en oprecht. Het lijkt alsof ik er jaren op heb zitten wachten om dit boek te lezen.’ – Alex Miller

‘Door de poëtische taal en de diepe emoties die worden blootgelegd, is het boek totaal onweerstaanbaar.’ – Canberra Times

‘Wat een grootse roman. Een schitterend en aangrijpend verhaal dat prachtig wordt verteld. Jeremy Chambers is een ware schrijver.’ –M.J. Hyland

De oogst en het gisten bouwt rustig op tot een krachtig verhaal. Het zwijgen in het boek is goud waard en zit vol opmerkzaam mededogen. De roman toont de harde kanten van het leven en omarmt daarmee de mensen die het zwaar hebben.’ – Age

Bespreking op Leestafel

Het is een klein en puur verhaal dat ondanks al zijn eenvoud een diepe indruk maakt.

Bron: Leestafel.info

Weggeefactie op Libelle.nl

Een verzengende hitte, zware lichamelijke arbeid en louter kerels om je heen. Waar praten ze over? Waar dromen ze van? Deze roman is een mooi kijkje in de mannenwereld.

Bron: Libelle.nl

Recensie in The Guardian

'Chambers' understated account of a retired sheep shearer in a small Australian town deserves a wide readership. The rhythms of this life, the work, the terse banter among the men, and the relentless desperation are economically conveyed and the descriptions of ghost gums, the malignancy of circling crows and the omnipresent bleached, exhausted landscape are superb.'

Bron: Guardian.co.uk

genomineerd voor de 2010 FALS Colin Roderick Award