BOEKEN

BOEK

Kat in de stad

Kat in de stad

Dorinde van Oort

Je hoeft geen kattenliefhebber te zijn om van dit boek te kunnen genieten.

Wie op zijn gemak door de oude Amsterdamse binnenstad kuiert, wordt steevast geconfronteerd met, zo niet voor de voeten gelopen door loslopende vertegenwoordigers van de zijdezachte onderkant van onze hoofdstedelijke samenleving. Ze gluren uit steegjes, schieten weg voor bellende fietsers, of hebben er – met name de zwarte exemplaren – een pootje van om rakelings voor je over te steken. De zwijgende meerderheid bevindt zich evenwel hoog en droog achter de ramen.

Met Kat in de stad toont Dorinde van Oort haar talent om katten niet alleen in woord, maar ook in beeld te vangen. Via een katachtige wandelroute door oud Amsterdam ontmoet de lezer besnorhaarde viervoeters in allerlei soorten en maten. En krijgt inzicht in het lief en leed van poezenfamilies, eenzame oude katers, zwervers en kittekatjes. Via een weliswaar riant wonend, maar wel erg tobberig trio aan de Amstel voert de route naar rauwe bonk Tom Pouff in het hartje van de rosse buurt, langs Pinkie, de jonge kerkkat van de Waalse kerk, tot een huiveringwekkende verschijning in de Spooksteeg.

Je hoeft geen kattenliefhebber te zijn om van dit boek te kunnen genieten.

   

De kopzorg van Tobbie

Wie zijn die drie fraaie poezen, ogenschijnlijk zo harmonisch bijeen?
De middelste is moeder Tobbie. Rechts zien we Bartje, haar oudste zoon; links haar dochter, Leentje (de grijze met het witte befje). Beide kinderen zijn al aardig uit de kluiten gewassen, en volop in de puberteit. Bartje is zijn moeder zelfs al boven de kop gegroeid.
Ze vormen een mooi familietafereel. Maar het valt op dat maar twee van Tobbies kinderen haar flankeren. Ze heeft er drie. Waar is Tobbies derde spruit gebleven, die zwarte dondersteen Bobje?
Bobje is als vroegrijpe kleuter naar de buren verhuisd. Daar hoort hij nu dus. Hij maakt geen deel meer uit van het gezin.
‘Twee kinderen is al meer dan ik aankan, met een jeugd als de mijne,’ zucht Tobbie. ‘Ik was blij toen hij was opgerot. Het was me te druk, onder ons gezegd en gezwegen. Het doet je de das om.’
‘Voor mijn part hadden Leentje en Bartje ook weg gemogen,’ voegt ze er na enig nadenken aan toe. ‘Ik ben eerlijk gezegd liever op mezelf. Ik heb al problemen genoeg, na een jeugd als de mijne.’
We vragen voorzichtig naar Tobbies verleden.
Maar Tobbie wendt haar kopje af. Blinkt daar een traan? Het is duidelijk te erg voor woorden. Tobbies zwangerschap viel haar zwaar, wil ze met enige schroom wel vertellen; om maar te zwijgen van de bevalling – en helemaal van wat daaraan voorafging, met de speciaal ingehuurde kater.
‘Breek me de bek niet open,’ huivert ze nog. ‘Wat een gedoe. Voor mij had het niet gehoeven. En nu zit ik met de brokken. Mijn dochter, Leentje, en mijn zoon, Bartje. Ik word eeuwig opgejaagd en ken hier alle hoeken van de kamers.’
En was dat maar het hele verhaal! Maar het is nog erger!
Bobje – de zoon die dus officieel bij de buren woont en geen deel meer uitmaakt van het gezin – heeft nooit willen begrijpen dat hij op eigen poten staat. Hij vindt – of maakt – steeds nieuwe gaten in de schutting tussen de belendende daktuinen, en stuift dan terug naar zijn geboortehuis, waar hij het toch al gespannen gezinsleven op stelten zet.
Leentje en Bartje zien Bobje ook liever gaan dan komen.
‘Laat hij blijven waar hij zit,’ snuift Leentje. ‘Daar hoort hij.’
‘Hij moet zijn plaats weten,’ snoeft Bartje. ‘Die is bij de buren, en niet hier. Hij wordt daar overigens Dingetje genoemd. Maar dat weigert hij te begrijpen. Hij doet nog steeds of hij Bobje heet.’
We laten dit familiaire geruzie voor wat het is en lopen de brug over, richting Staalstraat.

'Een mooie heruitgave van een aantrekkelijk boekje uit 1990 over echte Amsterdamse poezen. Beeldend kunstenares Dorinde van Oort portretteert katten uit Amsterdam en laat ze 'zelf' ook aan het woord. We worden meegevoerd op een wandeling door het oudste deel van Amsterdam. De katten zijn wijsneuzig, soms onverschillig en weten vaak bijzondere zaken over hun leefomgeving onder de aandacht te brengen. Ook deze nieuwe druk is zeer geschikt als alternatieve wandelroute door het centrum van Amsterdam, al zal men zich op de wallen nog steeds afvragen wat men er komt doen. Ontmoetingen met de geportretteerden zullen echter wel zeldzaam zijn geworden, want de meeste portretten werden in kleurpotlood of als linosnede gemaakt in 1996 en 1997. De kleurrijke afdrukken van de portretten zijn lichter en daardoor duidelijker beter dan in de oorspronkelijke uitgave. Ook werd een enkele keer een alternatieve afbeelding gekozen. Aanbevolen voor poezenminnaars met gevoel voor humor en vanzelfsprekend voor de Amsterdammers.' - NBD|Biblion