BOEKEN

BOEK

Mendelssohn op het dak

Mendelssohn op het dak

Jiri Weil

Praag 1942. Na een ontspannen avond met Mozarts Don Giovanni ontdekt Reichsprotektor Reinhard Heydrich op het dak van het Praagse concertgebouw tussen de standbeelden van componisten ook dat van Mendelssohn. Dit is nog erger dan verraad, dit is onaanvaardbaar, de jood Mendelssohn moet sofort van het dak af.

Julius Schlesinger krijgt van Heydrich persoonlijk het bevel om Mendelssohn uit de galerij van componisten te verwijderen. Maar de SS-officier heeft hoogtevrees en geen idee welk standbeeld dat van Mendelssohn is. Dus geeft hij twee Tsjechische werklieden opdracht om het beeld met de grootste neus omver te trekken. Maar de mannen leggen het touw om de nek van Richard Wagner, de favoriete componist van Hitler!

Wat als een slapstick-achtige episode begint, wordt in Weils in vele talen vertaalde roman al snel een grimmig verhaal.

Jiří­ Weil geeft in deze roman een ongeëvenaard beeld van zijn geliefde Praag en haar inwoners, van hun moed, hun vertwijfeling en hun verzet. Mendelssohn op het dak, schreef de The Independent onlangs, ‘behoort tot het beste wat er ooit over deze periode is geschreven.’

Ook verkrijgbaar als eboek

   

Antonín Bečvář en Josef Stankovský liepen langs de standbeelden op het dak. Het was geen gevaarlijke onderneming, de beelden stonden op een balustrade, het was geen dak met kammen, het was vrijwel recht. Julius Schlesinger, gemeenteambtenaar en lid van de gewone SS, niet eens van de Waffen-SS, zonder rang en alleen maar kandidaat-lid, durfde het dak niet op.

Met een hogere rang zou hij hier niet achter een hekje hebben hoeven te staan, dan zou hij wellicht een beter baantje bij de Gestapo hebben gehad, maar bij de gemeente had hij een makkelijker leventje. Hoever kon hij het als voormalige slotenmaker ook schoppen? Tenzij hij zich naar het front zou laten sturen, naar het Oosten, en dat zou niet zo best zijn. Hij had het tot dan toe prima naar zijn zin bij de gemeente, pas van nu af aan zou de narigheid beginnen.

Hij durfde het dak niet op. De werklieden van de gemeente lachten vol leedvermaak in hun vuistje – wat een lafbek, die is te bang om achter dat hekje vandaan te komen en schreeuwt alleen maar zijn bevelen naar hen. Natuurlijk moest je met Duitsers altijd oppassen, die hadden zoveel mensen opgesloten of om niets en niemendal naar het rijk gestuurd, bijvoorbeeld alleen al omdat iemand een bevel niet meteen had opgevolgd.

Schlesinger kende Tsjechisch, hij kwam uit het Noord-Boheemse stadje Most, waar Tsjechisch werd gesproken, en hij had enige tijd bij de tramfabriek Ringhoffer gewerkt. Al voor de bezetting op 15 maart ’39 had hij een opdracht moeten uitvoeren. Hij had gedacht dat die klus hem meer zou hebben opgeleverd, want hij moest zich voordoen als een Duitse sociaaldemocraat om daar tussen de arbeiders stand te kunnen houden, en dat was geen eenvoudige taak. Toch hadden ze hem alleen maar een baantje bij de gemeente bezorgd en hem kandidaat-lid gemaakt van de SS.

Aan alles had louter zijn naam schuld. Had hij maar Dvorzacek geheten of Nemetschek, dan had het niets uitgemaakt, met zulke namen liepen honderden mensen rond zonder daar enige last van te hebben, maar Schlesinger en dan nog Julius, dat leek wel een joodse naam en daarmee wekte hij overal argwaan. Daarom droeg hij altijd zijn ariërpapieren bij zich, die teruggingen tot op zijn overgrootvader en -moeder, maar ook dat was weer verdacht, papieren konden vervalst zijn. Ook bij Ringhoffer was hij met vervalste papieren gekomen, die had hij van een politiek leider in Most gekregen.

Maar hem kreeg niemand het dak op, hij had last van hoogtevrees, hij was ook benauwd voor de straffe Gods omdat hij zich als gelovige, als vrome katholiek, aan heiligschennis had schuldig gemaakt, dat had niet mogen gebeuren, dat had hij niet mogen doen.

Hij had wel een smoes kunnen bedenken of een ziekte voorwenden, maar waarschijnlijk zou dat niet geholpen hebben, ze zouden hem dan naar het front hebben gestuurd, misschien wel naar een strafpeloton. Het bevel om het stoffelijk overschot van de Onbekende Soldaat weg te halen was regelrecht van Frank gekomen, zoals Krug hem uitdrukkelijk had gezegd, en die had het bevel weer van Giesse gekregen, nee, hier was niets anders voor hem overgebleven dan te gehoorzamen. Bovendien was hij vroeger slotenmaker geweest, wie zou er beter geschikt zijn voor die opdracht?

Hier op het dak ging het om iets anders. Een standbeeld neerhalen, een joods beeld, een beeld van een jood en dan ook nog eens een componist, was geen doodzonde, een standbeeld kon niet met een klacht bij de hemelse troon aan komen zetten. Maar wie kende Gods wegen, het was weleens voorgekomen dat een standbeeld iemand had gestraft, dat had hij in een opera gezien. Maar zou zo’n beeld dat ook op klaarlichte dag kunnen doen?

Het waren vreemde tijden tegenwoordig, gewone wetten golden er niet, de dag kon zo in de nacht veranderen, voor zo’n zware zonde bestond geen erbarmen. Wie zou hem die nijptang vergeven, die schroevendraaiers, blikschaar en ijzerzaag? Voor zo’n zonde bestond geen absolutie, tenzij hij een bedevaart naar Rome zou ondernemen, zoals dat in oude tijden de gewoonte was, en hij bij de paus om vergeving zou vragen. Maar wat zouden zijn meerderen daar niet van zeggen, die ellendeling van een Krug of die dikzak van een dr. Buch, die een vertrouweling was van de Gestapo?

Ze hadden hem immers gedwongen een verklaring te ondertekenen dat hij niets zou verraden, zelfs niet aan zijn eigen gezin, anders riskeerde hij de doodstraf, en als hij het bij een pastoor zou opbiechten, zou die hem kunnen aangeven – ook onder pastoors had de Gestapo zijn agenten. Hun macht reikte weliswaar niet tot bij de paus, maar hoe kon hij toegang tot de paus krijgen? Misschien kon hij wel een of andere smoes bedenken, waardoor zijn straf hem niet eerder zou bereiken dan de pauselijke vergeving van zijn zonden, anders zou hem niets meer baten en zou hij eeuwig moeten branden in de hel.

De werklieden sleepten een dik touw met een strop achter zich aan en kuierden onverschillig langs de balustrade. Er stonden daar vele standbeelden en allemaal stelden ze musici voor. De mannen keken naar de straat beneden zich, die was leeg, hoe anders, het was een doordeweekse dag, iedereen was op zijn werk, de universiteiten waren gesloten, af en toe glipte er iemand bij het Museum voor Toegepaste Kunst naar binnen.

Hier wandelde men niet graag, hier was een SS-kazerne dichtbij en joodse kantoren, het was hier een SS-zone. Zo’n stomme klus om met een eind touw over het dak te lopen en een standbeeld uit te zoeken, zoiets konden alleen moffen bedenken met hun grondige aanpak. En Joost mocht weten of twee mannen wel zo’n groot standbeeld aankonden. Schlesinger had er niet méér mensen bij willen betrekken, anders werd de kans groter dat erover zou worden gepraat.

Ze hadden hem moeten zweren dat ze er hun mond over zouden houden, wat een stom gedoe, alsof niemand het zou merken dat daar straks een beeld ontbrak. Maar met de nieuwe machthebbers viel niet te praten. Waarom moesten zij zo lang op dat dak rondkoekeloeren, waarom kwam Schlesinger niet zelf achter dat hekje vandaan om hun te zeggen hoe en wat.

‘Chef, we willen aan de slag, kunt u niet even aanduiden waar dat beeld staat, bijvoorbeeld gewoon het met uw vinger aanwijzen,’ vroeg Bečvář toen hij zich niet langer in kon houden.

Schlesinger beviel het niet dat hij met ‘chef’ werd aangesproken, deze mensen hadden er geen idee van wat ze tegen hun meerderen moesten zeggen, hun was geen discipline bijgebracht, niemand had hen op marsoefeningen gestuurd, zoals hem was overkomen, zij hadden alleen maar interesse voor hun zwarte handeltjes en voor de groente die ze in hun tuintjes kweekten. Hij snauwde ze toe: ‘Maak een rondje langs die balustrade en kijk op de sokkels of jullie de naam Mendelssohn tegenkomen. Jullie kunnen toch wel lezen?’

‘Hoe heet die jood ook al weer?’ vroeg Stankovský. Hij drukte zijn gemeentepet steviger op zijn hoofd, anders woei die nog af, hij was zeer gesteld op zijn gemeentepet en beschouwde die als een soort rang. Die baan betekende voor de oorlog nog iets. Niet iedereen was zomaar gemeentewerkman, hij behoorde tot het gemeentepersoneel en had recht op pensioen. Alleen wist je het maar nooit met die Duitsers. Maar ja, een pet is een pet.

‘Men-dels-sohn,’ antwoordde Schlesinger met de klemtoon apart op elke lettergreep.
‘O, die,’ zei Bečvář.

Ze slenterden langs de balustrade en bekeken de sokkels. Dat daar geen opschriften op stonden, wisten ze allang, maar als Schlesinger wilde dat ze nu een rondje liepen, waarom zouden ze hem dan niet ter wille zijn?
Bečvář liet weten: ‘Chef, er staan geen opschriften op de sokkels. Hoe weten we dan wie Mendelssohn is?’

Daar zat Schlesinger lelijk mee in de maag. Niemand had hem verteld hoe dat standbeeld van die jood eruitzag. Maar ook al had iemand dat gedaan, dan had het toch niet gebaat, want al die beelden leken sprekend op elkaar. Hij had erop vertrouwd dat er opschriften op de sokkels stonden, dat was gebruikelijk bij beelden. Hij kon en mocht het ook aan niemand vragen. Hoe het beeld van Mendelssohn eruitzag, wist waarschijnlijk alleen plaatsvervangend Reichsprotektor Heydrich, ook Frank zou het niet weten, laat staan Krug of Giesse. Ja, Heydrich zou het weten, die was musicus. Maar wie zou het wagen hem dat te vragen?


Download het fragment als PDF

'Echt een van de beste romans die ik de laatste jaren heb gelezen.' - Jan Brokken, auteur van De vergelding

"Een meesterlijk boek. Zo veelzijdig als het leven zelf, bloedserieus en gruwelijk, maar verteld op een droge lakonieke toon waardoor je af en toe toch in de lach schiet. Bovendien voortreffelijk vertaald." - juryrapport De Groene Watermanprijs 2013 (winnaar publieksprijs)

'Wéér een boek over de aanslag op Heydrich. En weer heel goed. Uitgeverij Cossee nam Mendelssohn op het dak op in haar prestigieuze Centuryreeks, zodat deze huiveringwekkende roman nu ook voor de Nederlandse lezer beschikbaar is. Voor allen die gegrepen waren door HhhH, en eigenlijk voor elke literatuurliefhebber: lees Mendelssohn op het dak.' - Het Parool

'Een briljant, vervreemdend beeld van Praag onder de nazi's. Weil is er door zijn fanatasie te mengen met de harde realiteit in geslaagd een beeld van Praag in oorlogstijd te scheppen dat je niet loslaat. Mendelssohn op het dak is een uitbundig literair feest van de waanzin.' - de Volkskrant *****

‘Jirí Weil schreef in 1960 een roman over de bezetting van Praag. Hij doet dat zo briljant en lichtvoetig dat hij verdient herlezen te worden. Mendelssohn op het dak is een heel bijzonder boek. In het boek biedt hij met verrassend lichte, geamuseerde toon tegenwicht aan het dramatische verhaal over de bezetting van Praag. Mendelssohn op het dak mag trekken hebben van een bizarre klucht of een grimmig ooggetuigenverslag, het is bovenal een ode aan de menselijkheid. Wat een indrukwekkend boek! Wat een geweldige schrijver! Je kunt alleen maar hopen dat Weil nog vaak ontdekt mag worden, door heel veel lezers.’ – Het Financieele Dagblad

'Juist deze veralgemenisering in combinatie met de verhalen van de gewone mensen maakt deze roman zo ijzersterk. Deze roman is een must voor de liefhebbers van De lotgevallen van de brave soldaat Švejk van Jaroslav Hašek en Laurent Binet is met zijn HhhH meer dan schatplichtig aan Weil.' - Nu.nl *****

'‘Mendelssohn op het dak’ begint grappig, maar eindigt enorm wrang. Weil bouwt zijn roman zo op dat je tijdens het lezen amper iets merkt van die veranderende toon. Het is pas dagen nadien, wanneer sommige scènes nog door je hoofd spoken, dat je doorhebt wat een knappe roman je gelezen hebt.' - CuttingEdge.be ****

‘Stijgt ver uit boven de gemiddelde oorlogsroman. Verplichte lectuur voor de leden van het Nationaal Comité 4 en 5 mei.’ – Reformatorisch Dagblad

‘Uitgeverij Cossee nam Mendelssohn op in haar prestigieuze Centuryreeks, zodat deze huiveringwekkende roman nu ook voor de Nederlandse lezer beschikbaar is. Op ontroerende wijze laat Weil zien hoe de inwoners van Praag proberen stand te houden onder het alomtegenwoordige zwaard van Damocles.’ – Leeuwarder Courant

‘Ik las en was verkocht!’ – Philip Roth

Mendelssohn op het dak verdient ‘herontdekking’, uitgave en een groot lezerspubliek in Nederland, net als het werk van Karel ÄŒapek, Hans Fallada en Hans Keilson hier al ten deel viel. Lees dit boek, u zult het niet vergeten.’ – Maartje Somers in NRC Handelsblad

‘Ik heb een geniaal boek gelezen dat zich afspeelt tegen de achtergrond van de aanslag op Heydrich. Het is een roman geschreven door een Tsjech, Jirí Weil, met als titel Mendelssohn op het dak.’ - Laurent Binet in HhhH

'Ik heb laatst Mendelssohn op het dak gelezen van Jirí Weil. Dat is een boek met een prachtig gegeven.' - J. Bernlef

'Het moet maar eens gezegd: de Cossee Century reeks begint indrukwekkende vormen aan te nemen. Alles wat ik uit deze reeks heb gelezen valt onder de noemer essentieel (Hans Fallada, Jan Karski, om er maar twee te noemen). Ook dit boek, spelend in het Praag van de Tweede Wereldoorlog, met de aanslag op Heydrich als één van de ankers van het verhaal, maakt onderdeel uit van deze serie. Een mokerslag richting de lezer, een caleidoscopische vertelling die inzicht geeft in het gedrag van daders en slachtoffers, met een intensiteit die de lezer verdoofd achterlaat. Nee, we raken nooit uitgelezen over deze periode. En nee, dat zou ook niet moeten.' - Ronnie Terpstra, Boekhandel Van der Velde

'Een ander boek dat ik zeer genoten heb, is Mendelssohn op het dak. Cossee mag geprezen worden voor de hele Century-reeks, maar dit deel is toch wel heel erg raak. Blijkbaar troost de poëzie ook in de grootste donkerte.' - Henk Groenewegen, boekhandel De Tribune

Bespreking door CuttingEdge.nl

‘Mendelssohn op het dak’ begint grappig, maar eindigt enorm wrang. Weil bouwt zijn roman zo op dat je tijdens het lezen amper iets merkt van die veranderende toon. Het is pas dagen nadien, wanneer sommige scènes nog door je hoofd spoken, dat je doorhebt wat een knappe roman je gelezen hebt.

Bron: CuttingEdge.nl

Recensie in Reformatorisch Dagblad

Wat is goed, wat is fout in een oorlogssituatie? De discussies van vandaag liegen er niet om: het oorspronkelijke zwart en wit van de geschiedenis lijkt steeds meer te verbleken tot grijstinten. Daarom is ”Mendelssohn op het dak” wat mij betreft verplichte lectuur voor de leden van het Nationaal Comité 4 en 5 mei.

Bron: Refdag.nl

Jirí Weil besproken op Dizzie.nl

Vertaald door Kees Mercks, wiens uitstekende Het boek, het land, de auteur dat achterin het boek is opgenomen, net zo goed - zo niet beter - voorafgaand aan het eigenlijke verhaal kan worden gelezen.

Bron: Dizzie.nl

Laurent Binet in De Avonden over Jirí Weil

Tsjechische arbeiders krijgen de opdracht het beeld van de Joodse componist Mendelssohn van het dak van de opera van Praag te halen. Maar welk van de standbeelden is dat van Mendelssohn? Ze kiezen het beeld met de grootste neus. Later blijkt dat ze Wagner hebben verwijderd. Zo begint het boek ‘Mendelssohn’ op het dak van de Tsjechische schrijver Jiří Weil. Het werd herontdekt door Philip Roth en verschijnt nu voor het eerst in Nederlandse vertaling. ‘Ik heb een geniaal boek gelezen dat zich afspeelt tegen de achtergrond van de aanslag op Heydrich’ schreef Laurent Binet over het boek, zelf de auteur van een even geniaal boek over Heydrich: ‘Hhhh'. Jeroen van Kan spreekt met de Franse schrijver Laurent Binet over het succes van zijn eigen boek en over dat van Jiří Weil.

Bron: VPRO.nl

Tros Nieuwsshow over Mendelssohn op het dak

Het item begint op 34 minuten.

Bron: Radio1.nl

Item over Jirí Weil bij OVT Radio

Vertaler Kees Mercks over Mendelssohn op het dak van Jirí Weil in een uitzending van OVT (item begint op 1:14:20)

Bron: Geschiedenis24.nl

Recensie op Parool.nl

Wéér een boek over de aanslag op Heydrich. En weer heel goed. Uitgeverij Cossee nam Mendelssohn op in haar prestigieuze Centuryreeks, zodat deze huiveringwekkende roman nu ook voor de Nederlandse lezer beschikbaar is. Voor allen die gegrepen waren door HhhH, en eigenlijk voor elke literatuurliefhebber: lees Mendelssohn op het dak.

Bron: Twenteuitdekunst.nl

Recensie op Nu.nl

Juist deze veralgemenisering in combinatie met de verhalen van de gewone mensen maakt deze roman zo ijzersterk. Deze roman is een must voor de liefhebbers van De lotgevallen van de brave soldaat Švejk van Jaroslav Hašek en Laurent Binet is met zijn HhhH meer dan schatplichtig aan Weil.

Bron: Nu.nl

Voorpublicatie op Athenaeum.nl

7 maart verschijnt in de reeks Cossee Century Jirí Weils Mendelssohn op het dak (Na streše je Mendelssohn, vertaald door Kees Mercks), met nawoorden van Philip Roth en Kees Mercks. Wij publiceren dit weekend de eerste pagina's voor.

Bron: Athenaeum.nl

Jirí Weil vermeld in artikel over Heydrich in NRC

Ook in Weils meesterwerk Mendelssohn op het dak, dat Binet aanhaalt in HhhH, is de ontmoeting van Speer en Heydrich er een van gelijkgestemden. ‘De ex-architect en de huidige Reichsprotektor maakten een lange tocht door de stad’, schrijft Weil. ‘De minister vond het hartverwarmend dat hij een persoon met verstand van zaken aantrof in zo’n positie – hij had iemand verwacht die leek op de andere favorieten van de Führer, kleingeestige lieden die alleen kennis hadden van militaire zaken en slavendrijven. Maar Heydrich begreep muziek. Dat was zijn sterke punt.’

Bron: NRCLux.nl

winnaar van De Groene Waterman Prijs publieksprijs 2013