BOEKEN

BOEK

De vliegfiets

De vliegfiets

Pieter Toussaint

Een meeslepend en aangrijpend verhaal over fantasie die fataal wordt, over mislukking en triomf.

Een meeslepend en aangrijpend verhaal over fantasie die fataal wordt, over mislukking en triomf.

Ytze en zijn broer Vincent zijn fanatieke bouwers. Grote inspiratie is een map ontwerptekeningen uit de nalatenschap van hun grootvader. Deze grootvader wordt geadoreerd door de hele familie, en is hen steeds als voorbeeld voorgehouden vanwege zijn inventiviteit en zijn sociale bewogenheid.

Maar op een stille zondagmorgen loopt de zorgvuldig voorbereide proefvlucht met een van hun constructies, de vliegfiets, fataal af. Deze zondagmorgen zal Ytze niet meer loslaten. In zijn dromen blijft de dood van zijn broer hem op de hielen zitten. Hij beseft dat er maar één manier is om van zijn schuldgevoel los te komen: hij moet naar Friesland, naar het dorp van zijn grootvader, en opnieuw diens tekeningen bestuderen. Was zijn grootvader een fantast of was hij tóch een geniale uitvinder die zijn tijd ver vooruit was?

   

Ik heb maar één foto van ons beiden. Wij samen in een klein opblaasbadje. Mijn vader is op de grond gaan liggen om de foto te nemen. Het geeft je als kijker het gevoel dat je over de rand heen gluurt. Onze hoofden met natte plakharen steken er net boven uit. Twee jonge vogels in hun nest. Een grap die door Vincent was bedacht. Boven mijn hoofd zweeft zijn rechterhand, klaar om mij terug te duwen. Vincent de regisseur, zoals altijd.

Zo nu en dan pak ik de foto uit het laatje waarin ik hem heb weggestopt, en leg hem voor mij op tafel. Ik probeer onze lach te doorgronden. Mijn mond is minder ver geopend dan de zijne. Bij hem zie je bijna al zijn tanden, boven en onder. Bij mij is het slechts een witte streep tussen mijn lippen. Hij zegt wellicht iets op het moment dat de sluiter zich opent. Zijn ogen zijn groter. Hij houdt mijn vader in de gaten of die de grap wel uitvoert zoals bedoeld. Ik lach zonder plezier te hebben, dat is mij in de afgelopen jaren wel duidelijk geworden. De ochtend van het besluit heb ik de foto er ook weer bij gepakt.

Zo’n ochtend dat je in het grauwe schemerlicht wakker wordt, klam en in de war. Ik dacht een stem te hebben gehoord, een knal misschien, of mogelijk had een lichtflits me wakker gemaakt. Buiten op straat was het stil. Uitgestorven. De struiken aan de overkant bewogen in de wind. Het was de enige beweging die het oranje licht van de straatlampen liet zien. Ik dronk een glas water bij de wastafel en bekeek mijn gezicht in het tl-licht. Wit – de neus die vooruit stak, mijn huid als de schil van een sinaasappel overdekt met putjes. Toen herinnerde ik mij de droom.

Vincent en ik staan weer in de tuin. Midden op het grasveld dat in een scherpe bocht omhoogkruipt tegen de dijk waartegen het huis is aangebouwd. De zon, de wind. Ik moet mijn ogen dichtknijpen. Vincent buigt zich voorover. Zijn haar waait op in de wind.

Het beeld dat de droom aan mij opdrong was dat van een sacraal moment. De tuin die zich strekt, het huis dat zich terugtrekt in onverklaarbare schaduwen. Alleen wij groeien. Vincent benoemt onderdelen van één van onze knutsels, als in een mantra. Herhaling die zich ook heeft vastgezet in zijn bewegingen. Ik wil iets zeggen, en probeer dichter naar hem toe te gaan. We raken steeds verder uit elkaar.

‘Alles volgens tekening en in de juiste maten.’
Ik hoor weer zijn stem, zoals zo dikwijls in mijn dromen. Triomfantelijk, maar ook gespannen.
‘Heb je alles nagerekend?’

Alles nagerekend. Ik was de rekenmeester, Vincent de handwerker. Ik bewonderde zijn vindingrijkheid, zijn handigheid. Hoe hij gedachten – getallen en formules – tot leven wekte, tot tastbare werkelijkheid maakte. Ik kon, en kan, nog geen moer op een bout draaien, maar ik kon wel wat uitrekenen. De werkelijkheid voorspellen in maat en getal. Dat was mijn kunstje. Daar bewonderde Vincent mij om, hoopte ik.
Ik breng mijn gezicht dicht bij het zijne om hem mijn berekeningen uit te leggen. Hij wijkt achteruit. Als ik mijn hand uitstrek, wijkt zijn lichaam, alsof het vloeibaar is. Mijn stemgeluid waait terug in mijn eigen gezicht. Ik blijf ongehoord, onopgemerkt.

Bespreking op Recensieweb.nl

Ytze, de hoofdpersoon van De Vliegfiets, onttrekt zich aan deze discussie door zich niet op de geslaagde uitvindingen te richten, maar op die ontwerpen en producten die het wel in zich hadden een DCI te worden, maar het desalniettemin niet redden.

Bron: Recensieweb.nl

Recensie op 8weekly.nl

Vliegen is een lang gekoesterde droom van de mensheid. In de manuscripten van onze laatste 'homo universalis', Leonardo da Vinci, zijn al tekeningen gevonden van een soort helikopter. Het luchtruim heeft lange tijd boven ons gehangen als de verblijfplaats van onze god(en) en daarmee als een belofte.

Bron: 8weekly.nl