BOEKEN

BOEK

IJsmaan

IJsmaan

Jan Costin Wagner

De bekroonde literaire thriller IJsmaan met in de hoofdrol de vriendelijke, melk drinkende inspecteur Joentaa vertelt verontrustend rustig en in de stilte van een prachtige winterlandschap over een oude droom van de mensheid: eenmaal in het leven de klok terugdraaien tot de volmaakte paradijselijke onschuld weer is bereikt. In hun verlangen daarnaar, merkt de inspecteur, gaan sommige mensen heel ver.

Zij was een prachtige vrouw. Kimmo Joentaa kan het niet vatten, dat woordje 'was', maar Sanna, zijn vrouw, is 'na een slopende ziekte' overleden. Als in trance probeert hij door te leven, en als in trance zit hij in het Finse Turku op zijn kantoor op het hoofdbureau van politie, als hij bij een misdrijf geroepen wordt. Een vrouw is in haar bed door verstikking om het leven gebracht. Wanneer hij de vermoorde vrouw aanschouwt, ziet hij meteen Sanna voor zich – ingeslapen en nooit meer ontwaakt.

De bekroonde literaire thriller IJsmaan met in de hoofdrol de vriendelijke, melk drinkende inspecteur Joentaa vertelt verontrustend rustig en in de stilte van een prachtige winterlandschap over een oude droom van de mensheid: eenmaal in het leven de klok terugdraaien tot de volmaakte paradijselijke onschuld weer is bereikt. In hun verlangen daarnaar, merkt de inspecteur, gaan sommige mensen heel ver.

   

Kimmo Joentaa was alleen met haar toen ze insliep.

Hij zat aan haar bed, het was al donker in de kamer, hij hield haar hand vast en probeerde haar polsslag te voelen. Als die weg leek te vallen en als hij ook haar zwakke ademhaling niet meer hoorde, hield hij zijn adem in, boog zich over haar heen en bleef stil zitten om weer contact met haar te krijgen. Als zijn vingers het bloed weer zachtjes voelden kloppen onder haar huid ontspande hij zich en zakte een beetje in elkaar.

Een paar keer keek hij op de klok omdat hij dacht dat het voorbij was. Hij had zich voorgenomen het tijdstip waarop ze stierf te onthouden, zonder erover na te denken waarom. Dat was al een paar dagen geleden, toen hij zat te wachten op een bankje voor haar kamer en staarde naar de sneeuwwitte deur waarachter ze lag. Rintanen, de behandelend arts, had hem apart genomen voordat hij met zware medicijnen en een bemoedigende glimlach bij haar naar binnen ging en had gezegd dat het nu heel snel, ieder moment, afgelopen kon zijn.

Hij liet haar niet meer alleen, gebruikte zijn maaltijden aan haar bed en bracht zijn nachten door in een onrustige halfslaap waaruit hij voortdurend wakker schrok, bang dat hij in de laatste seconden van haar leven niet bij haar zou zijn.
In zijn slaap had hij verwarde, sombere dromen.

In de dagen voor haar dood begon ze verhalen te vertellen die hij niet begreep. Ze vertelde over de dingen die ze zag, over een rood paard waarop ze reed en over reizen in landen in haar verbeelding. Ze praatte meer tegen zichzelf dan tegen hem en leek dwars door hem heen te kijken. Eén keer vroeg ze wie hij was en hoe hij heette. 'Kimmo,' zei hij, en haar lippen vormden zijn naam.

Hij aaide haar hand, luisterde naar haar, glimlachte als zij glimlachte en stond zichzelf niet toe in haar bijzijn te huilen. Een paar keer vroeg ze of hij haar op het rode paard kon zien rijden, en hij knikte.

Toen hij Rintanen ernaar vroeg, legde die hem uit dat de hallucinaties bijwerkingen van de medicijnen waren.
Ze had geen pijn.

Haar dood kwam 's nachts, drie dagen nadat Rintanen hem had ingelicht over de verslechtering van haar toestand. Het was donker in de kamer, hij voelde haar hand en wist instinctief waar haar ogen en lippen waren. Hij begon weg te zinken in een halfslaap en schrok wakker, opeens bang dat haar ademhaling ongemerkt zou stokken. Hij deed wat hij al vaak had gedaan, hield zijn adem in, boog zich over haar heen en bleef stil zitten. Hij wachtte tot hij haar lichte, oppervlakkige ademhaling zou horen, tot zijn vingers haar zwakke polsslag zouden voelen, maar deze keer kwam er niets.

Hij begon haar arm te aaien en boog zich verder over haar heen tot zijn wang haar lippen raakte. Hij streelde langzaam langs haar koude gezicht, liet zijn hoofd zinken in haar schoot. Toen kwam hij overeind en keek op de klok.
Het was veertien over drie en ze was ingeslapen.

De gedachte aan het moment van haar dood en aan de minuten erna had hem vaak beziggehouden, had hem tegen zijn wil gekweld, hij had geprobeerd het van zich af te zetten. Halfbewust had hij geloofd, gehoopt dat haar laatste adem ook zijn leven tot stilstand zou brengen. Af en toe had hij zich voorgesteld dat hij zou huilen zoals hij nog nooit had gehuild. Dat was een troostende gedachte, want in het beeld dat hij voor zich zag hadden de tranen het verdriet overdekt, misschien zelfs langzaam verslonden.

Nu het moment daar was dacht hij niet aan de voorstelling die hij zich ervan had gemaakt. Hij streelde haar hand, zonder te merken wat hij deed. Zijn leven was niet tot stilstand gekomen en hij huilde niet. Zijn ogen, zijn keel, zijn lippen waren heel droog. Later kon hij zich niet herinneren iets gedacht te hebben in de minuten die verstreken tot de nachtzuster kwam en hij tegen haar zei dat ze was gestorven.
De nachtzuster deed het licht aan, liep naar het bed, voelde de pols en hield haar ogen op hem gericht met een blik van geroutineerd medeleven. Hij ontweek die blik en keek in het schelle licht naar Sanna, wier gelaatstrekken hij in het donker slechts had vermoed.

Even dacht hij dat ze alleen maar sliep.

De nachtzuster liep de kamer uit zonder iets tegen hem te zeggen en kwam een paar minuten later terug met Rintanen, wiens medeleven echt leek. Rintanen had ervoor gezorgd dat hij, tegen de ziekenhuisreglementen in, dag en nacht bij haar mocht zijn. Hij nam zich voor hem daarvoor nog eens te bedanken.

Ook Rintanen controleerde wat al vaststond. Hij gaf een nauw merkbaar knikje, bleef even roerloos staan en streek toen heel zachtjes met zijn hand langs Sanna's schouder, een gebaar dat Kimmo Joentaa bijbleef.

'Ze is echt ingeslapen,' zei hij en Joentaa wist wat hij bedoelde. Haar gezicht verried geen pijn.

'Wilt u een tijdje bij haar blijven?' vroeg Rintanen en Joentaa knikte, hoewel hij niet zeker wist of hij dat wel wilde. Hij probeerde na te gaan wat hij voelde, terwijl de dokter met de nachtzuster de gang op liep. Hij voelde dat hij zich over dun ijs bewoog. Op de gang stonden Rintanen en de nachtzuster te praten. Hij verstond niet wat ze zeiden, maar hij wist dat het over Sanna ging en wat er met haar, met haar dode lichaam, moest gebeuren.
Hij dacht: Sanna is niet meer van mij.

Hij keek naar haar en had de indruk dat hij er weinig moeite mee had de aanblik van haar gesloten ogen te verdragen. Hij probeerde zich voor te stellen dat ze hem nooit meer aan zou kijken en dat hij haar voorgoed verloor. Hij probeerde haar gelaatstrekken in zich op te nemen. Na een tijdje wendde hij zich af, omdat hij merkte dat het niet lukte.

De opluchting niets te voelen sloeg om in de angst niet te kunnen huilen. Een vage angst dat het verdriet hem van binnen zou uithollen voor hij het merkte.
Plotseling, in een opwelling, stond hij op. Hij tilde haar lichaam op, drukte haar tegen zich aan, kuste haar mond, haar nek, beet zachtjes in haar hals, in haar schouders. Toen liet hij haar zakken, dekte haar toe.

Hij deed het licht uit en verliet de kamer zonder om te kijken. Hij liep snel door de gang. Toen hij in de auto zat begon hij na te denken. Hij voelde dat er iets ophanden was, hij wist dat het iets zou zijn wat hij niet kende. Hij was er bang voor, maar hij wachtte erop, hij hunkerde ernaar. Hij wilde thuis zijn als het losbrak.
Hij reed over de provinciale weg richting Angelniemi, parkeerde de auto voor de oprit. Hij liep naar het meer, dat glinsterde tussen de donkere bomen. De vermolmde steiger boog door onder zijn gewicht, hij had de indruk in het zwarte water getrokken te worden.

Hij was van plan geweest in de zomer een nieuwe steiger aan te leggen, maar ze had gezegd dat ze zo hield van alles zoals het was. Hij herinnerde zich haar woorden, de warme klank van haar stem. Ze zat waar hij nu stond, hij zag haar glimlach weer voor zich, haar bleke gezicht en voelde de angst die hem de adem benam toen hij haar aankeek.

Hij wist dat hij bij zijn bestemming was. Hij trok zijn schoenen uit en liet zijn voeten in het water zakken. Hij ademde de frisse wind in en nam opgelucht waar dat de kou van het water via zijn benen omhoogtrok. Hij wachtte tot het gevoel te bevriezen zich over zijn hele lichaam had verspreid. Toen liet hij zich achterover vallen, ging plat op zijn rug liggen en sloot zijn ogen. Hij zag haar op een rood paard rijden, hij zag haar lange, lichte haren in de wind. Hij wachtte tot het paard galoppeerde, wachtte tot ze lachte en hem iets toeriep, wachtte tot ze snel naar hem toekwam, gelukkig, roepend... Toen strekte hij zijn armen naar haar uit en ontving het verdriet, dat diep en vlijmscherp in hem binnendrong en hem nooit meer zou verlaten.

'Opmerkelijk dat dit mooie boek nu pas in het Nederlands verschijnt. Wagners debuut Nachtfahrt werd al bekroond en dit tweede boek wordt in heel West-Europa vertaald. Het speelt in Wagners 'tweede vaderland' Finnland. Politieman Kimmo Joentaa kan alleen nog maar verdoofd achter zijn bureau zitten als zijn jonge vrouw Sanaa in haar slaap aan kanker is overleden. Hij schrikt pas weer op bij een bijzondere moordzaak: een jonge vrouw is in haar slaap door verstikking om het leven gekomen. Al snel volgen meer van dergelijke moorden. Het bijzondere aan deze thriller is dat Wagner op subtiele, haast poëtische wijze de fascinatie van zowel de rechercheur als de seriemoordenaar voor slaap en dood weet te verbeelden. De twee zijn tot elkaar veroordeeld en stoten elkaar natuurlijk ook af: deze merkwaardige bezweringsdans speelt zich af tegen een bijna mystieke Finse achtergrond.' -  VN's Detective & Thrillergids 2005 ****

'In één weekend heb ik dit magistrale kunstwerk verslonden. Direct vanaf de eerste bladzijde grijpt het verhaal je bij de strot, om je pas op de laatste bladzijde weer lucht te geven. Het is niet zozeer de plot als wel de indringende en ontroerende manier van schrijven, dat dit boek zo bijzonder maakt. We volgen de Finse inspecteur Kimmo Joentaa, wiens vrouw net is overleden. De rouwverwerking wordt op bijzondere wijze vermengd met het onderzoek in een moordzaak. De parallellen die worden getrokken zijn razend knap beschreven. Geen woord is overbodig; elke zin staat op zijn plek. Het is bijna poëzie.' - Crimezone.nl *****

Vermelding op Crimezone.nl

IJsmaan is het mooiste boek dat ik in jaren las. Dat is een groot compliment, want mijn stapel gelezen boeken is aanzienlijk en het aandeel juweeltjes in die stapel ook.

Bron: Crimezone.nl