BOEKEN

BOEK

Naakt onder wolven

Naakt onder wolven

Bruno Apitz

Naakt onder wolven is gebaseerd op een waar verhaal en heeft, net als Hans Fallada’s Alleen in Berlijn, een buitengewoon controversiële publicatiegeschiedenis. Dankzij de teruggevonden oorspronkelijke versie komt het verhaal van de geredde Stefan Jerzy Zweig in een verrassend nieuw licht te staan. In februari 1945 komt de Poolse Jood Jankowski met een transport naar het kamp Buchenwald. Tegen alle regels van het geheime kampcomitë in besluiten drie gevangenen het risico te nemen om het driejarige jongetje dat Jankowski het kamp heeft binnengesmokkeld, te verstoppen en zo misschien te redden.

De Poolse gevangene Jankowski smokkelt op een koude februaridag in 1945 in een oude koffer een driejarig jongetje kamp Buchenwald binnen. Het blijkt – paradoxaal genoeg – de enige mogelijkheid om het kind voor transport naar Auschwitz te behoeden.

Maar het illegale kampcomité ziet haar verzetsacties daardoor ernstig in gevaar gebracht. Het jongetje moet weg. Höfel, Kropinski en anderen zijn het daar echter niet mee eens en verstoppen het kind in de kledingopslag. Zij weten heel goed dat de ontdekking van het kind door de SS met zekerheid de dood voor hen allen tot gevolg heeft.

Hun gedrag valt op. Höfel en Kropinski worden wekenlang gemarteld, zonder iemand te verraden. Ook de gevangene Pippig zwijgt, maar hij overleeft het Gestapoverhoor niet. Een ander wordt door de SS tot ‘informatiediensten’ gedwongen. Als die een lijst met 46 namen van het kampcomiié samenstelt, wordt de situatie nog grimmiger. Wie heeft nog een overlevingskans? Hoe dichtbij zijn de bevrijders?

Het comité moet laveren tussen de bescherming van de eenling en de verantwoordelijkheid voor de meer dan 50.000 gevangenen. Naakt onder wolven is zo aangrijpend en spannend omdat er voortdurend de moeilijkste keuzes gemaakt moeten worden. Mag je voor een goede zaak iemand doodslaan? De redding van de een met de dood van een ander betalen? De methodes van de vijand gebruiken? De roman laat zien hoe flinterdun de scheidslijn tussen held en verrader soms kan zijn, en waartoe mensen in uiterste nood in staat zijn. Apitz vertelt hun verhalen met begrip en passie.

   

De bomen op de top van de Ettersberg dropen van het vocht en grepen roerloos in de stilte die de berg omhulde en afzonderde van het land eromheen. Bladeren, uitgeloogd en verteerd door de winter, rotten natglanzend op de grond.
Hier werd het maar aarzelend lente.
Borden tussen de bomen leken hem tegen te houden.

‘KOMMANDANTURBEREICH DES KONZENTRATIONSLAGERS BUCHENWALD, ACHTUNG, LEBENSGEFAHR! Wie verder gaat wordt zonder waarschuwing neergeschoten.’ Daaronder een doodskop en twee gekruiste botten ter ondertekening.

De eeuwige motregen plakte ook aan de jassen van de vijftig SS’ers die op deze late namiddag in maart 1945 op het betonnen platform stonden dat door een afdak tegen de regen beschut was. Dit platform, Bahnhof Buchenwald, was het eindpunt van de spoorbaan die van Weimar naar de top van de berg voerde. Het kamp lag vlakbij.

Op de grote, naar het noorden aflopende appèlplaats stonden de gevangenen aangetreden voor het avondappèl. Blok naast blok, Duitsers, Russen, Polen, Fransen, Joden, Nederlanders, Oostenrijkers, Tsjechen, Bijbelgeleerden, criminelen… een onafzienbare massa, bijeen gecommandeerd tot een met exacte precisie in het gelid staand reusachtig vierkant.

Vandaag werd er onder de aangetreden gevangenen heimelijk gefluisterd. Iemand had het bericht het kamp mee in genomen dat de Amerikanen bij Remagen de Rijn overgestoken waren…

‘Heb je het al gehoord?’ had Runki, de blokoudste, aan Herbert Bochow gevraagd die naast hem in het eerste gelid van blok 38 stond. Bochow knikte. ‘Ze zeggen dat ze een bruggenhoofd hebben gevormd.’

Schüpp, die achter hen in het tweede gelid stond, mengde zich in het gefluister: ‘Remagen? – Nog een heel eind.’ Hij kreeg geen antwoord. In gedachten verzonken stond hij met zijn ogen tegen Bochows nek te knipperen. Op het altijd trouwhartig-verbaasde gezicht van kampelektricien Schüpp met zijn ronde mond en bolle ogen achter een ronde, zwartgerande bril stond de opwinding over het nieuws te lezen. Ook andere gevangenen in het blok fluisterden onderling en Runki brak het gesmoes af met een sissend ‘pas op’. De Blockführer, SS’ers met de laagste rang, kwamen van boven aangelopen om zich op te stellen bij het blok dat onder hun bevel stond. Het gefluister stierf weg en de opwinding verschool zich achter starre gezichten.
Remagen!

Dat was inderdaad nog een heel eind bij Thüringen vandaan.
Maar toch. Het front in het westen was in beweging geraakt door het beslissende winteroffensief van het Rode Leger, dat dwars door Polen heen Duitsland was binnengedrongen.

Op de gezichten van de gevangenen was niets zichtbaar van de diepe indruk die het nieuws op hen maakte. Zwijgend stonden ze in kaarsrechte rijen en heimelijk volgden hun blikken de Blockführer die langs de blokken liepen om de gevangenen te tellen. Onverstoorbaar als altijd. Boven bij de poort overhandigde Krämer, de kampoudste, de lijst met het complete kampbestand aan de Rapportführer en stelde zich conform voorschrift separaat op voor het reusachtige vierkant. Ook zijn gezicht stond ondoorgrondelijk, hoewel hij door dezelfde gedachten werd bevangen als de tienduizenden achter hem.

Alle afzonderlijke Blockführer hadden allang aan Rapportführer Reineboth gerapporteerd en zich losjes bij de poort opgesteld. Toch duurde het nog een uur voor de aantallen klopten. Eindelijk liep Reineboth naar de opgestelde microfoon. ‘Op de plaats – stil!’
Het reusachtige vierkant verstarde.
‘Muts – af!’

Met een ruk trokken de gevangenen de smerige mutsen van hun hoofd. Bij de smeedijzeren poort liet plaatsvervangend kampcommandant Kluttig zich door Reineboth verslag uitbrengen.
Nonchalant hief hij zijn rechterarm.
Dat ging al jaren zo.

Nog altijd maalde het nieuws door Schüpps hoofd. Hij kon het niet laten, uit zijn mondhoeken perste hij tegen Bochows nek: ‘Die daarboven zullen wel gauw hun broek vol hebben…’

Bochow verborg zijn glimlach in de plooien van zijn onbewogen gezicht.
Reineboth liep opnieuw naar de microfoon.
‘Muts – op!’

Eén zwaai! De smerige hoofddeksels vlogen terug op de hoofden, waar ze bleven liggen zoals het uitkwam, scheef naar voren, naar achteren, opzij – de gevangenen leken wel een stel feestgangers. Omdat militaire precisie hier in iets lachwekkends ontaardde, had Reinebolt er een gewoonte van gemaakt om in de microfoon te roepen: ‘Her – stel!’

Tienduizenden frunnikten aan hun muts.
‘Stop!’

Met één klap sloegen de handen tegen de naad van de broek. Nu moesten de mutsen goed zitten. Nu stond het vierkant stevig.
Tegenover het kamp deed de SS net of er geen oorlog bestond. Dag in dag uit leek het hier alsof de tijd stilstond. Maar onder het automatisch verstrijken van de dagen stroomde de vloed. Het was nog maar een paar dagen geleden dat Kolberg en Graudenz ‘… in een heldhaftige strijd voor de overmacht van de vijand bezweken…’
Het Rode Leger!

‘Bij Remagen over de Rijn…’
De geallieerden!
De tang werd dichtgeknepen!
Reineboth had nog iets te melden.
‘De gevangenen van het kledingmagazijn naar het kledingmagazijn. De blokkappers naar de badruimte!’

Voor het kamp was dit bevel niets nieuws. Er kwam alleen maar, zoals zo vaak de laatste maanden, een nieuw transport binnen. In het oosten waren de concentratiekampen ontruimd. Auschwitz, Lublin…

Hoewel Buchenwald al barstensvol zat, moest het opnemen zoveel het kon. Het aantal nieuwelingen dat bijna dagelijks binnenkwam steeg als kwik in een koortsthermometer. Waar moesten die mensen heen? Om de nieuwe mensenmassa onder te brengen moesten op een afgelegen stuk binnen het kampterrein noodbarakken worden ingericht. Met duizenden tegelijk werden de gevangenen voormalige paardenstallen binnengedreven. Een dubbele rij prikkeldraad rond de stallen, en voortaan heette wat hier ontstaan was het ‘Kleine Kamp’.

Een kamp binnen het kamp, geïsoleerd en met eigen levenswetten. Hier huisden mensen uit alle landen van Europa, van wie niemand wist waar ze ooit hadden gewoond, met gedachten die niemand kon raden en die een taal spraken die niemand verstond. Mensen zonder naam en gezicht. Over het ‘Kleine Kamp’ had de SS geen enkel overzicht meer.

Van degenen die uit de andere kampen kwamen, was de helft onderweg al bezweken of door de begeleiders van de SS neergeknald. De lijken bleven gewoon op straat achter. De transportlijsten klopten niet langer, de nummers van de gevangenen raakten door elkaar. Welk nummer leefde nog, welk was dood? Wie kende nog naam en afkomst van deze mensen?

‘Ingerukt!’
Reineboth schakelde de microfoon uit. Het reusachtige vierkant kwam tot leven. De blokoudsten gaven commando’s. Blok na blok marcheerde af. De reusachtige mensenformatie vervloeide en stroomde van de appèlplaats naar de barakken. Boven verdwenen de Blockführer door de poort.


Download het fragment als PDF

'Naakt onder wolven is zonder meer spannend.' – De Standaard ****

‘Apitz vertelt dit aangrijpende verhaal in al zijn gruwelijke details en werpt lastige morele kwesties op. Want om dit kind te redden, werd door anderen een hoge prijs betaald. Lees en huiver.’ – VPRO Gids

‘Aan de hand van het oorspronkelijke manuscript is nu een hernieuwde versie uitgebracht waarin de daden van helden en slechteriken genuanceerder worden verteld.’ – Gooi- en Eemlander ***

'Apitz geeft in zijn boek een genuanceerd beeld van de gevangenen en de bewakers. Het zijn mensen van vlees en bloed, met twijfels en angsten.' - Duitsland Magazine

Naakt onder wolven groeide na de Tweede Wereldoorlog uit tot een klassieker en veroverde een permanente plaats in de boekenkasten van de komende generaties.’ – The Guardian

Voorpublicatie op Athenaeum.nl

Net als in 2012 komen De Groene Amsterdammer en Athenaeum 27 november met een gezamenlijke bijlage bij De Groene, nu in samenwerking met het Nederlands Letterenfonds: 'Herontdekkingen'. De recensie van Naakt onder wolven verschijnt in die bijlage, maar op athenaeum.nl vindt u alvast een leesfragment: 'Vandaag werd er onder de aangetreden gevangenen heimelijk gefluisterd. Iemand had het bericht het kamp mee in genomen dat de Amerikanen bij Remagen de Rijn overgestoken waren…'

Bron: Athenaeum.nl

Bespreking op Go2War2.nl

Deze uitgave is een herontdekking van deze belangrijke naoorlogse roman. Een magistraal boek, waarbij het niet onmisbaar maar toch wel handig is de historische achtergrond te kennen.

Bron: Go2War2.nl

Bespreking op Literatuurplein.nl

Men kan er eenvoudig niet genoeg op hameren. De realiteit is niet zwart-wit, maar een grijsgebied. Apitz vraagt met Naakt onder wolven om begrip voor gevangenen die in de strijd om te overleven een kampfunctie op zich namen en aan wiens verzet ook hij de bevrijding te danken had.

Bron: Literatuurplein.nl

Bespreking door Kees 't Hart in Opium

Literatuurrecensent en schrijver Kees 't Hart bespreekt onder meer de romans Mélodie d'Amour van Margriet de Moor en De Republiek van Joost de Vries.

Bron: AVRO.nl

Bespreking op DuitslandMagzine.com

Apitz geeft in zijn boek een genuanceerd beeld van de gevangenen en de bewakers. Het zijn mensen van vlees en bloed, met twijfels en angsten.

Bron: DuitslandMagzine.com