BOEKEN

TITELPAGINA

  • HET BOEK
  • FRAGMENT
  • QUOTES
  • ARTIKELEN
  • TITELINFORMATIE

Grotere afbeelding

Een bruidsjurk uit Warschau

Lot Vekemans


De mooie Marlena woont op het Poolse platteland en is tot grote zorg van haar moeder nog steeds niet getrouwd. Als ze op een dag verliefd wordt, verandert haar leven radicaal. Wat volgt is een reis langs drie mannen die ieder op hun eigen manier van haar houden.

De eerste is Natan, een jonge Amerikaanse journalist, met wie Marlena haar eerste intense liefde beleeft. Maar als zij zwanger van hem blijkt te zijn, zit Natan onbereikbaar in Amerika. De tweede is Andries, een Nederlandse boer die via een huwelijksbureau met Marlena trouwt in een poging de leegte in zijn boerderij te vullen. Als hij hoort dat Marlena zwanger is van een andere man, accepteert hij haar zoon als de zijne. De derde is Szymon, een Joodse Pool die als baby in Nederland terechtkwam en begin jaren voor het eerst naar het land van zijn ouders reist. Daar ontmoet hij de inmiddels teruggekeerde Marlena en haar zoon Boris. Met hen probeert hij het gemiste gevoel van familie en verbondenheid te herstellen.

Maar alles loopt anders als Boris besluit te stoppen met praten, Andries onverwacht in Polen verschijnt en er een stapel brieven van Natan boven water komt.

Over het verlangen zelf richting te geven aan je leven vertelt de bekroonde toneelschrijfster Lot Vekemans (Gif, Zus van, Truckstop) in haar eerste roman met steeds weer verrassende wendingen, en met een intensiteit die haar als toneelschrijfster beroemd gemaakt heeft.


BESTELLEN
Download het fragment als PDF

1.

Het was juni en veel te warm voor de tijd van het jaar. We hadden de raampjes van de auto van buurman Wieslaw open gedraaid, maar nog sloeg de hitte je in het gezicht. Ik zat samen met mijn moeder en zus Irina op de achterbank, mijn ene bil schuin tegen de zijwand aangedrukt en mijn hoofd gebogen om niet bij elke hobbel tegen het dak te stoten. Naast me zat mijn moeder, onze heupen tegen elkaar aangeklemd als waren we op die plek aan elkaar vastgegroeid. Aan de andere kant van mijn moeder zat Irina, ze leunde af en toe naar voren om haar hoofd uit het raampje bij buurman Wieslaw te steken en gilde dan naar alle auto’s die ons tegemoet kwamen. Moeder sloeg haar met de vlakke hand op haar blote benen, om haar tot stilte te manen. Tevergeefs. Op onze schoot lagen vijf geelwitte vlaggen. Voor mij zat buurvrouw Pola, wijdbeens en met haar handen op het dashboard. Ze schreeuwde naar buurman Wieslaw dat hij op moest passen, voor een gat in de weg, een koe langs de kant of een oude man die plotseling overstak.
Buurman Wieslaw zei niks. Hij vervloekte binnensmonds mijn vader die op het laatste nippertje besloten had om vandaag niet mee te gaan, waardoor we ineens met zijn allen in zijn piepkleine Fiat moesten. Mijn kleine geitje, noemde hij zijn auto liefkozend. Het ding was al vijftien jaar oud en in die tijd van rood naar vaalrood gekleurd, maar Wieslaw was er trots op alsof het de nieuwste Volkswagen was. Hij waste hem elke week en daarbij raakte hij zijn kleine geitje met meer tederheid aan dan ik hem ooit bij buurvrouw Pola heb zien doen.

We kwamen net terug van Warschau waar we de paus hadden gezien. Met de geelwitte vlaggen hadden we samen met duizenden mensen langs de kant van de weg staan zwaaien naar de pausmobiel. Overal langs de weg klonk het ‘Barka’ uit luidsprekers die aan lantaarnpalen waren opgehangen. Het was het lievelingslied van de paus. Irina had uit volle borst meegezongen. Ik zong niet graag. Mijn moeder en buurvrouw Pola stonden onder een paraplu die hen beschermde tegen de felle zon. Mijn moeder klaagde dat de paus veel te laat was en dat haar jurk te strak zat en dat ze amper wat kon zien. Buurman Wieslaw was op een groenstrook naast de weg op de grond gaan zitten en schilde een peer. Wat hem betreft mocht het hele circus zo snel mogelijk weer voorbij zijn. Mijn vader en mijn broer Milosz waren thuisgebleven. Zij hadden de paus twee jaar geleden nog gezien. Moeder had toen niet meegekund vanwege een verstuikte enkel. Bij elke stap gilde ze het uit van de pijn. Het was gebeurd toen ze het trapje naar de kelder afliep om aardappelen te halen. Honderdduizend keer al was ze dat trapje afgelopen om aardappelen te halen, of wortelen, of kool. En nu stapte ze mis. Ze slaakte een kreet en lag onder aan de trap in de kelder. Milosz was thuis geweest. Hij droeg haar naar boven en wilde de dokter halen. ‘Geen dokter,’ zei mijn moeder. Milosz drukte zachtjes op haar enkel en moeder schreeuwde het uit. ‘Geen dokter!’ Ze had er vier weken niet op mogen staan. Ze liep met krukken en vloekte dat het een lieve lust was.

De paus kwam voor de zevende keer naar ons land. Er werd gezegd dat Kwaśniewski hem gevraagd had om hem te steunen in zijn strijd om Polen bij de Europese Unie te krijgen. Anderen zeiden dat hij uit eigen beweging was gekomen om Solidarność te steunen bij een comeback in de politiek. Een enkeling beweerde dat de paus nog steeds angst had dat de communisten het weer voor het zeggen zouden krijgen in Polen. Maar dat was onzin. Het communisme was voorbij en Polen was al tien jaar vrij. Mijn vader was er niet blij om. ‘Wat maakt het uit dat je vrij bent,’ zei hij, ‘als het daardoor niks beter wordt.’ Volgens mijn vader hadden alle veranderingen hem helemaal niks opgeleverd. Hij vroeg alleen: ‘Wat kost een brood, wat kosten de aardappelen, wat kost een bord zuurdesemsoep in de kantine van Janusz?’ Ik haatte die zuurdesemsoep. ‘Een goede boerenmaaltijd,’ zei mijn moeder. In Polen zijn alle boeren arm. Maar honger hadden ze nooit. ‘Behalve in het jaar dat jij werd geboren. De hele oogst mislukt.’ Mijn vader had toen de aardappelen en de wortelen en de kolen ingegraven. In een kuil vlak achter het huis. Hij had een klein houten deurtje gemaakt dat hij had afgedekt met gras en mos. Als je het niet wist, was het onmogelijk om die kuil te vinden.

'Je stopt niet met lezen. Je wilt meer en meer. Lot Vekemans kán schrijven. Een bruidsjurk uit Warschau is weliswaar haar romandebuut, maar ze heeft al tientallen toneelteksten op haar naam staan. En dat merk je. Met weinig woorden weet Lot Vekemans een enorme sfeer op te roepen. Moeiteloos krijg je beelden bij wat je leest en leef je je in de personages in. Met weinig ingrediënten ontstaan passages die je beroeren. Een schrijfster van weinig woorden, die Lot, maar met een groot verhaal.' - Zin Magazine

'Een ontroerende geschiedenis van een gebrek aan liefde en een teveel aan schrijnende onmacht. In uitgebeende zinnen, maar uiterst beeldend beschrijft Vekemans situaties, in korte, kernachtige dialogen legt ze al de pijn en het onvermogen bloot die haar personages kenmerken.' - Dagblad van het Noorden ****

'Ademloos Een bruidsjurk uit Warschau gelezen! Prachtig.' - Boekhandel Veenstra

Lot Vekemans te gast bij Opium Radio

Lot Vekemans is een gelauwerd toneelschrijfster. Zij won onder meer de Taalunie Toneelschrijfprijs voor ‘Gif’. Volgende week verschijnt haar debuutroman ‘Een bruidsjurk uit Warschau’. Hoofdpersoon van het boek is de mooie Marlena die op het Poolse platteland woont en tot grote zorg van haar moeder nog niet getrouwd is. Als Marlena verliefd wordt, verandert haar leven radicaal. Er volgt een reis langs drie verschillende mannen.

Bron: Cultuurgids.AVRO.nl
Voorpublicatie op Athenaeum.nl

20 april verschijnt Lot Vekemans' romandebuut Een bruidsjurk uit Warschau. Wij publiceren de eerste pagina's voor.

Bron: Athenaeum.nl

Grotere afbeelding

ISBN: 9789059363410
Bindwijze: Gebonden
Verschijningsdatum: 18-04-2012
Omvang: 208 p.
Prijs: € 19.90
Bestellen: Bol.com
PERMANENTE LINK - DEEL DEZE PAGINA

AUTEURS

Over de auteur(S)

Boeken

GERELATEERDE BOEKEN

HOMEPAGE | VORIGE PAGINA | TOP