Ik begrijp de moordenaar

BOEKEN

BOEK

Ik begrijp de moordenaar

Ik begrijp de moordenaar

Mark Boog

Ik begrijp de moordenaar werd met vier sterren bekroond in de VN Thriller en Detectivegids en verschijnt in 2011 in een Duitse vertaling.

Een beestachtige moord van bijna dertig jaar geleden ligt als cold case op het bureau van de rechercheur. De laatste klus voor zijn pensioen, de kroon op zijn werk, misschien. Deze geruchtmakende zaak, beter bekend als de molenmoord, is nooit met zekerheid opgelost. De vermoedelijke dader werd gepakt en later na een overtuigend pleidooi van zijn echtgenote weer vrij gelaten.Voor iedereen blijft het onbegrijpelijk dat uitgerekend zíj haar man wilde vrijpleiten van de moord op zijn jonge geliefde, die uitliep in een orgie van geweld. Zestien kogels, zijn pistool twee maal leeggeschoten. Wat was zijn motief?

De oude molen ligt even buiten de stad en doet nog steeds dienst als ontmoetingsplaats van verliefde stelletjes. De rechercheur bezoekt de plek des onheils en leeft zich in de moordenaar in. Hij bemint diens vrouw, koopt een pistool en bereidt zich voor op een getrouwe reconstructie samen met zijn jonge assistente…

Wij lezen zijn politierapport als een testament, een nagelaten bekentenis waarin de spanning hoog oploopt. De soms plechtige toon werkt humoristisch en beklemmend.
Zoals de schrijver van detectiveromans op zoek is naar de perfecte moord – meer nog dan de beroepsmisdadiger, voor hem is het voldoende om niet gepakt te worden – zo verlangt de rechercheur in deze roman naar de perfecte moordenaar.

Ik begrijp de moordenaar werd met vier sterren bekroond in de VN Thriller en Detectivegids en verschijnt in 2011 in een Duitse vertaling.

   

Niet alleen loofde de familie van het slachtoffer indertijd een beloning uit voor de zogeheten gouden tip – een flinke beloning, want het was een rijke familie –, ook de zaak zelf werd drie decennia later in zekere zin een beloning.
‘Meer dan veertig jaar trouwe dienst,’ zei de commissaris, ‘zonder een onvertogen woord, zonder een enkele berisping, dat verdient een beloning.’
Hij líet het zeggen, eigenlijk, want hij was in vergadering.

Een van zijn directe ondergeschikten, wiens naam en rang me even ontschieten, bracht de boodschap over. ‘Je herinnert je vast de geruchtmakende zaak van de molenmoord, dertig jaar geleden. Nooit met zekerheid opgelost. Aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid, jawel, maar zekerheid: nee. De vermoedelijke dader is intussen overleden, maar het knaagt aan iedere rechtgeaarde politieman dat die zaak nooit naar tevredenheid is afgerond. Zeg nu zelf. Net iets voor jou, vindt de commissaris. Je gaat binnenkort met pensioen, en dit is een mooie zaak, een grote, waar toch de druk grotendeels vanaf is. Geen haast, niet te veel actie, geen verstikkende verantwoordelijkheid: mooi, ouderwets, rustig speurwerk. Je zult al je capaciteiten nog eenmaal ten volle kunnen ontplooien, zonder de spanning die ons allemaal soms te veel wordt.’
Ik knikte. Ze wilden liever nu al van me af, begreep ik.
Ik was duur, nutteloos, een sta-in-de-weg.

En zo was ik in de achtervolging. Ik had een achterstand van bijna dertig jaar, maar ik ging op weg, niet zozeer optimistisch als wel plichtsgetrouw. Ik zou enkele noodgrepen moeten toepassen om werkelijk vooruitgang te boeken, ik zou rare sprongen maken, risico’s nemen, kortere maar ongebaande paden zoeken, maar in zekere zin hoorde dat bij het werk. Dit was niet anders, hoogstens moeilijker, maar aan de andere kant ook minder dringend. Ik had de tijd, er werd eigenlijk geen succes verwacht – misschien zelfs niet gewenst – en ik kon zonder me schuldig te voelen onderweg uitgebreid de omgeving verkennen.

Toevallig – hoewel het de laatste jaren steeds normaler begint te worden – zijn er nu ik aan mijn molenmoord werk enkele grote zaken aan de hand die veel media-aandacht krijgen. Moord, verkrachting, ontvoering, ontsnapte vuurgevaarlijke gevangenen, afrekeningen in het zogeheten criminele circuit, aanslagen: het gebruikelijke, maar dan erger. Het is een drukte van belang op het bureau, iedereen rent en schreeuwt en is opgewonden.

Ik zit in mijn hoekje over stapels oude papieren gebogen.

Mijn telefoon gaat nooit, ging vroeger al zelden, en als ik, steeds vaker, voor een wandeling de stad inga, hoef ik geen toestemming te vragen. Het wordt niet eens opgemerkt.

Ik loop wat rond, doe mijn plicht, doe dingen die niemand als mijn plicht zou beschouwen behalve ikzelf. Ik heb veel in te halen.

De stad: een nest. Het is donker, het begint eindelijk minder warm te worden en ik wandel nog altijd. De straten zijn verlaten. Ik heb mijn handen in mijn zakken gestoken, ze spelen met de voorwerpen die ze daar vinden. De schouders opgetrokken, het hoofd op peinzen, ik kijk rond.

De meeste gordijnen zijn gesloten, kunstlicht spoelt er kalmpjes langs.
Iedereen is thuis en koestert zich. Denk de beeldschermen weg, maak er open haarden van, en alom heerst geborgenheid, gemoedelijkheid. Mama staart naar haar handen, papa tuigt de kinderen af. Warmte. De stad is een nest op vele manieren. Men kan er uitvallen of er angstvallig, te lang in blijven zitten. Maar ook op een andere manier klopt het beeld: de stad is een broeinest, waarin grootse, verschrikkelijke dingen langzaam tot wasdom komen.

Was beramen strafbaar, de gevangenissen zaten voller nog dan nu en de huiskamers waren leeg.

Het eerste wat ik deed nadat ik alle gegevens die ik kon vinden uit oude, verroeste archiefkasten en een enkele antieke computer had gehaald, was de weduwe van de vermoedelijke moordenaar opzoeken. Ik deed dat nog voor ik de indrukwekkende, nogal stoffige stapel papier helemaal had doorgelezen.

In een plaatselijke krant van dertig jaar eerder – ook alle nieuwsberichten had ik verzameld, en dit lag bovenop – stond een paginagroot interview met haar, met een foto erbij. Het was natuurlijk een opzichtige poging geweest om haar man vrij te praten, maar ze leek niet dom. (Lelijk was ze zeker niet.) Overigens slaagde de poging: enkele maanden later werd de zaak heropend en de man, wegens gebrek aan overtuigend bewijs, vrijgelaten. Een blamage die ik me goed herinner en waar ik toen ook al om moest grinniken. Uw voorganger zweette, commissaris. Zijn grimas zou medelijden wekken bij wie daartoe geneigd was. Niemand schoot te hulp.

Toch twijfelden weinigen eraan dat de man schuldig was. Alles wees in die richting. Maar bewijs is wat anders, dient onomstotelijk te zijn en op legale wijze verkregen, iets dat de gemiddelde politieman – en de politieman is altijd gemiddeld, dat is hij aan de samenleving verplicht – nog weleens wil vergeten. Ik noem hem hier X. (De moordenaar, niet de politieman.)

‘In deze meesterlijke novelle laat Boog zien dat het bij een goede thriller gaat om de spiegeling tussen detective en moordenaar. Om in één adem te verorberen, tot op de allerlaatste letter’ – VN Detective & Thrillergids 2010 ****

'En als je eenmaal op dit spoor zit, een spoor dat Boog weinig nadrukkelijk heeft uitgezet, begint ook deze roman een eigen leven te leiden, los van de gebruikelijke misdaadliteratuur en wordt hij een enscenering van een zoektocht die Boog in al zijn werk op touw zet, ook in zijn poëzie. Een zoektocht van kijken en verwonderen. En ineens beginnen Boogs zinnen in het oog te lopen, ze krijgen een vreemde tastende toon die overal gaat doorklinken. ‘De zon is een gewicht dat op het land staat en op alle dieren’, staat er plompverloren tussen het verhaal door. Wat een schitterende zin! En wat een merkwaardig gewoon verhaal! Met een kop en een staart en een verrassend einde. En wat een merkwaardige schrijver!' - Kees 't Hart in De Groene Amsterdammer

'Tot een definitieve oplossing van de moordzaak komt het niet, maar voor wie zoveel verbale daadkracht etaleert, is dat ook volkomen onbelangrijk.' - de Volkskrant

'Deze roman gaat bij het beantwoorden van die vragen tot het uiterste. In die zin is Ik begrijp de moordenaar uiteindelijk toch een spannend boek. Bovendien is het boek geschreven in een intrigerende en slechts schijnbaar springerige stijl. Het staat als genreaanduiding niet op de cover, maar dit kun je met recht een literaire thriller noemen. Dat heeft die Boog al met al goed gedaan.' - Het Parool

'Zo zijn de sterkste punten van Ik begrijp de moordenaar de zaken die eigenlijk tot de franje, de bijzaken behoren. Uitgesponnen ironische beelden als ‘het leven is een draaimolen en de illusie van vooruitgang is slechts vol te houden door de kermisbezoekers voortdurend te vervangen, door ze aan de ene kant af te voeren en aan de andere kant de poorten wijd open te zetten, misschien dat hun opvolgers belangwekkender zullen zijn.’ En daarnaast natuurlijk de hamvraag van elk moordboek: wordt er eigenlijk nog geschoten?' - NRC Handelsblad

'Een boek dat intrigeert en tegelijk leest als een boemeltrein; het zijn de onhandig geformuleerde complimenten van een recensent die in verwarring is achtergebleven. Mark Boog had er zelf veel fraaiere metaforen voor gevonden.' - 8weekly.nl

'Het boek is ook ’minimaal’ van omvang. Honderdzestig pagina’s telt het. Niets te veel of te weinig. Boog is het type schrijver dat het graag beknopt houdt. Gelukkig blijft zijn oeuvre gestaag groeien.' - Trouw

'
Wij lezen zijn politierapport als een testament, een nagelaten bekentenis waarin de spanning hoog oploopt. De soms plechtige toon werkt humoristisch en beklemmend. Zoals de schrijver van detectiveromans op zoek is naar de perfecte moord – meer nog dan de beroepsmisdadiger, voor hem is het voldoende om niet gepakt te worden – zo verlangt de rechercheur in deze roman naar de perfecte moordenaar.' - Arie Storm in Tros Nieuwsshow

Verstuur het omslag als e-card

Bron: Covercards.nl

Bespreking op Nu.nl

Psychologische roman over een cold case is een onvoorspelbare whodunnit met licht-filosofische ondertoon. Kandidaat voor de BNG Literatuurprijs.

Bron: Nu.nl

Bespreking op Recensieweb.nl

Thriller en politierapport vallen samen in deze bijzondere roman van Mark Boog, waarin het enige zekere het onzekere is. Wie de dader is en wat zijn motieven zijn wordt in het midden gelaten, waardoor je eigenlijk nog steeds de moordenaar niet begrijpt. Met alweer zijn vierde roman bewijst Mark Boog in Ik begrijp de moordenaar dat hij behalve poëzie ook zeer goed proza kan schrijven.

Bron: Recensieweb.nl

Bespreking op Recensieweb.nl

Mark Boog slaagt erin de kansloze heropening van een dertig jaar oude zaak spannend te maken door alle zekerheden in te ruilen voor een beklemmend onbestemde afloop.

Bron: Recensieweb.nl

Recensie op 8weekly.nl

Op het omslag van Mark Boogs Ik begrijp de moordenaar staat het woord 'roman'. Dat is begrijpelijk, want in een tijd waarin de lezer overspoeld wordt door literaire thrillers, de een nog minder literair dan de ander, denk je als uitgever waarschijnlijk wel twee keer na alvorens een prachtig boek van eigen bodem die besmette kwalificatie mee te geven. Toch is Mark Boogs vierde roman echt een literaire thriller, in de meest letterlijke zin van het woord.

Bron: 8weekly.nl

genomineerd voor de BNG Nieuwe Literatuurprijs 2009