BOEKEN

BOEK

Hij en zijn man

Hij en zijn man

J.M. Coetzee

In pakkende beelden schrijft Coetzee in Hij en zijn man over de schrijver die in hem woont, zijn tegenstrever, zijn aanjager.

Jaren geleden is hij teruggekeerd van het eenzame bestaan op het eiland, samen met Vrijdag; hij leeft nu met zijn opgezette papegaai en zijn wandelstok in een pensionkamer aan de haven van Bristol. Hij wandelt af en toe over kaai of pier, staart over het water naar het westen, mijdt het contact met de medemens. Maar daar is telkens 'zijn man'. Die schrijft de gruwelijkste dingen, aan hem, dingen over lokeenden en vallende bijlen en de pest in Londen. Wie is die man, die schaduw die hem volgt of voorgaat? Een broer? Een vijand? En zal hij hem ooit ontmoeten, nog voor zijn dood?

In pakkende beelden schrijft Coetzee in Hij en zijn man over de schrijver die in hem woont, zijn tegenstrever, zijn aanjager.

Arnon Grunberg, een van onze interessantste schrijvers van dit moment, schreef een lucide commentaar op dit verhaal, dat J.M. Coetzee uitsprak bij de uitreiking van de Nobelprijs.

   

'Maar om nu op mijn metgezel terug te komen: ik was buitengewoon in mijn sas met hem en stelde me tot taak hem alles bij te brengen wat nodig was om hem nuttig, handig en praktisch te maken; maar vooral om hem te leren spreken en hem te laten begrijpen wat ik zei; hij was de schranderste leerling die ooit heeft geleefd.' - Daniel Defoe, Robinson Crusoe

Boston, aan de kust bij Lincolnshire, is een mooie stad, schrijft zijn man. Je kunt er de hoogste kerktoren van heel Engeland vinden; zeelieden oriënteren zich erop bij de navigatie. Om Boston heen ligt moerasland. Roerdompen in overvloed, sinistere vogels met een zware grommende roep, die twee mijl verder nog te horen is, als de knal van een schot.

Het moerasland herbergt ook vele andere soorten vogels, schrijft zijn man, eendvogels en wilde eenden, talingen en smienten, en om die te vangen fokken de mannen van het moeras, de moerasmannen, tamme eenden, die ze lokeenden noemen.

Moeraslanden, fens, zijn uitgestrekte drassige gebieden. Die moeraslanden vind je overal in Europa, overal ter wereld, maar ze heten er geen fens, fen is een Engels woord dat niet reist.

Die lokeenden uit Lincolnshire, schrijft zijn man, worden gefokt in speciale vijvers en tam gehouden door ze met de hand te voederen. In het jachtseizoen worden ze naar het buitenland gestuurd, naar Holland en Duitsland. In Holland en Duitsland ontmoeten ze andere vogels van hun soort, en als ze zien onder welke erbarmelijke omstandigheden die Hollandse en Duitse eenden leven, hoe hun rivieren er in de winter dichtvriezen en hun velden bedekt zijn met sneeuw, verzuimen ze niet hen te laten weten, in een soort taal waarin ze zich verstaanbaar kunnen maken, dat het in Engeland, waar zij vandaan komen, heel anders is gesteld: Engelse eenden hebben zeekusten vol voedzaam eten, getijden die ongehinderd de rivieren in kunnen stromen; ze hebben er meren, bronnen, open en beschutte vijvers; ook akkers vol koren die de arenlezers hebben laten liggen; en geen vorst en sneeuw, of maar een klein beetje.

Door die voorstelling van zaken, die helemaal in de eendentaal wordt gegeven, schrijft hij, trekken de lokeenden grote aantallen vogels aan en weten ze die als het ware te ontvoeren. Ze leiden ze uit Holland en Duitsland weg over de zeeën en geven ze een plek in hun lokvogelvijvers in de moeraslanden van Lincolnshire, terwijl ze al die tijd in hun eigen taal tegen ze kwetteren en snateren, en vertellen dat dit de vijvers zijn waarover ze hebben verteld en waar zij in alle vrede en veiligheid zullen leven.

En terwijl ze daar druk mee bezig zijn, kruipen de lokkers, de bazen van de lokeenden, de schuilplaatsen in die ze in het moerasland hebben gebouwd van riet, en strooien ongemerkt handenvol graan op het water; en de lokeenden volgen hen en voeren hun buitenlandse gasten met zich mee. En zo leiden ze hun gasten binnen twee of drie dagen steeds smallere waterwegen in, terwijl ze almaar roepen: Kijk eens hoe goed wij het hier in Engeland hebben, tot ze op een plek komen waar netten zijn gespannen.

Dan sturen de lokkers hun lokhond op pad, die er helemaal op is getraind blaffend achter vogels aan te zwemmen. Dodelijk geschrokken van dat vreselijke beest, vliegen de eenden op, maar worden in het water teruggedrongen door de netten boven hen, en ze moeten daarom onder het net zwemmen of omkomen. Maar het net wordt smaller en smaller, als een fuik, en aan het eind staan de lokkers, die hun gevangenen er een voor een uit halen. De lokeenden worden geaaid en vertroeteld, maar hun gasten - die worden ter plekke doodgeknuppeld en geplukt en bij honderden, bij duizenden verkocht.

Al dat nieuws uit Lincolnshire schrijft zijn man in een keurig verzorgd en vlot handschrift, met ganzenveren, die hij elke dag, voorafgaande aan zijn strijd met het papier, met een pennenmesje slijpt.

Engelse vertaling van Arnon Grunberg's bijdrage

It is important, as the Dutch Slavicist Karel van het Reve once said, not to forget that books, plays and poems are written to be read by an audience without exegesis. A certain skepticism with regard to secondary literature is justified, even more so because that secondary literature is so often addressed to us in such gruesome prose.

Bron: ArnonGrunberg.com

Bespreking op Iedereenleest.be

Hij en zijn man is ideale literatuur voor wie na de vakantie de draad weer wil oppikken en zijn kritisch geest een beetje wil aanscherpen. Maar ook voor iedereen die gewoon zin heeft in een goed verhaal is dit boek zeker een aanrader.

Bron: IedereenLeest.be

Recensie op NRCBoeken.nl

Kwetsende letteren en de ruimte van de literatuur

Bron: NRCBoeken.nl

Bespreking op Derecensent.nl

Naar huis rennen met de Nobelprijs

Bron: Derecensent.nl