BOEKEN

BOEK

Van oude mensen, de dingen die gaan komen

Van oude mensen, de dingen die gaan komen

Dick Sipsma

In de tijd van Louis Couperus sloften oude mensen voorbij, het verleden op hun schouders meetorsend. Vandaag de dag hebben pensionado’s nog een heel leven voor zich. In dit essay schetst de emeritus hoogleraar in de klinische geriatrie, Dick Sipsma, een vrolijk beeld van de ouderdom. Aan de nabije horizon verschijnt de novogeront, de nieuwe oudere! Nu het aantal ouderen in de bevolking sterk toeneemt, hebben we een positieve visie nodig op de geestelijke, lichamelijke en maatschappelijke mogelijkheden van de mens op latere leeftijd.

De huidige demografische situatie is een historisch en evolutionair novum en vraagt een andere inrichting van de samenleving en een herziening van denken over ouderdom. Er is een belangrijke rol weggelegd voor de oudere mens, die niet langer gezien wordt als een duur onderdeel van onze maatschappij, maar als een steunpilaar, overigens zonder dat er een gerontocratie ontstaat. In de prikkelende visie van Sipsma is de vergrijzing geen doem maar een zegen.

   

Als ik in mijn kennissenkring de eerste drie woorden van de titel uitspreek, volgt bijna altijd de aanvulling: de dingen die voorbij gaan. Velen van hen hebben het boek van Louis Couperus niet gelezen, maar de titel kennen ze wel. De associatie van oude mensen en de dingen die voorbijgaan ligt blijkbaar erg voor de hand. Zo vreemd is dat niet, want oud zijn of oud worden heeft te maken met het verstrijken van de tijd, met het verleden.

In zijn roman uit 1906 beschrijft Couperus de worsteling van drie oude mensen met de herinnering aan een gebeurtenis die zestig jaar geleden in hun leven heeft plaatsgevonden. Een van de hoofdpersonen is geobsedeerd door het voortschrijden van de tijd en voelt zijn rug krommen onder al het gewicht van het verleden dat je meesleept zonder er iets aan te kunnen doen.

Professor Willibrord Hoefnagels, emeritus hoogleraar geriatrie aan de Radboud Universiteit Nijmegen, gebruikte dezelfde titel voor zijn afscheidsrede. Hij deed dat om stelling te nemen tegen het ‘probleem’ van de vergrijzing, het demografische gevolg van de zogeheten babyboom, de geboorte-explosie die zestig jaar geleden plaatsvond.

Hoefnagels pleit onder andere voor een erkenning van de intrinsieke waarde van ouderen voor de samenleving. Dat is een mooi streven, maar zolang de oudere mens nog slechts verbonden blijft met het verleden en met een groot aantal negatieve kenmerken van uiterlijk en gedrag wordt die erkenning van de intrinsieke waarde nooit bereikt.

In een samenleving waarin binnenkort een op de drie mensen ouder is dan zestig jaar, is dat negatieve beeld van de oudere totaal onbruikbaar en onrealistisch. Daarom wil ik hier een beeld schetsen van de nieuwe oudere, de novogeront en van diens rol in een toekomstige maatschappij. Voordat ik dat beeld schets, onderwerp ik eerst de vele negatieve visies over de ouderdom aan een kritische beschouwing, om aan te tonen dat de vergrijzing niet als een doem, maar als een zegen moet worden beschouwd.

Vermelding op Goedoudworden.com

Met Van oude mensen, de dingen die gaan komen, heeft Dick Sipsma een aanstekelijk optimistisch boekje geschreven over de toekomst van het ouder worden.

Bron: Goedoudworden.wordpress.com