BOEKEN

BOEK

Nachtlicht

Nachtlicht

Albert Sánchez Piñol

Piñols roman zit dicht op de huid van onze tijd en laat zich lezen als een bloedstollende parabel. Het vertellend meesterschap van deze jonge wereldauteur slaagt er met verve in het verborgene pijnlijk aanschouwelijk te maken, tot we het bijna niet meer kunnen aanzien.

Aan het eind van de antarctische cirkel, in de jaren na de Eerste Wereldoorlog, nadert een stoomschip een verlaten eiland, ver van alle scheepvaartroutes. Aan boord is een jonge man, op weg om als meteoroloog aan het werk te gaan. Hier zal hij een jaar lang in totale afzondering leven, aan het koude einde van de wereld. Eenmaal aan wal vindt hij echter geen enkel spoor van de man die hij zou komen aflossen, alleen bossen, een verlaten hut, rotsen, stilte en de omringende zee. En een mysterieuze en zwaar bewapende vuurtorenwachter. Als de nacht valt, wordt deze plotseling en noodgedwongen een bondgenoot… Het eiland blijkt veel geheimzinniger en vijandiger te zijn dan hij dacht.

Piñols roman zit dicht op de huid van onze tijd en laat zich lezen als een bloedstollende parabel. Het vertellend meesterschap van deze jonge wereldauteur slaagt er met verve in het verborgene pijnlijk aanschouwelijk te maken, tot we het bijna niet meer kunnen aanzien.

   

We staan nooit zo ver af van degenen die we haten. Alleen al daarom komen we nooit echt nader tot degenen die we liefhebben. Toen ik aan boord ging, kende ik dit wrede principe wel. Maar er zijn waarheden die onze aandacht verdienen, met andere kunnen we ons beter niet bezighouden.

We kregen het eiland voor het eerst in zicht in de vroege ochtend. Het was drieëndertig dagen geleden dat de dolfijnen van onze voorsteven waren geweken en negentien dat er ademwolkjes ontsnapten aan de monden van de bemanning. De Schotse matrozen beschermden zich met wanten die tot aan hun ellebogen reikten. Ze droegen zulk dik bont dat ze aan walrussen deden denken. Voor de Senegalezen waren deze ijzige breedtegraden een kwelling. De kapitein zag door de vingers dat ze ter bescherming braadvet op hun wangen en voorhoofd smeerden. De smurrie liep uit en sijpelde langs hun ogen. De tranen liepen hen over de wangen, maar ze klaagden niet.

'Uw eiland. Kijk, daar in de verte aan de horizon,' zei de kapitein.
Ik zag het niet. Zag alleen die koude zee, als altijd begrensd door eeuwige wolken. Hoewel we tamelijk zuidelijk voeren, waren we tijdens de overtocht niet opgeschrikt door de silhouetten of dreigingen van de Antarctica. Geen enkele ijsberg, geen spoor van die natuurlijke, spectaculaire, drijvende giganten. We ondergingen de ontberingen van de zuidpool, maar de grootsheid ervan bleef voor ons verborgen. Mijn bestemming lag dus op de drempel van een ijzige grens die ik nooit zou overschrijden. De kapitein gaf me de verrekijker. En? Zag ik het nu? Ja, ik zag het. Een stuk land, geplet tussen de grijze tinten van de oceaan en de hemel, omzoomd door een strook van wit schuim. Meer niet. Ik moest nog een uur wachten. Maar naarmate we dichterbij kwamen, werden de contouren van het eiland duidelijker zichtbaar.

Ziedaar mijn toekomstige verblijfplaats: een L-vormig stuk land dat hooguit anderhalve kilometer lang was. Aan de uiterste noordpunt verrees een flinke rots, waarop een vuurtoren stond. Die maakte niet zozeer indruk door zijn grootte als wel door het contrast met de gereduceerde afmetingen van het eiland, waardoor de toren de soliditeit van een hunebed kreeg. In de bocht van het eiland, op een glooiing naar het zuiden, stond het huis van de weerkundige. Mijn huis dus. De twee bouwwerken waren met elkaar verbonden door een soort smalle vallei, waar watervegetatie welig tierde. De bomen groeiden als een kudde dieren die zich in hun neiging steun te zoeken bij andere lichamen aan elkaar vastklampen. Ze waren met mos begroeid. Een moslaag dikker dan een tuinheg en kniehoog, een merkwaardig fenomeen. Die bedekte de boomstammen als een driekleurig gezwel: blauw, violet en zwart.

'Het literaire debuut van Albert Sánchez Piñol stond twee jaar lang onafgebroken in de Spaanse bestsellerlijsten. En terecht, want behalve ongemeen spannend is Nachtlicht ook nog eens een boek dat uitnodigt tot filosoferen.' **** - BOEK Magazine

'Nachtlicht is een overdonderende roman die de lezer rusteloos naar het einde stuwt, aangrijpend zonder sentimenteel te worden en diepzinnig zonder nadrukkelijkheid en vooral zonder een moment te vervelen. Het kondigt de geboorte aan van een schrijver van formaat.' - NRC Handelsblad

'De beste kerstboodschap komt dit jaar uit het rebelse Catalonië.' - Trouw

'Meer dan twee jaar op de bestsellerlijst: Nachtlicht is een bijzondere avonturenroman en een spiegel van onze tijd.' – El País

Verstuur het omslag als e-card

Bron: Covercards.nl

Recensie op 8weekly.nl

Nachtlicht is het literaire debuut van de Spaanse antropoloog Albert Sánchez Piñol (1965), dat met 31 vertalingen een wereldwijde bestseller werd. De roman stelt een jonge meteoroloog centraal die naar een verlaten eiland dichtbij Antarctica reist om daar een jaar lang in volstrekte eenzaamheid metingen te verrichten.

Bron: 8weekly.nl

Bespreking op DeRecensent.nl

Nachtlicht is een gruwelijk boek, een zeer spannend boek, een aangebrand en verrot boek. Lees het als u de mens in zijn meest uitgeklede versie wilt leren kennen. Lees het niet als u uw maag wilt sparen.

Bron: DeRecensent.nl