BOEKEN

BOEK

Kamer 516

Kamer 516

Kirsten Hammann

Net als haar landgenoot Erling Jepsen is ook Kirsten Hammann een meester in absurde humor.

Mette leeft een comfortabel leventje met haar vijfjarige dochter Sofie in Kopenhagen, terwijl haar man in Arhus werkt en alleen in de weekenden thuiskomt. Ze zijn heel gelukkig samen. Maar ze vindt dat ze als burger van een rijk land te weinig doet voor de armen op deze aarde. Wel willen helpen, maar niets van eigen luxe willen opgeven - eigenlijk weet ze ook niet hoe het moet. Geld sturen is niet genoeg, maar wat kan ze eigenlijk echt bijdragen?

Schrijven heeft ze geleerd, dus schrijft ze in haar vrije uren een boek over de situatie in de ontwikkelingslanden. Als jonge moeder heeft ze geen tijd om verre reizen te maken, maar gelukkig krijgt ze assistentie van Stig van de organisatie Help. Op een dag verschaft hij haar toegang tot kamer 516 van een hotel in het centrum. Als je de kamer binnenstapt, is het - verbazingwekkend genoeg - net alsof je in de derde wereld terechtkomt. Op die manier kan Mette noodlijdende mensen in Afrika bezoeken en toch voor het avondeten weer thuis zijn. Maar het blijkt niet zo gemakkelijk in twee werelden tegelijk te leven. Mette vergeet haar dochtertje van school te halen, ze krijgt koorts en black-outs. De situatie loopt uit de hand. En haar man vindt algauw dat de ontwikkelingslanden haar veel te veel in beslag nemen.

Net als haar landgenoot Erling Jepsen is ook Kirsten Hammann een meester in absurde humor.

   

Op een ochtend in februari komt er een brief van Stig Danielsen, hoofd van de informatieafdeling van Help. Dat is wat je noemt een verrassing. Hij bedankt haar voor haar mail van oktober vorig jaar en verontschuldigt zich dat hij pas nu antwoordt, maar hij is met verlof geweest. Mocht ze hem nog steeds willen spreken, dan zou dat wat hem betreft ergens volgende week kunnen. Met vriendelijke groet, telefoonnummer en e-mailadres.

Mette is niet alleen verrast maar ook blij, want blijkbaar beschouwden ze haar bij Help in elk geval niet als een of andere idioot aan wie je niet eens een afwijzing hoefde te sturen. Ze had de hulporganisatie aangeschreven met de vraag of ze haar misschien konden helpen met wat research voor een boek dat ze wilde schrijven. Dat verzoek had haar veel moeite gekost. Ze had er wel een week over gedaan voor ze eindelijk aan de brief begon. Martin begreep er helemaal niets van.

Hij zei dat ze haar verzoek juist zouden moeten waarderen. Dat vond Mette eigenlijk ook. Als ze haar wat onderzoeksmateriaal verschaften en haar in contact brachten met een paar ontwikkelingswerkers, zou ze hun informatie gebruiken voor een boek. Vooral die belofte bezwaarde haar, want stel dat ze haar overvoerden met informatie en dat er uiteindelijk niets van dat boek terechtkwam? Maar ze beloofde het toch. Ze bood haar hulp aan, benadrukte dat ze graag wilde samenwerken, en eindigde (op sterk aandringen van Martin) met de verwachting uit te spreken dat ze er geen spijt van zouden krijgen.

Maar dat zagen ze daar kennelijk anders. Of ze zagen helemaal niets. Na twee weken wachten (het leek wel alsof het om een liefdesbrief ging) voelde ze zich ten slotte bevestigd in de gedachte dat je niets aan andere mensen moet vragen. En je moet ook niet te veel aanbieden. Dat beschouwen mensen niet als een geschenk maar als een last. ‘Wie wil die brief van die schrijfster beantwoorden? Waarom wordt zo’n mens niet gewoon lid en betaalt ze contributie in plaats van zichzelf op te dringen?’ De brief van Mette was zeker onder op een grote stapel beland, of – en dat leek Mette het meest waarschijnlijk – opzettelijk door iemand weggegooid, alsof het een reclamefolder of een huis-aan-huisblad was – oud papier dus.

Het was een bittere teleurstelling. Ze baalde en voelde zich een stomkop. Martin werd kwaad en zei dat ze daar niet goed snik waren. Dat was dan dat. Zo erg was het nu ook weer niet. Ze stond er niet langer bij stil.

Recensie op CuttingEdge.be ****

Kirsten Hammann snijdt een bijzonder thema aan in haar boek Kamer 516, en doet dat op een aparte manier. Wakker liggen van de wereld buiten ons eigen huisje, tuintje en kindje doen al niet te veel mensen, en als ze het doen, dan is de stap om ècht iets te gaan doen bijzonder groot. Niemand wil immers versleten worden voor geitenwollensokkendragende hippie. Ook Mette, het hoofdpersonage in Kamer 516 kampt met dit dilemma. Haar eigen middeklasseleventje lijkt perfect: een dochtertje, een man met wie ze spannende seks beleeft, een eigen flat en een fijne job.

Toch knaagt er iets bij Mette. Ook zij heeft het gevoel dat 'ze iets moet doen'. Als geste besluit ze haar volgende boek te wijden aan honger en armoede in ontwikkelingslanden. Een boek dat de wereld moet veranderen, zonder dat Mette moet raken aan haar eigen kleine verworvenheden: een middagdutje, vier keer per dag een lekkere maaltijd en de tijd die ze kan doorbrengen met Sofie en Martin. Zo gezegd, zo gedaan dus, en Mette schrijft een hulporganisatie in Denemarken aan om haar diensten aan te reiken. Zo rolt ze zonder het te weten in een experimenteel project waarbij ze als in een soort cyberspace plaatsen als een plattelandsdorp in Ethiopië, een kindertehuis in Roemenië en een Chinese sweatshop bezoekt, net echt.

Hammann gebruikt het experiment treffend als een metafoor voor de manier waarop ontwikkelingshulp vaak ervaren wordt: hulp bieden zonder dat er aan het eigen, veilige leventje wordt geraakt. Het is kijken naar een andere wereld, een buitenwereld die niets te maken heeft met het eigen veilige nest. Ook Mette trekt na ieder bezoek opgelucht de hotelkamerdeur achter zich dicht. Beetje bij beetje wil ze echter meer gaan doen. Als de dorpelingen ergens in Afrika haar smeken om drinkbaar water, gaat ze ze als een gek bevoorraden, maar het wordt pas echt ècht als een Afrikaans HIV-patiëntje haar per ongeluk volgt de gang van het hotel in. Ze neemt hem mee naar huis en zo begint haar ultieme plan, dat het hoogtepunt en meteen ook het keerpunt van de roman wordt.

Het project verbreekt de monotomie van haar dagen, maar zorgt er tegelijk voor dat in haar persoonlijke leven de afstand tussen haar en Martin steeds groter wordt. Het is treffend om te zien dat wanneer de crisis in haar persoonlijke leven openbreekt, er geen plaats meer is voor het project. Mette sluit zich af voor het project en richt zich nog enkel op haar eigen kleine wereld die op instorten staat. Hoewel de gevoelens van Mette uitgebreid beschreven staat, krijgt de lezer ruimte voor interpretatie. Hammann schreef een vlotte, uitnodigende roman over een weinig toegankelijk thema en benaderde dat op een manier die haar nog weinigen hebben voorgedaan.

Bespreking op Iedereenleest.be

Het boek is enorm verhalend en op een aparte manier geschreven. De schrijfster wil de westerse lezer een spiegel voorhouden nl. we vinden allemaal dat de watersnood, overstromingen, aids, hiv, kindersterfte.... erg zijn en we willen ook wel onze bijdragen leveren, maar dan liefst vanuit onze comfortabele zetel en zonder dat we er al te sterk mee geconfronteerd worden. Daarnaast stelt ze dat wij ons enkel voor de derde wereldproblematieken interesseren en of engageren als we al onze zaken netjes op een rijtje hebben.

Bron: IedereenLeest.be

Interview op DePers.nl

Kirstin Hammann bespot zichzelf en alle rijke huisvrouwen die ‘iets voor arme mensen’ willen doen. Een avonturenroman in een hotelkamer met een surrealistisch tintje.

Bron: DePers.nl

Recensie op CuttingEdge.be

Kirsten Hammann snijdt een bijzonder thema aan in haar boek Kamer 516, en doet dat op een aparte manier.

Bron: CuttingEdge.be

bekroond met de Danske Banks Litteraturpris 2008