BOEKEN

BOEK

De eigenzinnigheid van Hammerstein

De eigenzinnigheid van Hammerstein

Hans Magnus Enzensberger

Deze familiegeschiedenis is genuanceerd en nauwkeurig en maakt het morele dilemma van Hammerstein actueler dan ooit.

Generaal Kurt von Hammerstein, grandseigneur en van adel, was chef van het Duitse leger tot de dag in februari 1933 waarop Hitler in de dienstwoning van de generaal zijn plannen voor de Tweede Wereldoorlog bekendmaakte. Na deze geheime toespraak diende Hammerstein onmiddellijk zijn ontslag in. ‘Angst is geen houding,’ zei hij en hij maakte geen geheim van zijn afschuw voor de nationaal-socialisten en vooral ook voor Hitler. Maar hij bleef in het leger, weliswaar in een ondergeschikte functie.

Hammerstein was een buitengewoon intelligente man, maar zijn houding roept veel vragen op. Dacht hij dat de mogelijkheden voor effectief verzet te klein waren omdat de Duitsers aanvankelijk Hitler massaal steunden? Wantrouwde hij de conservatieve oppositie binnen het leger, of zat hij gevangen in de erecode van zijn klasse? Of was hij gewoon de tragische twijfelaar met een dubbelleven, die in een tijd van grote beslissingen probeerde te schipperen?

Ook de levensloop van zijn zeven kinderen is opvallend. Twee dochters waren spionnen voor de Komintern in Rusland, twee zonen waren bij Stauffenbergs verzetsgroep betrokken, allen getekend door illegaliteit, verzet en gevangenschap.
Enzensberger heeft in de onlangs geopende archieven in Berlijn en Moskou en die in München en Toronto veel nieuwe documenten gevonden. In de familiegeschiedenis van Hammerstein zijn alle belangrijke motieven en tegenstellingen van de twintigste eeuw terug te vinden. Enzensberger heeft met behulp van literaire middelen waaronder het zogenoemde dodengesprek iets extra’s gecreëerd wat in een gewone biografie niet mogelijk is. Deze familiegeschiedenis is genuanceerd en nauwkeurig en maakt het morele dilemma van Hammerstein actueler dan ooit.

   

Een moeilijke dag

Zoals iedere ochtend verliet de generaal op 3 februari 1933 stipt om zeven uur zijn woning in de oostelijke vleugel van het Bendlerblock. Het was niet ver naar zijn dienstvertrekken. Ze lagen één verdieping lager. Daar zou hij nog diezelfde avond om de tafel gaan zitten met een man die Adolf Hitler heette.

Hoe vaak had hij hem eerder ontmoet? Hij zou al in de winter van 1924-1925 kennis met hem hebben gemaakt in het huis van pianofabrikant Edwin Bechstein, die hij sinds zijn jeugd kende. Dat zegt zijn zoon Ludwig. Zijn vader zou niet van Hitler onder de indruk zijn geweest. Hij omschreef hem destijds als warhoofd, maar wel een geslepen warhoofd. Bechsteins vrouw Helene was vanaf het begin een groot bewonderaarster van Hitler. Ze heeft hem in zijn Münchense tijd niet alleen financieel ondersteund – er zou sprake zijn geweest van leningen en juwelen –, maar ook geïntroduceerd bij wat zij als ‘beschaafde kringen’ beschouwde. Ze organiseerde grote soupers voor Hitler om hem kennis te laten maken met invloedrijke vrienden, en leerde hem hoe je aan tafel een mes behoort te gebruiken, wanneer en waar je een dame de hand kust en hoe je een rokkostuum draagt.

Een paar jaar later, in 1928 of 1929, bezocht Hitler de generaal in zijn privéwoning aan de Hardenbergstraße, niet ver van Bahnhof Zoo, vermoedelijk om te peilen hoe er in de generale staf over hem werd gedacht. Franz von Hammerstein, toen zeven of acht jaar oud, herinnert zich hoe zijn vader dit bezoek ontving: ‘Ze zaten op het balkon en spraken met elkaar. De mening van mijn vader over deze man: hij zou te veel en bovendien te chaotisch praten. Hij moest niets van hem hebben en liet dat ook merken. Toch bleef Hitler contact met hem zoeken en bezorgde hem een gratis abonnement op een nazitijdschrift.’

Tot een derde ontmoeting kwam het op 12 september 1931 op initiatief van Hitler, inmiddels de leider van de op één na grootste partij van Duitsland, een ontmoeting die plaatsvond in het huis van een zekere Von Eberhardt. ‘Hammerstein zei over de telefoon tegen zijn vriend [en toenmalige minister van Defensie] Kurt von Schleicher: “De grote man uit München wil ons spreken.” Schleicher antwoordde: “Ik kan jammer genoeg niet.”’ Het gesprek duurde vier uur. Het eerste uur was Hitler, op een tegenwerping van Hammerstein na, ononderbroken aan het woord, in de andere drie uur werd gediscussieerd en Hammerstein zou, aldus die Eberhardt, tot slot hebben gezegd: ‘Wij willen minder hard van stapel lopen. Maar verder zijn we het eigenlijk eens.’ Heeft hij dat werkelijk gezegd? Het zou een indicatie zijn dat ook de knapste koppen niet van de diepgewortelde ambivalenties van de crisistijd waren gevrijwaard.

Na dit gesprek vroeg Schleicher aan Eberhardt: ‘Wat vindt u eigenlijk van die Hitler?’ – ‘Veel van wat hij zegt is natuurlijk af te keuren, maar vanwege zijn grote aanhang onder het volk kunnen we niet om die man heen.’ ‘Wat moet ik met die psychopaat?’ schijnt Schleicher, destijds generaal-majoor en een van de invloedrijkste politici van het land, te hebben geantwoord.

Nog geen jaar later zou ‘die psychopaat’ de heerschappij over Duitsland veroveren. Op 3 februari 1933 nam hij voor het eerst contact op met de leiders van de Reichswehr om hun zijn plannen uiteen te zetten en hen, zo mogelijk, voor zich te winnen. Gastheer op deze avond was generaal Kurt Freiherr von Hammerstein-Equord.

Hij was op die dag vierenvijftig jaar oud en leek op het hoogtepunt van zijn carri̬re. Al in 1929 was hij als generaal-majoor tot hoofd van het Truppenamt [de militaire administratie Рvert.] benoemd. Dat was een verhullende benaming, want in de praktijk gaf hij leiding aan de generale staf van de Reichswehr, die volgens de bepalingen van het Verdrag van Versailles geen generale staf mocht hebben. Een jaar later werd hij bevorderd tot generaal en benoemd tot chef van de legerleiding, de hoogste positie binnen het Duitse leger. Deze benoeming was destijds zeer omstreden.

De rechtse partijen waren er radicaal op tegen. Ze verweten hem een gebrek aan ‘nationalisme’. Op het ministerie van Defensie werd hij ‘de rode generaal’ genoemd, waarschijnlijk omdat hij het Rode Leger uit eigen observatie goed kende. Hij was onder de indruk van de nauwe band tussen het Russische leger en de massa’s, terwijl de Reichswehr politiek gezien volledig van de arbeidersklasse geïsoleerd was. Toch was het absurd om Hammerstein, zoals in de Völkischer Beobachter gebeurde, aan te vallen op zijn linkse voorkeuren; wat zijn habitat betrof was hij een adellijke o;cier van de oude school. Bij een bevelhebbersoverleg in februari 1932 liet hij zich in ondubbelzinnige termen uit: ‘Wat onze gezindheid betreft staan we allemaal ter rechterzijde, maar we moeten wel beseffen wie er schuld heeft aan de huidige puinhoop in de binnenlandse politiek. Dat zijn de leiders van de rechtse partijen. Zij hebben die veroorzaakt.’

Hoewel hij dus kon terugblikken op een succesvolle carrière, had Hammerstein een jaar later schoon genoeg van zijn positie.


Download het fragment als PDF

'De biografie die Hans Magnus Enzensberger schreef, een onconventionele biografie die tegelijkertijd een essay is en waarvoor zelfs de nadere aanduiding ‘adembenemend’ ontoereikend is, komen enkele staaltjes voor van zijn heldenmoed. Sarcastisch gepresenteerd, die moed, nooit bezongen of vergroot, altijd eerder gekleineerd en getrivialiseerd. ‘Angst is geen wereldbeeld’, was het resolute motto dat Kurt von Hammerstein zijn kinderen voorhield. En wat voor kinderen: drie dochters, die hij helemaal niet hoefde uit te leggen dat vanuit angst niet te handelen valt. Dat wisten zij zelf allang.' - de Volkskrant

'Hans Magnus Enzensberger, inmiddels 79 jaar oud, heeft een prachtige biografie geschreven over Kurt von Hammerstein. De generaal wordt daarin getoond vanuit diverse gezichtspunten: als man van adel, als militair strateeg, als politicus, als vader van een gezin met zeer opmerkelijke kinderen, maar vooral als speelbal van politieke omstandigheden. Enzensbergers boek is een prisma dat voortdurend wisselende kleuren werpt op een figuur die de lezer aan het eind van het boek scherp en helder voor ogen staat.' - De Groene Amsterdammer

Interview in NRC Handelsblad

H.M. Enzensberger over zijn eigenzinnige biografie van een ‘goede Duitser’

Bron: NRCBoeken.nl

bekroond met de Jean-Monnet prijs 2010