BOEKEN

BOEK

Zomer van de vriendschap. Oostende, 1936

Zomer van de vriendschap. Oostende, 1936

Volker Weidermann

Oostende, 1936. Een zomervakantie, waarna niemand meer naar zijn ‘gewone leven’ terug kan keren.

Het zijn prachtige junidagen. Allebei zijn ze Duitsland ontvlucht, de welgestelde Stefan Zweig en de constant onbemiddelde Joseph Roth. Het is de laatste ontmoeting in vrijheid van de schrijvers, beiden in Duitsland vervolgd, verboden en verbrand. Iedereen doet zijn best om nog één keer met de moed der wanhoop het leven te vieren, voordat de wereld daadwerkelijk in brand vliegt.

Een illuster gezelschap probeert in 1936 in Oostende in een zomerse vakantie tot rust te komen, en even de Duitse ellende te vergeten. Sommigen van hen proberen visa te bemachtigen om het Derde Rijk te ontvluchten en ergens ver weg helemaal opnieuw te beginnen.

Te midden van de wanhopige vluchtelingen bevinden zich de wereldberoemde Stefan Zweig en Joseph Roth, al decennialang verbonden door een hechte maar ongelijke vriendschap. Zweig bewondert Roth als een genie. Hij betaalt in Oostende Roths riante drankrekeningen en wordt daarvoor door Roth uitgescholden.

Zweig heeft net zijn huwelijk beëindigd en is uitgeput en melancholiek. Roth daarentegen heeft met de bloedmooie ‘champagnemerel’ Irmgard Keun onverwacht Liebesglück – al probeert zij hem van de drank af te brengen, en hij haar tot drank te verleiden. Alle drie dromen zij van een ander Duitsland, drie heel verschillende dromen.

Irmgard Keun verleidt een naziofficier om aan valse papieren te komen en brengt korte tijd in Amsterdam door met Roth. Roth vertrekt daarna naar Parijs, Zweig ontkomt met zijn secretaresse, die inmiddels ook zijn minnares geworden is, naar Brazilië. Zo is, zoals Thomas Mann het ooit noemde, Oostende 1936 een afscheidsfeest van de Europese cultuur geworden. Weidermanns boek is een schitterend monument voor dit feest.

Ook verkrijgbaar als eboek

   

Het is zomer aan zee, de kleurige strandcabines glimmen in de zon. Stefan Zweig zit driehoog in de loggia van Maison Floréal, een grijswitte villa op de brede zeedijk van Oostende. Hij staart naar de zee. Daar heeft hij altijd van gedroomd, van dit enorme uitzicht op de zomer, op de leegte, schrijvend en kijkend in de verte. Een verdieping hoger woont zijn secretaresse Lotte Altmann, die al twee jaar zijn geliefde is, ze zal zo meteen met de schrijfmachine naar beneden komen, hij zal haar zijn nieuwste boek dicteren, en telkens weer terugkeren naar die ene passage waar hij blijft steken, waar hij vast zit. Zo gaat het nu al een paar weken lang.

Joseph Roth zou misschien wel kunnen helpen. Straks ontmoet hij zijn oude vriend zoals elke namiddag in Café du Parc. Of een van de vele anderen, een van de spotvogels, een van de strijders, een van de plaagduivels, een van de verliefden, een van de sportievelingen, een van de drinkers, een van de babbelaars, een van de stilzwijgende waarnemers. Een van de velen die dagelijks op de zeedijk zitten, wachtend tot ze terug naar huis kunnen.

Die zich elke dag het hoofd breken over de vraag wat ze kunnen bijdragen aan een ommekeer in de wereldgebeurtenissen. Waardoor ze terug zouden kunnen naar hun vaderland, om dan misschien ooit opnieuw hierheen te komen. Naar dit vakantiestrand. Om uit te rusten dan. Nu zijn ze vluchtelingen tussen de vakantiegasten. De immer opgewekte Hermann Kesten, de strijdlustige Egon Erwin Kisch, de struise Willi Münzenberg, champagnemerel Irmgard Keun, waterrat Ernst Toller, strateeg Arthur Koestler, vrienden, vijanden, mensen met een verhaal, die door de grillige loop van de wereldpolitieke gebeurtenissen in deze julimaand op het strand van Oostende zijn aangespoeld. Die verhalen vertellen om zich tegen de ondergang te verzetten.

Het is de zomer van 1936. Stefan Zweig kijkt door de hoge ramen uit over de zee en denkt ontroerd, bang en blij tegelijk aan het gezelschap van vluchtelingen dat hij zo meteen weer zal opzoeken. Enkele jaren geleden nog bestond zijn leven alleen maar uit succes, door velen bewonderd, door velen benijd. Nu leeft hij in angst, zit hij vast aan honderden verplichtingen, aan honderden onzichtbare ketens. Er bestaat geen oplossing, er is geen enkel houvast. Maar er is deze zomer waarin alles nog één keer anders kan zijn. Hier, aan deze brede promenade met haar weelderige hotels, haar belle-époquevilla’s, haar schitterende casino, dat fenomenale paleis van geluk. Vakantiestemming, ambiance, crèmeries, parasols, sloomheid, wind en bontgekleurde houten strandcabines.

Het is lang geleden dat hij hier voor het laatst is geweest. In Oostende begon voor hem in 1914 het ongeluk; met de nieuwsberichten, met de krantenjongens die op de strandpromenade elke dag nerveuzer hadden staan roepen, nerveuzer en tevredener, omdat ze beter verkochten dan ooit.

Vooral de Duitse badgasten hadden hun de kranten uit de handen gerukt. De jongens riepen de krantenkoppen zo hard ze konden: ‘La Russie provoque l’Autriche’, ‘L’Allemagne prépare la mobilisation’. En ook de bleke, voorname Stefan Zweig, met zijn deftige pak en zijn fijn omrand brilletje, die een paar kilometer verderop in De Haan met vakantie was, had dagelijks de elektrische tram naar Oostende genomen om ‘dichter bij het nieuws te zijn’.

De krantenkoppen brachten hem in een verheven stemming, bezorgden hem een aangenaam opgewonden gevoel. Hij wist natuurlijk wel dat al dat tumult snel tot bedaren zou komen, maar zolang het kon wilde hij er ten volle van genieten. Van de kans op een grootse belevenis. Op een oorlog. Op een grandioze toekomst, op een wereld in beweging. Hij genoot van de blik op de gezichten van zijn Belgische vrienden. Zij waren de afgelopen dagen bleek weggetrokken. Ze voelden er niets voor om het spel mee te spelen. Ze leken de hele zaak op de een of andere manier ernstig te nemen. Stefan Zweig moest lachen. Hij lachte om de armetierige groepjes Belgische soldaten op de zeedijk, om het hondje dat een machinegeweer op een karretje achter zich aan trok. Hij lachte omdat zijn vrienden het allemaal zo bloedserieus namen.

Hij wist dat ze nergens bang voor hoefden te zijn. Hij wist dat België een neutraal land was, hij wist dat Duitsland en Oostenrijk nooit een neutraal land zouden binnenvallen. ‘Jullie mogen me aan deze lantaarnpaal opknopen als de Duitsers hier ooit binnenmarcheren,’ riep hij zijn vrienden toe. Ze vertrouwden het niet. En met de dag betrokken hun gezichten meer.

‘Een meer dan voortreffelijke reconstructie van een bewogen seizoen, op de schopstoel tussen fictie en non-fictie.’ – De Morgen ****

'Weidermann schrijft subtiel over de moeizame vriendschap tussen de twee schrijvers, die verschillend en tegelijk lotgenoten zijn. Zweig en Roth zijn ontheemden tussen de strandgasten. Het zijn mannen met een verhaal, die door de grillige loop van de geschiedenis in Oostende zijn beland. Tussen onbezorgde vakantiegangers proberen zij hun weg te vinden - zoals vandaag vluchtelingen uit Syrië aankomen in Griekse badplaatsen, tussen Engelse en Nederlandse toeristen. De roman is soepel vertaald door Els Snick, een kenner van het werk van Roth.' - Nederlands Dagblad

'Weidermann's enthousiasme is aanstekelijk. De kunst van het verwonderen heeft Volker Weidermann ook in Zomer van de vriendschap gestopt. Het is een ode aan door hem aanbeden schrijvers als Stefan Zweig en Joseph Roth. Weidermann heeft grondig onderzoek gedaan, is de wereld over gereisd, heeft correspondenties geraadpleegd, met experts en nabestaanden gesproken. Zijn boek biedt zonder meer een betrouwbaar beeld. Het is een fascinerend verhaal over een beslissend moment in de Duitse literaire geschiedenis. Weidermann heeft Roth en Zweig op hun laatste ontspannen moment betrapt en wat een liefde voor die schrijvers en hun werk betoont hij!' – Trouw

‘Weidermann gebruikt heel adequaat brieffragmenten en stukken tekst van de diverse schrijvers om een goed beeld van de groep, van de dreigende atmosfeer te schetsen. Er staat ‘roman’ op het omslag, maar dit boek is dermate goed dichtgetimmerd – en is op alle punten historisch ook correct – dat je soms het idee hebt dat je een non-fictieachtig verslag aan het lezen bent, terwijl sommige dialogen, gemoedstoestanden natuurlijk door de schrijver zijn ingevuld.’ – Literatuurplein.nl

‘In een mix van literaire geschiedschrijving en fictie beschrijft Weidermann de vriendschap tussen Roth en Zweig, die in de zomer van 1936 in de mondaine Belgische badplaats Oostende zijn neergestreken. Weidermann laat zien hoe gecompliceerd de vriendschap was. Hij mengt de feiten met sfeertekeningen en eigen psychologisering van zijn personages. Behalve met Roth en Zweig, brengt hij je zo ook in aanraking met schrijvers als Egon Erwin Kisch, Arthur Koestler, Ernst Toller, Irmgard Keun.’ – NRC Handelsblad

‘Weidermann schetst op zorgvuldige wijze een mooi portret van een ten ondergang gedoemde groep mensen.’ – Noordhollands Dagblad

‘Een van de mooiste en meest aangrijpende verhalen over de eerste helft van de twintigste eeuw.’ – Florian Illies, auteur van 1913

‘Een bewegend beeld van een literaire vriendengroep aan de rand van de afgrond.’ – Süddeutsche Zeitung

'Weidermann slaagt er in om de biografieën van zowel Zweig als Roth in dit geromantiseerd werk met elkaar te laten dialogeren. Heel mooi is ook hoe Weidermann dit tijdsgewricht analyseert via de gesprekken van deze intellectuele elite die zich zo machteloos voelt dat ze zichzelf gaat haten. Een haat die tegelijk ook de twijfel doet toeslaan. De Zomer van de Vriendschap bezingt niet alleen de zwanenzang van deze krachtige schrijverselite, maar ook die van de broederband tussen Roth en Zweig én tegelijk van het oude Europa.' - i.Boek

'Het boek Zomer van de vriendschap leest als een korte biografie van het leven van Roth en Zweig. Het is een ideale inleiding op hun leven en werk, maar ook te gebruiken als achtergrondwerk. Het boek prikkelt je om je verder te verdiepen in de romans en essays van Roth en Zweig. Ik ben in ieder geval van plan om tijdens de donkere maanden voor kerst hun meesterwerken er weer eens bij te pakken.' - Nexus Instituut

Bespreking op Nexus.ml

Het boek Zomer van de vriendschap leest als een korte biografie van het leven van Roth en Zweig. Het is een ideale inleiding op hun leven en werk, maar ook te gebruiken als achtergrondwerk. Het boek prikkelt je om je verder te verdiepen in de romans en essays van Roth en Zweig. Ik ben in ieder geval van plan om tijdens de donkere maanden voor kerst hun meesterwerken er weer eens bij te pakken.

Bron: Nexus-Instituut.nl

VPRO Gids tipt Zomer van de vriendschap

Vanaf 1933 streken veel Duitstalige schrijvers, op de vlucht voor de nazi’s, neer in het Belgische Oostende, pleisterplaats voor ballingen – vandaar was Engeland was niet ver. Onder hen Joseph Roth en Stefan Zweig, uiteenlopende karakters die een gecompliceerde vriendschap onderhielden.

Bron: VPRO.nl

Bespreking op Literatuurplein.nl

Het is 1936 en het rommelt op het Europese continent. En dan met name in Duitsland en wat over is van de Dubbelmonarchie. Vele andersdenkenden hebben de wijk genomen. Zo ook de in Wenen geboren Stefan Zweig (1881–1942) en de uit het stadje Brody, in het uiterste oosten van het voormalige Oostenrijk – Hongaarse keizerrijk, afkomstige Joseph Roth (1894–1939). Beiden zijn Joods, maar komen uit volstrekt tegengestelde milieus. Zweig is de zoon van een rijke textielmagnaat, Roth groeit op bij zijn moeder en haar familieleden, zijn vader heeft hij niet gekend.

Bron: Literatuurplein.nl

Blogrecensie van Zomer van de vriendschap

1936. Zomer in Oostende. Een groep Duitse geëmigreerde kunstenaars ontmoet elkaar in brasserieën op de dijk of in café du Parc. Allemaal hebben ze hun redenen om niet in Duitsland of Oostenrijk te zijn. De meesten zijn er als joods auteur persona non grata. In hun vaderland roert de nazipartij de trom. Hun boeken worden verbrand. Hongerig naar nieuws uit hun heimat, bespreken de kunstenaars-emigranten de gebeurtenissen, al willen ze het vooral luchtig houden. Het is een gezelschap dat zijn ondergang tegemoet gaat, maar zich deze zomer nog één keer in vakantiestemming probeert te voelen. Tot de donkere wolkenmassa van de Tweede Wereldoorlog zich in het najaar aan het Europese zwerk aftekent en het gezelschap uiteenvalt.

Bron: iBoek.Weebly.com

Bespreking op Tzum.info

Het is 1936 en het rommelt op het Europese continent. En dan met name in Duitsland en wat over is van de Dubbelmonarchie. Vele andersdenkenden hebben de wijk genomen. Zo ook de in Wenen geboren Stefan Zweig (1881–1942) en de uit het stadje Brody, in het uiterste oosten van het voormalige Oostenrijk – Hongaarse keizerrijk, afkomstige Joseph Roth (1894–1939). Beiden zijn Joods, maar komen uit volstrekt tegengestelde milieus. Zweig is de zoon van een rijke textielmagnaat, Roth groeit op bij zijn moeder en haar familieleden, zijn vader heeft hij niet gekend.

Bron: Tzum.info

Bespreking in NRC Handelsblad

In een mix van literaire geschiedschrijving en fictie beschrijft Weidermann de vriendschap tussen Roth en Zweig, die in de zomer van 1936 in de mondaine Belgische badplaats Oostende zijn neergestreken. Als ‘mensen op de vlucht in een vakantieoord’ proberen ze te vergeten dat hun boeken in Duitsland zijn verboden en hun dagen in Europa geteld.

Bron: NRC.nl