BOEKEN

BOEK

Morgen zijn we in Pamplona

Morgen zijn we in Pamplona

Jan van Mersbergen

Als het echt dreigt mis te gaan, als de verplettering nabij is, reageert onze naastenliefde. Onverbiddelijk.

De regen stroomt over de ruiten, de ruitenwissers kunnen het water bijna niet de baas. Dan ziet Robert – op weg naar Pamplona voor zijn jaarlijks uitje naar het stierenrennen – een lifter langs de snelweg staan. Hij stopt, en neemt hem mee. Gaandeweg ontstaat er een band tussen de twee. Robert is nieuwsgierig naar de teruggetrokken en weinig spraakzame Danny, een bokser: het lijkt alsof Danny zich willoos laat meevoeren, ogenschijnlijk verslagen door een geheim.

Maar dan, in Pamplona, temidden van de aanstormende stieren en de stofwolken, blijkt dat je je voor elkaar kunt opofferen, ook al zijn we allen onbekenden. Als het echt dreigt mis te gaan, als de verplettering nabij is, reageert onze naastenliefde. Onverbiddelijk.

Morgen zijn we in Pamplona is ook in Duitsland, Frankrijk en Engeland verschenen.

Ook verkrijgbaar als eboek

   

Een bokser rent door de stad. Hij rent door een straat waarlangs aan beide zijden hoge huizen staan. Hij schiet tussen geparkeerde auto’s door, steekt een kruispunt schuin over, neemt een fietspad, gaat een brug over, met de trambaan mee de bocht door, en iedere passant zal denken dat hij aan het trainen is, maar hij loopt harder dan normaal, zijn ademhaling is ongecontroleerd en zijn ogen zijn groot.
Zonder geluid te maken vliegen zijn hoge veterschoenen over de trottoirtegels, en in zijn hoofd herklinken flarden van zinnen, begeleid door een bel. Losse woorden resoneren hol tussen zijn trommelvliezen, brommende geluiden, vervormd, ver weg. En dan opeens duidelijk.
Stop.
Hij stoot.
Hou op.

Hij stoot nogmaals en weer hoort hij een bel, feller en luider dan eerst. Stop, schreeuwt iemand. Hij voelt een hand op zijn schouder en met zijn elleboog weert hij af. Met zijn linker plaatst hij een hoek, raakt de man vol in zijn gezicht, keert zich weer naar zijn tegenstander.
Ophouen, klinkt het weer. Maar hij slaat nog een keer, en nog een keer, en nog een keer.

Hij steekt een drukke brede straat over en rent verder, een park in. Hij komt langs een klein veldje waar in het midden een bronzen beeld staat, een vrouw die een kind in de lucht houdt. Alsof ze het kind aan de wolken wil toevertrouwen.
Hij houdt in en kijkt hijgend naar het beeld. Dan gaat hij op een bankje zitten. De struiken en bomen staan bewegingloos tussen hem en de straat met de trambaan. Donkergrijze wolken glijden achter de bomen langs. Geen vogels, zelfs geen duiven.
Hij voelt fijne regenspetters tegen zijn gezicht. De bladeren aan de bomen bewegen zachtjes in de wind. Aan de andere zijde van het park staat een man onder de luifel van de sigarenzaak op de hoek. Hij draagt een spijkerjas en kijkt zijn richting uit. Een andere man komt de winkel uit, steekt een sigaret op en praat tegen de man in de spijkerjas. Die geeft antwoord, zonder zijn ogen van hem af te wenden. De rook lost op in de lucht. Hij kijkt naar zijn bovenbenen en naar het hout van de bank dat langzaam donker kleurt van de regen.

Hij hoort voetstappen. Even lijkt hij te berusten. Hij wacht tot een donkere stem iets tegen hem zegt, zijn naam noemt, hem vastpint op de bank. Maar op een toon die hij niet verwacht hoort hij: Jij bent toch Danny Clare?
De man in de spijkerjas staat voor hem. Hij zet zijn kraag op. De rokende man staat er schuin achter. Zonder uitdrukking op zijn gezicht kijkt hij de mannen aan.
Dat ben jij toch? Die bokser?

Danny staat op van de bank.
We hebben je gezien, zegt de man in de spijkerjas. Hij frunnikt weer aan de kraag van zijn jas. Probeert zijn nek tegen de regen te beschermen.
Tegen die grote blonde. Die Hongaar.
Bulgaar, verbetert de ander hem.
Danny reageert niet. Hij vouwt zijn handen in elkaar.
Dat was een goeie partij.

De sigaret valt op het natte grind en de man zet zijn schoen erop. Beide mannen glimlachen naar hem. De man in de spijkerjas zegt weer iets, maar zijn stem vervaagt en Danny kijkt naar de peuk die nog altijd zacht smeult, en daarna naar zijn schoenen. Nu zijn het woorden uit het gesprek met Pavel die hij hoort, in de boksschool, is daar weer de klik in zijn hoofd toen alles samenviel, en de klik daarna toen alles om hem heen in stukken viel en het zwart werd voor zijn ogen.

Ik weet niet waar jullie het over hebben, zegt hij en beent naar de uitgang van het park, laat de mannen en het beeld achter zich. Hij gaat het hek door, steekt de trambaan over en gaat langs de bakstenen muur de hoek om tot hij bij een drukke tweebaansweg komt waarover een eindeloze reeks auto’s rijdt die de stad verlaat. Die weg volgt hij. De regen strijkt langs zijn gezicht. Hij loopt langs een supermarkt waar een donkere jongen een rij winkelwagentjes naar binnen duwt. Hij gaat onder een viaduct door dat gedragen wordt door zware metalen balken waar druppels regenwater aan hangen. De posters aan de muur worden vaag weerspiegeld in de plassen. Bij een grote rotonde blijft hij staan, onder de beschutting van een boom. Rechts van hem ligt een spoorlijn, hoog boven de straat, en iets voorbij de rotonde ziet hij het station. Een lange trein rijdt binnen. De wielen piepen. Hij steekt zijn handen in zijn broekzakken. Zijn sleutelbos, het beetje kleingeld dat hij op zak had, zijn telefoontje, alles hangt nog in de kleedkamer van de boksschool.

Het verkeer draait om de rotonde, verspreidt zich over de wegen van en naar de stad. Hij kiest de weg die naar de snelweg leidt. Hij steekt over, loopt een stukje door het lange hoge gras in het midden van de rotonde, wacht aan de andere kant tot het verkeer een moment rustig is, steekt voor de tweede keer over, gaat langs de kant van de weg staan en steekt zijn duim op. Niet veel later stopt er een auto. Er zit een oude man achter het stuur. Ik ga een stukje de snelweg op, zegt hij.
Hij knikt en stapt in.

Bij het tankstation kun je er wel uit. Daar kun je gemakkelijk verder liften.
De man geeft voorzichtig gas, gaat een paar bochten door en neemt de snelweg. Uit de radio klinkt onafgebroken klassieke muziek. De stem van de zanger komt amper boven het geluid van de motor uit, toch is zijn stem doordringend. Als hij naar de radio kijkt draait de man aan de knop en klinkt de muziek harder. De stem werkt hem op zijn zenuwen. Een paar zwijgzame minuten later neemt de man de afslag van het tankstation. Bij de pomp bedankt Danny de oude man en stapt uit, de benzinelucht in.

Graag gedaan, zegt de man.
Hij gooit het portier dicht.


Download het fragment als PDF

'Het is sec geschreven: heel staccato, heel to the point. Het verhaal vind je eerder tussen de regels in, niets is direct.’ - Inge Happé van Boekhandel Bloemendaal.

'Een aangrijpend verhaal. Ik merk dat het moeite kost Morgen zijn we in Pamplona na te vertellen. Het is ook niet nodig, geloof ik. Beter is Van Mersbergens korte en bondige proza zelf te lezen. Eenmaal deze roman genoten laat de sfeer je niet gauw meer los. - Leeuwarder Courant

'Die zintuiglijke en tegelijkertijd strakke stijl maakt Morgen zijn we in Pamplona tot een intense leeservaring. Daarbij voel je iets smeulen, onder die gewone woorden, die korte zinnen: het menselijke onvermogen met het leven om te gaan, de keus tussen het wegrennen van Robert en het vechten van Danny. Vanaf zijn debuut is Jan van Mersbergen steeds beter gaan schrijven. Dit is zijn beste roman tot nu toe.' - De Morgen

'Zijn grote doorbraak? Misschien kan dat met zijn vierde boek zomaar gebeuren. Als hij een prijs wint, dat gevoel heb ik. Het zou terecht zijn, want het is een zeer verdienstelijk schrijver. Die Van Mersbergen, hij schrijft heel beschrijvend, filmisch haast. Alleen de handelingen. Hij voert het principe Show, don't tell tot in het extreme door. De drijfveren en angsten van de hoofdpersonen blijven heel lang onduidelijk en dat zorgt juist voor die spanning. Het is alsof je als lezer op de achterbank van de auto zit en denkt: Wat is hier aan de hand en wat gaat hier gebeuren? Dus een grote doorbraak? Met dit boek zou dat heel goed kunnen.' - Susan Smit in Goedemorgen Nederland

'Je kunt veilig stellen dat de volgende Van Mersbergen werkelijk niet beter kan zijn dan Morgen zijn we in Pamplona.' - NRC Handelsblad

'Zo bevat het boek nogal wat dialogen die op het eerste oog houterig aandoen. Maar kijk je beter, dan zie je dat ze uiterst functioneel zijn. Het typeert het minimalistische spreken dat soms tussen mannen kan plaatsvinden. Van Mersbergen heeft dat in zijn roman exact weten te vatten. En, ook niet onbelangrijk: een beetje aandacht voor het masculiene kan wel weer. Het biedt een mooi tegenwicht in een tijd waarin het vrouwelijke zo hogelijk gewaardeerd wordt.' - de Volkskrant

'De voorpublicatie van de vierde roman van Jan van Mersbergen in de bundel Magazijn (de tien beste jonge schrijvers van nu) was vorig jaar al veelbelovend. En, verdomd, Morgen zijn we in Pamplona maakt de belofte ruimschoots waar in een spannende roadmovie van een verhaal. Van Mersbergen schrijft een uitgebeend poëtisch, stuwend soort proza, zonder in Rocky-romantiek en slappe Hemingway-imitaties te vervallen. Knap.' - VPRO Gids

'Het is idioot om te zeggen bij een vierde boek dat je een schrijver hebt ontdekt. Dat had hij natuurlijk allang zelf gedaan en zijn uitgever en zijn lezers. Toch kan ik niet anders dan het eerlijk opbiechten: Jan van Mersbergen was voor mij een ontdekking.' - Lidewijde Paris in Vrij Nederland

'Adembenemende literatuur, dwingend van opbouw, zwijgzaam over drijfveren en verlangens, onverbiddelijk uitmondend in wat niet meer te zeggen valt.' - Kees 't Hart in Leeuwarder Courant

'Een onvergetelijk boek' – Arjen Fortuin bij zijn afscheid als literair criticus van NRC Handelsblad.

Blog van Britse uitgever over de verfilming van het boek

Red lipstick, red fingernails, long red dress, golden shoes, fake fur shoulder throw. The Nymph looks stunning.Hollywood. ‘Where are you off to?’ I ask. It’s Thursday afternoon. Peirene twirls around her own axis. ‘No where,’ she replies. ‘Or at least not yet. I am preparing my outfit for the Oscars.’

Bron: PeirenePress.com

Britse recensies

"An impressive work from a leading Dutch writer." - Daily Mail

Bron: PeirenePress.com

Recensie in The Independent

As he tracks back and forth between the dual narratives, moving inexorably to the double climax, van Mersbergen skilfully builds emotional intensity until the point when the boxer and bulls' fury are finally unleashed.

Bron: Indipendent.co.uk

Boekverslag op Scholieren.com

De inhoud is niet moeilijk en toch blijft het verhaal na afloop wel hangen. Zowel de eenzaamheid van Danny maar toch ook die van Robert is schrijnend. De roman is geschikt voor leerlingen van de bovenbouw van havo en vwo.

Bron: Scholieren.com

Bespreking op Iedereenleest.be

Morgen zijn we in Pamplona is één van de sterkste Nederlandse romans die ik de laatste jaren gelezen heb. Het verhaal wordt héél sober weergegeven, maar het roept een spanning op waar je kippenvel van krijgt.

Bron: IedereenLeest.be

Interview op Ezzulia.nl

"Hoe intenser het schrijven, hoe minder het verdient"

Bron: Ezzulia.nl

Recensie op 8weekly.nl

Oog in oog met de aanstormende stieren van Pamplona verliest bokser Danny alle besef van tijd en plaats. Het is wat je een 'bloedstollende' confrontatie kunt noemen. Maar Jan van Mersbergens roman Morgen zijn we in pamplona biedt veel meer dan een vaardig geschreven spannend verhaal.

Bron: 8weekly.nl

Recensie op NRCBoeken.nl

Jan van Mersbergen wordt beter met elke roman die hij schrijft.

Bron: NRCBoeken.nl

Bespreking op Recensieweb.nl

Van Mersbergen duwt zijn lezers zachtjes in de richting van een antwoord, maar laat de uiteindelijke beslissing aan zijn publiek in een verhaal over een op de vlucht geslagen bokser die een lift krijgt van een man op weg naar de stierenrennen in Pamplona.

Bron: Recensieweb.nl