BOEKEN

BOEK

Over de ervaring

Over de ervaring

Michel de Montaigne

Over de ervaring is een van zijn mooiste en ontroerendste essays.

Michel de Montaigne heeft bijna zijn hele leven uitvoerig – en voor zijn tijd schandalig openhartig – over van alles en nog wat nagedacht: over vriendschap, macht en het geluk, om enkele thema’s te noemen uit zijn 107 essays. Zijn essays behoren tot de persoonlijkste werken uit de wereldliteratuur en toch zijn zij geschreven met een grote distantie tegenover zichzelf. Zijn drijfveer is nieuwsgierigheid: iets te ontdekken over zichzelf, over de menselijke soort, over hoe we functioneren. Wat telt is enkel en alleen radicale eerlijkheid. Dit maakt zijn denken zo opwindend, menselijk en tijdloos. Over de ervaring is een van zijn mooiste en ontroerendste essays.

   

Er is geen natuurlijker verlangen dan het verlangen naar kennis. Wij onderzoeken al wat ons hiertoe kan brengen. Als de rede tekortschiet, roepen wij de ervaring te hulp. Ervaring baart kunst door veel oefening. En het goede voorbeeld wijst ons de weg, die een zwakker, minder verheven medium is. Maar de waarheid is zoiets groots dat wij geen enkele mogelijkheid om tot haar te komen moeten versmaden. De rede heeft zoveel verschijningsvormen dat wij niet weten aan welke wij ons moeten houden; de ervaring heeft er niet minder. Elke conclusie die wij willen trekken uit het feit dat omstandigheden op elkaar gelijken, is aanvechtbaar, omdat de omstandigheden nooit identiek zijn: in de dingen die zich aan ons voordoen is geen enkele eigenschap zo algemeen als hun verscheidenheid en andersoortigheid. Zowel de Grieken als de Romeinen, en ook wij, kennen geen sterker voorbeeld van gelijkvormigheid dan het ei. Toch is er onder anderen iemand in Delphi geweest die punten van verschil tussen eieren kon vaststellen, zodat hij ze nooit met elkaar verwarde. En hoewel hij heel wat kippen had, kon hij precies zeggen welke kip het ei had gelegd. Verscheidenheid komt vanzelf onze werkstukken binnensluipen; zelfs met de grootste vaardigheid bereik je geen gelijkvormigheid. Perrozet kan net zomin als een ander voorkomen (ook al maakt hij nog zo zorgvuldig de achterkant van zijn speelkaarten glad en glanzend) dat sommige spelers al weten welke kaarten het zijn zodra ze er een ander mee zien manipuleren. Overeenkomstigheid maakt de dingen nooit zo eender als het verschil ze anders maakt. De natuur heeft het op zich genomen nooit een tweede ding voort te brengen dat niet afwijkt van het eerste.

Daarom ben ik het niet eens met de man die dacht dat hij de macht van de rechters kon beknotten met een grote hoeveelheid wetten, door alles tot in het kleinste detail voor hen vast te leggen: hij begreep niet dat je evenveel vrijheid en speelruimte hebt om wetten te interpreteren als om ze te maken. En mensen die denken dat ze paal en perk aan onze geschillen kunnen stellen door ons te willen houden aan de letter van de bijbel, zijn niet serieus te nemen. Want onze geest kan met evenveel gemak andermans mening bekritiseren als de eigen mening postuleren. Alsof de exegese voor minder wrok en verbittering zou zorgen dan het bedenken van wetten. Het is duidelijk hoe ernstig deze man zich vergiste: in Frankrijk hebben wij meer wetten dan ze er in de rest van de wereld bij elkaar hebben en meer dan er nodig zouden zijn om alle werelden van Epicurus te besturen. Vroeger leden wij onder de misdaden, tegenwoordig onder de wetten. Toch hebben wij aan onze rechters zoveel overgelaten om te beoordelen en te besluiten, dat er nog nooit zoveel willekeur en bandeloze vrijheid is geweest als nu. Wat hebben onze wetgevers ermee gewonnen honderdduizend speciale gevallen en gebeurtenissen te registreren en daar evenzoveel wetten aan te koppelen? Dit aantal staat in geen enkele verhouding tot de oneindige verscheidenheid in het menselijk doen en laten. Al zouden we nog tien keer zoveel wetten bedenken, ze zullen nooit het aantal werkelijke gevallen evenaren. En voeg daar nog maar eens honderd keer zoveel aan toe, dan nog zul je op al die duizenden geselecteerde en geregistreerde gevallen er niet één tegenkomen dat zó precies samenvalt en overeenstemt met een in de toekomst plaatsvindend voorval, dat er geen afwijkende omstandigheden over zullen blijven die een afwijkende oordeelsvorming en berechting vereisen. Er bestaat weinig verband tussen ons handelen (dat voortdurend aan veranderingen onderhevig is) en de vaste, onveranderlijke wetten. Het meest wenselijk is een klein aantal wetten, in uiterst eenvoudige, algemene termen gesteld. En ik geloof zelfs dat je beter helemaal geen wetten kunt hebben dan zoveel als wij er nu hebben.

De wetten die de natuur ons geeft zijn altijd beter dan die wij onszelf stellen, getuige de dichterlijke beschrijvingen van het gouden tijdperk en de omstandigheden waarin wij de volken zien leven die geen andere wetten kennen. Zo heb je volken die als rechter bij hun processen altijd de eerste de beste vreemdeling nemen die bij hen door de bergen reist. Andere kiezen op marktdag iemand uit hun midden, die ter plekke al hun geschillen beslecht. Wat schuilt er voor kwaad in als wij op die manier onze rechtszaken laten regelen door onze wijste mannen, terwijl zij geval voor geval bekijken, zonder te zijn gehouden aan precedenten en zonder die te scheppen? Voor elke voet zijn eigen schoen. Toen koning Ferdinand kolonisten naar Indië stuurde, bepaalde hij wijselijk dat er geen rechtsgeleerden mee mochten, om geen zee van processen in deze Nieuwe Wereld uit te lokken. Want hij ging ervan uit dat de rechtswetenschap van nature een verwekker is van tweespalt en geschillen, en net als Plato vond hij dat je een land een slechte dienst bewijst als je het magistraten en heelmeesters geeft.
Waarom wordt onze omgangstaal, die anders toch altijd zo eenvoudig is, duister en onbegrijpelijk in contracten en testamenten, en kan dezelfde man die helder is bij al wat hij zegt en schrijft, zich in deze materie alleen maar zo uitdrukken dat er twijfel en tegenspraak ontstaat? Komt dit soms doordat de prinsen van deze kunst, met hun speciale aandacht voor dure woorden en gewrochte zinnen, elke syllabe zó secuur afwegen, elke formulering zó scherp slijpen dat ze verward en verstrikt raken in een struikgewas van wendingen en zulke kleine partikeltjes dat deze onder geen enkele syntaxis of regel meer vallen en door geen mens meer worden gevat? Al wat zo fijn verdeeld is als stof valt ten prooi aan de verwarring.6 Wie heeft wel eens kinderen een poging zien doen een hoeveelheid kwikzilver in porties te verdelen? Hoe meer zij dit edelmetaal kneden, persen en het hun wil proberen op te leggen, des temeer zij het opwekken tot vrijheid: het ontglipt hun, splitst zich steeds meer op en valt in talloos veel druppeltjes uiteen. In bovengenoemd geval is het net zo: want doordat ze hun spitsvondigheden steeds verder uitsplitsen, leren ze de mensen steeds meer twijfels te hebben: wij worden ertoe gebracht onze problemen breed uit te meten en er een steeds grotere verscheidenheid in aan te brengen, en wij blijven erop kauwen en ze uiteenrafelen. Door steeds nieuwe vragen op te werpen en die weer op te delen in kleine stukjes, maken ze dat onzekerheid en strijd in de wereld voortwoekeren en vrucht dragen, zoals de aarde al vruchtbaarder wordt naarmate je haar dieper omspit en fijner verkruimelt. De wetenschap zorgt voor de problemen. Bij Ulpianus had ik reeds mijn twijfels, die worden nog groter als ik Bartolus en Baldus lees. We zouden die talloos vele opvattingen moeten uitwissen, in plaats van ermee te pronken en er het nageslacht mee op te zadelen.

Vermelding met vijf sterren op Recensiekoning.nl

Montaigne zou een onderhoudende en ijverige blogger zijn geweest, denk ik, en het gemak waarmee we op de hoogte kunnen worden gehouden van andermans wederwaardigheden zou hem plezier hebben gedaan. Hij schrijft immers dat hij niet echt genoegen aan iets beleeft zolang hij ‘het niet met een ander delen kan’.

Bron: Recensiekoning.nl