BOEKEN

BOEK

All the King's Men

All the King's Men

Robert Penn Warren

All the King's Men is gebaseerd op het verhaal van de 'southern-state' politicus en demagoog Huey 'Kingfish' Long, die in 1935 vermoord werd. Het boek geldt als een van de indrukwekkendste variaties op het grote thema van de verleiding van het menselijke kwaad.

In de jaren dertig wordt de slimme boerenzoon en plattelandsadvocaat Willie Stark gekozen tot gouverneur van Louisiana. Met mooie beloftes heeft hij de 'gewone man' achter zich weten te scharen. Een groep van invloedrijke zakenlieden heeft hem gesteund omdat zij hem meenden te kunnen gebruiken.Maar Stark gaat zijn eigen gang. Met zijn bodyguard Sugar Boy, de journalist Jack Burden (die het verhaal vertelt) en zijn onwrikbare secretaresse Sadie Burke - mensen die hij vertrouwt en schaamteloos gebruikt - bindt hij de strijd aan tegen de gevestigde upper class.
Zij willen het liefst hun privileges behouden.Maar de charismatische politicus komt zijn beloftes aan het volk na. Een nieuw ziekenhuis voor iedereen, minder belasting, betere opleidingen, meer werkgelegenheid.

Om zijn doel te kunnen bereiken, speelt hij alle spelletjes van corruptie en verraad mee en wordt ten slotte senator. Met hulp van de invloedrijke rechter Irwin proberen zijn vijanden de 'parvenu' pootje te lichten en hem af te zetten. Daarom geeft Stark de journalist Jack de opdracht in het verleden van Irwin te zoeken of er iets tegen de rechter te gebruiken valt.Maar deze opdracht loopt voor Jack uit op een tragedie. Hij ziet zijn twee beste vrienden en zijn liefde ten onder gaan.

All the King's Men is gebaseerd op het verhaal van de 'southern-state' politicus en demagoog Huey 'Kingfish' Long, die in 1935 vermoord werd. Het boek geldt als een van de indrukwekkendste variaties op het grote thema van de verleiding van het menselijke kwaad.

   

Mason City.

Als je naar Mason City gaat, rijd je vanuit de stad Highway 58 af in noordoostelijke richting, dat is een goede, nieuwe weg. Dat was hij tenminste op die dag dat wij er reden. Als je die weg afkijkt, zie je dat hij kilometerslang rechtdoor loopt, hij komt je tegemoet, de zwarte lijn in het midden komt je steeds maar tegemoet, zwart en glad en teerachtig glimmend tegen het wit van het wegdek, en de hitte trilt van het witte wegdek omhoog zodat alleen die zwarte lijn duidelijk zichtbaar onder het janken van de banden op je af komt, en als je niet ophoudt daarnaar te staren, als je niet een paar keer diep ademhaalt en jezelf een harde tik in je nek geeft, raak je gehypnotiseerd en kom je pas bij als je rechtervoorwiel zich in de zwarte aarde van de berm haakt, en dan probeer je de auto met een ruk aan het stuur weer op de weg te krijgen, maar dat gaat niet want het wegdek is verhoogd, als een stoeprand, en misschien probeer je de motor uit te zetten op het moment dat je omlaag begint te duiken. Maar je redt het natuurlijk niet. Dan kijkt een neger die anderhalve kilometer verderop katoen staat te snijden, op en ziet het zwarte rookkolommetje boven het vitrioolachtige gifgroen van de rijen katoenplanten opstijgen tegen het heftige, kloppende metaalblauw van de lucht, en dan zegt hij: ‘Heregod, daar gaat er weer een!’ En de volgende neger in de volgende rij zegt: ‘Heregod,’ en dan giechelt de eerste neger even en zijn schoffel gaat weer omhoog en het blad flitst in de zon als een seinspiegel. Een paar dagen later zetten de jongens van de Dienst Wegenonderhoud een metalen vierkantje op een metalen paaltje in de zwarte aarde van de berm, een witgeschilderd metalen vierkantje met een zwarte schedel en beenderen erop. Later zal zich daar vanuit de begroeiing klimop omheen slingeren.

Maar als je bijtijds wakker wordt en niet van de weg af raakt, schiet je de zinderende hitte in en kom je af en toe op de andere weghelft een auto uit de zinderende hitte tegen die je passeert met een scheurend geluid alsof de almachtige God een zinken dak met zijn blote handen wegrukt. En in de verte, aan de horizon, waar de katoenvelden opgaan in het licht, glinstert en schittert het wegdek als water, alsof de weg is ondergelopen. Je vliegt eropaf, maar hij blijft je altijd voor, die lichte, ondergelopen plek, als een luchtspiegeling. Je rijdt langs de kleine vierkante metalen bordjes met die schedel en die beenderen die de plek markeren. Want dit is het land waar het tijdperk van de verbrandingsmotor zijn aanwezigheid ten volle doet voelen. Waar alle jongens Barney Oldfield zijn en de meisjes in organdie, batist en broderie anglaise gekleed gaan – met een onderbroekje zonder pijpjes, vanwege het klimaat – en hartverscheurend gladde gezichtjes hebben, en haar dat door de wind van de langssnellende auto’s bij de slapen wordt opgetild, zodat je de lieve zweetpareltjes ziet die zich daar genesteld hebben, en ze zitten onderuitgezakt voorin, met ronde rug, knieën hoog opgetrokken naar het dashboard en niet te dicht tegen elkaar vanwege de koelte van de motorventilator, als je dat tenminste koelte kunt noemen. Waar de geur van benzine, oververhitte remschoenen en goedkope whisky zoeter is dan mirre. Waar de achtcilinders in de rode heuvels de bocht om komen scheuren en het grind doen opspatten, en als ze ooit in het vlakke land komen, op het nieuwe wegdek, zij God de arme zielen daar genadig.

Verderop aan de Highway 58 wordt het landschap ruiger. Het vlakke land en de grote katoenvelden zijn nu verdwenen, net als het groepje eikenbomen helemaal in de verte waar het grote huis staat en de witgepleisterde hutten, allemaal eender, in een rij langs de katoenvelden, waar de katoen tot de drempel groeit en het negerkindje als een tevreden zwart geluksgodje op zijn duim zit te zuigen en naar je kijkt terwijl je langs rijdt. Dat ligt nu allemaal achter je. Je ziet nu rode heuvels, niet hoog, met braamstruiken langs de heggen en groepjes zwarte eiken aan de voet van de helling, en hier en daar een dicht bosje jonge sparren dat niet is platgebrand om plaats te maken voor een schapenwei, of zwarte stompjes van sparren die wel zijn platgebrand. De lapjes katoenveld plakken tegen de helling aan, doorsneden met watergeulen. De bladeren van de maïsplanten hangen stug neer en vertonen gele strepen.

Lang geleden stonden hier naaldwouden, maar die zijn nu weg. De klootzakken zijn hierheen getrokken en hebben houtzagerijen opgezet, een spoorlijntje aangelegd, een fabriekswinkeltje neergekwakt en een dollar per dag loon aangeboden, en de mensen kwamen uit de wildernis voor die dollar, de mensen kwamen god weet waar vandaan, in huifkarren met een ladenkast en een bed schots en scheef achterin en vijf kinderen op een kluitje, moeder de vrouw ineengedoken op de bok met een luifelhoed op, snuifpoeder op haar tandvlees en een kleintje lebberend aan haar borst. De zagen zongen als sopranen, de bediende in het fabriekswinkeltje deelde stroop en buikspek uit en schreef alles op in zijn grote boek, de yankee dollar en de sloomheid van het Zuiden genazen samen de wonden van vier jaar broederstrijd en alles was koek en ei. Totdat er opeens geen naaldbomen meer waren. Toen braken ze de houtzagerijen weer af. Het spoor raakte met gras begroeid. De mensen haalden de fabriekswinkeltjes neer om het het hout op te stoken. De dollar per dag werd niet meer uitbetaald. De grote jongens waren vertrokken, met diamanten aan hun vingers en lakense pakken aan hun lijf. Maar de meeste mensen bleven en keken hoe de geulen zich dieper in de rode klei vraten. En veel van die mensen en hun afstammelingen en erfgenamen bleven in Mason City hangen, een stuk of vierduizend.

‘Warrens roman hoort op de plank van de grootste meesterwerken te staan, naast Moby Dick, The Great Gatsby, Catcher in the Rye en Updike’s Rabbit.’ – Joyce Carol Oates

'All the King’s Men is fascinerende literatuur, spannend, sfeerrijk en net zo’n compromisloze Amerikaanse roman als de Vanger in het koren van J.D. Salinger. Het is een liefdesgeschiedenis en een politieke roman tegelijk.' - Algemeen Dagblad

'Wie All the King's Men leest, weet waar een schrijfster als Annie Proulx de mosterd haalt. Wie de roman niet leest, onthoudt zichzelf een unicum: een spannende politieke roman met de poëtische kracht van een klassiek epos.' - NRC Handelsblad

'Deze mythische onderlaag geeft de roman, in weerwil van alle hedendaagse actualiteit, een bijna tijdloos karakter.' - PZC

'En dan ligt er een dikke pil in de boekhandel waarvan gezegd wordt dat het een klassieker is binnen de Amerikaanse literatuur en dan begin je dat boek te lezen en merk je al snel dat van de lovende woorden die op de achterflap staan er geen één gelogen is omdat het inderdaad een geweldig boek is over een journalist die werkt voor een politicus die zich op onconventionele wijze naar de politieke top toewerkt en daar eenmaal aanbeland toch verstrikt raakt in de geldende wetten die het politieke systeem maken tot wat het is. Maar het boek is meer dan een politiek verhaal want er staat ook een prachtige liefdesgeschiedenis in die alle personages in het verhaal met elkaar verbindt en duidelijk maakt dat een mensenleven veel klappen kan verdragen maar altijd een zwakke plek heeft en dat er altijd een kans bestaat dat iemand daar misbruik van wil maken.' - Ronnie Terpstra, Boekhandel van de Velde

Recensie op NRCBoeken.nl

In zijn klassieke roman over een mini-dictator in het Amerikaanse Zuiden wisselde Robert Penn Warren (1904-1989) een ironische hard-boiled stijl af met lyrische passages en poëtische beelden.

Bron: NRCBoeken.nl

bekroond met de Pulitzer Prize van 1947