BOEKEN
TITELPAGINA
- HET BOEK
- FRAGMENT
- QUOTES
- ARTIKELEN
- TITELINFORMATIE
De verborgen ordening
Alfred van Cleef
Er was geen weg meer terug, ik was een man van middelbare leeftijd met een rugzak en een onzichtbare lijn als houvast.
Op een bewolkte zomerdag begon Alfred van Cleef in zijn eentje en gewapend met niet veel meer dan een gps-ontvanger aan zijn odyssee: het volgen van de gehele nulmeridiaan over land. Tussen het beginpunt Tunstall in Engeland en zijn eindbestemming, de Ghanese havenstad Tema, vond hij bergtoppen, rivieren, begraafplaatsen, industriegebieden en woestijnen met struikrovers en Al Qaida-cellen op zijn weg.
De verborgen ordening, Een ontdekkingsreis langs de nulmeridiaan vormt een unieke weerslag van Van Cleefs fascinatie voor de nulmeridiaan, de onzichtbare lijn tussen de polen die dagelijks door miljarden mensen wordt gebruikt bij de bepaling van plaats of tijd.
Gebruikmakend van alle mogelijke vervoermiddelen volgt de auteur de nulgradenlijn, die hem onderweg in contact brengt met paddenstoelenzoekers, ondernemers, nomaden, burgemeesters, regenmakers, koningen, krakers en fetisjpriesters. Zo rijgt hij werelden aaneen en verbindt uiteenlopende culturen en plaatsen - door de ordening die mensen altijd en overal zoeken: waar bevinden wij ons in ruimte en tijd? Van Cleef vervlecht zijn reisbeschrijvingen met de geschiedenis en de geografische en filosofische betekenis van de nulmeridiaan, en daarmee ook die van tijd, meter en datum. Bovenal is De verborgen ordening, Een ontdekkingsreis langs de nulmeridiaan een indringend, spannend en humoristisch reisverslag door het Europa en Afrika van begin eenentwintigste eeuw: een ontsloten wereld langs een onzichtbare lijn. Een Duitse vertaling zal bij Mare Verlag verschijnen.
Koop of bestel het boek bij uw plaatselijke boekhandel of bestel via deze site.
Op een grauwe augustusdag verliet ik per bus Amsterdam – mijn woonplaats en die van mijn voorouders – op weg naar de Rotterdamse haven. Het stortregende en het leek wel herfst. De laatste huizen voor de Amsterdamse ringweg schoten voorbij, daarna volgden kaarsrechte snelwegen, lange rijen populieren, laag licht over kletsnatte velden. Later vernauwde het blikveld zich door geluidsschermen, bedrijventerreinen en kantoortorens.
Onder begeleiding van een laffe pianist die zich niet geneerde voor een matige uitvoering van ‘Raindrops keep falling on my head’ vertrok de veerboot vanuit Rotterdam langzaam richting open zee. Zover het oog reikte zag ik hoge stalen windmolens, hijskranen en affakkelwolken in schakeringen van wit, geel, oranje en rood.
De volgende ochtend stapte ik in de haven van Kingston-Upon-Hull van boord en liep in de stromende regen langs een asfaltweg die aan weerszijden was omgeven door muren van opgestapelde containers. De horizon opende zich pas weer op het kruispunt van twee snelwegen waar de bus zou vertrekken. Er was geen weg meer terug, ik was een man van middelbare leeftijd met een rugzak en een onzichtbare lijn als houvast.
De halte bevond zich vlak naast een caravan waar koffie, warme worsten en uitsmijters werden verkocht aan vrachtwagenchauffeurs die op het kale terrein naast het kruispunt konden parkeren. Staande dronk ik een inktzwarte koffie en staarde naar het rondslingerende afval en het voorbijrazende verkeer.
Even later zat ik in bus 77 naar Withernsea. Retour? vroeg de chauffeur. Nee, terug was geen optie. Door mijn kijkgaatje in de beslagen ruit gleden glooiende, natgeregende velden voorbij, rijen kraaien zaten roerloos op de elektriciteitskabels tussen de hoogspanningsmasten. Ik had maar een paar uur geslapen op een bovenbed in de scheepshut die ik met drie andere mannen had moeten delen en voelde me opgewonden, maar ook onzeker.
Mijn eerste bestemming was het magische en tevens ultieme nulpunt bij Tunstall., waar mijn meridiaanreis naar het zuiden zou beginnen. Het was een klein dorp waarheen geen openbaar vervoer ging, de badplaats Withernsea lag het dichtste bij. Ik stapte uit in het centrum, mijn rugzak woog achttien kilo en was duidelijk te zwaar. De twee hotels in het stadje maakten een uitgewoonde indruk. Alle kamers werden ingenomen door contractarbeiders die waren ingehuurd om een nieuwe gaspijpleiding voor de kust aan te leggen. ‘Bed and Breakfasts’ waren er ook niet. ‘Niemand laat die registreren,’ zei de vrouw van het plaatselijke toeristenbureau. ‘Dus officieel bestaan ze niet. Rondvragen heeft geen zin, neemt u maar van mij aan dat u hier geen onderdak zult vinden. Alle accommodatie is in gebruik door de mannen van de pijpleiding.’
In Withernsea stonden caravans met vakantiegangers en er waren speelautomatenhallen uit de jaren zestig van de vorige eeuw. Het was een dorp met een bovenmatig aantal scootmobielen, kinderwagens en rolstoelen. Dit was Engeland op een natte zomerdag: land van ouderwetse televisieantennes, dikbuikige getatoeëerde mannen in korte broek, land vooral ook van honden. Zachtjes zong ik een oud nummer van de The Kinks: ‘I like my football on a Saturday, Roast beef on Sundays, allright, I go to Blackpool for my holidays, Sit in the autumn sunlight.’
In een café bestelde ik bij gebrek aan alternatieven een uitsmijter op witte toast, met extra tomaat. Uit de jukebox klonk een nummer van de Beach Boys, de zon brak door. Ik kon mijn rugzak achterlaten bij de eigenaar van het café en begon aan de voettocht naar Tunstall, waar de nulmeridiaan volgens de informatie die ik had verzameld met een monument was gemarkeerd.
Ik hoefde alleen mijn gps-ontvanger te volgen tot het nulpunt, maar de vraag was hoe. Op het punt waar Queens Street afboog, liep ik rechtdoor en opende een verweerd, roodkleurig stalen hek dat toegang gaf tot een voetpad. Diep beneden me beukte de zee tegen de kliffen. Het uitzicht was weids en het licht oogverblindend. Een eind verder zat een man in een scootmobiel die vanonder zijn geruite pet door een verrekijker tuurde en intussen in gesprek was met een vrouw met een grijs knotje. Ik vroeg hoe ik het beste naar Tunstall kon lopen. ‘Rechtuit,’ zei ze, ‘maar door de velden en niet vlak langs de kliffen. Veel te gevaarlijk. Voor je het weet stort je naar beneden. Ook niet over het strand. Want het wordt vloed en de zee kan je tegen de kliffen drukken en meesleuren.’ De man met de pet bleef onverstoorbaar door zijn kijker staren. Hij zocht pinguïns, vertelde hij. Pinguïns in Engeland? ‘Van de week heeft iemand die ik ken precies op deze plaats een jonge pinguïn gezien. Soms voert de stroming ze mee naar Withernsea. Het is ver van het gebied waar ze thuishoren, maar het komt voor.’
Over een modderig pad vervolgde ik mijn weg. De zon wierp een gouden gloed over de versgemaaide korenvelden. Het pad werd smaller en wurmde zich tussen de rand van het veld en de afgrond, waar op de uitsteeksels van de kliffen madeliefjes groeiden. Ik spreidde mijn jas uit en ging op mijn rug liggen roken. Ik dacht terug aan de laatste beelden van Amsterdam toen ik de dag ervoor op weg was gegaan: meteen na het vertrek reed de bus langs het Haarlemmerplein. Boven café De Clown was het appartement van A., in wier armen ik een winterse nacht had doorgebracht en die ik daarna nooit meer had gezien. In een flits zag ik dat er aan een rekje in de erker een kleine witte was te drogen hing: slipjes en sokken. Het had me geëmotioneerd, maar ik wist niet waarom.
Ik liep verder langs de afgebrokkelde kliffen, twee boerenzonen reden met een tractor heen en weer over het korenveld. Steeds opnieuw keek ik op mijn gps, het aftellen was begonnen. Het ultieme nulpunt bevond zich op 53°46'08'' nb. De meridiaan kwam schuin over de kustlijn uit zee, liep tussen de betonblokken door die kriskras op het donkergrijze strand lagen, doorkliefde de kliffen en verdween landinwaarts. Zo gaf mijn gps het aan en zo kreeg ik het ook in gedachten op mijn netvlies, maar in werkelijkheid was er niets te zien. Natuurlijk, de nulmeridiaan was nooit te zien, maar ook het monument was nergens te bekennen.
Een man in korte broek liep op me af en vroeg me wat ik zocht. Het meridiaanbaken? ‘Ja, dat stond hier. Dit is er een overblijfsel van,’ zei hij, wijzend naar een afgebrokkeld betonblok met een gat erin dat op het strand lag. Een in een plastic windjack gehulde vrouw kwam bij ons staan. Ze had nog nooit iets over een baken op deze plaats gehoord. ‘Volgens mij staat het meer landinwaarts, maar zeker weet ik het ook niet.’ Ik klom het klif weer op en liep door het San
d-Le-Mere caravanpark in de richting van het landinwaarts gelegen gehucht Tunstall. Bij het eerste het beste huis raakte ik in gesprek met een man van een jaar of zeventig met appelwangen en een bol, verweerd gezicht. Langs de kant van het weggetje voor zijn huis stond een knalrode boot op schragen en overal lagen onderdelen van gedemonteerde machines.
‘Met de meridiaan heb ik niets van doen,’ zei hij in een moeilijk verstaanbaar Yorkshire-Engels. ‘Wel met stormen. We hebben ongeveer dertig voet verloren dit jaar.’ Hij wees naar de kliffen. ‘Daarachter lag een veld dat in dertig jaar tijd helemaal door de zee is verzwolgen. Vroeger stond er voor de kust van Tunstall een houten golfbreker, maar twintig jaar geleden begon die in het ongerede te raken en sindsdien is er nooit meer iets aan gedaan.’ In Withernsea waren wel genoeg golfbrekers, meende hij, ‘maar die zijn weer te dicht bij de kust geplaatst, zodat het strand langzaam maar zeker verdwijnt.’ Bang dat de zee zijn huis zou opslokken was hij niet. ‘Je moet nooit bang zijn. Wat gebeurt, gebeurt. U komt uit Holland? U leeft dus onder de zeespiegel, dat hebben jullie daar goed geregeld. Hier niet. Allemaal gierigheid.’
Nell Westerlaken, de Volkskrant
‘Van Cleef geeft een prachtige doorsnede van het dagelijks leven in Afrika’ - Roeland Sprey, Leeuwarder Courant
'Dit boek verdient het in veel landen te verschijnen, ook ver van de nulmeridiaan!' - NBD|Biblion
'In zijn meesterlijke De verborgen ordening legt Alfred van Cleef de verbanden en brengt hij avontuur, informatie en beschouwing harmonieus bijeen in zijn poging het ongrijpbare te beroeren en misschien gelukkig te worden.' - Klaas Wierenga, Nederlands Dagblad
'Uit De verborgen ordening zijn veel mooie quizvragen af te leiden.' - Geografie
‘Het bewijs dat een ogenschijnlijk zinloos project een waarde kan hebben’ - Schrijfster, fotograaf en woestijnreizigster Arita Baaijens
‘Een mooi en niet-
‘Een prachtig reisverhaal van een rasechte schrijver’ - Ies Goedbloed, Reformatorisch Dagblad
Artikel in Die Welt
Alfred van Cleef reist in "Die verborgene Ordnung" entlang des Nullmeridians von Großbritannien bis Ghana – und mischt dabei Abenteuer und Information. Dafür erhält er auf der ITB eine Auszeichnung.
Bron: Welt.deAlfred van Cleef in de reisboeken top 10
Alfred van Cleef ging om pad met enkel een GPS, want hij wilde de nulmeridiaan volgen. De nulmeridiaan loopt van de Noordpool naar Antarctica. De wereld van boven naar beneden, zonder tijdsverschil. De denkbeeldige lijn loopt over zeeën en door acht landen: Engeland, Frankrijk, Spanje, Algerije, Mali, Burkina Faso, Togo en Ghana.
Bron: ColumbusMagazine.nlBespreking door NBD|Biblion
Dit boek verdient het in veel landen te verschijnen, ook ver van de nulmeridiaan!
Bron: NBD|Biblion.nlBespreking in Kunststof
Een prachtig reisboek vol gedetailleerde observaties.
Bron: Player.omroep.nlRecensie op Volkskrant.nl
Onze tijd, plaats en fysieke orde beginnen bij de nul-meridiaan. Alfred van Cleef volgde de streep.
Bron: Kunst.Volkskrant.nlRecensie op ReformatorischDagblad.nl
Een prachtig reisverhaal van een rasechte schrijver.
Bron: Refdag.nlRecensie op ND.nl
Tijd, de nul, zestigtalligheid, Bill Clinton, Ptolemaeus, geluk, datumgrens, nulpuntplicht, nulpuntritueel, snijpuntverslaafden, yoctometer, geslachtshypocrisie: wat hebben ze met elkaar te maken?
Bron: ND.nlBespreking in De Avonden
Anton de Goede in gesprek met Alfred van Cleef, auteur van De verborgen ordening. Een weerslag van Van Cleefs fascinatie voor de nulmeridiaan.
Bron: VPRO.nl| ISBN: | 9789059362826 |
| Bindwijze: | Paperback |
| Verschijningsdatum: | 16-04-2010 |
| Omvang: | 400 p. |
| Prijs: | € 24.90 |
| Koop of bestel het boek bij uw plaatselijke boekhandel of bestel via deze site | |
