BOEKEN

BOEK

Uitgesteld afscheid

Uitgesteld afscheid

Julia Leigh

Na een afwezigheid van twaalf jaar is Olivia terug in Frankrijk, in het labyrintische landhuis waar ze is opgegroeid.

Na een afwezigheid van twaalf jaar is Olivia terug in Frankrijk, in het labyrintische landhuis waar ze is opgegroeid. Ze is weg bij haar man en is met haar twee kinderen uit Australië gekomen om hen voor te stellen aan de grootmoeder die ze nooit gekend hebben. Kort daarna keren Olivia’s broer en zijn vrouw Sophie uit het ziekenhuis terug met hun vurig gewenste baby. Maar wat zien ze er treurig uit.Wat is er met het meisje in de reiswieg aan de hand?

Sophie en Marcus willen hun bij de geboorte gestorven baby begraven op het landgoed naast het graf van haar grootvader. Olivia, haar moeder en de kinderen doen hun best om aan de verlangens van Sophie tegemoet te komen, maar de aanwezigheid van het gestorven kindje en de onwil van Sophie om er afstand van te doen, leggen een steeds grotere druk op de huisgenoten. Subtiel, poëtisch en met veel verbeeldings kracht leeft Julia Leigh zich in de familieleden in, die geconfronteerd worden met hun eigen heimelijke verlangens, met hun drijfveren en de dingen die ze moeten achterlaten om door te kunnen gaan.

Met haar uitgebalanceerde,weloverwogen stijl heeft Julia Leigh een aangrijpend verhaal geschreven over geboorte, dood, weder opleving en de vele kwesties die in familie verband onuitgesproken blijven.

‘A strong and hypnotic piece of writing,’ zei Don DeLillo over haar eerste roman Het tijgerspoor. Ook deze korte roman is subtiel en beklemmend, en overrompelt door de kracht waarmee het verhaal is verteld.

   

Een tijdje later waren de kinderen bij het meer aan het spelen. De jongen keilde steentjes over het water en het meisje gebruikte de plastic hand van haar pop als schep om een gat in het zand te graven. Treurwilgen waren verenigd met hun spiegelbeelden. Aan de overkant van het meer een deinend donker bos, en achter dat bos verrees de berg – onvatbaar voor wegen en tunnels, om nooit te worden verstoord. De vrouw had een andere jurk aangetrokken en haar make-up bijgewerkt, haar haar gefatsoeneerd. Ze zocht de kinderen niet op, maar keek toe vanaf een stenen bankje met uitzicht op het meer. Na een tijdje kreeg het meisje haar moeder in het oog en sprong op, begon te zwaaien. Holde naar haar toe.

‘Mammie!’ Ze sloeg de armen om haar nek. ‘Mammie! Mogen we zwemmen? Mag dat?’
‘Daar is het te koud voor,’ antwoordde de vrouw. ‘De winter zit nog in het water.’
Dat deerde het meisje nauwelijks, maar de jongen liet het hoofd hangen en keek alsof hij haar niet geloofde.
‘Oliiiiviiiia! Oliiiiviiiia!’
Ida stond in de verte en wuifde met haar witte schort boven het hoofd. ‘Ollliiiiiviiiiia!’
Ze haastten zich over het pad.
‘Olivia, kom, snel. Je broer komt eraan,’ zei Ida.
De vrouw nam het meisje bij de hand, Ida de jongen. Ze waren nog niet ver toen hij naar de pop van het meisje greep, zich losmaakte en begon te rennen.

Eenmaal binnen waren ze gedwongen in een waardig tempo over het parket te lopen, door de lange gangen: een van de onverbiddelijke regels van het huis. Grootmoeder wachtte hen op in de ontvangsthal. Ze verzamelden zich bij de deur en Ida zette een hand achter haar oor: ‘Luister.’ Ze luisterden – haalden adem, zonder iets te zeggen. Het meisje trok haar luistergezicht; ze kneep haar ogen dicht en klemde haar kaken op elkaar in een potsierlijke, maniakale grijns. Dat duurde ongeveer een minuut.

‘Ziet u iets?’ fluisterde ze tegen Ida.
Ja, knikte ze. ‘Ze komen eraan.’
Ze hoorden – een auto die knerpte over de grindweg, een portier dat open en dicht ging, voetstappen, en – een klop, een klop, een klop. Toen Grootmoeder het teken gaf, een onopvallend handgebaar, trok Ida de deur open.

‘Marcus!’ Ze sloeg haar armen om hem heen. Hij was lang en hield zijn hoofd voortdurend gebogen, zodat hij altijd een schaapachtige indruk maakte. Met zijn lichtbruine haar en blauwgrijze ogen leek hij eerder op wijlen zijn vader dan op zijn moeder. Een vaderszoon. Onder normale omstandigheden zou men hem een knappe man vinden, maar nu zag hij er anders uit – verwilderd. Ongeschoren, grijze wallen onder zijn ogen. Over zijn schouder hing een katoenen luiertas met een motief van teddybeertjes.

‘En Sophie!’ Aan de rode vlekken op haar huid was te zien dat ze gehuild had. Ze was achterin de dertig en hoewel ze stevig gebouwd was, met grote botten en brede heupen, had ze zich nu heel klein weten te maken, bijna tot op het punt van verdwijnen. Ze hield een bundeltje tegen haar borst geklemd, gewikkeld in een zachtroze dekentje. Om haar pols de plastic armband van het ziekenhuis met haar naam erop.

‘Olivia?’ vroeg Marcus zachtjes, maar zonder een spoor van verbazing, alsof niets hem meer kon verbazen, alsof hij dat genoegen niet meer kende.
‘Dag Marcus.’ Een flauwe voorzichtige glimlach.
‘Dag.’

Hij leek niet goed te weten wat hij moest doen, sloeg toen een arm om de schouders van Sophie, loodste haar door de dubbele deuren naar de salon. De kamer was spaarzaam gemeubileerd met een paar stukken in Louis XIV-stijl; de stoelen hadden cabriolepoten die uitliepen in de vorm van hertenhoeven. Tientallen geweien hingen als trofeeën aan de muren. Zelfs met die meubels maakte de kamer nog een lege indruk, zoals een lege kamer leger kan lijken door het plaatsen van een enkele tafel.

Sophie nam plaats op het puntje van een chaise longue, voorzichtig, ze had misschien hechtingen van na de geboorte of pijn aan haar stuitbeen. Grootmoeder zat tegenover haar en Ida stond achter Grootmoeder, overeenkomstig haar positie. Marcus had zijn hand op de schouder van Sophie gelegd. ‘Wij… Tot mijn grote spijt moet ik jullie zeggen…’ Hij keek naar de kinderen en aarzelde, sprak verder. ‘Er is iets misgegaan. De navelstreng… Toen ze geboren werd, kwam de navelstreng vast te zitten rond haar nekje. Niemand kon er iets aan doen. Ons prachtige meisje, onze Alice, is doodgegaan. Heeft niet geleefd.’

Na een lange stilte sloeg Grootmoeder een kruisje. ‘Marcus, Sophie,’ zei ze. ‘Het spijt ons zo. Ik... Ik… Is…’
‘Het ziekenhuis zei… Sophie wilde… Ze zeiden dat we Alice maar het best mee naar huis konden nemen.’
‘O.’ Grootmoeder verlegde haar handen op schoot. ‘De navelstreng? Maar… in het ziekenhuis? Hoe…’
‘Het gebeurde gewoon,’ zei hij. ‘We weten niet hoe zoiets kan. Niemand heeft een fout gemaakt.’
De vrouw zei: ‘Het spijt me zo verschrikkelijk voor jullie.’ Ze boog haar hoofd en knikte naar Sophie.
‘Hoe lang zal de… de…’ stamelde Grootmoeder.
‘Een dag of twee.’ Hij en Sophie wisselden een blik uit. ‘We willen haar graag leren kennen voordat ze begraven wordt.’
Bij het woord ‘begraven’ deinsde Sophie terug en bracht het bundeltje van de ene borst naar de andere over.

De knokkels van Ida liepen wit aan. Met een bruuske polsbeweging trok ze de aandacht van de vrouw en gebaarde dat de kinderen onmiddellijk de kamer uit moesten.

'Bij sommige boeken weet je al na de eerste zin dat je een juweeltje in handen hebt.' - Reformatorisch Dagblad

'Subtiel en poëtisch en met veel verbeeldingskracht. Een angrijpend verhaal over geboorte, dood en de vele kwesties die in familieverband onuitgesproken blijven.' - Boekhandel Van Rossum

'Uitgesteld afscheid is een beklemmende familiegeschiedenis, waarin de mensen elkaar zo veel mogelijk uit de weg gaan. De grafstemming wordt aan het eind toch nog onverwacht doorbroken. Dat lever enkele onvergetelikje taferelen op, opnieuw in hoekige zinnen beschreven. Een zeer verfilmbare roman.' - Opzij

'Haar nieuwe roman Uitgesteld afscheid is een dun, maar niet minder indrukwekkend boekje geworden.' - De Pers

Bespreking op Literatuurplein.nl

Wederom bij Cossee ziet nu de roman Uitgesteld afscheid van Leigh het licht. Het is een ogenschijnlijk simpel verhaal: na een mislukt huwelijk keert een vrouw met haar twee kinderen terug naar het landhuis waar haar oude moeder bivakkeert.

Bron: Literatuurplein.nl

Bespreking op Boekblad.nl

Met weinig woorden maar veel verbeeldingskracht leeft Julia Leigh zich in de personages in. Juist door die uiterste terughoudendheid is het aangrijpend verhaal over geboorte, dood, crisis en opleving, en de vele zaken die in families ongezegd blijven.

Bron: Boekblad.nl