BOEKEN

BOEK

De kunst van het kompaslezen

De kunst van het kompaslezen

Pieter Toussaint

Ooit waren ze beste vrienden, Ate Joustra en Rudi Dudock. Geboren in dezelfde straat, in zo'n typisch naoorlogse nieuwbouwwijk. Buren over de vloer, barbecue op zondag; niets is aan hen voorbijgegaan.

Ooit waren ze beste vrienden, Ate Joustra en Rudi Dudock. Geboren in dezelfde straat, in zo'n typisch naoorlogse nieuwbouwwijk. Buren over de vloer, barbecue op zondag; niets is aan hen voorbijgegaan.

Als de jongens veertien zijn, verdrinkt Ate's vader onder verdachte omstandigheden tijdens een zeiltocht van Engeland naar Nederland. Rudi's vader en nog twee andere buurmannen overleven de tocht. Ate's vader zeilde alleen, zonder navigatieapparatuur. Het ongeluk blijft onopgehelderd en als Ate's moeder de rechtszaak tegen de buurmannen verliest, verhuizen de Joustra's. De boezemvrienden verliezen elkaar uit het oog.

Nu is Ate vastgelopen in zijn carrière. Hij is te zwaar, lijdt een ongezond leven en heeft hartklachten. Het verleden blijft knagen, maar veel resteert hem niet, behalve enkele krantenartikelen en de dagboekaantekeningen van zijn moeder. Maar dan vindt hij op het internet informatie over Rudi, die in een kleine plaats in Australië woont. Het geluk waar Ate altijd zo naarstig naar op zoek is geweest, lijkt door zijn oude jeugdvriend te zijn gevonden. Wat Ate niet weet, is dat Rudi zijn vriend altijd is blijven schrijven, zonder ooit één brief te versturen. Ate besluit Rudi te gaan bezoeken, een oude schuld moet worden ingelost. Maar het weerzien loopt anders dan verwacht.

   

Ik kon niet schrijven. Zoveel gebeurd in die paar weken sinds mijn laatste gekrabbel. Dirk is weg. Precies waar ik altijd bang voor ben geweest. Dat stomme zeilen van hem ook. Ik heb het altijd gezegd: het wordt je dood nog eens. En nou weet ik geeneens zeker of hij dood is of nog leeft. Ze hebben de boot teruggevonden, dat wel. De mast was eraf en het luik naar de kajuit was open. Er was water in gelopen. Ik heb het gezien. De agent die het plastic tasje ging pakken waarin nog wat persoonlijke spullen zaten, moest door het water waden. Terwijl ik me vooroverboog en mijn hoofd de kajuit instak, zag ik de gezichten van Ate en Jacqueline voor één van de plexiglas ruiten. God o god, dacht ik, hoe moet dat nou met jullie verder?

Ik weet zeker dat hij dood is, maar ik zeg het niet tegen de kinderen. Ze moeten hoop houden.
Het was eigenlijk een vergissing. De eerste keer dat we weer warm aten na Dirks verdwijning, dekte ik de tafel voor hem. Niemand zei er iets van. We aten heel stilletjes. Sindsdien dek ik steeds een extra bord. Ik ga hem niet begraven voordat ik zijn lijk heb gezien.

In zee vinden ze je lijk niet. Dirk heeft het me zelf een keer verteld. Eerst zink je, omdat het water in je longen loopt en in je maag en je darmen. Dan, als je gaat ontbinden, blazen de verrottingsgassen je op en als een ballon stijg je weer naar de oppervlakte. Zo dobber je een tijdje in de golven. De zon droogt je uit, de vogels pikken in je sponsachtige vlees en als er genoeg gaten in je lichaam zitten waardoor de lucht kan ontsnappen, zink je weer. Zinken, drijven, zinken: dat is het zeemansgraf.

Ze moeten hem dus vinden als hij even aan de oppervlakte is.
Gisteren was Greta hier. D’r gezicht weer geverfd als een sloerie, natuurlijk. Ze zat heel zenuwachtig met haar koffielepeltje te rommelen. Een paar keer liet ze het lepeltje op de grond vallen. Ik werd daar gek genoeg heel rustig van. Ze zei steeds dat ze hoopte dat Dirk snel gevonden zou worden. Ik hoop het ook, zei ik tegen beter weten in. Het lag op mijn lippen om te zeggen dat hij allang dood was. Na de koffie dronken we een portje. Ze werd opeens heel openhartig. Daan was niet meer dezelfde na zijn thuiskomst. Hij was onrustig en schold op de kinderen. Hij had er spijt van dat ze Dirk alleen hadden laten gaan.
Volgens Daan was hij er zomaar alleen vandoor gegaan.

Ik vertelde dat Dirk het liefst alles alleen wilde doen. Hij vertrouwde anderen niet. Zeker niet als het om zeilen ging. Tjesus, de eerste keer dat ik met hem meeging. Ik mocht alleen maar op de bodem van de boot zitten en bewoog van links naar rechts op zijn commando.

'Het verhaal laat zich lezen als een spannend jongensboek, maar is tevens het relaas van de teloorgang van een vriendschap, die voor beide jongens van geheel andere betekenis blijkt te zijn geweest - als hij al ooit bestaan heeft.' - Noordhollands Dagblad

'De kunst van het kompaslezen van Pieter Toussaint ontvouwt zich vanuit drie afwisselende gezichtspunten in een rustig tempo, maar onder de oppervlakte sluimert van alles. Spannend dus!' - Nouveau

'Toussaint verstaat in ieder geval de kunst van het boeiend vertellen. Ondanks zijn sobere schrijfstijl, waarin geen woord te veel lijkt, weet hij keer op keer de lezer de juiste weg langs alle mislukkingen heen te leiden.' - Recensieweb

Bespreking op Recensieweb.nl

Het geluk zit Ate Joustra een tijdje niet mee. Hij is te zwaar en een hartinfarct ligt op de loer. Op doktersadvies moet hij stoppen met roken en drinken, waardoor hij al gauw ongenietbaar wordt voor zijn omgeving.

Bron: Recensieweb.nl