BOEKEN

BOEK

Wereld en wandel van Michael K

Wereld en wandel van Michael K

J.M. Coetzee

De jonge tuinman Michael K besluit om zijn oude en zieke moeder naar huis te brengen, zodat ze haar geboortedorp nog één keer kan zien. Zijn reis voert hem dwars door het Zuid-Afrikaanse platteland en dwars door een burgeroorlog, waar hij zich verre van probeert te houden. Maar dat blijkt onmogelijk. Vanaf de problemen die hij heeft om een reispas te bemachtigen tot de confrontatie met de plaatselijke guerrilla’s, is Michael K’s tocht uitzichtloos. Zijn moeder sterft voor zij hun dorp bereiken en Michael wordt gevangengezet. Michael K is een soort Robinson aan het randje van de wereld en zijn verhaal heeft dankzij de oprechtheid en intensiteit diepe indruk bij de lezers gemaakt.

Wereld en wandel van Michael K is een van de weinige romans van J.M. Coetzee waarin hij - net als In ongenade - expliciet de situatie in Zuid-Afrika beschrijft.

   

Het eerste dat de vroedvrouw aan Michael K opviel toen ze hem van uit zijn moeder de wereld op hielp, was dat hij een hazenlip had. De lip was gekruld als een slakkenpootje, het linkerneusgat stond wijd open. Terwijl ze het kind een moment aan de blik van de moeder onttrok, wrikte ze het op een bloemknopje gelijkende mondje open en constateerde dankbaar dat het gehemelte ongeschonden was.

Tegen de moeder zei ze: ‘U moet er juist blij mee zijn, ze brengen het huishouden geluk aan.’ Maar Anna K had meteen al een hekel aan het mondje dat niet wilde dichtgaan en aan het levende, roze vlees dat het haar onthulde. Ze huiverde bij de gedachte aan wat er al die maanden binnen in haar was gegroeid. Het kind kon niet aan de borst zuigen en huilde van de honger. Ze probeerde een fles; toen het ook niet aan de fles kon zuigen, voerde ze het met een theelepeltje en raakte ongeduldig als het hoestte en knoeide en huilde. ‘Het gaat wel dicht als hij ouder wordt,’ beloofde de vroedvrouw. Maar de lip ging niet dicht, althans niet dicht genoeg, en met de neus kwam het ook nooit goed.

Ze nam het kind mee naar haar werk en bleef het meenemen toen het geen baby meer was. Omdat hun glimlachjes en gefluister haar kwetsten, hield ze het uit de buurt bij andere kinderen. Jaar in jaar uit zat Michael K op een deken te kijken hoe zijn moeder de vloeren van andere mensen wreef en leerde zich koest te houden.

Vanwege zijn misvorming en zijn trage verstand werd Michael na een korte proefperiode van school genomen en toevertrouwd aan de zorgen van Huis Norenius in Faure, waar hij de rest van zijn kinderjaren op staatskosten sleet in het gezelschap van andere, elk op hun eigen wijze gehandicapte en misdeelde kinderen en hem de eerste beginselen van het lezen, schrijven, rekenen, vegen, schrobben, bed opmaken, afwassen, mand vlechten, hout bewerken en spitten werden bijgebracht. Op vijftienjarige leeftijd verruilde hij Huis Norenius voor de gemeentelijke plantsoenendienst van Kaapstad, waar hij werd aangesteld als hovenier klasse 3 (b). Drie jaar later verliet hij de plantsoenendienst en nam, na een periode van werkloosheid waarin hij op zijn bed naar zijn handen lag te staren, een baantje aan als avondbeheerder van de openbare toiletten op de Groenmarktplaats. Toen hij op een vrijdag laat van zijn werk naar huis terugkeerde, werd hij in een voetgangerstunneltje overvallen door twee mannen die hem in elkaar sloegen en beroofden van zijn horloge, zijn geld en zijn schoenen, waarna ze hem verbijsterd op de grond achterlieten met een snee in zijn arm, een ontwrichte duim en twee gebroken ribben. Na dit incident gaf hij zijn avondwerk op en ging terug naar de plantsoenendienst, waar hij langzaam opklom tot hovenier klasse 1.

Vanwege zijn gezicht had K geen vriendinnen. Hij was maar het liefst op zijn eentje. Zijn beide baantjes hadden hem een zekere mate van afzondering verschaft, hoewel hij het in de toiletten benauwd had gekregen van het felle neonlicht dat op de witte tegels weerkaatste en een schaduwloze ruimte schiep. Zijn favoriete parken hadden hoge dennenbomen en schemerige, met blauwe tuberozen omzoomde wandelpaden. Op sommige zaterdagen hoorde hij het kanonschot van twaalf uur niet en werkte hij de hele middag alleen door. Op zondagochtend sliep hij uit; ’s zondagsmiddags bezocht hij zijn moeder.


Download het fragment als PDF

Recensie op NRCBoeken.nl

Twee keer won de Zuid-Afrikaanse schrijver J.M. Coetzee de Engelse Bookerprize – en wat verrassender is, twee keer met romans die onthutsend en nietsontziend zijn.

Bron: NRCBoeken.nl

bekroond met de Prix Femina Étranger.