BOEKEN

BOEK

En de akker is de wereld

En de akker is de wereld

Dola de Jong

Vlak voor de Tweede Wereldoorlog uitbreekt, slaat een Nederlands echtpaar op de vlucht voor de nazi’s. Op hun zwerftocht door Europa vangen ze een aantal verweesde kinderen van verschillende nationaliteiten op. Uiteindelijk komen ze terecht in Tanger. Op een stukje onvruchtbare grond trachten ze te overleven en een nieuw bestaan op te bouwen. Maar Tanger zit vol met nazispionnen op zoek naar Joodse vluchtelingen.

Aart en Lies besluiten – jong verliefd – Nederland te verlaten vanwege de oorlogsdreiging. Zij reizen met hun woonwagen naar het zuiden en komen in de vrijhaven Tanger aan.

Onderweg ontfermen zij zich over kinderen die op de vlucht hun ouders zijn kwijtgeraakt. Met de Poolse Loeba en Maria, de Duitse Hans en Rainer, de Franse Pierre, de Vlaamse Barthe en hun eigen baby vormen ze een bijzonder gezin. Aart huurt een akker iets buiten de stad en bewerkt die samen met de kinderen. Ze werken de hele dag onder de hete zon en slepen met emmers water, maar veel wil er niet groeien. De Arabieren kijken hoofdschuddend toe bij hun geploeter.

Het gezin leeft in armoede en de Nederlandse consul is afwijzend als Aart om hulp vraagt. Ze zijn immers geen refugiés, want ze zijn al voor de oorlog uitbrak vertrokken. De vrouw van de consul komt af en toe in haar chique auto langs met afgedankte kleren.

Het valt niet mee een nieuw bestaan op te bouwen, de akker levert te weinig op en de kinderen hebben heimwee naar hun oude leven, dat voorgoed voorbij is. Als Aart dan ook nog gevangen wordt gezet vanwege een misverstand, neemt de achttienjarige Hans het heft in handen. Hij houdt er echter geen rekening mee dat Tanger vol zit met nazispionnen, en hij neemt grote risico’s.

En de akker is de wereld laat zien hoe een oorlog stap voor stap het leven van vluchtelingen kan ontwrichten. De Jongs portretten van de kinderen zijn ronduit meesterlijk en zullen ons net als de slotscéne lang bijblijven.

Ook leverbaar als eboek

   

’s Middags was het altijd zo warm, dat de kinderen in beweging moesten blijven om hun voeten niet te schroeien, met kleine dribbelpasjes, zo licht mogelijk.
Je kon je niet lichter maken dan je was, zei Loeba, maar je moest je licht voelen.

Vlug in‑ en uitademen en je hoofd opgeheven houden. ‘Comme ça...’ Ze keek omhoog naar de hemel en slingerde een beetje door de zware waterblikken die haar naar beneden trokken.

De andere kinderen, Berthe, Maria en Hans, die achter haar aan kwamen, zeiden niets, ze droegen zwaardere blikken, zij waren veel ouder.

Al vanaf acht uur die ochtend liepen ze heen en terug tussen de put en de akker. De aarde was dor als de hand van een grijsaard. Het had in geen weken geregend. Overal op de velden gingen de Arabieren heen en weer, heen en weer. Water putten, gieters vullen, en sproeien, van zonsopgang totdat plotseling, zoals dat hier ging in Noord-Afrika, de avond viel. Zo dor als de hand van een grijsaard – en de arbeid eindeloos.

Over de akkers klonk het gezang van de Arabieren, vol en luid, heen en weer, ritmisch als het werk heen en terug tussen de put en de akker. Het hele voorjaar. Aart en Lies sproeiden de akker. Rainer, de oudste jongen, leegde de blikken in de gieters die de kinderen op een rij voor hem moesten neerzetten, direct onder zijn bereik. Rainer kon tekeergaan als een man, hij zweette als een man.

Grotemensenzweet. Het liep in stralen onder zijn strohoed uit, langs zijn stevige nek en stond in groezelige plekken op zijn naakte rug.

Op deze akker zong niemand. Zwijgend, verbeten zagen Aart en Lies hoe de aarde het water opzoog. Waren ze aan het eind van een strook, dan was het begin alweer uitgedroogd. Nu en dan uitte Lies een verwensing, een vloek.
‘Jezus Christus, wat een monnikenwerk...’

Eerst had Aart nog geantwoord: ‘Dit is de bovenlaag, die droogt meteen uit. Natuurlijk helpt het. Je ziet toch dat het zaad opkomt.’ Maar nu zweeg hij. Lies bleef schelden.

Tegen de avond mopperde ze niet meer, barstte telkens uit in kort, ongecontroleerd gelach. De kinderen hadden het aanvaard, te versuft om iets te voelen. Als ze het toppunt van vermoeidheid bereikt hadden, werd het heter. Automatisch deden ze het werk, in hun hoofd ergens anders...

Later in de avond, nadat ze gegeten hadden, gingen ze kijken bij het maanlicht. Dan leek de aarde vochtig, fris, zagen ze groene spruiten, iedere dag hoger, sla, kool, bonen... Er zat veel geld in, zei Aart. In de winter zouden ze niet hoeven te werken.
‘Nu ga ik even uitrusten,’ kondigde Loeba aan. ‘Ik zie spikkels voor mijn ogen.’

‘Dat komt van in de zon kijken,’ zei Lies. Ze zette de gieter neer en veegde haar handen af aan haar jurk. Groezelige plekken in de kleurige stof. Het was nog een jurk uit Holland, een mooie jurk, maar nu een vod. Ingescheurd aan de hals en als Lies hurkte, scheurde de zwaarte van haar lichaam de opening verder in. Loeba zat op haar hurken naast haar en wees met haar vinger: ‘Lies, je jurk, wil je een veiligheidsspeld, j’en ai une.’ ‘Te warm, laat maar.’ Lies duwde haar borsten terug in de jurk. ‘Maria, ga jij maar even uitrusten. Doe het maar kalmpjes aan vandaag,’ ze knipoogde.

Griezelig, dacht Maria. Dikke, blauwe aderen, donkerbruine vlekken om de tepels, niemand wou ernaar kijken, de jongens draaiden het hoofd weg. Lies wilde dat Aart en Reinier zouden begrijpen wat er met Maria aan de hand was, ze wist dat Maria zich schaamde.

Sinds Maria het haar die morgen verteld had, was Lies ongewoon vrolijk, keek haar telkens onderzoekend aan, vroeg hoe ze zich voelde, knipoogde, net zolang tot Aart en Rainer opmerkzaam waren geworden, tot Aart haar van hoofd tot voeten opnam en Rainer opzettelijk niet keek, wegkeek.

Uit de verte kwam het gehuil van Dolfje. Naast het huis van gegolfd plaatijzer stond de woonauto; een vrolijke rode vlek in de witte hitte. Daar zat hij, het eenjarige zoontje van Aart en Lies, als de anderen werkten. Het was er veilig, op de grond tussen de zitbanken met zijn speelrommel om zich heen. Ook minder heet dan in het huis onder het ijzeren dak.

Terwijl Maria naar hem toe liep, dacht ze weer aan Lies. Hoe kon je een gezicht hebben dat niet bij je lichaam paste? Witte tanden, grote blauwe ogen in een mager bruin gezicht, lachend vaak, beweeglijk, maar een vormeloos uitgezakt lijf en langzame bewegingen.

Vanwege dat gezicht was Maria meegegaan, toen in Frankrijk op de weg naar Marseille. Dat gezicht uit het raampje van de woonauto, die vreemde wagen, door Aart in elkaar getimmerd, vrolijk rood tussen de grauwe stroom vluchtelingen. Dat gezicht, lachend, vriendelijk, en het accent: ‘Où vas-tu? Zijn jullie alleen, wil je meerijden?’ Dat gezicht, het enige tastbare, duidelijke in de eindeloze wereld.

Lange, stoffige wegen. Lopen tot het eind. Volhouden tot het eind. Weer een nieuwe weg. Lopen tot het eind.

En Loeba aan haar hand, struikelend over haar voeten, zelfs geen vraag meer, ‘moeten we nog ver? Waar gaan we heen?’ Loeba met stijf opeengeklemde lippen, iets wat liep, zich voortbewoog, maar wat geen eigen leven meer had...

Als Dolfje iemand hoorde aankomen, was hij ineens stil. Hij stak zijn armen naar haar uit om opgepakt te worden.

‘Ben je weer zo alleen? Ben je zo warm, arm dier? Is het zo warm? Ben je zo nat? En zoveel vliegen? Kom dan maar bij Maria.’ Voorzichtig daalde ze het trapje van de auto af, liep het huis binnen en legde het jongetje op de tafel in het huis, maakte zijn luier los.

Dat was het, dacht ze, het hoofd was apart, het hoorde er niet hij. Het hoofd van Lies op een stok – zoals op het plaatje over menseneters in het geschiedenisboekje op school.

Het was een droom, die telkens terugkwam. Het hoofd van Lies, gedragen op een stok en het logge lijf wandelde erachteraan. Nee, het was geen droom, maar een gedachte.

Als Lies sprak kwamen de woorden soms uit het hoofd, warme, hartelijke woorden. Maar soms kwamen ze uit haar lijf. Kleverige, logge dingen, die ze zei, die nooit alleen stonden, zich uitspreidden als beslag in de pan, daar lagen, bleek, plat. Als je zo moe was, dacht Maria, dan kreeg je zulke gedachten. Vooral tegen het einde van de dag, de zware blikken, je ogen op het pad, gloeiend zand aan je blote voeten, hengsels snijdend in je handpalmen, kletsnat onder je oksels... Dan kon je geen gedachte afmaken, werden ze verward, kregen vreemde vormen, dan maakte je rare vergelijkingen. De olie waarmee ze Dolfje inwreef, voelde koel aan haar handen. Dolfje greep naar het flesje, kraaide, lachte weer tevreden.

‘Een Godswonder,’ had de vrouw van de consul gezegd. Maria begreep mevrouw Van Balekom wel: hoe is het mogelijk dat een baby zo gezond blijft onder zulke omstandigheden, bedoelde ze.

Als de consulsvrouw eens in de drie weken op bezoek kwam, ging ze nooit zitten. Stijf en strak op haar dunne, zijden benen bleef ze staan in het midden van het huis, sloeg de vliegen weg met witte handschoenen. De laatste minuten van haar bezoek, altijd precies een halfuur, werd ze losser, liep ze een beetje rond. Blij dat ze bijna weg kon.

‘Waarom hebben jullie die mesthoop zo vlak bij het huis?’ vroeg ze. ‘Ik zal de volgende keer wat luiers voor Dolfje meebrengen, zijn billetjes zijn zo rood. En wat een grote meid ben je al, Loeba, en zulk mooi haar, kan je het al zelf kammen?’

Begreep Lies die woorden nu werkelijk niet of wou ze ze niet begrijpen? Als de consulsvrouw wegreed, barstte Lies in luid gelach uit, zei ‘verrek’, deed mevrouw Van Balekom na, zoals ze liep en sprak, met de minachting die ze had voor alle dames. Lies wist dat Dolfjes huid schrijnde, dat Loeba luizen had. Dat de mesthoop stonk, wee, zoet, met duizenden vliegen. Daar waren ze aan gewend nu.

Aart stortte de mest daar, niemand zei er iets van. Aart had ook luizen. ‘Laat je haar knippen, zwerver,’ zei Lies. Maar Aart wou niet, hij had mooi, dik witblond haar.

‘Malle zwerver,’ zei Lies. ‘Malle zwerver, laat je haar toch knippen.’

Maria hield Dolfje op haar schoot, dicht tegen zich aan. Warmte tegen haar buik, die pijn deed. Krampen. Zou dat altijd zo zijn, of alleen de eerste keer? Ze duwde haar gezicht in zijn nekje, het zijige vel tussen haar lippen. Nu kon ze zelf kinderen krijgen.

Langs de rand van het pad liepen de kinderen met hun waterblikken om nog iets op te vangen van de schaduw van de vijgenbomen. Ze treuzelden bij de put, hielden hun handen in het water. Berthe en Loeba hurkten terwijl Hans de blikken vulde.

Op de akker werkten Aart, Lies en Rainer verder. Een tuin was het eigenlijk, een kleine strook grond die Aart gehuurd had van een Francaise in de stad. Ze bezat veel grond, haalde daar een goed inkomen uit. De Arabieren werkten geduldig, leefden van een kleine winst, betaalden naar verhouding te veel voor het land.

Toen Aart hier aankwam, had de huur hem gering geschenen. Nu liep hij al weken achter, begreep nog steeds niet dat hij anders was dan de Arabieren, dat hij het blijmoedige geduld miste, de fatalistische levenshouding. Dat tijd voor hem de klok was, seconden, minuten, uren, samengeraapt in korte dagen, maar voor de Arabieren zonsopgang, zonsondergang naar het einde toe, naar de verlossing van het leven. Verbeten werkte Aart door, gaf niet op. Als de kinderen honger hadden troostte hij hen: straks als de vijgen rijp waren, de vruchten en groenten op de markt, zou er genoeg geld zijn.

De kinderen vertrouwden hem op zijn woord. Hij had ze hier gebracht in zijn woonauto. Honderden malen had Rainer hun verteld dat Aart het onmogelijke mogelijk gemaakt had. ‘Beseffen jullie dat wel, met een gewone Chevrolet...?’

De kinderen hadden vage herinneringen aan de nachtmerrie met de gammele wagen door de woestijn. Verzengende hitte, Lies zwanger, doodziek, de geboorte van Dolfje in Oran, kamperen aan het strand. Aart in de gevangenis...


Download het fragment als PDF

'Gelukkig krijgt Dola de Jong nu een herkansing van uitgeefster Eva Coss̩e, want haar debuutroman En de akker is de wereld is ook nu nog een juweel. Het is een beeldende, sensitieve schets. Een harde werkelijkheid maar in een lichte toon beschreven, fris en argeloos bijna. En de akker is de wereld leest als een Alleen op de wereld of De kinderen van de grote fjeld voor volwassenen; meer schrijnend dan zielig, heel helder in de tekening van eenzaamheid, onmacht en angstl; het trauma van het verloren thuis, het overleven tegen de klippen op. De associatieve meanderende vorm brengt des te beter de chaos van de oorlogstijd over. Hopelijk wordt dit hervonden prachtboek een succes, en volgt ook de heruitgave van De Jongs andere romans.' РTrouw

‘Wonderlijk veel grote thema’s komen er samen in deze schijnbaar lichtvoetige en ten onrechte vergeten roman.’ – Nederlands Dagblad

‘Verspilde kracht, verspild leven, verspild water, verspilde zon, verspild verlangen voelbaar en zichtbaar maken zonder woorden te verspillen is geloof ik een bijzonder grote kunst, en dat kan je toch maar.’ – Leo Vroman

'Te hope is dat de zeer fraaie heruitgave met het originele omslag van Dola de Jong's meest bekende en meest indrukwekkende roman een verandering brengt aan haar onbekendheid. Want dit is een boek dat je met stomheid slaat en bijna fysiek pijn doet. Een ondubbelzinnige aanklacht tegen het lot van kinderen in oorlogen.' – Dagblad van het Noorden *****

'Dola de Jong verdient herontdekking. De roman is volstrekt onromantisch en bij vlagen diep ontroerend. De Jong schetst een adembenemend beeld van een tijd die, als het gaat om de gebrekkige opvang van vluchtelingen, geenszins voorgoed voltooid verleden is. Ook daarom verdient zij deze herontdekking.' – de Volkskrant ****

‘De Jong heeft veel te bieden: Afrikaanse sfeerbeelden, spannende verwikkelingen, schrijnende episoden, politieke achtergronden, botsende wereldbeelden en veel cynische terzijdes.’ – NRC Handelsblad ****

'Prachtige herontdekte roman over Europese vluchtelingen in Marokko. Tegenwoordig wil iedereen fort Europa in, maar in de jaren veertig liep het vluchtelingenverkeer andersom; toen wisten de Europese vluchtelingen voor nazigeweld niet hoe snel ze in bijvoorbeeld Marokko moesten komen. Op het eerste gezicht is het een fris-romantisch verhaal met kleurrijk Tanger als decor. Dromerig en mooi van stijl, maar met een niet te missen cynische ondertoon. Dola de Jong's ervaring als immigrant klinkt door in deze roman, die bepaald geen exotische roadnovel is waarin idealisme wordt beloond. Integendeel: de arm van de Gestapo reikt ver, de Nederlandse consul is onbetrouwbaar en juist met oprechte mensen loopt het slecht af. Even spannend als ontluisterend.' – Elsevier ****

En de akker is de wereld kwam uit in 1947 en is toch een boek van deze tijd. Het laat een verontrustende indruk achter over immigrantenstromen en de wanhopige pogingen van vluchtelingen om een nieuw bestaan op te bouwen. Wat de roman spannend maakt, is de opmerkzaamheid. Het perspectief verandert snel, van alwetende verteller naar een van de kinderen of zijfiguren, wat het verhaal iets universeels geeft en het ongemak van vluchtelingen voelbaar maakt. Allerlei mogelijke manieren om hetzelfde te benaderen worden afgetast. De akker biedt dus inderdaad een blik op heel de wereld. Het gevolg is dat de personages krachtig overkomen, stuk voor stuk, ondanks hun lijden. Medelijden krijgt geen kans, de personages zijn te standvastig en eigenzinnig. Precies dat maakt ze zo mooi. Soms moest ik bij lezing van De Jongs boek denken aan de hooggeprezen, herontdekte oorlogsnovelle Een dwaze maagd van Ida Simons. Ook dat is geschreven in een kale, serene stijl en ook dat gaat over een kind en de oorlog. En de akker is de wereld is veel cynischer dan het boek van Simons. Het is harder en daardoor boeiender. Het knispert bij De Jong. Ze relativeert met scherpe, eigenzinnige humor. Je begint je af te vragen waarom deze roman uit de literaire annalen verdween en de naam van de schrijver geen bel doet rinkelen. Want ook haar andere grote roman (over de lesbische liefde) en haar jeugdverhalen zijn indrukwekkend. En de akker is de wereld kwam in 1945 uit in Amerika, waar ze een moderne Flaubert werd genoemd, en is daar nog steeds in druk. Maar in Nederland ligt het boek al jaren onder het stof. Hoogste tijd om dat er juist nu af te blazen.’ – Fleur Speet op Athenaeum.nl

‘Dola de Jong begreep dat je niet al te ingewikkeld hoeft na te denken om tot een bijzonder boek te komen. Het zijn beschrijvingen die blijven hangen en De Jong rijgt de ene na de andere vaak wrange, pijnlijke, geestige en mooie scène aan elkaar. Alles in de zinderende hitte van Noord-Afrika. De psychologie van haar figuren is uiterst sterk. Ze laat ze zien, zonder pathetiek, vals medelijden en goedkoop effectbejag. De Jong schrijft nooit glad of doelbewust lekker handig zodat je eens onbekommerd mee kan zitten leven. Het schrijnt en het piept en het knarst bij haar. In al haar zinnen, haar inzichten en haar blik, en zo moet het natuurlijk als je echt iets te zeggen hebt. Ze beheerst als geen ander de literaire techniek van het schakelen van persoon naar persoon.’ – Kees ’t Hart in De Groene Amsterdammer

'Voor De Jong geen bombastische taal, maar subtiele beschrijvingen. Ook wanneer in deze vertelling de kinderen aan het woord zijn, is de taal opvallend fris, strak, met een zeer krachtige ondertoon. De wanhoop van de vluchteling, de angst voor verraad, de onzekerheid sijpelen door de pagina’s heen. Geschreven met een opmerkelijke lichtheid, niet te verwarren met naïviteit. Dola de Jong is een schrijfster die waarachtige personages kan neerzetten, die helder en klaar inzicht verschaft in de psychologie van de mens. Zonder in haar teksten te psychologiseren of overdreven te filosoferen. En de akker is de wereld is het actuele verhaal van de vluchteling, die niets meer kan dan eenvoudigweg bestaan. Een overtuigende aanklacht tegen oorlogsgeweld en de behandeling van vluchtelingen. Hoe lichter de ellende wordt beschreven, hoe harder deze aankomt. Dola de Jong publiceerde ook nog het kinderboek Return to the Level Land en De thuiswacht, een roman over een lesbische liefde. In 1954, haar tijd ver vooruit. U begrijpt het al: heruitgeven!' – Guus Bauer op Tzum.info

‘Opmerkelijk is dat de roman nergens gedateerd aandoet, vooral door De Jongs stijl van schrijven. Heel af en toe passeert een woord of zinsnede die anno nu niet meer zo in zwang is. Ouderwets lange zinnen schrijft ze niet, wat aansluit bij het perspectief van de kinderen die de ziel van het verhaal vormen. Zij zijn op hun manier kort en kernachtig van stof, wat door De Jong sterk wordt getroffen. Bovendien laat ze zinsdelen weg die uit de hoofdzinnen al blijken, wat een prettige vaart oplevert. Vaart is ook te danken aan het perspectief dat dan weer bij de een, dan weer bij de ander ligt. In Nederland verscheen En de akker is de wereld in 1947, won een literaire prijs en werd zo goed als vergeten. Het is niet meer dan een daad van rechtvaardigheid de roman een herkansing te geven.’ – 8weekly ****

‘De Jong schrijft in een lichte stijl die goed past bij de blijmoedige kinderen. Haar sfeerbeschrijvingen van het multiculturele Tanger zijn bovendien pakkend en realistisch – niet verbazend als je je bedenkt dat De Jong zelf ook in Tanger heeft gewoond. Maar vooral hebben we hier te maken met een knap staaltje gevoelswereldbeschrijving: de puberende, nukkige Maria komt net zo tot leven als de melancholische, tobbende Hans. Al lezende besef je dat kinderen de wereld mooier kunnen maken. Ongelooflijk actueel nu duizenden vluchtelingen jaarlijks omkomen op zee zijn Hans’ vragen: waarom haat de ene helft van de wereld de andere? En: zal het ooit nog goed komen met de wereld na de oorlog?’ – Passionate

'Ik heb genoten van deze uitzonderlijk tijdloze roman. Want niet alleen het verhaal van de ontheemde vluchteling is van alle tijden,  maar ook de frisse en sprankelende stijl is na 70  jaar verre van gedateerd. Het boek heeft een mooi buikbandje gekregen en is echt een aanrader voor ons publiek.' – Marieke Cobelens, Boekhandel De Dolfijn

‘Dit boek zal niet snel uit de herinnering verdwijnen. Kalm en beheerst, nergens bombastisch, het is een ongehoorde aanklacht tegen de moderne oorlogsvoering.’ – The New York Times

‘Er is geen boek over de Tweede Wereldoorlog dat de verslagenheid zo helder beschrijft. Geschreven met het realisme van Flaubert is En de akker is de wereld licht en ellendig tegelijk. Een prachtig geschreven werk.’ – Associated Press

En de akker is de wereld wordt met de jaren beter, is geenszins gedateerd en blijft een overtuigende aanklacht tegen de verschrikkingen van oorlog.’ – Publishers Weekly

En de akker is de wereld in de NCRV Gids

Zij reizen met hun woonwagen naar het zuiden en komen in de vrijhaven Tanger aan.

 Onderweg ontfermen zij zich over kinderen die op de vlucht hun ouders zijn kwijtgeraakt. Met de Poolse Loeba en Maria, de Duitse Hans en Rainer, de Franse Pierre, de Vlaamse Barthe en hun eigen baby vormen ze een bijzonder gezin.

Bron: NCRVGids.nl

Bespreking door Passionate

Kinderen zijn kwetsbare wezens. Maar in die kwetsbaarheid schuilt ook hun kracht, zo blijkt uit de vergeten, maar opnieuw uitgebrachte roman En de akker is de wereld (1945) van de Amerikaans-Nederlandse schrijfster Dola de Jong (1911-2003). Sterker nog: in deze roman zijn het de kinderen die strijdlustig zijn en vol plannen, terwijl de volwassenen gelaten toekijken.

Bron: PassionatePlatform.nl

Blogrecensie van En de akker is de wereld

Hoewel ik niet om dit boek gevraagd had, stuurde Cossee het me toch toe. Misschien omdat ik zo enthousiast was over de beide boeken van Ida Simons. Dit is totaal iets anders, maar ik ben toch blij het ontvangen te hebben. Lees het, om nog beter te begrijpen hoe de oorlogsvluchtelingen van nu zich voelen, en dan vooral de kinderen. Hoewel het boek is geschreven voor volwassenen, denk ik dat het niet zou misstaan op de leeslijst van middelbare scholieren.

Bron: MijnBoekenkast.blogspot.nl

Boek van de maand bij Savannah Bay

Een vergeten roman uit de jaren veertig is met recht een herontdekte klassieker geworden met deze prachtige heruitgave. Het verhaal is zelfs brandend actueel met alle vluchtelingenproblematiek die nu weer speelt.

Bron: SavannahBay.nl

Bespreking op Boekblad

In een onnavolgbare stijl beschrijft Dola de Jong de schrijnende omstandigheden van de refugiés in Tanger en destructieve dynamiek van dit surrealistische gezin in het bijzonder. Een uniek boek dat je versteld doet staan door de prachtige beschrijving van de zielenroerselen van de kinderen en de duizendvoudige onmacht der volwassenen. Voor de lezer wiens wereld niet ophoudt bij zijn eigen inzichten.

Bron: Boekblad.nl

Recensie op 8weekly.nl

Naar maatstaven van vandaag zou de roman iets bondiger uitgepakt mogen hebben, hoewel het weldadig is hoe de schrijfster tijd en ruimte neemt voor het neerzetten van de veelal levendige scènes en de verbanden daartussen. De roman boekte veel succes in Amerika, haar land van aankomst, en gaat daar nog steeds over de toonbank. Bij ons verscheen En de akker is de wereld in 1947, won een literaire prijs en werd zo goed als vergeten. Het is niet meer dan een daad van rechtvaardigheid de roman een herkansing te geven.

Bron: 8weekly.nl

Recensie in de Volkskrant

De Jong schetst een adembenemend beeld van een tijd die, als het gaat om de gebrekkige opvang van vluchtelingen, geenszins voorgoed voltooid verleden is. Ook daarom verdient zij deze herontdekking.

Bron: Volkskrant.nl

Leestip van de SLAA

Dit alles in combinatie met prachtige, op het eerste gezicht simpele zinnen als: ‘de maan hing voor het grijpen’ maken van En de akker is de wereld een onvergetelijke roman. Lees het, lees het! Lees het.

Bron: SLAA.nl

Bespreking op Tzum.info

De herontdekkingen vliegen ons tegenwoordig om de oren. En veel van de romans uit het (recente) verleden verdienen het ook om alsnog een evergreen te worden. Christoph Buchwald heeft met zijn serie Cossee Century, met onder meer Bruno Apitz, Hans Fallada, Anna Gmeyner, Hugo Hartung en JiÅ™i Weil een zeer gelukkige keuzehand. Maar ook zijn vrouw en naamgeefster van de uitgeverij, Eva Cossee, trekt van alles interessants uit haar (ouders) boekenkast. Het succes van Een dwaze maagd van Ida Simons is haar gegund, maar deze hernieuwde bestseller steekt toch een beetje bleekjes af bij En de akker is de wereld van Dola de Jong (1911 – 2003). Wie?

Bron: Tzum.info

De beste boeken van juni volgens NRC Handelsblad

In de opnieuw uitgegeven zeventig jaar oude roman En de akker is de wereld, van Dola de Jong (1911-2003), krijgen we een indruk van het reilen en zeilen in de Noord-Afrikaanse havenstad Tanger tijdens de Tweede Wereldoorlog. Tanger was een zogeheten Volkenbondstad, en viel onder internationaal protectoraat. Vluchtelingen uit diverse Europese landen stroomden er samen om van daaruit een veilig heenkomen te zoeken naar landen als Portugal, Indië en Amerika.

Bron: NRC.nl

Bespreking op Athenaeum.nl

Waarom raakt een goede roman bedolven onder het stof? Niemand die het weet, maar soms krijgt een boek een herkansing. En de akker is de wereld van de Nederlandse, naar Amerika gevluchte Dola de Jong (1911-2003), kwam uit in 1947 en is toch een boek van deze tijd. Het laat net als De ontelbaren van Elvis Peeters een verontrustende indruk achter over immigrantenstromen en de wanhopige pogingen van vluchtelingen om een nieuw bestaan op te bouwen.

Bron: Athenaeum.nl

Ingrid Hoogervorst over En de akker is de wereld

De boekenrubriek is deze week in handen van Ingrid Hoogervorst. Zij bespreekt de volgende boeken:
- Dola de Jong, En de akker is de wereld (Cossee)
- Stephan Sanders, Iets meer dan een seizoen Memoir (De Bezige Bij)
- Jan Vantoortelboom, De man die haast had (Atlas/Contact)

Bron: Radio1.nl

Artikel over het omslag in de Volkskrant

Omslagen die zeventig jaar goed blijven, daar zie je niet veel voorbeelden van. Zo'n zeldzaamheid is En de akker is de wereld van Dola de Jong (1911-2003), een herontdekte roman uit 1947 die deze maand opnieuw verschijnt bij uitgeverij Cossee.

Bron: Volkskrant.nl

Video's van Dola de Jong

Het Tanger van de jaren veertig is prachtig te zien op een kort filmpje op YouTube. De steile straten van de kashba, de brede boulevards waar de Europeanen woonden, de haven van waaruit de refugiés probeerde te ontkomen.
 

Bron: VN.nl

De Parelduiker over Dola de Jong

Bron: LiterairNederland.nl

Overlijdensbericht in de New York Times

LOS ANGELES, Nov. 25— Dola de Jong, who won the Edgar Allen Poe Award for her mystery ''The Whirligig of Time,'' died here last Wednesday. She was 92.

Bron: NYTimes.com