BOEKEN

BOEK

Juni - midprice

Juni - midprice

Gerbrand Bakker

Bakkers tweede grote roman Juni nu als midprice – gebonden!

Tijdens het bezoek van koningin Juliana aan een Noord-Hollands dorpje gebeurde een tragisch ongeluk. Wat was er aan de hand op die zomerse zeventiende juni, toen de majesteit in het dorpshuis lunchte en de dorpsbakker even afgeleid werd door een roofvogel? Jaren later is de familie Kaan er nog steeds verdeeld over.

Ook verkrijgbaar als eboek

‘Gerbrand Bakker schreef met Juni een boek waarin een zinderende maand op het platteland in de kop van Noord-Holland volkomen overtuigend tot leven komt. Meteen vanaf de proloog, met een schitterende koningin Juliana, heb ik ervan genoten.’  - Arie Storm, Het Parool

´Juni is een waardige opvolger van Boven is het stil, zoveel is zeker. Het is een mooi gestroomlijnde, typisch Nederlandse roman. Net zo indirect als de personages communiceren, toont de auteur hun onvermogen. En door die aanpak, subtiel en pijnlijk, lijdt de lezer met hen mee.´ – Lies Schut, De Telegraaf

‘Gerbrand Bakker is een rasschrijver.’ – Trouw

‘Ademloos heb ik Juni uitgelezen, een prachtboek.’ – Arno Koek, Boekhandel Blokker

Juni is een hartverscheurende roman, geschreven op een volslagen eigen toon.’  - Dagblad van het Noorden ****

‘In een meesterlijke setting met subtiele personages en perspectiefwisselingen, zachte ironie en ver van modieuze trends ensceneert Gerbrand Bakker de veranderingen op het platteland als menselijke komedie en schrijft zo superieure, hedendaagse literatuur.’ - Die Zeit

‘Een prachtig boek! De beelden die Bakker oproept, blijven lang op het netvlies.’ – Westdeutscher Rundfunk

   

Voer voor krantenkoppen

‘Bijna in Slootdorp,’ zegt de chauffeur. ‘Daar wordt u overgedragen aan een nieuwe burgemeester.’

Ze kijkt naar buiten. Rechts en links brede stroken land waarvan het einde niet te zien is. Hier en daar staat een bonkige boerderij, met een rood pannendak. Gelukkig regent het niet. Het uitzicht aan de rechterzijde wordt haar gedeeltelijk ontnomen door C.E.B Roëll, die zit te lezen in papieren die wel iets van doen zullen hebben met het dorp waarheen ze op weg zijn. Ze trekt haar handschoenen uit, legt ze op haar schoot en wipt de asbak open. Roëll begint te zuchten. Niet op ingaan. Ze zijn nog niet eens halverwege, maar nu al is het of er veel meer dan de helft van de dag voorbij is. Als ze haar sigaret aansteekt en diep inhaleert, ziet ze de ogen van de chauffeur oplichten in de achteruitkijkspiegel. Ze weet dat hij ook graag een sigaretje op zou steken, en als Roëll niet in de wagen had gezeten, was dat ook gebeurd.

Na een tamelijk vroege start op Soestdijk is de ochtend voorbij gegaan op het voormalig eiland Wieringen. Waar men de onvergeeflijke fout heeft begaan haar als eerste programmaonderdeel een tafel vol met garnalen te tonen. Om elf uur in de ochtend. Of eigenlijk begon het eerder al niet helemaal gepast. De burgemeester van het voormalige eiland liet zijn beide dochtertjes de bloemen aanbieden, terwijl zijn vrouw erbij stond alsof ze de kleuters die bovenop de havendijk stonden niet eens zág. Vervolgens nog meer schoolkinderen en bejaarden. Altijd schoolkinderen en bejaarden. Maar goed, het is ook gewoon een dinsdag, een normale werkdag. In het gemeentehuis vond ter ere van haar een buitengewone gemeenteraadsvergadering plaats. De toespraak van de burgemeester is grotendeels aan haar voorbij gegaan, omdat ze vooruit dacht naar vanavond, naar de Piet Hein, en toen ze peinzend een slokje koffie nam, smaakte die zo ongeveer als de woorden van de burgemeester. Daar was die vrouw geweest die opdracht heeft gekregen een kop in brons van haar te maken.

‘Hoe heet die non ook maar weer?’ vraagt ze.
‘Jezuolda Kwanten. Geen non, een zuster.’ Roëll kijkt niet op, ze blijft stug doorlezen. Straks zal er wel een klein exposé volgen.
Jezuolda Kwanten, uit Tilburg, die haar bijna een half uur lang scherp had bestudeerd, zo nu en dan iets schetsend op een groot vel gelig papier, waardoor ze nog meer moeite had gehad het betoog van de burgemeester te volgen. Ze zit zelfs in de wagen achter de hare, samen met Beelaerts van Blokland en Van der Hoeven. Had dat niet anders gekund? vraagt ze zich af. Roëll in de wagen hierachter, en Van der Hoeven in de mijne? Die rookt ook. Jezuolda Kwanten zal bij alle festiviteiten aanwezig zijn, zal haar de hele dag aankijken, aftasten, schetsen. Niet alleen vandaag, morgen ook. Ze drukt haar sigaret uit. Een ‘kop in brons’. Terwijl ze er al een hekel aan heeft gefotografeerd te worden. En als iets ‘kunst’ is, heb je geen hoofd meer maar een kop.

Ze rijden een dorp binnen dat volledig bestaat uit nieuwe huizen. Er zijn opvallend weinig mensen op straat en er zijn nauwelijks vlaggen uitgestoken.
‘Slootdorp,’ zegt de chauffeur.
‘Hoe heet hij?’ vraagt ze.
‘Omta,’ zegt Roëll.
Voor een hotel dat Lely heet, staat een groepje mensen. Een klein groepje. Hier geen schoolkinderen en bejaarden, geen vlaggetjes, bloemstukjes of garnalen. Ze stapt uit en de man met de ambtsketting geeft haar een hand. ‘Welkom in de gemeente Wieringermeer,’ zegt hij.
‘Goedemorgen, meneer Omta,’ zegt ze.
‘U gaat meteen weer verder,’ zegt hij.
‘Dat is spijtig,’ zegt ze.

‘Ik zal u voorgaan naar de gemeentegrens. Dit is overigens mijn echtgenote.’
Ze geeft de vrouw van de burgemeester een hand en stapt daarna weer in de wagen. Kijk, zo’n man, die kun je erbij hebben. Geen gezeur, geen getreuzel, geen blik in zijn ogen die zegt ‘waarom bent u niet uren in míjn gemeente’. Zei hij nu niet ‘majesteit’? Zelfs geen ‘mevrouw’? De burgemeestersvrouw verspilde ook geen woorden, maakte simpelweg een kleine revérence. Van wat ze er trouwens van gezien heeft, de gemeente Wieringermeer, begrijpt ze wel dat ze er geen uren door wil brengen. Niet eens door kán brengen, misschien. Omta is in een blauwe auto gestapt en die rijdt langzaam voor ze uit. De vrouw van de burgemeester blijft wat verloren voor het hotel achter. Haar kapsel verwaait in de vlagerige juniwind, een vlag boven haar hoofd klappert.

‘1610’ leest Roëll voor. ‘Polderhuis, waar de lunch genoten zal worden, stamt uit 1612. Vooral de veeteelt staat op een zeer hoog niveau. Stamboekvee. Vermeldenswaard is de alom bekende veestapel van mejuffrouw A.G. Groneman, wier wijlen haar oom – er stond vader, maar dat is doorgekrast en daar is oom van gemaakt – voor zijn vele verdiensten op dit gebied koninklijk werd onderscheiden tot Ridder in de orde van Oranje Nassau.’
‘Is zij ook bij het middageten?’

Roëll pakt er een ander geschrift bij en mummelt zachtjes. Vanonder haar gele dophoedje komt een pluk grijs haar te voorschijn. ‘Ja,’ zegt ze na een tijdje.
‘Dat zal vast leuk worden. Mejuffrouw. Niet getrouwd, dus.’
Roëll kijkt haar kort maar doordringend aan.

‘Neem zelf ook eens een glaasje,’ zegt ze. ‘In plaats van mij zo aan te kijken.’ Buiten nog steeds lange stroken land en bonkige boerderijen, de ene volkomen identiek aan de volgende. De zon schijnt, het zal een graad of tweeëntwintig zijn. Lekker weer om zonder jas in en uit auto’s te stappen. Niet te warm, niet te koud. ‘Ik houd erg van koeien, bovendien,’ laat ze er op volgen. Nog maanden zal het er hier zo uitzien. Natuurlijk, de gewassen groeien en zullen geoogst worden, maar toch. Het voorjaar is en blijft het mooiste seizoen. Als in de paleistuin allerlei bolgewassen elkaar afwisselen. Sneeuwklokjes aan de voeten van de beuken, narcissen langs de oprijlaan, de kleine, ronde border met kievitsbloemen bij de leveranciersingang. En iets later natuurlijk de eerste Lathyrus in de kas. Vanaf het moment dat er blad aan de bomen komt, begint het nogal saai te worden, zeker nu de dochters niet meer over de grasvelden rennen. Feitelijk is er vanaf het defilé weinig meer aan. Een saaiheid die pas opgeheven wordt als de eerste herfstkleuren verschijnen. ‘Verder nog iets opmerkelijks?’

‘Voor deze bijna geheel agrarische gemeente breken de laatste tijd moeilijke perioden aan, vooral op financieel gebied.’
‘Waarom is dat?’
‘Niet alleen door de slechte weersgesteldheid van de laatste jaren, doch mede door het feit van de stijging van lonen en prijzen, terwijl de opbrengst van de producten niet in evenredigheid gelijke tred hebben gehouden.’
‘Ach ja, lonen, prijzen en opbrengsten. Maar straks staat iedereen er op zijn paasbest bij natuurlijk.’

‘En hier staat ook nog dat plusminus negentig procent van de middenstanders hun zaken zijn gaan verbouwen en aanpassen naar meer moderne inzichten. De bevolking is gaan inzien dat een pas op de plaats geen vooruitgang, maar achteruitgang is. Er behoeft niet vermeld te worden dat regeren vooruitzien is.’
‘Waarom eigenlijk niet? En het staat daar toch wél vermeld?’
‘Ach, gemeenteambtenaren.’
‘Wat bedoel je daarmee te zeggen?’
‘Niets.’
‘Ik ben heel benieuwd wat we te eten zullen krijgen.’
‘Ja.’

Nee, denkt ze, dit moet de volgende keer toch anders. Ik zal zelf er eens iets van zeggen, de rijksvoorlichtingsdienst hoeft niet hier met Roëll in de wagen te zitten. Hoe halen ze het eigenlijk in hun hoofd om er vanuit te gaan dat ik liever met Roëll dan met Van der Hoeven in één auto zit? Misschien wil pappie ook wel weer eens mee op werkbezoek.


Download het fragment als PDF

´Juni is een waardige opvolger van Boven is het stil, zoveel is zeker. Bakkers nieuwste is een mooi gestroomlijnde, typisch Nederlandse roman. Net zo indirect als de personages communiceren, toont de auteur hun onvermogen. En door die aanpak, subtiel en pijnlijk, lijdt de lezer met hen mee.´ - Telegraaf

´De wijze waarop de familie Kaan wordt geportretteerd, is zeer indrukwekkend, om niet te zeggen diep ontroerend.[...] Juni is een hartverscheurende roman, geschreven op een volslagen eigen toon door een schrijver die alles in zich heeft om een unieke plek in de Nederlandse literatuur te veroveren. En vast te houden. ***** ´ - Dagblad van het Noorden

´In sfeertekening toont Bakker zich opnieuw een meester [...] Gerbrand Bakker is een rasschrijver die als geen ander het platteland kan oproepen.´ - Trouw

´Ik vind dit boek eigenlijk veel beter dan Boven is het Stil! Bakker excelleert in het decor. Technisch heel knap gedaan.´ - Arie Storm in Tros Nieuwsshow

´Ademloos heb ik Juni uitgelezen; een prachtboek. Gerbrand Bakker schrijft met humor en tragiek en dat is genieten, van de eerste bladzij tot de laatste. Wat ik vooral zo bijzonder knap vind, is dat hij de personages, die zo gewoon en herkenbaar zijn, naar een hoger niveau tilt. Daardoor worden het allemaal heel bijzondere wezens, en toch ook mensen van vlees en bloed. [...] Hiermee is Juni een meer dan waardig opvolger van Boven is het stil en bewijst Gerbrand Bakker zijn schrijverschap.´ - Arno Koek, boekverkoper van het jaar 2009

´We hebben er lang op moeten wachten, maar het was het wachten waard: opnieuw heeft Gerbrand Bakker een bijzonder boek geschreven dat een waardige opvolger genoemd mag worden van Boven is het stil: spannend, beeldend en ontroerend.’ ‘Er is niets mis met dit boek. Geschreven in een prettig leesbare stijl. Een boek dat je maar moeilijk weg kunt leggen en dat er om vraagt nog vele malen herlezen te worden. Laten we hopen, dat we op het volgende boek niet zo lang hoeven te wachten.´ - Leestafel

´De mooie observaties trekken je een wereld in die verschrikkelijk echt is. Dit is het leven. Dit zijn de zweetdruppels die over je rug glijden als het meer dan 25 graden is. Dit is de seksuele fantasie die een heel gewone vrouw zomaar kan hebben. Zo voelt het als je oud bent en het leven langzaam uit je wegvloeit. In deze verstilde setting weeft Gerbrand Bakker een mooi verhaal. Op die ene warme dag in juni komen het leven van de oma, de bakker, de zoon en de oude koningin samen. Als een musje hip je van de een naar de ander. Dat is knap gedaan en zorgt voor een soort trekkende spanning. Het is te goedkoop om Juni te betitelen als 'plattelandsthriller', maar iemand gaat die uitdrukking natuurlijk gebruiken. Ach, wat maakt het uit. Juni is een geweldig boek. Een Hollandse parel. Ik geef een 9.´ - Libelle.nl

'
Juni is op vele niveaus een prachtig boek. Deze roman is het beste wat ik dit jaar tot nu toe heb gelezen.´ - Literair Nederland

Bespreking door Mieke van der Weij

Nu weet ik uit eigen ervaring hoe lang zo’n klamme dag kan zijn op een dorp. En ook de bruine rijst met suiker, de bokkenpootjes, de lobbige advocaat en vooral de bustehouder kwamen regelrecht uit mijn jeugd. Dat was een prettig weerzien. Maar het was niet helemaal genoeg. Bent u enthousiaster? Ik ben oprecht benieuwd.

Bron: NCRVGids.nl

Bespreking op Recensieweb.nl

‘Een ontstellend saaie roman,’ volgens Karin Overmars in Het Parool, een ‘amorfe streekroman,’ volgens Jeroen Vullings in Vrij Nederland. Maar dat is wel erg streng gesproken: Juni is wel degelijk een boek waarin Bakker zijn stilistische kwaliteiten laat zien.

Bron: Recensieweb.nl

Bespreking op Cultuurbewust.nl

Bakker heeft op fascinerende wijze de verbolgen verhoudingen van een familie neergezet die getroffen werd door het noodlot. Met zijn bewonderenswaardige omschrijvingen van gevoelens, zijn oog voor de kleinste details en de karakterisering van nuchtere en moeilijk te doorgronden personages, heeft hij wederom een prachtboek geschreven. Na Juni wachten wij nu op de boeken juli, augustus, september, en het liefst nog heel veel maanden meer.

Bron: Cultuurbewust.nl