BOEKEN

BOEK

Dagpauwoog

Dagpauwoog

Eva Meijer

‘Je doet het pakketje op het juiste moment door de brievenbus en loopt weg. Dat is alles. Je moet eigenlijk vooral de tijd in de gaten houden. Je mag niet te vroeg zijn, maar ook niet te laat, je wil niet dat het pakketje in je auto ontploft. Je moet dus voorkomen dat je in de file komt te staan.’

Iris Dagpauwoog verhuist met haar hondje Pol naar een afgelegen dorp bij zee. Daar ontmoet ze dierenrechtenactivist Marcel, die haar stukje bij beetje weet te overtuigen van de noodzaak om in te grijpen in de manier waarop mensen met andere dieren omgaan.

De geschoolde klokkenmaker Marcel heeft zo zijn ideeën over wat er moet gebeuren, en neemt daarbij een zeker risico voor lief – voor zichzelf én anderen. Hij maakt de bompakketjes in een schuurtje in zijn tuin, zij helpt hem ze ’s nachts, wanneer er niemand aanwezig is, door de brievenbussen van slagerijen te gooien. Op het hoogtepunt van de landelijke aandacht die hun verzet genereert, gebeurt het onvermijdelijke: de eerste gewonde valt, en Iris moet bij zichzelf te rade gaan hoe ze zich zo heeft mee kunnen slepen – of heiligt het doel de middelen?

Dagpauwoog is een even confronterende als tragikomische roman over mensen en andere dieren, over zelf denken en het goede willen doen in een wereld waarin onduidelijk is wat dat precies betekent.

Ook verkrijgbaar als eboek

   

Het huis was overgroeid met klimop.
‘Het is in goede staat,’ zei de makelaar, terwijl ze opkeek van haar telefoon. ‘Het is tien jaar geleden nog gerenoveerd. Zullen we even binnen kijken?’ Ze wachtte niet op antwoord en haalde een sleutel uit haar tas.

Pol ging als eerste naar binnen, ze liep door de gang naar de woonkamer en meteen door naar de keuken, waar ik de achterdeur voor haar opendeed zodat ze de tuin in kon. Ze rende naar een rozenstruik in de hoek en begon te graven. Ik zei haar dat ik zo terug zou komen en liep een rondje door het huis. De woonkamer was licht, met grote ramen aan de achterkant, de zee was binnen te ruiken en te horen, alsof het huis ademde.

Misschien was het de wind die ik hoorde, niet de zee. Ik vond de houten vloeren mooi, de grijze tegels in de badkamer minder, de muren moesten gewit worden. Het was een vriendelijk huis, de treden van de trap bewogen mee terwijl ik naar boven liep, de overloop kraakte, ik kon door de ramen aan de achterkant de duinen zien. De kamer aan de voorkant kon de slaapkamer worden, de achterkamer een atelier. In de badkamer was een ligbad, dat was leuk voor Pol, de poedel, de waterhond. Onder de trap naar zolder was een bergruimte. Voor de vorm deed ik de deur open, ik keek in het donker, rook schimmel, deed de deur weer dicht, hoorde iets of iemand ritselen. De zolder zou ik later bekijken, ik wilde terug naar beneden.

De makelaar stond nog bij de achterdeur. Ik riep Pol, ik had genoeg gezien. Ze lag nog steeds half onder de struik en keek op maar ze kwam niet. Ik riep haar nogmaals, dwingender, ze kwam nog steeds niet en ik liep naar haar toe om haar te pakken, waarop ze kwispelend wegrende, verder de tuin in – ik had haar in tijden niet zo opgetogen gezien. De makelaar vroeg of ik nog verder wilde kijken.
‘Ik neem het,’ zei ik. Pol had besloten.

De makelaar leek niet verbaasd. ‘Ik moet weg, maar je kunt wat mij betreft nog wel even blijven, dan geef ik je de sleutel. Ik bel later vandaag of morgen om een afspraak te maken voor het tekenen.’

Ik liep de woonkamer in. Voor de ramen aan de voorkant van het huis hingen zware, donkerrode gordijnen die ik dicht en weer open schoof. Ik hoorde de voordeur dichtslaan, de auto van de makelaar starten. Ik zwaaide toen ze wegreed, mijn vingers waren grijs van het stof. Ik overwoog de gordijnen buiten te hangen zodat het stof eruit kon waaien, ze zagen er verder nog goed uit. Door het zijraam zag ik een man over het pad naast het huis fietsen. Hij remde vlak voor de sloot af, liet zijn fiets vallen en sprong tussen het riet, dat opzij knakte, hij dook in het water en kwam boven met Pol. Pol! Ik rende naar buiten.

‘Niks aan de hand,’ zei de man. Hij zette Pol neer op de kant, ze schudde zich grondig uit. ‘Ik was er op tijd bij. Ik zag haar in het water springen, haar halsband zat vast in het riet en ze kwam er niet uit. Ik kon niet inschatten of ze nog adem kon halen, dus ik dacht: ik spring erin.’

‘Je bent een held.’ De tranen sprongen in mijn ogen. ‘Je hebt haar gered.’
‘Ik fietste toevallig langs. Jij bent zeker de nieuwe buurvrouw.’
Ik knikte en stak mijn hand uit om hem uit de sloot te helpen.
‘Mooi dat het huis eindelijk verkocht is. Ik ben Marcel.’ Hij pakte mijn hand en ik trok hem naar boven.

‘Iris. Kan ik een handdoek voor je halen?’ Pol schudde zich nog een keer uit.
‘Ik kom wel een biertje drinken als je verhuisd bent. Mocht je ergens hulp bij nodig hebben, laat het me weten. Ik woon daar.’ Hij wees naar de overkant en veegde het kroos van de mouw van zijn windjack aan zijn spijkerbroek. Zijn laarzen waren vol water gelopen. Hij trok ze uit en goot ze leeg, eerst de linker, daarna de rechter. Hij was mager, zijn wangen waren ingevallen waardoor zijn neus nog groter leek dan hij was en zijn bouw was tenger, bijna meisjesachtig. ‘Ik heb vorige week nog een schaap uit het water gehaald. Hun vacht wordt nat en dan kunnen ze er niet meer uit.’

‘Houd je schapen?’
‘Nee, dat schaap was niet van mij, ik zag haar onderweg. Ik doe in klokken en horloges, voornamelijk antieke, ik knap ze op en verkoop ze. En jij?’ Hij kamde zijn haar met zijn vingers, bond het naar achteren in een staartje.
Ik vertelde dat ik kunstenares was, hij kende mijn werk niet.
‘Ben jij de drukte van de grote stad ook ontvlucht?’
‘Zo zou je het kunnen noemen.’

‘Het is mooi hier,’ zei Marcel. ‘Het is erg stil. Dat vind ik zelf niet erg, hoe stiller hoe beter. Maar niet iedereen kan er tegen.’ Hij haalde een pakje shag uit zijn broekzak, het was nat geworden. Hij stopte het weer terug. ‘Hoe heet ze eigenlijk?’
‘Pol.’
‘Mooie naam. Maar ik krijg het koud dus ik ga ervandoor, we zien elkaar nog.’
‘Zeker. Nogmaals bedankt.’

Hij tikte tegen de zijkant van zijn hoofd alsof daar een pet zat en pakte zijn fiets van de grond. Pol liep naar hem toe, hij aaide haar en fietste het stukje naar de overkant. Ik zwaaide toen hij omkeek.



Onderweg naar de stad begon het te regenen. We reden van het donker naar het licht, naar lichtjes. Ik kende deze weg goed, ik had hem in de jaren waarin ik les gaf op de kunstacademie in Den Haag vaak gereden. Mijn lichaam wist waar de afslagen waren, ik hoefde nauwelijks na te denken. Pol zat naast me in het kinderzitje.

Haar blik was dromerig, als we lang door zouden rijden zou ze zo in slaap vallen, zittend, zou ze langzaam naar beneden zakken. Na thuiskomst ging ze direct naar bed. Ik haalde dozen van de vliering en pakte tot diep in de nacht spullen in. De volgende dag tekende ik het contract. De etage in Amsterdam hoefde ik niet direct te verkopen, ik besloot hem aan te houden voor als ik nog eens in de stad wilde slapen. Dat is tenminste wat ik mezelf voorhield. Ik hoopte toen nog dat Berend terug zou komen.

Berend was in januari naar Brazilië vertrokken om onderzoek te doen naar gouden leeuwaapjes. Hij had eigenlijk zeven maanden geleden moeten terugkomen, maar in plaats van een e-mail met vluchtgegevens had ik een mail gekregen waarin stond dat hij verliefd was geworden op zijn assistente Janneke en dat ze daar voorlopig zouden blijven om vervolgonderzoek te doen. Ik wist helemaal niet dat hij Janneke leuk vond, hij had altijd met minachting over haar gesproken.

Misschien was de minachting een masker geweest. Zij wist alles van de gouden leeuwaapjes. Ik wist alleen wat Berend me over ze verteld had: dat ze in Brazilië leefden, dat ze ernstig bedreigd waren en dat de vrouwtjes twee jongen per keer kregen, waarvan ze er een op de buik en een op de rug droegen. We waren bijna vijftien jaar samen geweest.

Het ging nu beter dan de eerste paar maanden, waarin ik alleen naar buiten ging om boodschappen te doen en Pol uit te laten. Maar ik kwam nog steeds niet verder dan het verschuiven van kleine dingen. Ik had mijn werkafspraken in eerste instantie verzet, daarna afgezegd – ik kon niet goed denken, laat staan werken.

Het stelde me teleur dat ik er zo slecht mee om kon gaan. Toen Berend en ik elkaar ontmoetten, was ik zo zelfstandig. Ik had al twintig jaar succes terwijl hij nog met zijn promotieonderzoek moest beginnen. Ik had altijd meer verdiend dan hij, ik was veel bekender. Ik had vaker mensen verloren, vaker liefdesverdriet gehad, ik was eerder verlaten. Nu wist ik niet hoe ik de draad moest oppakken. Ik kon de draad niet eens goed zien. Berend had na zijn e-mail niets meer laten horen. Hij had helemaal niet naar Pol gevraagd. Zijn zus en zwager waren op een zaterdag een aantal dingen komen halen, de rest had ik opgeslagen. Maar alles in het huis en in de buurt deed me nog aan hem denken en ik had het gevoel dat ik in cirkels bewoog. Het zou een opluchting zijn om weg te gaan.



Drie dagen later verhuisde ik de belangrijkste spullen met behulp van Sally en Raja. Raja kon niet meer tillen dus ze zette koffie, maakte broodjes en wandelde met Pol. Sally had haar nieuwe vriend Jim meegenomen om te helpen sjouwen. Ik kende Raja en Sally allebei al jaren, Sally was ook kunstenaar, we hadden elkaar tijdens een expositie in het begin van onze carrières ontmoet, Raja kende ik uit de buurt. Raja en Sally hadden elkaar via mij ontmoet en waren bevriend geraakt.

Het verhuizen ging sneller dan ik verwacht had. Ik dacht soms even niet aan Berend en als ik dat wel deed, zei Sally iets gemeens over hem waar ik om moest lachen. Ik had het contact in de tijd ervoor afgehouden omdat ik me niet in staat voelde om met mensen te praten, maar het ging vanzelf, ik maakte zelfs een aantal grapjes. We dronken die avond bier zoals we dat vroeger deden en ze gingen pas laat weg.

Ik liet ze uit, zwaaide even en bleef achter de voordeur naar hun stemmen luisteren tot ze te ver waren om ze nog te horen – ik moest lachen om de harde lach van Sally. Toen het stil was, liep ik naar de woonkamer. Pol lag op een van de dozen te slapen. Ik aaide haar rug en nam de tas met beddengoed mee naar boven.
Op de trap hoorde ik alleen mijn voetstappen en ademhaling. Ik had uitgezien naar stilte, maar ik had niet verwacht dat ik mezelf daardoor zo hard zou horen. Door het raam van de slaapkamer zag ik dat het licht in het huis aan de overkant nog brandde. Het gordijn bewoog, misschien stond Marcel daar ook bij het raam te denken. De lamp in zijn voorkamer was het enige licht in de omgeving en toen hij uit ging, zag ik alleen nog contouren, donkergrijs tegen zwart.

Het was goed om afstand te nemen. Ik zag ernaar uit om een atelier te maken in de achterkamer en om weer aan het werk te gaan. Het was hier mooi. Het was een nieuw begin. Ik maakte het bed op, vond de muur zonder te struikelen en liep voorzichtig over de donkere trap naar beneden om Pol te halen.

De volgende ochtend werden Pol en ik vroeg wakker. Ik trok mijn beige regenjas over mijn pyjama aan, ik was niet van plan om lang te wandelen en verwachtte niet dat we iemand tegen zouden komen. Op het pad naast het huis rook ik de zee en ik kreeg opeens ontzettende zin om naar het strand te gaan. Pol leek hetzelfde idee te hebben, dus we liepen door. Hoewel er geen mensen waren, was het niet stil – een vogel ritselde door een struik, een konijn schoot weg toen ik keek. Er was ook beweging omdat het waaide – gras bewoog, bloemen, mijn voeten bewogen het zand. De dag was helder, zoals water helder kan zijn.

Het schelpenpad eindigde op het laatste duin. Pol en ik renden naar beneden, bijna tot het water, we vertraagden in het rulle zand. We waren allebei niet meer zo snel als vroeger en ik had spierpijn van het sjouwen, maar het gevoel voor de zee was hetzelfde, de opgetogenheid. Het was te vroeg om ver te lopen, ik wilde koffie en Pol brokken, na een korte wandeling over het strand keerden we huiswaarts.
Vlak bij het huis verdween Pol achter een hoop zand, ze blafte alsof er iets mis was. Ik rende ernaartoe en zag toen ik om het zand heen gelopen was een vrouw in een donkerblauw mannenpak. Ze zat met haar knieën op een plastic zak en was met een klein schepje aan het graven. Pol stond voor haar te blaffen.

‘Stil maar,’ zei ik tegen haar, maar dat hielp niet. ‘Het is omdat je graaft,’ zei ik tegen de vrouw op kniehoogte, me bewust van de zichtbaarheid van mijn pyjamabroek onder mijn jas.
De vrouw kwam overeind. ‘Dat is ook gek.’
‘Ik heet Iris, ik woon hierachter, en dit is Pol.’

De vrouw veegde haar hand aan haar broek af en schudde de mijne, liet aarde achter. ‘Ah, de nieuwe buurvrouw. Marcel vertelde al dat het huis verkocht was.’ Ze liet Pol aan haar hand snuffelen. ‘Ik moet nu gaan, maar ik zou het leuk vinden om een keer verder te praten. Ik woon in het witte huis schuin achter dat van jou, kom eens langs. Ik ben Renée.’ Ze boog zich naar een plantje dat ondertussen met wortels en al bloot lag, schoof het in een tas, aaide Pol en liep weg. ‘Ze lijkt me wel aardig,’ zei ik tegen Pol, die zich net had omgedraaid. Ze rende in een keer naar huis, het was knap dat ze al wist waar dat was.


Download het fragment als PDF

'Een aarzelende liefdesgeschiedenis, mooie overpeinzingen over het leven van mens en dier, een reeks griezelige aanslagen op slagerijen, tragikomische gevangenis- en rechtbankperikelen. Een wonderlijke, maar ook nogal sfeervolle, en bij vlagen aangrijpende avonturenroman.' – NRC Handelsblad ****

'Bijna geruisloos is bij uitgeverij Cossee een bloedmooie roman verschenen van Eva Meijer: Dagpauwoog. Ondertussen slaat het in als een bom bij mensen die het al gelezen hebben. De hoofdpersoon van het boek staat voor een verschrikkelijk dilemma dat noch filosofisch noch gewelddadig kan worden opgelost. Hieraan dankt het boek zijn magnifiek volgehouden, bijna gelaten, melancholieke toon. Maar ook melancholie lost niks op. Wat doe je dan? Lezen dat boek!' - Charlotte Mutsaers

'Dagpauwoog is een klinisch en helder verteld verhaal over het continuüm tussen idealisme en terrorisme met daar doorheen geweven de grote, misschien wel ideale, liefde tussen vrouw en hond.' – Floor Buschenkerke, Boekhandel Over het Water, Amsterdam-Noord

'Hoe ver de dierenliefde gaat bij Eva Meijer weet je na het lezen van Dagpauwoog nog steeds niet helemaal zeker. Gek genoeg is dat ook de kracht van deze tragikomische roman. Meijer wil haar lezers aan het denken zetten. Een subtiele tot denken stemmende, wat excentrieke karakterstudie van de mens, de behoedzaam wikt en weegt, en dan toch zijn grip verliest.' – Trouw

'Eva Meijer maakt de intieme relatie tussen mens en hond prachtig tastbaar.' - Opzij

'Een intrigerend verhaal over dierenactivisme. Het boek werpt ook de vraag op of een schrijver maatschappelijk en politiek stelling moet nemen. Een ingewikkelde vraag waarop ik ook niet meteen een antwoord heb. (...) Het boek van Eva biedt in ieder geval stof tot nadenken en dat is alleen al goed.' - Britta Böhler

'De ontluisterende schoonheid van dit boek gaat schuil in de subtiele proporties waarmee Meijer h̩t thema van de roman ontrafelt: de eenzaamheid die de mens zo moeilijk valt. De beklemmende afwikkeling van het verhaal dwingt tot reflectie, over de zoektocht naar zingeving die ons leven waardevol maakt, over verlies Рvan mens of dier, dat onoverkomelijk lijkt en ons de adem afsnijdt. Meijer laat zien dat idealisme de triomf is van de menselijke veerkracht, in een verhaal dat tegelijk lichtvoetig ̩n melancholisch is, dat thema's als liefde en verlies vlekkeloos laat rijmen.' - Cuttingedge.be

'Daarbij is het een van die zeldzame boeken waarbij de onderhuids steeds aanwezige spanning – waar gaat het heen met dit boek, het voelt alsof dit opbouwt naar een sterk einde – niet eindigt in teleurstelling over de afloop. Zodoende zou zelfs de meest verstokte carnivoor Dagpauwoog met veel plezier kunnen lezen.' - Recensieweb.nl ***

'Dagpauwoog is een spannend boek, maar meer dan alleen een spannend boek. Tegelijkertijd is Dagpauwoog een roman over liefde, eenzaamheid en verdriet. En gevangenschap. Een existentialistische grondhouding, waar enige delen idealisme aan zijn toegevoegd. Gelukkig onttrekt het proza van Meijer zich aan het ‘verwonderde’ geschrijf waar veel hedendaagse romans (van vrouwen, maar ook van mannen) uit zijn opgetrokken. Dagpauwoog is toch meer geworden dan de zoveelste roman op de grote hoop zoveelste romannen. Hoe ver ga je in een strijd die je zelf gerechtvaardigd acht. Camus meets Meijer. Ik ben blij dat ik het boek opnieuw heb opgepakt, en uitgelezen.' - Contrabas

'Een gevoelig verhaal van een vrouw die wel actie zou willen voeren, maar niet precies weet hoe. Wat deze roman tot zo veel meer maakt dan het op het oog eenvoudige verhaal, is het knap zichtbaar maken van menselijke drijfveren, afwegingen en de gebrekkige rol van ons geweten. Meijer weet een mooie balans te vinden tussen medeleven en twijfel.' – Leeuwarder Courant

'Veganisme meets Breaking Bad.' - @NLVegan NVV Veganisme NL

'Het proza in Dagpauwoog doet denken aan de sombere, klinische, maar erg mooie vertelwijze van J.M. Coetzee. De lezer moet niet verbaast opkijken wanneer een vrij ingrijpend plotdetail door het hoofdpersonage koel en zakelijk wordt ontvangen.' - MixedGrill.nl

'Eva Meijer beschikt over een mooie woordenschat en de dialogen zijn vloeiend. Is het een ernstig boek? Nee, er sijpelen wat tragikomische passages door het verhaal.' - Boekhandel Post Scriptum geeft het boek een 8

'De klinische vertelstijl, met oog voor sprekende details, laat veel ruimte open voor de lezer om zich afwisselend met Iris te indentificeren of recht tegenover haar te staan. De laatste hoofdstukken, waarin een eenzame Iris wegzikt in een diepe depressie, zijn van een grote literaire schoonheid.' - NBD|Biblion

‘Indrukwekkende roman over onze omgang met dieren. Meijer weet haar diepgravende analyses over dierenrechten prachtig te verwoorden. Ergens deed de roman denken aan The Lives of Animals van J.M. Coetzee. Ook hij weet de morele dilemma’s rond dierenrechten van verschillende kanten te belichten en in sobere proza te vangen. Meijers verhaal heeft meer vaart. Haar taalgebruik oogt in eerste instantie eenvoudig, maar levert regelmatig schitterende en gestileerde zinnen op. Hier is iemand met een groot gevoel voor ritme en poëzie aan het woord. Dagpauwoog overstijgt daardoor het activistische karakter. De roman toont niet alleen een vrouw die de grenzen van protest opzoekt; het behandelt hoofdzakelijk het verlies van iemand die zichzelf probeert te genezen in een niet te winnen strijd.’ – Tzum.info

Bespreking op Tzum.info

Meijer weet haar diepgravende analyses over dierenrechten prachtig te verwoorden. Ergens deed de roman denken aan The Lives of Animals van J.M. Coetzee. Ook hij weet de morele dilemma’s rond dierenrechten van verschillende kanten te belichten en in sobere proza te vangen. Meijers verhaal heeft meer vaart. Haar taalgebruik oogt in eerste instantie eenvoudig, maar levert regelmatig schitterende en gestileerde zinnen op.

Bron: Tzum.info

Recensie door Literair Nederland

Eva Meijer (1980) is niet alleen schrijver, ze is ook beeldend kunstenaar en filosoof. Ze publiceerde korte verhalen en poëzie. Haar debuutroman Het schuwste dier werd genomineerd voor de Academica Literatuurprijs, de Gouden Boekenuil en de Vrouw&Proza Debuutprijs. Dat ze bezig is met een promotieonderzoek met de titel Political Animal Voices verbaast niet na het lezen van haar tweede boek Dagpauwoog, dat eind 2013 verscheen. Tijdens het lezen dringt zich de vraag op in hoeverre een schrijver politiek stelling moet nemen. Want dat Meijer dieren een stem wil geven is duidelijk.

Bron: LiterairNederland.nl

Recensie door boekhandel Post Scriptum

Eva Meijer beschikt over een mooie woordenschat en de dialogen zijn vloeiend. Is het een ernstig boek? Nee, er sijpelen wat tragikomische passages door het verhaal. Ik geef het boek een 8.

Bron: PostScriptum.nl

15 vragen over het boek door Scholieren.com

Vijftien vragen over het boek Dagpauwoog van Eva Meijer op de website van Scholieren.com.

Bron: Scholieren.com

Blogrecensie op MixedGrill.nl

Het proza in Dagpauwoog doet denken aan de sombere, klinische, maar erg mooie vertelwijze van J.M. Coetzee. De lezer moet niet verbaast opkijken wanneer een vrij ingrijpend plotdetail door het hoofdpersonage koel en zakelijk wordt ontvangen.

Bron: MixedGrill.nl

Bespreking op Recensieweb

Daarbij is het een van die zeldzame boeken waarbij de onderhuids steeds aanwezige spanning – waar gaat het heen met dit boek, het voelt alsof dit opbouwt naar een sterk einde – niet eindigt in teleurstelling over de afloop. Zodoende zou zelfs de meest verstokte carnivoor Dagpauwoog met veel plezier kunnen lezen.

Bron: Recensieweb.nl

Recensie op de website van de Contrabas

Hoe ver ga je in een strijd die je zelf gerechtvaardigd acht. Camus meets Meijer. Ik ben blij dat ik het boek opnieuw heb opgepakt, en uitgelezen.

Bron: DeContrabas.com

Eva Meijer te gast bij Nooit meer slapen

Eva Meijer is beeldend kunstenaar, singer-songwriter, filosofe en schrijver. In haar tweede roman, 'Dagpauwoog', gaat het over de verhouding tussen mensen en dieren, over zelf denken en het goede willen doen in een wereld waarin onduidelijk is wat dat precies betekent. Tjitske Mussche maakte een wandeling met haar, en hond Ollie.

Bron: VPRO.nl

Boek van het Jaar bij boekhandel Savannah Bay

Niet alleen een zeer actueel thema, maar ook stilistisch wonderschoon. Echt een boek dat ik iedereen, die om dieren geeft en die worstelt met het goede willen doen, in de handen zou willen drukken: 'lezen, dit gaat over jou!'.

Bron: SavannahBay.nl

Interview op Passionate website

Eva Meijer (1980) is beeldend kunstenares, singer-songwriter, filosofe en sinds een paar jaar ook schrijfster. Ze debuteerde in 2011 met de roman Het schuwste dier, die driemaal werd genomineerd voor een literaire prijs. Vorige maand verscheen haar tweede boek Dagpauwoog, een geëngageerde roman over dierenrechtenactivisme. ‘Ik voel me diep betrokken bij mens én dier.’

Bron: Passionateplatform.nl

Bespreking op CuttingEdge.nl

De beklemmende afwikkeling van het verhaal dwingt tot reflectie, over de zoektocht naar zingeving die ons leven waardevol maakt, over verlies Рvan mens of dier, dat onoverkomelijk lijkt en ons de adem afsnijdt. Meijer laat zien dat idealisme de triomf is van de menselijke veerkracht, in een verhaal dat tegelijk lichtvoetig ̩n melancholisch is, dat thema's als liefde en verlies vlekkeloos laat rijmen.

Bron: CuttingEdge.nl

Boek van de Maand bij Boekhandel Savannah Bay

Over dieren, hun rechten en de mensen die voor hen opkomen. Met een hartverwarmende hoofdrol voor de onvergetelijke hond Pol. Dagpauwoog is een even confronterende als tragikomische roman over mensen en andere dieren, over zelf denken en het goede willen doen in een wereld waarin onduidelijk is wat dat precies betekent.

Bron: SavannahBay.nl

Eva Meijer leest voor op Festival Mooie Woorden

Eva Meijer leest voor uit Dagpauwoog met visuals en live tekenen door Marie van Vollenhoven. Festival Mooie Woorden, 3 november 2013, Utrecht.

Bron: Vimeo.com

Voorpublicatie op Athenaeum.nl

Vandaag verschijnt Dagpauwoog van Eva Meijer. Een uitgebreid fragment. 'Ik zwaaide toen ze wegreed, mijn vingers waren grijs van het stof. Ik overwoog de gordijnen buiten te hangen zodat het stof eruit kon waaien, ze zagen er verder nog goed uit. Door het zijraam zag ik een man over het pad naast het huis fietsen. Hij remde vlak voor de sloot af, liet zijn fiets vallen en sprong tussen het riet, dat opzij knakte, hij dook in het water en kwam boven met Pol. Pol! Ik rende naar buiten.'

Bron: Athenaeum.nl

geselecteerd voor de shortlist voor De beste literaire seksscène 2013