BOEKEN

BOEK

Laatste avond in de Lobster

Laatste avond in de Lobster

Stewart O'Nan

Een koude winteravond vlak voor Kerstmis. Een enorm parkeerterrein, bijna onbegaanbaar door de sneeuwmassa’s. Niet ver van de oprit een groot, donker bouwsel, voorzien van vuurrode lichtreclame: een kreeftrestaurant van de Red Lobster-keten. Voor de laatste keer opent de filiaalhouder de zaak, controleert de friteuse, de grill en de ijsmachine. Voor de laatste keer komt het personeel binnen en bindt de schorten om. Voor de laatste keer gaat het leven van de mensen in de Red Lobster zijn gewone gang voordat daar voor altijd verandering in zal komen.

‘Juist vandaag moet alles perfect zijn,’ zegt Manny, de bedrijfsleider. Terwijl de wereld buiten wegzinkt in de sneeuw, wacht het personeel op gasten en vouwt opnieuw de papieren servetten. Een bus Chinezen die misselijk zijn, een kind dat de hele boel op stelten zet en een onopgeloste kwestie tussen Manny en een serveerster – een rustige avond in de Lobster. Allemaal voelen ze het – dit is geen normale avond. Alleen de kreeften bewegen zich nog steeds houterig en met dichtgebonden scharen onbewogen door het aquarium.

Dankzij O’Nans vertelkunst verandert het ketenrestaurant in een universum waarin de hele wereld besloten ligt. Juist de kleine dingen boeien ons: blikken, gebaren, spanningen, gemoedstoestanden – en een groot mededogen die in elke regel voelbaar is.

   

Openingstijden

Stilstaand verkeer op een grijze winterdag, richting winkelcentrum. Halverwege de ochtend en de straatlantaarns branden nog, zwakjes. Sneeuwvlokken die hier en daar omlaag dwarrelen als as, maar de wegen zijn nog vrij. De feestdagen komen eraan; er staat een vuilniswagen voor het stoplicht met op zijn grille een grote krans, vastgebonden met metaaldraad, compleet met rode fluwelen strik. De gepekelde auto’s staan te wachten totdat de groene pijl boven de rijstrook oplicht, waarna ze linksaf slaan en zich voorbij de ingang opsplitsen, speurend naar een parkeerplekje.

Eén auto rijdt verder over het lange, uitgestrekte parkeerterrein, waar een geruimde berg oude sneeuw als een smerige ijsberg bovenuit rijst. Een Buick Regal, een witte rammelkar van de soort die iemand van zijn grootmoeder erft; het portier aan de bestuurderskant mist een tochtstrip. De auto volgt de rijbaan langs de rand en stopt bij het stopbord, hoewel er alleen maar lege vakken zijn, met ergens in een verre uithoek, alsof het terrein erdoor verankerd wordt, de eindbestemming van de Buick, een donkere met hout betimmerde blokkendoos, met een eigen parkeerplaats en een onverlicht uithangbord, gericht op de snelweg: een Red Lobster.

De Regal geeft richting aan voor niemand en glijdt de parkeerplaats op, als een oceaanboot die eindelijk de haven bereikt, voorbij de invalidenplaatsen aan weerszijden van het pad naar de ingang, waarna hij afremt voor de bocht en achter het pand verdwijnt, om een paar lange seconden later weer aan de achterkant op te duiken, helemaal aan de rand van het terrein, waarna hij stopt naast een afvalcontainer met een hek eromheen, alsof de bestuurder dekking zoekt.
De motor gaat uit en er gebeurt even niets,terwijl natte vlokken op het dak en de achterruit vallen, waar elk sneeuwkristal direct door het verwarmde glas lijkt te worden geabsorbeerd. Binnen, tussen de kuipstoeltjes, bungelt een goudomrande Porto Ricaanse vlag aan de achteruitkijkspiegel.

De chauffeur buigt zich voorover naar een vlammetje, laat zijn hoofd dan als een ruimtevaarder achterovervallen tegen de hoofdsteun en blaast uit. Nog een keer, en daarna opnieuw, terwijl de rook in een wolk boven de achterbank blijft hangen.

De ogen van de man schieten naar de binnenspiegel, wantrouwig. Het tijdstip is te vroeg en hij is te oud om stoned te zijn – zeker vijfendertig, een dubbele onderkin, een chocoladebruine huid, een weerbarstige sik en bakkebaarden – of misschien is het de stropdas die uit de toon valt als hij de aansteker boven de stalen kop van het pijpje houdt. Hij zou effectenmakelaar kunnen zijn, of de verkoopmedewerker van een computerwinkel die koffiepauze houdt, als er niet door zijn opengeritste leren jasje een naamspeldje naar buiten zou piepen: manny, met daarboven een gegarneerde kreeft. Aan een van zijn broeklussen heeft hij een stekelige sleutelbos vastgemaakt die bij hem op schoot ligt, zwaar als een hangslot.

'In ‘Laatste avond in de Lobster’ slaagt O’Nan erin om het leven zoals het is te tonen tegen de achtergrond van een restaurant. Bovendien heeft hij een charmant oog voor detail. Een aanrader.' - CuttingEdge.be ****

'Stewart O’Nan smaakt naar meer.' - Literair Nederland

'O'Nan geeft met dit portret van een eenvoudige diner eigenlijk een inzicht in elke groep mensen die al jaren met elkaar werkt. Een rustig boek dat je ondanks die rust maar door wilt blijven lezen.' - AVRO Opium

Recensie op CuttingEdge.be

Deze melancholische novelle is dus in vele opzichten erg realistisch. Misschien is hij zo realiteitsgetrouw dat het allemaal wat banaal lijkt.

Bron: CuttingEdge.be

Bespreking op MiddelCommunicatie.nl

Het heeft even geduurd maar nu zijn er twee romans van Stewart O’Nan in Nederlandse vertaling beschikbaar.

Bron: MiddelCommunicatie.nl

Bespreking op LiterairNederland.nl

Een smaakvol maal, opgediend onder het waakzaam oog van een gewetensvolle bedrijfsleider.

Bron: LiterairNederland.nl

Bespreking op Iedereenleest.be

De schrijver geeft op een sobere maar ook zeer nauwkeurige manier de gevoels- en belevingswereld van het hoofdpersonage weer. Het boek is m.i. een beschrijving van het leven van vele van ons nl. grote dromen, verwachtingen maar tevreden moeten of leren zijn met een alledaags bestaan.

Bron: IedereenLeest.be

Boekentip bij AVRO Opium

Een rustig boek dat je ondanks die rust maar door wilt blijven lezen.

Bron: Cultuurgids.Avro.nl