BOEKEN

BOEK

Lente in Praag

Lente in Praag

Hans Croiset

Praag, 1968. Hans Croiset werpt een blik op deze turbulente tijd en vertelt het meesterlijke verhaal van de student Wouter Sternheim die na al die jaren dat zijn pleegvader voor hem zorgde, iets wil teruggeven. Wat gebeurt er met de aankomende student Wouter die op de dag dat hij het huis verlaat, van zijn ouders te horen krijgt dat hij niet hun zoon is? Is de voorbije tijd dan op leugens gebaseerd? Verandert die mededeling iets aan de wederzijdse liefde?

Zoeken naar zijn echte ouders blijkt weinig zin te hebben, omdat die tijdens de Tweede Wereldoorlog naar alle waarschijnlijkheid in rook zijn opgegaan. De jonge Wouter raakt op drift en geeft na korte tijd zijn studie op. Hij belandt via een figurantenbaantje bij het toneel waar hij aanleg voor blijkt te hebben maar hij heeft geen werkelijke ambitie. Hij wisselt met de seizoenen zijn liefdes en blijft zoeken naar aanwijzingen die hem inzicht geven in zijn onbekende verleden. Wanneer hij in Praag de liefde van zijn leven ontmoet en zich in verbazingwekkend korte tijd haar taal toe-eigent, beseft hij nog niet dat hij dicht in de buurt van zijn verloren jaren is.

Dan hoort hij dat zijn pleegvader, die zelf in de oorlog een zoon van Wouters leeftijd heeft verloren, huis en haard heeft verlaten om aan een hopeloze zoektocht naar zijn omgekomen kind te beginnen. Wouter besluit hem te zoeken om hem te redden van die waanzin. ‘Een vader, al is het dan een pleegvader die jouw wortels heeft besprenkeld en die jou in leven heeft weten te houden, die laat je niet aan zijn lot over, die laat je niet lopen…’

   

1
1964, Praag

Het was in de maand juni van het jaar ’64 van de vorige eeuw, dat een lijnvliegtuig van de Koninklijke Luchtvaart Maatschappij door heftige bliksem gedwongen werd het luchtruim van het Vrije Westen te verlaten om zijn heil te zoeken in communistische luchtlagen: er zou in Praag worden geland en niet in Wenen. Het werd de passagiers al snel duidelijk dat er die dag ook geen poging meer kon worden gewaagd de beoogde bestemming te bereiken. Iedereen zat met afspraken en met vooruitgeboekte hotels, enkele reizigers moesten in Wenen overstappen naar Athene. Amerikaanse passagiers begrepen niet veel van het hele gedoe, zij dachten dat Praag een voorstad van Wenen was. De stewardess riep met veel warmte in haar stem om dat de vliegtuigmaatschappij goed voor haar passagiers zou zorgen.

Wouter Sternheim, een jonge toneelspeler, zat met een probleem van een andere orde. Het ging hem er niet om dat hij in Wenen een gastvoorstelling van de Poolse toneelvernieuwer Grotowski mis zou lopen, maar dat hij morgenavond zélf moest optreden in Elcerlyc. Met zijn toneelgroep. In Delft. Misschien zou hij na de landing met een taxi naar het station kunnen gaan om op de nachttrein naar Nederland te springen. Ging er wel een nachttrein? Zou die stewardess dat weten? De ramp was niet te overzien wanneer hij niet op tijd terug zou zijn. Het had hem al zoveel overtuigingskracht bij zijn directie gekost om er een dag tussenuit te mogen. Het risico was tenslotte levensgroot, dat bleek nu.

Wouter dwong zichzelf kalm te blijven. Hij ging ervan uit dat zich een oplossing zou aandienen. Als het lot hem naar een stad bracht waarvan hij alleen de naam kende, dan moest het lot zich maar een beetje extra inspannen om hem weer thuis te brengen. Toeval bestaat niet, alles is toeval, dienstregeling of geen dienstregeling. Wouter was een volgeling van Harry Mulisch, in wiens entourage hij een uitputtende vakantie op een Spaans eiland had doorgebracht, en die hem toen als jong broekje attent gemaakt had op de grilligheden van het lot.

Op het Praagse vliegveld werd de gestrande reizigers door de douane het hemd van het lijf gevraagd. Het waren niet zomaar een paar douanebeamtes, maar een heel bataljon geüniformeerde soldaten, compleet met uitdagend bungelende pistolen. Duidelijker kon het IJzeren Gordijn zich niet manifesteren, vond Wouter, dit was geen douane maar grenspolitie. Ze schreeuwden door elkaar, alsof een groep ongewenste vreemdelingen met opzet uit de lucht was komen vallen om hun vaderland te veroveren. Toen ze doorhadden dat niemand van de passagiers Tsjechisch sprak, gingen ze over op het meest blafferige Duits dat ze zich konden herinneren.

‘Wat komen jullie hier doen?’
‘Waarom heeft iedereen buitenlandse kranten bij zich?’
‘Hier met die kranten!’

Ogenblikkelijk moest een honderdtal toch al gedupeerden zijn leesvoer inleveren, niet alleen kranten maar ook boeken en agenda’s. De zakenlieden onder de passagiers zagen al hun prospectussen, reclamefolders en onderhandelingsdossiers in grote dozen verdwijnen. Zouden ze die ooit terugkrijgen? Wouter had alleen maar een boekje over Grotowski bij zich. Moest hij inleveren.

‘En hoe komen jullie op het idee, meine Damen und Herren, zoveel westers geld open en bloot in jullie portefeuilles in te voeren?’
‘Aber es ist nicht unsere Schuld, mein Herr…’ probeerde een onthutste passagier.
‘Ogenblikkelijk inwisselen.’
‘Dat wordt dus een heel slechte koers. Krijgen we misschien maar een kwart voor terug,’ fluisterde een ander.
‘En dat gaat heel lang duren, ze zijn administratief hoogbegaafd, heb ik me laten vertellen.’

Protesten werden weggeschreeuwd. Ook de stewardess die in half Engels, half Tsjechisch de situatie probeerde uit te leggen kreeg nul op het rekest. De douaniers bleven nors, Koude Oorlog-nors. De passagiers moesten op het vliegveld blijven tot er de volgende dag een vliegtuig naar Wenen of terug naar Amsterdam vertrok. Wat dachten die kapitalisten wel.

Zover kwam het niet: van de hoge top kwam een bevel de gasten voorkomend te behandelen en ze een hotel in de stad aan te bieden. Dat bleek voor de zakenlui onder de passagiers een nieuw probleem, die stelden geen prijs op een visumstempel in hun paspoort; daarmee kwamen ze Amerika niet meer in, om maar eens een niet onbelangrijke zakenpartner te noemen. Dat laatste interesseerde Wouter niet, het ging hem om Delft. Om Elcerlyc. Hij had niets tegen een visumstempel, het leek hem zelfs wel stoer om die aan zijn collega’s in de kleedkamer te laten zien. Een Tsjechisch visum voor Elcerlyc!

De reizigers kregen een pakketje papieren uitgedeeld, folders van de hoofdstad plus een exemplaar van de Tsjechisch-Slowaakse grondwet. De Praagse folders straalden geen westerse reclamezucht uit. Op grauw papier tekende zich een woud van torens af, kerktorens, kasteeltorens en middeleeuwse wachttorens, fantasievol gegroepeerd alsof ze van Marten Toonders tekentafel kwamen. Wouter wist weinig van Praag. Het was een van de communistische hoofdsteden, net als Warschau, Boedapest of Sofia. Eigenlijk een vijand. Boedapest.

Het grondwetboekje stond vol met oprukkende tractoren, met stralende boeren en boerinnen wapperend met eigenhandig geplukt graan. Er stond natuurlijk niets in over de schijnprocessen, waarover zijn vader hem had verteld. Hoe zat dat ook weer met die politicus die uit het raam was gesprongen? Praag was geen stad zoals Parijs, of Londen, het was eerder een bolwerk, een vazal van Moskou. Maar ook de stad van Soldaat Svejk. En als die grappige torens op de folder een beetje op de werkelijkheid zouden lijken, kon dit wel eens een leuk oponthoud worden.

Tussen een rijtje adressen van opvallend weinig hotels, enkele restaurants en tientallen theaters, meer theaters dan bioscopen, ontdekte hij het adres van een afdeling van het Internationale Theater Instituut. Misschien hadden ze bij het Praagse filiaal een suggestie voor een interessante toneelvoorstelling voor vanavond.

Onderweg in de bus zag hij de eerste beelden van een communistisch platteland, badend in de namiddagzon en toch grauw. Boeren en vrouwen schoffelden, plukten en zaaiden precies zoals hij ze thuis bezig zag wanneer hij met de toneelbus door het land reisde. In de verte werden de ploegen nog door paarden getrokken. Geen tractoren. Dat grondwetboekje klopte dus meteen al niet.

De woonkazernes in de voorsteden stonden er vreugdeloos bij, zonder een spatje verf. Bij de weinige winkels stonden meestal lange rijen mensen. Alsof ze bij de bouw meegeleverd waren. Als sculptuur. Alles bevestigde de clichés van het Westen over de samenleving achter het IJzeren Gordijn. Aftandse auto’s en lege etalages.

De bus rammelde over het wegdek dat naarmate ze dichter bij de stad kwamen, steeds diepere gaten en scheuren vertoonde. Toen ze de stad binnenreden, veranderde het asfalt in ongelijk gelegde hobbelstenen. Iedereen schudde tegen elkaar aan, koffers en tassen vielen uit de bagagerekken waardoor je nauwelijks oog kon hebben voor de onaardse schoonheid van de stad, haar barokke pracht, haar gouden koepels. Oud goud, Habsburgs goud. Alles onder het stof. Als slecht gelukte kleurenfoto’s.

De stewardess had de boordmicrofoon gegrepen en speelde nu op een uitdagende manier de rol van gids. Ze improviseerde er lustig op los en gaf iedereen het gevoel dat het altijd al de bedoeling was geweest om op dit tijdstip de Tsjechische hoofdstad aan te doen. Bij de reissom inbegrepen.

‘En dan moet de grootste verrassing nog komen, ja, let u op, wanneer we hier de hoek om gaan…’

Ineens openbaarde zich voor de onvoorbereide Wouter een imposante, krachtige rivier, de Moldau. Vanaf de hoogte waarvan de bus kwam aanrijden, leek de rivier een slordig gesneden kerf dwars door de stad, met oevers als opengescheurd vel. Met een reeks bruggen als hechtingen om de gapende wond te helen.
Een Amerikaan naast Wouter, nog steeds kwaad over het opgedrongen visum, hield vol dat het de Donau was. ‘Die Europese stewardessen denken altijd dat ze alles beter weten.’


Download het fragment als PDF

'De kwalificaties 'aangrijpend' en 'ontroerend' hebben vaak een vieze bijsmaak, maar Lente in Praag is allesbehalve zoetsappig. De dialogen zijn scherp, de beschrijvingen raak, Croiset zit dicht op de huid van zijn personages en heeft aandacht voor het kleinste detail, en gelukkig is zijn stijl pathetisch noch gekunsteld. Lente in Praag is een gelaagde, veelzijdige roman. Het is ook een diep dramatisch boek dat langs de breuklijnen van de twintigste eeuw balanceert en het persoonlijke lot van de personages verbindt aan ingrijpende historische gebeurtenissen.' - Absint

‘Croiset kan schrijven, dat is evident. Soepel en mooi geconstrueerd weet hij het verleden van toneelspeler Wouter Sternheim te ontrafelen.’ – Telegraaf ***

'De manier waarop Hans Croiset de schrijnende familiegeschiedenis, de onmogelijke liefdesrelatie en de verschrikkingen van de oorlog in de hand houdt en aan elkaar verbindt, is indrukwekkend. Zeer precies houdt hij de balans tussen de verhaallijnen in evenwicht. De controle die de personages kwijtraken, verliest Croiset nooit. Wat wil je, de man is regisseur. Maar de man is ook schrijver. Een zeer vakbekwaam schrijver.' – De Boekenkrant

'Waar ik het meest van onder de indruk ben bij Lente in Praag is de volstrekte eenzaamheid van oorlogsslachtoffers. Daar stond ik niet eerder zo bij stil. Hans Croiset beschrijft het indrukwekkend en kleurrijk. Ik geef een 8+.' – Marleen Janssen voor Libelle

'Lente in Praag is een boordevolle roman, geschreven in een stijl zonder opsmuk, wat met name de elementen van de grote geschiedenis ook verlangen. Het zijn echter de kleine details die voor de spanning zorgen.' - Leeuwarder Courant

Blogbespreking op WeBooks.nl

De dag na zijn laatste voorstelling is Croiset, zonder overweging, meteen begonnen met schrijven. Waarschijnlijk zocht zijn grote fantasie een uitweg en heeft hij die gevonden in het schrijverschap. Ik vind zijn carrière switch zeer geslaagd en ik hoop dat deze krasse knar voorlopig nog niet van plan is om met pensioen te gaan!

Bron: WeBooks.nl

Bespreking door Marleen Janssen voor Libelle

Hans Croiset beschrijft het indrukwekkend en kleurrijk. Hij springt door de tijd: van de oorlogsjaren naar de late jaren zestig en zeventig. Toen besefte ik ook hoe kort geleden de oorlog eigenlijk is. En hoe lang het duurt voor alle sporen zijn gewist. Als dat al gebeurt. Weten waar je vandaan komt, uit welke moeder en uit welke vader, is uiterst belangrijk in mensenlevens. Ik geef een 8+.

Bron: Marleensboekvandeweek.nl

Bespreking in de Boekenkrant

De manier waarop Hans Croiset de schrijnende familiegeschiedenis, de onmogelijke liefdesrelatie en de verschrikkingen van de oorlog in de hand houdt en aan elkaar verbindt, is indrukwekkend. Zeer precies houdt hij de balans tussen de verhaallijnen in evenwicht. De controle die de personages kwijtraken, verliest Croiset nooit. Wat wil je, de man is regisseur. Maar de man is ook schrijver. Een zeer vakbekwaam schrijver.

Bron: Boekenkrant.com

Hans Croiset in De avonden

Hans Croiset vertelde onlangs hoe opwindend het voelt om in zijn zevende decennium een nieuwe loopbaan te beginnen. De theatermaker had het over zijn nieuwe boek 'Lente in Praag', dat het verhaal vertelt van de aankomende student Wouter die op de dag dat hij het huis verlaat, van zijn ouders te horen krijgt dat hij niet hun zoon is. Maarten Westerveen sprak met Hans Croiset over wat volgt.

Bron: Boeken.VPRO.nl