Luid overigens de noodklok

BOEKEN

BOEK

Luid overigens de noodklok

Luid overigens de noodklok

Mark Boog

Je wervelt weg. De muren zijn verdwenen.
Van een stofwolk ben je amper meer te onderscheiden.

Het dreunen, dat nog nagalmt, en het langzaam
liggen gaan van opgeworpen stof. Niets blijft over.

Bijna niets. Een tafel, mooi gedekt, in de woestijn.
Je zit eraan, je bent niet weg. De glazen glanzen.

Maar je staat op. De zon die brandt, het zand dat zengt,
je beeld dat trilt. Je weggaan is het mooiste dat ik zag,

want het is hoger dan de zon om twaalf uur
en eenzamer dan ik. Er rest ons streven naar herhaling.

   

Als vanzelfsprekend rimpelen gevolgen,
groter dan de ouders, sterven weg.

Er zullen meeuwen boven krijsen,
hebben gekrijst, gedachten van
een zwoegend brein, vochtige klomp dril.
Het oorzakelijk verband.

Het losse zand, subtiel vergiet.
Het onveranderd panorama op de ansichtkaart,
de nochtans ondergaande zon.
Het neemt vormen in ons aan,
veronderstelt ons.
Wij zijn beurtelings zon en zee,
golf en wind, wij zijn onveranderlijk niets.

'Boog is een meester van de omkering en het "vals vertoon" in de goede zin des woords. Hij versluiert er niks mee, maar maakt alles juist extra pijnlijk zichtbaar. En dan weer zo dat je er toch ook vaak om lachen kunt.' - Peter de Boer in Trouw

'Elke avond, als de stilte in huis neerdaalt, het ruisen van de auto's op de natte, herfstige weg afneemt, even een kwartiertje Boog.' - Wam de Moor in De Gelderlander

'Boog is de meester van de desillusie. Met inventiviteit weet hij alle aspecten van zijn thematiek uit te buiten.'- Piet Gerbrandy in de Volkskrant