BOEKEN

BOEK

Götz en Meyer

Götz en Meyer

David Albahari

De auteur houdt humor en tragiek in een subtiel evenwicht en hij doet dat met het vakmanschap waarom hij beroemd is.

Zestig jaar geleden reden twee mannen in een vrachtauto elke dag van Belgrado naar Jajinci: Götz, de chauffeur, en Meyer, de bijrijder. Geen mens zou zich daar later voor hebben geïnteresseerd, als de twee heel gewone mannen onderweg niet waren gestopt en de uitlaat van de auto niet hadden verbonden met een opening in de bodem van de laadbak, waarin een groep joden zat.

Maar de verteller, een leraar uit Belgrado, is er heel erg in geïnteresseerd, omdat familieleden van hem ook ooit in die vrachtauto hebben gezeten. Hij begint een onderzoek, rommelt in documenten en probeert Götz en Meyer te begrijpen. Maar hoe meer hij een beeld van de twee poogt te krijgen, des te schimmiger ze worden, en hoe meer hij de gebeurtenissen van toen aan zijn leerlingen duidelijk probeert te maken, des te meer zij op zijn familieleden gaan lijken.

Albahari vertelt op ingehouden wijze het verhaal van de twee (bijna sympathieke) mannen Götz en Meyer die hun vreselijke werk verrichten, en van de leraar, die probeert te begrijpen wat ze gedaan hebben. De auteur houdt humor en tragiek in een subtiel evenwicht, zoals Benigni in de film La vita è bella, en hij doet dat met het vakmanschap waarom hij beroemd is.

   

Götz en Meyer. Ik heb hen nooit gezien, ik kan me alleen een voorstelling van hen maken. Bij dergelijke paren is de een gewoonlijk groot en de ander klein, maar aangezien zij ss-officieren waren, kun je je gemakkelijk indenken dat ze beiden groot van stuk waren, misschien zelfs van gelijke lengte. Ik veronderstel dat de normen voor opname in de gelederen van de ss uitzonderlijk streng waren, men ging vast en zeker niet onder een bepaalde grens. Een van hen beiden, beweren getuigen, ging altijd het kamp binnen, speelde met de kinderen en nam ze op zijn arm, hij gaf ze zelfs chocoladesnoepjes. Er is zo weinig voor nodig om je een andere wereld voor te stellen, nietwaar? Maar Götz, of Meyer, ging daarna naar de cabine van zijn vrachtwagen en maakte zich klaar voor een nieuwe rit. Het ging niet om een grote afstand, maar Götz, of Meyer, verheugde zich van tevoren op het briesje dat door het open raam zou waaien. Intussen gingen de kinderen met stralende gezichten naar hun moeder terug. Götz en Meyer waren vast geen nieuwelingen in dit vak. Hoewel het niet ging om een grote opdracht - er was slechts sprake van zo'n vijfduizend zielen - vereiste de efficiëntie van het werk dat er betrouwbare medewerkers deelnamen aan de uitvoering. Het is heel goed mogelijk dat Götz en Meyer op hun onderofficiersjassen een orde droegen, het zou me niet verbazen. Het zou me meer verbazen als een van hen beiden een snor droeg. Ik kan me Götz noch Meyer voorstellen met een snor. Ik kan me hen eigenlijk helemaal niet voorstellen, een snor helpt me niets. Het is natuurlijk het gemakkelijkst je te bedienen van stereotypen: blond haar, lichte huid, bleke wangen en staalblauwe ogen, maar daarmee zou ik alleen bewijzen hoezeer ik onderhevig ben aan de invloed van de propaganda. Het uitverkoren ras was net aan het ontstaan, Götz en Meyer vertegenwoordigden slechts een schakel in de keten die reikte tot in de verre toekomst. Maar wat voor schakel! Soms vormen zulke kleine werkzaamheden als de hunne de ware grondslag van een enorm bouwwerk; van de stevigheid ervan hangt de veiligheid van het hele gebouw af. Ik zeg niet dat Götz en Meyer zich daarvan bewust waren, misschien deden ze alleen gewetensvol hun best zoals ze dat op elke andere werkplek zouden hebben gedaan, maar het lijdt geen twijfel dat ze wisten waaruit hun werk bestond. Hun opdracht, dat is juister gezegd, want zo noemden zij het, en het was ook een opdracht, een bevel, een commando, militaire terminologie is hier niet te vermijden. Götz en Meyer waren overigens militairen, aan hun loyaliteit aan het Reich en de Führer kan niet worden getwijfeld. Zelfs wanneer hij het kamp binnenging, wanneer hij de kinderen hoog optilde, was er geen moment dat Götz, of Meyer, niet dacht aan wat er zou volgen. Alles was tenslotte deel van een groot plan, eenieder was zijn lot gegeven, niemand kon dat veranderen, Götz, of Meyer, nog het minst.

'De ontknoping van de roman is niet minder verrassend dan alles wat eraan voorafgaat. David Albahari slaagt erin over een zo veelbeschreven onderwerp als de holocaust een nieuw verhaal te vertellen. Maar het is de verdienste van Reina Dokter dat de Nederlandse lezer aan dat verhaal, in heel zijn betoverende verscheidenheid, kan deelhebben. Haar vertaling van het Servische proza is een meesterstuk op zich.' - Trouw

'Dat levert een koele, maar juist daarom bijzonder emotionele roman op, geschreven in één lang hoofdstuk zonder alinea's, zonder rechtstreekse citaten. Albahari bewaart ogenschijnlijk afstand, maar zit er tegelijkertijd middenin. Götz en Meyer is een gruwelijk, prachtig boek, van een schrijver voor wie het leven 'is als een herinnering, die niet weet wie haar onthoudt.' - Algemeen Dagblad

'Een groot verteller, alleen vergelijkbaar (als hij al te vergelijken is) met de allerbesten, Danilo KiÅ¡ en Aleksandar TiÅ¡ma.' – Die Zeit

'De grootste literaire verrassing uit 2003.' – Theo Hakkert, PZC