BOEKEN

BOEK

De uitvinder van geheimen

De uitvinder van geheimen

David Grossman

'Ik benijd iedereen die deze roman nog voor de boeg heeft,' schreef The New Yorker.

Grossmans roman over Aharon, die niet volwassen wil worden, omdat de wereld van de volwassenen een wereld is van bruutheid en onbetrouwbare gevoelens, vertelt bedachtzaam en komisch over een oude droom van de mensheid: baas zijn over het eigen lot, over het eigen leven. – 'Ik benijd iedereen die deze roman nog voor de boeg heeft,' schreef The New Yorker.

Hoe meer Aharons vertrouwde wereld uit haar voegen raakt, des te meer heeft hij om handen: tegenmaatregelen bedenken, undercoveracties beramen, geheimschriften ontcijferen, gedachten lezen, keihard trainen À la Houdini. Want één ding is zonneklaar: volwassen worden is één grote valkuil.

Kijk maar naar de volwassenen in de nieuwbouwwijk in Jeruzalem waar Aharon woont: daar zijn al heel wat mensen het spoor behoorlijk bijster. De heer Kaminer bijvoorbeeld verft na de dood van zijn vrouw plotseling zijn haar; Aharons vader breekt in de woning van bankbediende Edna Bloem alle tussenmuren uit omdat zij hem graag zwetend aan het werk ziet; zijn gekke grootmoeder zit altijd te mompelen en gaat soms op het hek van het balkon zitten om naar beneden te springen; en zijn moeder stopt Aharon vol met eten omdat hij warempel niet altijd zo klein kan blijven.

Maar Aharon vindt dat er een professionele voorbereiding nodig is om volwassen te kunnen worden, ook als zijn beste vriendjes, Gidon en Tsachi, zijn ideeën daarover intussen merkwaardig vinden en Tsachi liever yeah-yeah-muziek hoort en naar meisjes fluit. Aharon gaat op zijn verbazingwekkend inventieve manier aan het werk.

   

Aharon ging op zijn tenen staan om beter te kunnen zien wat er beneden gebeurde, zijn vader en moeder die naar buiten gingen om een luchtje te scheppen aan het eind van een snikhete dag. Wat waren ze klein van hier af. De smaak van het stof van het luik op zijn lippen en in zijn neus.

Zijn ogen glinsterden. Het was niet netjes om zo naar ze te kijken. Hóe zo? Zo van boven af. Ze waren echt piepklein van hier af. Als twee poppen. De een groot, dik en traag, de ander klein en scherp aan alle kanten. Het was niet netjes zo. Maar ook lachwekkend. En wat lachwekkend was, was ook een beetje beangstigend. En het was vooral irritant dat ook Tsachi en Gidon, naast hem, hen zo zagen. Maar zich losmaken van het schouwspel kon hij niet. Kom op, gaan jullie nou mee, mopperde Tsachi, zijn dikke neus platgedrukt tegen het luik, zo meteen komt zíj terug en dan zijn we er geweest.

Kijk, fluisterde Aharon, daar heb je Anderhalve-Cent ook allebei. Hij gaat gauw dood, zei Gidon, kijk eens hoe geel hij ziet, Kaminer, zelfs van hier af zie je dat hij doodgaat.

Papa en mama stonden te praten met Ester en Avigdor Kaminer van het eerste portiek. Vraag niet wat een martelgang het is, zuchtte Ester Kaminer. Soms waren ze zichtbaar, dan weer gingen ze schuil achter de reusachtige vijgenboom op de stoep, en het gesprek bereikte in flarden het raam van de derde verdieping. Het is een wonder dat hij nog leeft, zei ze terwijl ze haar hoofd schudde, dat tot aan de borst van haar grote man reikte, en mama klakte met haar tong en zei: als je maar zorgt dat je niet in hun handen valt, ze hebben ons toch alleen maar nodig om op te oefenen voor hun diploma, en intussen snijden ze ons in stukjes; en de reusachtige Avigdor Kaminer, wiens hoofd altijd gebogen was, stond er zwijgend bij, en keek met ondoorgrondelijk gezicht naar zijn praatzieke vrouw, naar de dikke benen van papa, waarboven de korte broek op springen stond, naar de stoet mieren die een omgekeerde kever voortsleepten...

En wat dat allemaal niet kost, lamenteerde Ester Kaminer, al die medicijnen en diëten en dat je met een taxi moet na de dialyse. Volgens mij snakt Kaminertje ernaar dat haar man doodgaat, zei mama tegen papa toen ze verder liepen, Aharon zag haar lippen bewegen en wist dat dat was wat ze zei, hij kost haar te veel, kun je net denken wie er achter hem in de rij op haar staat te wachten, want behalve al die bruidsschatten die ze allang had, valt nu ook haar haar helemaal uit, en hoe ze het ook probeert te verbergen, je ziet toch al hele stukken van haar hoofd.

Papa bromde altijd ja als ze praatte, en ook als ze al zweeg, en nu bukte hij om iets van de stoep op te rapen, een oude krant of een vruchteschil, het was moeilijk te zien van hier af, en mama stond kaarsrecht naar hem te kijken. Als je me maar niet aanraakt met die smerige handen, zei ze vast tegen hem, want haar rug ontweek zijn hand, en kijk eens wie daar aankomt. Aharon zag de zure glimlach op haar lippen, eens kijken of hij ons wel gedag zegt, die snob, dag meneer Strasjnov, hoe gaat het met mevrouw?

Daar komt je vader, zei Aharon toonloos. Kom op, laten we hier weggaan, Gidon week niet van het raam: zijn vader. Elegant gekleed, zoals gewoonlijk. Een terlenka broek en een das, zelfs in deze hitte. Met zijn enigszins dansende tred passeerde hij papa en mama, knikte, zijn vlezige mondje, altijd stijf dichtgeknepen, krulde zich even in een uitdrukking van weerzin, dat was zijn manier om gedag te zeggen, het stond hem niet, maar papa kreeg plotseling de aandrang een stukje achter hem aan te lopen: 'Weer terug van daar... van de universiteit?'

En Gidons vader vertrok opnieuw zijn lippen; ik moet gaan, ik moet gaan, fluisterde Gidon geluidloos bij zichzelf, die uitdrukking ging aan elke uitspraak van zijn vader vooraf, als een kuchje van een verbitterde geest, hij mompelde iets tegen papa en mama, en liep door; zelfs om een luchtje te scheppen - ha! ah! - doet hij zijn mond niet open, die doctor, die interlektueel, die geen cent mee naar huis brengt, en zijn vrouw moet haar vingers stukslaan met tikken, mopperde mama in zichzelf, maar ze zei meneer Strasjnov beleefd en hartelijk gedag, een beetje teruggetrokken, alsof het door de kilte kwam die hem vergezelde.


Download het fragment als PDF

‘Een minutieuze ontleding van emoties, poëtisch verwoord. Ik herlees het om de zoveel jaar.’ – Marieke van der Pol, auteur van Voetlicht in LINDA Magazine

'Als er iemand na Robert Musil en Günter Grass van het thema jonge mensen grote en indrukwekkende literatuur heeft gemaakt, dan is het David Grossman.' – Süddeutsche Zeitung

‘Ik benijd iedereen die De uitvinder van geheimen nog ongelezen voor zich heeft.’ – The New Yorker

‘Evenals in Het zigzagkind, De stem van Tamar en Zie: liefde ook in dit boek veel internemonologen en een vaak wat eenzelvig kind in een lichtmagisch-realistische wereld.’ – B. Hummel voor NBD|Biblion

‘Voor wie houdt van introverte ontwikkelingsromans is de inhoud van De uitvinder van geheimen subliem. Jeruzalem aan de vooravond van de Zesdaagse Oorlog. Het jongetje Aharon Kleinfeld wil maar niet groeien, omdat de wereld van volwassenen er een is van liegen en listen. Hij houdt het liever bij trucs zoals die van Houdini. Aharon is ook een kind van eerste-generatie immigranten in het nieuwe Israël die proberen hun draai te vinden in het vreemde land. De generatiekloof tussen immigrantenouders en Israëlische kinderen is het belangrijkste thema van dit boek.’ – Nieuw Israëlitisch Weekblad

‘Het schrijven van fictie is voor mij het allerbelangrijkste. Het grootste deel van mijn leven breng ik door in een kamertje, geïsoleerd. Een wereld scheppend vanuit mijn verbeelding, uitsluitend metmateriaal enmensen die daarvoor relevant zijn. Daarbuiten bestaat zo veel irrelevantie die een cruciale en dramatische rol speelt in ieders leven. Daar moet je afrekenen met zo veel vertekeningen, die het werk zijn van dwaze of soms zelfs criminele mensen. Je moet er een vervuilde taal gebruiken. Als schrijver gebruik ik die taal ook, maar dan opzettelijk, om iets duidelijk te maken.’ – David Grossman geïnterviewd door Marc Reynebeau in De Standaard

‘Als we allemaal schrijvers waren, was de wereld een betere plaats. Schrijven voegt een dialogische dimensie toe aan de werkelijkheid. De kern van het schrijven is proberen te begrijpen wat een ander levend wezen ‘bezielt’. We hebben een barrière tegenover ‘de ander’ opgebouwd. Het is beter dat je gehaat wordt om de juiste redenen, dan dat je geliefd bent om de verkeerde.’ – David Grossman geïnterviewd door Guus Bauer en Peter de Rijk in De Standaard

‘Wat een magische schrijver is Grossman! En hoe betoverd raken wij als lezers!’ – La Repubblica

Recensie op NRCBoeken.nl

Een man die wil eten is weerloos.

Bron: NRCBoeken.nl