BOEKEN

BOEK

Een wrede zomer

Een wrede zomer

Norbert Gstrein

Een wrede zomer is gebaseerd op ware gebeurtenissen in Joegoslavië tijdens de jaren negentig.

Een wrede zomer is gebaseerd op ware gebeurtenissen in Joegoslavië tijdens de jaren negentig.

Als de journalist Christian Allmayer na een schietpartij in Kosovo om het leven komt, raakt zijn vriend en collega Paul geobsedeerd door de vraag hoe dit heeft kunnen gebeuren. Allmayer werkte al acht jaar als oorlogscorrespondent in Joegoslavië. Hij kende van nabij de gevaren van het front, sinds het pandemonium begin jaren negentig in Slovenië, Kroatië en Bosnië was losgebarsten. Hij wist hoe de grootste risico's omzeild moesten worden. Maar in Kosovo, waar de oorlog nota bene al was afgelopen, liep hij op onnozele wijze in een hinderlaag. Waarom? Heeft Allmayer de dood soms gezocht?

Paul reist met zijn Kroatische vriendin Helena naar Joegoslavië om te achterhalen wat er daadwerkelijk met Allmayer is gebeurd. De mensen met wie hij spreekt, vertellen verwarrende verhalen, of ze zwijgen, of ze uiten bedreigingen. Paul kijkt steeds dieper in de afgrond van de oorlog waarin ook zijn vriend Allmayer is verdwenen.

   

Ik had Paul altijd voor een praatjesmaker gehouden, die niet goed wist hoe hij zijn dagen door moest komen en mij in de gaten hield, die aan me gehecht was, al heb ik nooit helemaal begrepen waarom. Hij was al langer medewerker bij de krant, maar woonde pas sinds kort in de stad, en later herinnerde ik me nog precies hoe hij zich op een middag was komen voorstellen, toen ik toevallig op de redactie was, en er niemand was die iets met hem kon aanvangen, zodat hij snel weer verdween.

Drie dagen later sprak hij me aan in het café in Ottensen waar ik altijd ontbeet, en een paar weken lang schrok ik telkens als ik hem achter het raam zag zitten, hij was blijkbaar al stamgast, ik sloop langs en ging mijn koffie ergens anders drinken of keerde een halfuurtje later terug in de hoop dat hij niet langer zat te wachten, een ijdele hoop, zoals ik algauw inzag. Hij zat altijd op dezelfde plaats, met zijn gezicht naar de deur, in de asbak een sigaret die hij na het aansteken liet vergloeien zonder er ook maar één keer aan te trekken, en toen ik tenslotte dat verstoppertje spelen te kinderachtig vond worden en het opgaf, begroette hij me als een oude bekende en bood me een stoel aan naast hem.

Hij schreef voor het reiskatern stukken die hij ook aan andere kranten verkocht, en omdat ik daar nooit iets van zag, was zijn naam me eigenlijk onbekend. De vergelijking gaat misschien mank, maar tussen de verschillende redacties heerste een hiërarchie zoals die ook in gevangenissen moest bestaan, naargelang het soort misdaad dat men heeft begaan, en zo beschouwd zat hij op het niveau van een kinderverkrachter of net iets daarboven. Niet dat mijn positie als zogenaamde vaste freelancer, die zo'n beetje overal moest inspringen, veel beter was, maar wie iets had om op neer te kijken, keek erop neer, zoals hij later zelf een keer heeft gezegd.
Zijn Oostenrijkse accent was me niet ontgaan, en hoewel ik dat gewoonlijk liever verzwijg, vertelde ik hem dat mijn ouders uit Wenen kwamen. Toen vroeg ik wat hem naar Hamburg had gedreven, toch zeker niet een baan, hier was niets voor hem te vinden, en ik herinner me dat hij ineenkromp alsof ik van hem had willen weten waarom hij eigenlijk leefde. Alles aan hem leek me verbijsterend voorlopig, en hijzelf leek op bevel bereid opnieuw te beginnen, van voren af aan, bijna in de hoop verlost te worden, en zijn antwoord klonk zo dramatisch dat ik het moeilijk kan opschrijven zonder de indruk te wekken dat het niet gemeend was.

'Mijn doodsengel. '
Hoewel hij daarop luid in de lach schoot, die meteen weer wegebde, weet ik nog steeds niet of er niet toch een serieuze ondertoon in zat, zoals hij het zei, alsof het tot zijn dagelijkse woordenschat behoorde.
'Je hoeft geen sorry te zeggen,' ging hij door, zonder dat ik ook maar de kans had gekregen er iets op te zeggen. 'Je hebt me juist verstaan.'

Ik genoot er wel van als iemand zichzelf met één enkele uitspraak belachelijk wist te maken, maar of ik het wilde of niet, na een paar zinnen was het hem gelukt ons in de rol van twee rokkenjagers te manoeuvreren, in een gesprek over de eerste en de laatste dingen, alsof we niet wisten dat het nergens toe zou leiden en dat er al mensen genoeg waren die met dezelfde woorden in dezelfde clichés vastliepen.

Hij hoefde me niets in vertrouwen te vertellen, door de eenzaamheid die hij uitstraalde kwam ik er vanzelf achter dat zijn vrouw hem had verlaten en dat hij aangeslagen achter was gebleven en nu probeerde weer overeind te krabbelen, in het midden van het leven, zoals dat heette, alsof hij de keuze had vooruit of achteruit te gaan en de richting niet al definitief was vastgelegd. Hij had iets wat me deed denken aan kinderen met van die veel te dikke brillen, die ik instinctief altijd zo zielig had gevonden, die hun veters nog net zelf konden strikken, maar voor wie de rest al veel te moeilijk was.

In mijn ogen was hij een van die mensen die op een bepaald moment in hun leven, als ze plotseling voor een gesloten deur bleken te staan, naar alternatieven zochten, hulpeloze ontsnappingspogingen ensceneerden en de wereld niet meer begrepen. Wat hij vertelde was het oude verhaal, en eigenlijk verveelde het me, in mijn kennissenkring had ik het in alle mogelijke varianten gehoord, en het eindigde er telkens weer mee dat iemand er op een feestje tussenuit kneep en naar de hoeren ging, alsof hij daarmee alle gemiste revoluties goed kon maken, of er doemde plotseling een meisje aan zijn zij op, dat hem om onbegrijpelijke redenen mateloos bewonderde, zodat hij dacht dat hij samen met haar zijn executie nog wat kon uitstellen.

'De roman had niet zo geslaagd kunnen zijn als Gstrein het verslag van dit treurspel niet op ingenieuze wijze had verbonden met een spel van intieme persoonlijke betrekkingen. Een roman van Europese allure en bovendien een spannend boek.' – NRC Handelsblad

'Het is een spannend boek over de onmogelijkheid zich een waarachtig beeld van de oorlog te vormen, en het is tegelijk een felle kritiek op de gebruikelijke oorlogsverslaggeving.' – Frankfurter Allgemeine Zeitung

'De lezer raakt gefascineerd door de kracht van Gstreins beelden. Zo heeft nog niemand geschreven over de ondergang van Joegoslavië. Het boek heeft alles wat grote literatuur kenmerkt.' – Neue Zürcher Zeitung