BOEKEN

BOEK

De hemelrat

De hemelrat

Jan van Mersbergen

In een subtiele, suggestieve stijl ontvouwt hij het leven van een gevoelige jongeman en een meisje, die alletwee op zoek zijn. Maar zoeken ze beiden naar hetzelfde?

Edward, werkstudent in het laboratorium van een ziekenhuis, doet iets wat er streng verboden is: hij smokkelt een proefdiertje mee naar huis, een zwarte rat in een kooitje. In de tram op weg naar huis komt er een meisje naast hem zitten dat belangstellend vraagt wat hij in die kooi heeft.

Van Edwards studie komt niet veel terecht. Hij voelt zich verloren in de stad waar hij woont, en de liefde die hij nergens kwijt kan, richt hij op de rat - en op het meisje, dat vaak in het ziekenhuis komt en van wie hij steeds meer wil weten. Komt zij telkens op ziekenbezoek of is ze zelf patiënte? En als ze op ziekenbezoek komt, wie bezoekt ze dan zo vaak? En waarom staat ze ten slotte bij hem voor de deur? Ragfijn is het weefsel waarin Jan van Mersbergen zijn hoofdpersonen spint. In een subtiele, suggestieve stijl ontvouwt hij het leven van een gevoelige jongeman en een meisje, die alletwee op zoek zijn. Maar zoeken ze beiden naar hetzelfde?

Ook verkrijgbaar als eboek

   

Het was de laatste keer dat hij alleen in zijn kamer wakker werd. Hij draaide zich op zijn rug en keek naar het raam, en door de zwarte lucht zag hij een zwerm lichtjes schuiven, niet eens zo heel hoog boven de straat. Het vliegtuig had twee witte lichtjes op iedere vleugel en een paar op de romp, daartussenin een blauw licht, fonkelend als een ster, en op de staart knipperde een fel oranje. Zijn hart klopte, elke keer als het oranje lichtje aanflikkerde. Het vliegtuig naderde de dakgoot van de huizen aan de overkant van de straat, de horizon van lood, waarachter de huizenblokken zich naar het oosten toe eindeloos uitstrekten. Toen verdwenen de lichtjes in de omlijsting van een dakkapel, als in een toverspiegel uit een sprookje.

Eén moment was alles donker en in die duisternis mompelde hij een wens.
Hij ging rechtop in bed zitten, wreef zijn ogen uit en de kamer werd helder: de gipsen wandjes, de versleten plekken op het tapijt, de tafel met daarop de telefoon, de bruine kussens op de grond, de boekenkast, zijn wastafel en het keukenblok, het timmerwerk aan het plafond. Hij stond op en ging voor het raam staan, in de gele gloed van de straatlantaarn. Zijn huis stond in een smalle straat die uitkwam op de Wibautstraat, en de kamer keek naar opzij uit op de vier stroken van die weg en automatisch draaide zijn blik naar de auto's die voorbij raasden. Het gezoem van het verkeer hing in de lucht. Toen keek hij naar de straat beneden, naar de boom aan de overkant waar altijd vuilniszakken tegenaan lagen, naar de lichtreclame van de snackbar op de hoek, de parkeervakken voor de garage onder zijn huis, gevuld met auto's die stonden te wachten op reparatie, het fietsenrek waar fietswrakken in hingen, de paaltjes waar de verf van afbladderde. Van dit stilleven kende hij iedere tegel, iedere steen.

Hij knipte het licht aan, ging voor de wasbak staan, op zijn tenen, en piste tegen het witte glazuur. Hij draaide de kraan open, sprenkelde met zijn hand wat water in de wasbak en keek op, en tussen de spetters tandpasta op de spiegel verscheen een sterk en gedrongen lijf met daarboven een jong gezicht. Zijn ogen stonden zwaar, zijn blik paste bij zijn lijf. Zijn blonde haar was springerig achter zijn oren en op zijn kruin. Hij hield zijn hoofd onder de kraan en maakte zijn haar nat, waste zijn gezicht. Waterdruppels liepen over zijn volle lippen, langs zijn kin, en vielen op het tapijt. Donkere vlekjes waar hij met zijn voet overheen wreef. Uit de mand onder de wastafel haalde hij een oude spijkerbroek. Hij rook aan het kruis. Uit de kast nam hij een shirt. Hij trok de kleren aan en stapte in zijn werkschoenen.
Het betaalt goed, mompelde hij. Het betaalt goed.

In de boekenkast lagen studieboeken en mappen met aantekeningen op slordige stapels. Sommigen zaten nog in het plastic omhulsel. De blokletters op de ruggen van de boeken vormden woorden waarvan de betekenis er niet meer toe deed. De titels die voor de initialen van de auteurs pronkten beten hem verwijten toe.
Aan tafel smeerde hij een paar boterhammen. Er lag een envelop met daarop zijn naam, zijn straat, zijn stad. In het midden van de poststempel stond de plaats waar hij op school had gezeten. Onder de envelop lag een trouwkaart. Elizabeth en John stond er in keurige letters gedrukt. Er zat een brief bij waarin stond wat het paar graag als cadeau wilde ontvangen, en op de achterkant van de brief stond een routebeschrijving. Met donker potlood was onder de brief geschreven: Ik hoop dat je komt. Hij herkende haar handschrift.

Hij propte het brood in een plastic zak, stopte het pakketje in zijn rugzak en ging de trap af. De houten trapleuning gonsde iedere keer als hij zijn vuist erop liet neerkomen.
E-li-za-beth.

Hij stapte naar buiten, de straat op. Een brommer rammelde de stoep af, over de verkeersdrempel, en vloog de straat uit. De flappen van de krantentassen deinden mee. Er zat geen jongen op, maar een man met een nors gezicht, en onder zijn helm wapperde lang haar. Tussen de schuifdeuren van de garage op de begaande grond stond een man in een blauwe jas. De jongen betrapte zich erop dat hij een korte knik met het hoofd verwachtte, die hij van vroeger kende, van een boer op een tractor, een man op een fiets. Maar de man knikte niet en zei niets. De jongen ontweek zijn blik en liep om de twee hoeken van zijn blok naar de tramhalte, en even later zat hij tussen zwijgende mensen in de tram die naar de rivier reed, de brug over kroop, langzaam daalde en daarna tussen de huizenblokken doordenderde. De tram deed hem altijd denken aan het treintje dat hem ooit door een dierentuin had gereden, door een weide die ingericht was als savanne, waar ergens een leeuw moest liggen. Elizabeth zat toen naast hem. Alleen de vaart van de tram was groter. En het decor was nu van steen. Edward zat op de harde bank en ondanks het bonken van de wielen over het spoor loste hij op in de vreemde bonkende stilte van de tram.


Download het fragment als PDF

'Adembenemende vertelkunst, dwingend van opbouw, zwijgzaam over drijfveren en verlangens, onverbiddelijk uitmondend in wat niet meer te zeggen valt.' - Kees 't Hart

'Voor het eerst heb ik iets van Jan van Mersbergen gelezen en dat beviel. Het was De hemelrat. Mooi rustig, mooi precies, mooi warm.' - Edward van de Vendel

'Jan van Mersbergens roman De hemelrat is een meeslepende grootstadsfabel over hunker, verkommering en pijn. De hemelrat drijft op een minimale stijl. De dialogen zijn rudimentair en er gebeurt niets spectaculairs. Toch staat het boek stijf van de spanning. Het slot ligt voor de hand, maar is niettemin verrassend. Wat mij betreft, is De hemelrat een klassieker in de dop.' - De Standaard

'De kwaliteit van een boek als De hemelrat zit hem voor mij vooral in de suggestieve stijl en in de spanning die onder iedere alinea, in elke beschrijving en achter elke observatie voelbaar aanwezig is. Spectaculair, laat staan modieus, is de wereld die Van Mersbergen oproept nergens. Het zijn de kleine levens van de kleine 'losers' die hij betrapt, even uitlicht en die daarna weer in de vergetelheid van het alledaagse leven verdwijnen. - Haarlems Dagblad

'De hemelrat is een teder en knap geschreven verhaal. Het doet in de sterkste passages denken aan een bepaald genre Franse films, waarin vrouwen met droevige ogen figureren, die zwart-wit door de stad lopen en zuchten; in de zwakkere passages aan een bepaald genre Nederlandse romans uit de 19e eeuw, waarin ook wordt gezucht, maar op een onuitstaanbare manier. De sterkere passages zijn echter ruimschoots in de meerderheid en daarom is De hemelrat zeer aangenaam gezelschap op het zonovergoten terrasje of het bankje in het park.' - DeRecensent.nl

'Zo lees je in de loop van De hemelrat steeds méér passages die de kwaliteit en het gevoel voor detail van Van Mersbergen verraden - passages die je zin geven om nog veel meer uit deze roman over te tikken. Dan verdiepen zich ook de thema's van De hemelrat (eenzaamheid, manipulatie en wreedheid) en wisselen de personages van rol. Schijnbare onwil blijkt onvermogen, een hulpeloze blijkt opmerkelijk berekenend. De hoofdpersoon blijkt - nog het meest tot zijn eigen verbazing - bovendien een minder aardige jongen te zijn dan hij op het eerste gezicht leek. Zonder overigens een grote mond te krijgen. Dat is maar goed ook, want Van Mersbergen is het soort schrijver dat je gewoon zijn eigen kalme gang moet laten gaan. Er komt vanzelf iets moois.' - NRC Handelsblad

Bespreking op Recensieweb.nl

Het begint misschien clichématig te worden om wederom een parallel te trekken tussen films en literatuur, maar in het geval van De Hemelrat van Jan van Mersbergen is het niet te voorkomen. Vaste bezoekers van veelal Aziatische arthouse films, in het bijzonder diegenen die het Internationaal Filmfestival te Rotterdam frequenteren, zijn bekend met een zeer typisch filmisch fenomeen: de zwijgzame roker.

Bron: Recensieweb.nl

Recensie op NRCBoeken.nl

In de loop van de roman verdiepen zich ook de thema's van De hemelrat (eenzaamheid, manipulatie en wreedheid) en wisselen de personages van rol. Schijnbare onwil blijkt onvermogen, een hulpeloze blijkt opmerkelijk berekenend.

Bron: NRCBoeken.nl